Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

2. Van Raadsperspectief naar Begroting

2. Van Raadsperspectief naar Begroting

Opbouw van het hoofdstuk

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze programmabegroting 2018 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in perspectiefnota 2018 (inclusief eerste programmajournaal 2017) en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt

In paragraaf 2 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo. Ook behandelen we de mutaties op de uitvoering van het bestaande beleid of al eerdere besluitvorming in deze paragraaf.

In paragraaf 3 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze specifieke mutaties hebben niet in alle gevallen financiële consequenties, maar ze herbergen wel een aantal mogelijke risico’s of zijn in politiek-bestuurlijke zin zo relevant dat een nadere toelichting nodig is.

In paragraaf 4 treft u een overzicht aan van de beschikbare (meerjarige) financiële ruimte.

In paragraaf 5 treft u onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid / intensiveringen van beleid aan.

Al deze mutaties hebben een herzien meerjarig saldo tot gevolg, dat in paragraaf 6 is weergegeven.

Tot slot geven we in paragraaf 7 een overzicht van de financiële positie en de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves.

 

1. Meerjarig saldo perspectiefnota 2018 (incl. 1e programmajournaal 2017)

Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de programmabegroting 2018 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo op bladzijde 11 van perspectiefnota 2018 (incl. 1e programmajournaal 2017).

 

 

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

herzien meerjarig saldo perspectief nota 2018

0

0

67

-8

212

353

 

Voor de duidelijkheid: de mutaties uit het perspectiefnota 2018 (feitelijk de uitkomsten van het eerste programmajournaal 2017) zijn voorzien van besluitvorming en verwerkt in het herziene meerjarige saldo zoals hiervoor is weergegeven. Voor wat betreft de verschillende specifieke mutaties uit het raadsperspectief 2018 zoals de uitwerkingen van het addendum “Koers houden”, de beleidsvoornemens van de gemeenteraad, de overige specifieke mutaties en de ambities van ons college is in het raadsperspectief 2018 aangegeven dat een verdere uitwerking volgt en dat deze daarna wordt betrokken bij het opstellen van de begroting 2018. Deze verdere uitwerking treft u aan in het verloop van dit hoofdstuk alsmede de daadwerkelijke besluitvormingsvoorstellen.

Mutaties Bestaand Beleid

Mutaties Bestaand Beleid

2. Mutaties na raadsperspectief 2018 op basis van bestaand beleid

In dit hoofdstuk treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zien of zaken waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden. 

 

Mutaties

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Sociaal domein

 

 

 

 

 

 

 - kosten huishoudelijke hulp

 

 

-376

-376

-376

-376

 - voordelen uit de jaarverantwording 2016

 

 

687

656

697

597

 - participatiewet

 

 

-181

116

124

112

 - reeel ramen op basis van 2e PJ 2017

 

 

-285

216

38

-75

 - lagere rijksvergoeding a.g.v. mogelijke herverdeling

 

 

-100

-200

-200

-200

 - stelpost vergunninghouders

 

 

150

200

200

300

Extra taken Noaberkracht

 

 

 

 

 

 

 - privacy en informatieveiligheid

 

 

-60

-60

-60

-60

 - implementatie doelgroepenbeleid

 

 

-17

-17

-17

-17

 - bedrijfsconsulenten

 

 

-6

-56

-56

-56

 - capaciteit bouwtoezicht

 

 

-20

p.m.

p.m.

p.m.

Agenda voor Twente

985

-985

-131

-131

-131

-131

Algemene uitkering - mei circulaire 2017

 

 

 

 

 

 

 - hogere algemene uitkering

 

 

1221

1421

1551

1643

 - taakmutatie Fonds Gezamenlijke Gem. Uitv.

 

 

-30

-34

-34

-35

 - taakmutatie Gezond in de stad

 

 

-20

-20

-20

-20

 - loon- en prijsbijstelling 3 D's

 

 

-411

-426

-492

-499

 - loonbijstelling / looncompensatie

 

 

-230

-230

-230

-230

 - prijsbijstelling / prijscompensatie

 

 

-125

-210

-295

-380

kapitaallasten en doorberekende overhead

 

 

74

-83

13

-38

Onroerende zaak belasting

 

 

200

200

200

200

dividend twence

 

 

 

85

85

85

aanvullend krediet vernieuwbouw Dorper Esch

 

 

 

-66

-66

-66

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal mutaties

985

-985

340

985

931

754

 

Sociaal domein

In de perspectiefnota 2018 (inclusief 1e programmajournaal) hebben we het meest actuele beeld geschetst van de uitgaven en inkomsten binnen het sociaal domein. Hierbij zijn we specifiek ingegaan op de meerkosten huishoudelijk hulp als gevolg van een uitspraak van de centrale Raad van Beroep, de ervaringscijfers uit de jaarverantwoording 2016 en de actuele ontwikkelingen binnen de participatiewet. Een laatste check wijst uit dat deze cijfers naast het jaar 2017 ook voldoende basis bieden om ze in meerjarig perspectief mee te nemen. De laatste aanpassingen en correcties voorvloeiende uit de controle op jaarverantwoording 2016 hebben per saldo slechts een marginale invloed en leveren geen wijzigingen op ten opzichte van de meerjarige cijfers uit het raadsperspectief 2018.

Wel staan we verderop in dit hoofdstuk  nog stil bij de ontwikkeling van de vergoedingen die we ontvangen van het rijk en waarin ook loon en prijscompensatie is opgenomen.

De cijfers uit het tweede programmajournaal 2017 hebben we eveneens kritisch beoordeeld op hun eventuele meerjarige karakter. Daaruit komt de volgende stand van zaken naar voren:

De uitgaven voor het sociaal domein ramen wij voor 2018 voor het bestaand beleid op een bedrag van € 15.575.000,--.

Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

 

Sociaal domein

 begroting 2018

bestaand beleid

 

Wmo

 €    4.396.000,00

jeugd

 €    3.516.000,00

participatie

 €    4.030.000,00

sociale basisondersteuning

 €    3.633.000,00

stimuleringsfonds sociaal domein

 €                         -  

totaal sociaal domein bestaand beleid

 € 15.575.000,00

 

Per onderdeel treft u onderstaand een toelichting op de bedragen aan. Daarbij geven wij u ook aan op welke wijze de bedragen tot stand zijn gekomen .

 

Inkomsten algemeen

De kosten van het sociaal domein worden op verschillende manieren vergoedt door het rijk.

Via de algemene uitkering uit het gemeentefonds via compensatie plaats voor een aantal kosten. Deels is de vergoeding van het rijk specifiek te herleiden (bijvoorbeeld de vergoeding voor de buurtsportcoach of de vergoeding voor de zogenaamde oude WMO taken) en deels is de vergoeding niet specifiek te herleiden.  Dit betreft bijvoorbeeld de kosten van de verschillende subsidies en onderwijstaken zoals leerlingenvervoer.

Naast de algemene uitkering kennen we een aantal specifieke doeluitkeringen zoals bijvoorbeeld de  vergoeding voor de kosten van uitkeringen via de BUIG en de vergoeding voor onderwijsachterstandsbeleid.

Voor de taken die de gemeente met ingang van 2015 er bij heeft gekregen gelden vooralsnog specifieke uitkeringen; dit betreft de zogenaamde drie D uitkeringen. De hoogte van deze uitkeringen worden jaarlijks bekend gemaakt via de zogenaamde meicirculaire. Vervolgens worden de uitkeringen bijgesteld middels de september en december circulaire.

Voorde begroting 2017, jaarschijf 2018 hebben wij de rijksvergoedingen voor de drie D sociaal domein berekend op basis van december 2016 circulaire.  Uit de meicirculaire 2017 blijkt dat de uitkeringen voor de WMO en de jeugd behoorlijk zijn gestegen. Omdat er binnen het sociaal domein nog een aantal onzekerheden zijn, zoals de financiele effecten van het nieuwe inkoopmodel Wmo en jeugd , maar ook de effecten voor de gemeente van cao ontwikkelingen, stellen wij voor om de extra bedragen voor Wmo en jeugd hiervoor te reserveren. In onderstaand tabel de bedragen.

 

rijksvergoeding 3d sociaal domein meicirculaire 2017

bedrag

verschil tov bedragen opgenomen in begroting 2017; jaarschijf 2018

bestemming

Wmo

 €    3.104.000,00

 €      271.000,00

 reserveren

jeugd

 €    4.608.000,00

 €      224.000,00

 reserveren

participatiewet

 €    2.485.000,00

 €    -149.000,00

 tlv saldo

totaal

 € 10.197.000,00

 €      346.000,00

 

 

WMO voorzieningen

Voor de Wmo voorzieningen ramen wij voor 2018 een bedrag van € 4.396.000,--.

In onderstaand tabel de onderverdeling van het totale budget.

 

WMO

 begroting 2018

Busdiensten

 €            2.000,00

Hulp bij Huishouden

 €    1.960.000,00

Rolstoelvoorzieningen

 €       140.000,00

vervoersvoorzieningen Wmo

 €       418.000,00

Woonvoorzieningen

 €       138.000,00

nieuwe Wmo voorzieningen

 €    2.098.000,00

eigen bijdrage Wmo

 €      -400.000,00

Wmo algemeen

 €          40.000,00

totaal Wmo

 €    4.396.000,00

 

Busdiensten.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe maatwerkvoorziening vervoer per 1 juli 2017  is de regiotaxi als openbaar vervoersvoorziening vervallen per genoemde datum. Hiervoor worden er dus geen kosten meer kosten gemaakt in 2018. Voor 2018 worden dus geen kosten geraamd.

Dit geeft ten opzichte van 2017 een voordeel van € 31.000,--. Wel ramen wij voor 2018 evenals voorgaande jaren een bedrag van afgerond € 2.000,-- voor  een attentie voor de vrijwilligers van de buurtbus.

 

Huishoudelijke hulp

Voor hulp bij het huishouden ramen wij voor het jaar 2018 een budget van € 1.960.000,--.

Medio 2017 hebben wij ons beleid aangepast naar aanleiding van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 mei 2016 waarin is aangegeven dat de gemeente verplicht is om maatwerk te leveren. Als gevolg hiervan hebben wij besloten tot een basispakket en in aanvulling op het basispakket een vijftal  modules. De structurele extra kosten van de aanpassing, geraamd op € 376.000,--, hebben wij aan de orde gesteld bij het raadsperspectief 2018.

 

Ter nadere toelichting:

  • op basis van 650 cliënten hebben wij een bedrag van € 1.575.000,-- geraamd voor de kosten van het basispakket en een bedrag van € 385.000,-- voor de kosten van de vijf modules;
  • het totaal budget van € 1.960.000,-- kan voorts onderverdeeld worden in de kosten van zorg in natura ( € 1.827.000,--) en de kosten van PGB (€ 133.000,--);
  • in het budget is geen bedrag meer opgenomen voor de Huishoudelijke hulp Toelage (HHT) omdat de HHT in 2017 voor het laatst aan de orde was;
  • in het budget is nog geen rekening gehouden met de CAO ontwikkelingen ingaande medio 2018.

 

Rolstoelvoorzieningen

De uitgaven voor rolstoelvoorzieningen ramen wij voor 2018 op € 150.000,--. Aan inkomsten uit onder meer verkoop uit depot (teruggekomen rolstoelen), ramen wij een bedrag van € 10.000,--. Per saldo dus een tekort van € 140.000,--. Dit bedrag is gelijk aan de raming in voorgaande jaren, met dien verstande dat wij in 2017 een eenmalig bedrag hebben afgeraamd van € 25.000,--. Mede gelet op de werkelijke uitgaven in de jaren ervoor, gaan wij er vooralsnog  vanuit dat deze aframing eenmalig  was.

 

Vervoersvoorzieningen WMO

Voor de vervoersvoorzieningen WMO ramen wij in totaal een bedrag van € 418.000,--.

Dit bedrag kan als volgt worden gespecificeerd:

  • een netto bedrag van € 183.000,-- voor de kosten van aangepaste vervoersmiddelen;
  • een bedrag van € 230.000,-- voor maatwerkvoorzieningen vervoer;
  • een bedrag van € 5.000,-- voor kapitaallasten

 

Aangepaste vervoersmiddelen.

Betreft uitgaven voor scootmobielen, aanpassingen auto’s, aangepaste fietsen e.d.

De uitgaven ramen wij op € 215.000,--. Aan inkomsten uit onder meer verkoop uit depot

(teruggekomen scootmobielen e.d.), ramen wij een bedrag van € 32.000,--.Per saldo dus een tekort van € 183.000,--. Dit bedrag is gelijk aan de raming in voorgaande jaren, met dien verstande dat wij in 2017 een eenmalig bedrag hebben afgeraamd van € 33.000,--. Mede gelet op de werkelijke uitgaven in de jaren ervoor, gaan wij er vooralsnog  vanuit dat deze aframing eenmalig was.

 

WMO maatwerkvoorziening vervoer.

Dit betreft de opvolger van de regiotaxi Wmo. Als voorziening is de maatwerkvoorziening vervoer Wmo goedkoper dan de regiotaxi. Voor 2018 verwachten wij dat de kosten dalen van € 350.000,-- naar € 230.000,-- ; een voordeel dus van € 120.000,--. Voor de kosten van regiotaxi Wmo ontvingen wij een subsidie van de provincie van € 42.000,--. Deze subsidie is voor 2018 niet meer aan de orde. Per saldo is het voordeel dus € 78.000,-- (€ 120.000,-- minus € 42.000,--)

 

Woonvoorzieningen

De uitgaven voor woonvoorzieningen ramen wij voor 2018 op € 143.000,--. Aan inkomsten uit onder meer verkoop uit depot (teruggekomen trapliften e.d. ramen wij een bedrag van € 5.000,--. Per saldo dus een tekort van € 138.000,--. Dit bedrag is gelijk aan de raming in voorgaande jaren.

 

Voor advieskosten was in voorgaande jaren een bedrag geraamd van € 4.000,--. Aangezien al een aantal jaren geen of nauwelijks aanspraak gemaakt wordt op dit budget, kan dit budget met ingang van 2018 vervallen.

Per saldo is er dus op dit product een voordeel van € 4.000,--

 

Nieuwe WMO voorzieningen (op basis van wetgeving van 2015)

De nieuwe WMO voorzieningen bestaan met name uit ondersteuning maatschappelijk leven (dagbesteding) en ondersteuning zelfstandig leven (individuele begeleiding), vervoer, kortdurend verblijf, voorziening i.v.m. zintuigelijke beperkingen, persoonlijke verzorging 18 plus,   begeleid wonen en opvang en inloopfunctie GGZ , cliëntondersteuning en compensatie bovenmatige ziektekosten. De individuele voorzieningen worden veelal geleverd door zorg in natura of door het beschikbaar stellen van een persoonsgebonden budget ( PGB). Het beschikbaar stellen van de PGB verloopt via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Voor de kosten van de nieuwe Wmo voorzieningen ramen wij voor 2018 een bedrag van € 2.098.000,-

 

Ter toelichting op dit bedrag:

  • het bedrag is gebaseerd op de werkelijke kosten over het jaar 2016 van € 2.048.000,-- en  een stijging van € 25.000,-- per jaar in verband met demografische ontwikkelingen; waarmee het budget uitkomt op € 2.048.000,-- + € 25.000,-- (2017) + € 25.000,-- (2018) = € 2.098.000,-
  • het bedrag begrote budget van € 2.098.000,-- heeft voor een bedrag van 1.862.000,--betrekking op kosten  voor zorg in natura  en voor een bedrag van € 236.000,-- op kosten van PGB
  • met ingang van 2018 is het budget voor de kosten van compensatie bovenmatige ziektekosten ( € 290.000,--) overgeheveld naar het budget voor minimabeleid en het budget voor cliënt ondersteuning ( € 154.000,--) en mantelzorgcomplimenten ( € 50.000,--)  overgeheveld naar het budget voor vrij toegankelijke voorzieningen. Deze bedragen maken dus geen onderdeel uit van het totale budget voor de nieuwe Wmo voorzieningen van

    € 2.098.000,--

 

Eigen bijdrage WMO voorzieningen

Voor de Wmo voorzieningen geldt een eigen bijdrage regeling. De eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, het type voorziening en de vraag of er van meerdere voorzieningen gebruik van wordt gemaakt. De eigen bijdrage wordt geïnd door het CAK en is qua hoogte wettelijk gemaximaliseerd. De eigen bijdrage regeling is met ingang van 2017 gewijzigd ten gunste van de cliënt. Mede op basis van de tussentijdse cijfers over 2017 verlagen wij de geraamde opbrengst van

€ 500.000,-- naar € 400.000,--.

 

WMO algemeen

Hiervoor ramen wij voor 2018 een budget van € 40.000,--. Dit bedrag is nodig voor:

  • vergoeding WMO lab Dinkelland  € 10.000,--
  • diverse abonnementen en onderzoeken € 16.000,--
  • de kosten van cliënttevredenheidsonderzoek € 8.000,--
  • de structurele kosten van de sociale kaart van € 6.000,--

 

Voor de uitvoering van taken op gebied van jeugdbeleid ramen wij voor 2018 een totaal bedrag van

€ 3.516.000,--.

 

De onderverdeling van dit bedrag is als volgt:

Jeugd

 begroting 2018

RMC

 €                         -  

Wet kinderopvang

 €            6.000,00

Wet OKE/VVE

 €          54.000,00

Jeugdgezondheidszorg uniform

 €            2.000,00

Jeugd nieuw

 €    3.454.000,00

totaal jeugd

 €    3.516.000,00

 

Regionale meld- en coördinatiefunctie (RMC)

De werkzaamheden voor RMC/leerplicht zijn uitbesteed aan de gemeente Oldenzaal.

In voorgaande jaren werd op deze post de kosten van Oldenzaal geboekt en de rijksvergoeding voor de RMC middelen die via centrum gemeente Enschede ontvangen werden. Per saldo verliep een en ander budgettair neutraal.

Omdat Oldenzaal nu rechtstreeks verrekend met Enschede, worden er in 2018 geen uitgaven en inkomsten meer geboekt op deze post.

 

Wet Kinderopvang.

Per saldo is het tekort op deze post voor 2018 een bedrag van € 6.000,--.

Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

  • een bedrag van € 30.000,-- voor de kosten van inspectie van de kinderopvang/ buitenschoolse opvang/ gastouderverblijven door de GGD;
  • een voordeel van € 24.000,-- op de exploitatie van een gemeentelijk gebouw dat verhuurd wordt aan kinderopvang;

 

Wet OKE/VVE

Voor 2018 is een bedrag geraamd van € 54.000,--.

Uit dit bedrag wordt verantwoord:

  • de subsidie voor kinderdagverblijven voor een bedrag van € 29.000,--
  • de kosten van extra begeleiding van peuters voor een bedrag van € 51.000,--
  • de rijksvergoeding voor de kosten van het onderwijsachterstandsbeleid voor een bedrag van € 26.000,--.

 

Jeugdgezondheidszorg uniform

Betreft een budget van € 20.000,-- voor subsidies in het kader van jeugdgezondheidszorg.

 

Jeugd nieuw

Met ingang van 2015 heeft de gemeente vanuit de decentralisaties van taken uit het sociaal domein de verantwoordelijkheid gekregen voor de jeugdzorg. Hiertoe behoren onder andere de volgende voorzieningen: ondersteuning maatschappelijke deelname (dagbesteding), ondersteuning zelfstandig leven (begeleiding), AMK, kortdurend verblijf, vervoer, persoonlijke verzorging tot  18 jaar,  intramurale opvang, individuele behandeling, groepsbehandeling, ambulante jeugdhulp, pleegzorg, jeugdzorgplus, generalistische GGZ, specialistische GGZ, dyslexie, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering . De voorzieningen worden geleverd door zorg in natura of door het beschikbaar stellen van een PGB. Het beschikbaar stellen van de PGB verloopt via de sociale verzekeringsbank (SVB). Voor de voorzieningen voor de jeugdzorg geldt geen eigen bijdrage. Dit is wettelijk bepaald. Voor de kosten van jeugd nieuw ramen wij voor 2018 een totaal bedrag van € 3.454.000,--.

Ter toelichting op dit bedrag:

  • de kosten zijn gebaseerd op basis van de werkelijke uitgaven 2016; waarbij ten opzichte van het begrote bedrag 2016 een tekort was van € 254.000,--
  • de subsidie aan Veilig Thuis Twente (€ 128.000,--) en de bijdrage aan OZJT regio Twente

    (€ 179.000,--) maken onderdeel uit van het budget;

  • het budget voor cliëntondersteuning van is overgeheveld naar het budget voor vrij toegankelijke voorzieningen en maakt dus geen onderdeel meer uit van het budget voor jeugd nieuw van € 3.454.000,-- 
  • voor het overige betreft het kosten van maatwerkvoorzieningen die verstrekt worden via zorg in natura ( € 2.936.000,--) en PGB ( € 211.000,--)

 

Participatiewet

De Participatiewet bestaat uit de volgende onderdelen:

  • sociale werkvoorziening;
  • BUIG /uitkeringen WWB, IOAW en IOAZ;
  • Bijstandsbesluit Zelfstandigen(BBZ);
  • minimabeleid
  • doelgroepenbeleid;
  • uitvoeringskosten

 

Voor 2018 is voor de uitvoering van de participatiewet een budget nodig van € 4.030.000,--.

In onderstaand tabel de onderverdeling

 

Participatiewet

 begroting 2018

 sociale werkvoorziening

 €    2.729.000,00

 BUIG/uitkeringen bijstand

 €       268.000,00

 BBZ

 €          13.000,00

 Minimabeleid

 €       786.000,00

 Participatie en re-integratie

 €       139.000,00

 uitvoeringskosten participatie

 €          95.000,00

 totaal participatiewet

 €    4.030.000,00

 

Sociale werkvoorziening

De kosten van de sociale werkvoorziening ramen wij voor 2018 op afgerond € 2.729.000,--

De kosten bestaan uit:

  • het doorsluizen van de rijksvergoeding per arbeidsjaar (AJ) aan Stichting Participatie Dinkelland. Het betreft een bedrag van € 24.292,--  per AJ en een geprognotiseerd gemiddeld aantal AJ’s van 94,15; hetgeen uitkomt op een bedrag van afgerond € 2.287.000,--
  • de bijdrage in het exploitatiekort van Stichting Participatie Dinkelland voor een bedrag van € 442.000,--

 

In de meerjarenbegroting 2017, jaarschijf 2018 hebben wij rekening gehouden met een totaal bedrag van € 3.167.000,--. Ten opzichte van de geactualiseerde raming van € 2.729.000,-- zijn de kosten € 438.000,-- lager. Dit wordt in hoofdzaak veroorzaakt door een daling van het aantal fte/arbeidsjaren.

Ter toelichting op de daling van het aantal arbeidsjaren. Vanaf 1 januari 2017 is de zogenaamde werkgemeenteregeling van kracht. Dit betekent dat voor de rijksvergoeding wordt uitgegaan van werkgemeente en niet langer de woongemeente. Als gevolg hiervan vinden  er vanaf 2017 geen verrekeningen meer plaats hebben sociale werkvoorzieningen uit andere gemeenten voor personeel dat woonachtig is in de gemeente Dinkelland.

 

BUIG / Uitkeringen WWB, IOAW en IOAZ.

Voor 2018 gaan wij uit van een gemiddeld aantal bijstandscliënten van 225. De gemiddelde  uitkeringslast per cliënt ramen wij op € 14.570,--. Op basis hiervan ramen wij de uitkeringsuitgaven voor 2018 op afgerond € 3.278.000--. Naast de kosten van de uitkeringen ramen wij een bedrag van afgerond € 42.000,-- voor loonkostensubsidie.  De totale kosten komen daarmee op € 3.320.000,--

De kosten van de uitkeringen van de WWB, de IOAZ, de IOAW , de kosten van levensonderhoud voor startende ondernemers en de loonkostensubsidie worden (deels) via het rijk vergoed via de zogenaamde BUIG uitkering. Deze uitkering die voor Dinkelland  voor ongeveer de helft bestaat uit objectieve verdeelmaatstaven en voor de helft uit historische maatstaven ( aantal daadwerkelijke uitkeringen uit het jaar x -2) ramen wij op een bedrag van € 3.052.000,--

Per saldo leidt dit tot een tekort op de BUIG van € 268.000,--. Bij het raadsperspectief 2018 zijn wij nog uitgegaan van een bedrag van € 284.000,--.  Het verschil van € 16.000,-- heeft te maken met het vervallen van het salaris van  een persoon die onder de regeling  Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW) viel, maar nu met pensioen is. De totale salarislasten bedragen op jaarbasis € 32.000,--. Op basis van de mate van arbeidsongeschiktheid werd ongeveer de helft , in casu  een bedrag van afgerond € 16.000,-- ten laste van het BUIG budget gebracht. Het resterende deel werd ten laste van het budget voor participatie en re-integratie gebracht

 

Bijstandsbesluit Zelfstandigen(BBZ)

Zelfstandigen die (tijdelijk) in financiële problemen komen, kunnen een beroep doen op de BBZ.

Afhankelijk van de situatie wordt een lening verstrekt en/of een uitkering.

De lening moet in principe terugbetaald worden. De kosten van uitkeringen worden voor 75% vergoed door het rijk. Evenals voorgaande jaren gaan wij per saldo uit van een tekort van € 13.000,-- op de BBZ.

 

Minimabeleid.

Voor de kosten van minimabeleid trekken wij voor 2018 een bedrag uit van € 786.000,--.

Dit bedrag, dat gelijk is aan het begrote bedrag voor 2017, is als volgt opgebouwd:

  • een bedrag van € 263.000,-- voor bijzondere bijstand,  individuele inkomenstoeslag, hulpfonds, bijdragen tbv kinderopvang en studiefinanciering)
  • een bedrag van € 100.000,-- voor de kosten van de Stadsbank;
  • een budget van € 290.000,-- voor de kosten van compensatie bovenmatige ziektekosten
  • een budget van € 28.000,-- voor kind pakketten;
  • een bedrag van € 40.000,-- voor coördinator armoedebestrijding
  • een budget van € 65.000,-- voor extra bestrijding van armoede onder kinderen; een en ander op basis van de rijksvergoeding zoals die met de december 2016 circulaire  beschikbaar is gesteld en bijgesteld is in meicirculaire 2017.

 

Participatie en re-integratie

Onder deze post hebben wij voor 2018 een bedrag opgenomen van € 139.000,--. Dit bedrag is bestemd voor salariskosten en/of loonkostensubsidie voor mensen die voorheen onder de regeling Wet sociale werkvoorziening  of de Wajong zouden vallen, maar met de inwerking treding van de Participatiewet via de gemeente een plek moeten vinden op de arbeidsmarkt.

 Ten opzichte van het jaar 2017 is het bedrag met € 16.000,-- verlaagd. Dit betreft het aandeel in de salariskosten van de WIW-er die nu met pensioen is. Zie ook de toelichting bij het kopje BUIG.

 

Uitvoeringskosten Participatie

Voor de uitvoeringskosten van de participatiewet ramen wij voor 2018 een budget van € 95.000,--

Dit budget is als volgt onderverdeeld:

  • een bedrag van € 15.000,-- voor de kosten van sociale recherche;
  • een bedrag  van € 56.000,-- voor de kosten van ROZ Hengelo. ROZ Hengelo verzorgt de  adviezen voor de uitvoering van de BBZ;
  • een bedrag van € 2.000,-- voor advieskosten;
  • een bedrag van € 22.000,-- voor abonnementen en lidmaatschap belangenorganisaties

    waaronder Divosa.

 

Het totaal budget voor 2018 van € 95.000,-- is gelijk aan het budget voor 2017.

 

Sociale basisondersteuning

Onder sociale basisondersteuning verstaan wij  voorzieningen op het gebied van onderwijs, kunst en cultuur, sport, welzijn, gezondheid, multifunctionele accommodaties en kernraden

In totaal ramen wij voor 2018 een bedrag van € 3.633.000,--. In onderstaand tabel een specificatie van dit bedrag.

 

Sociale basisondersteuning

begroting 2018

onderwijs

 €  1.124.000,00

kunst en cultuur

 €     565.000,00

sport

 €     126.000,00

welzijn

 €     135.000,00

volksgezondheid

 €     825.000,00

exploitatie gebouw peuterspeelzaal

 €      -18.000,00

heroriëntatie vrij toegankelijke voorzieningen

 €     876.000,00

Totaal sociale basisondersteuning

 €  3.633.000,00

 

Onderwijs

Voor de onderwijstaken (lokale onderwijstaken, huisvesting en inrichting en leerlingenvervoer) ramen wij voor 2018 een totaal bedrag van € 1.124.000,--. Dit bedrag kan als volgt worden gespecificeerd:

  • een bedrag van € 5.000,-- voor lokaal onderwijsbeleid;
  • een bedrag van € 15.000,-- voor vervoerskosten van de school in Groot Agelo naar Ootmarsum
  • een bedrag van € 3.000,-- voor diverse kosten
  • een bedrag van € 658.000,-- voor huisvestingskosten
  • voor leerlingenvervoer gaan wij, evenals voor de bijgestelde begroting 2017, uit van een netto bedrag van € 443.000,--. Aan vervoerskosten ramen wij een bedrag van € 451.000,--. Aan bijdragen van ouders in de kosten van leerlingenvervoer wordt een bedrag geraamd van € 8.000,--

 

Kunst en Cultuur

Voor kunst en cultuur hebben wij een budget uitgetrokken voor 2018 van € 565.000,--.

Hiervan heeft € 402.000,-- betrekking op de bibliotheek, € 107.000,-- betrekking op muziekonderwijs en € 56.000,-- betrekking op diverse subsidies aan bijvoorbeeld koren, muziekverenigingen e.d.

 

Sport

Voor uitgaven voor sport ramen wij een bedrag van € 126.000,--.

Dit bedrag bestaat uit:

  • een bedrag van € 122.000,-- voor subsidies voor de buursportcoach; gerelateerd aan de rijksvergoeding de ontvangen wordt via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds
  • een bedrag van € 1.500,-- voor lidmaatschap VSG;
  • een bedrag van € 2.500,-- voor diverse uitgaven

 

Welzijn

Voor diverse (waarderings-) subsidies aan welzijnsinstellingen , kernraden, jeugd en jongerenverenigingen e.d. en de WA verzekering voor de vrijwilligers ramen wij voor 2018  een bedrag van € 135.000,--. Dit bedrag is gelijk aan het begrote bedrag 2017.

 

Volksgezondheid

In de begroting 2018 hebben wij voor de volksgezondheid een bedrag opgenomen van € 825.000,--.

Het betreft uitgaven voor:

  • regio Twente GGD : € 799.000,--;
  • afkoopsom ambulance Oost  € 6.000,-- (het jaar 2018 is het laatste jaar van de afkoopsom);
  • uitgaven vanuit het project gezond in de stad: € 20.000,-- ( gerelateerd aan de rijksvergoeding zoals aangegeven in de meicirculaire 2017).

 

Exploitatie gebouw peuterspeelzaal in Ootmarsum

Het betreffende gebouw wordt verhuurd aan Stichting Katholiek Onderwijs Noord Oost Twente.

De huurinkomsten bedragen € 22.000,--. Na aftrek van de kapitaallasten van € 4.000,-- resteert een voordelig saldo van € 18.000,--

 

Heroriëntatie vrij toegankelijke Voorzieningen

Voor vrij toegankelijke voorzieningen ramen wij voor 2018 een budget van € 876.000,--.

Het  budget wordt ingezet voor onder meer mantelzorg, gezonde leefstijl, vrijwillige inzet en burgerkracht en meedoen aan de samenleving door  kwetsbare mensen.

De vrije toegankelijke voorzieningen hebben als doel om de zelfredzaamheid van de inwoners te bevorderen en de samenwerking tussen inwoners en professionele organisaties te verbeteren.

 

Stimuleringsfonds Sociaal domein

Voor het stimuleringsfonds sociaal domein is in drie stappen  een totaal budget beschikbaar gesteld van € 450.000,--. Tot en met september 2017 is hiervan uitgegeven een bedrag van € 109.000,--. Voor zover het budget op 31 december 2017 nog niet is besteed, wordt het restant budget overgeheveld naar 2018.

 

Rijksvergoedingen sociaal domein

 

Algemeen

De kosten van het sociaal domein worden op verschillende manieren vergoedt door het rijk.

Via de algemene uitkering uit het gemeentefonds via compensatie plaats voor een aantal kosten. Deels is de vergoeding van het rijk specifiek te herleiden (bijvoorbeeld de vergoeding voor de buurtsportcoach of de vergoeding voor de zogenaamde oude WMO taken) en deels is de vergoeding niet specifiek te herleiden.  Dit betreft bijvoorbeeld de kosten van de verschillende subsidies en onderwijstaken zoals leerlingenvervoer.

Naast de algemene uitkering kennen we een aantal specifieke doeluitkeringen zoals bijvoorbeeld de  vergoeding voor de kosten van uitkeringen via de BUIG en de vergoeding voor onderwijsachterstandsbeleid.

 Voor de taken die de gemeente met ingang van 2015 er bij heeft gekregen gelden vooralsnog specifieke uitkeringen; dit betreft de zogenaamde drie D uitkeringen. Onderstaand worden deze vergoedingen specifiek toegelicht.

 

Rijksvergoeding nieuwe WMO taken

Deze vergoeding, die is gebaseerd op objectieve verdeelmaatstaven, is middels de meicirculaire 2017 voor de komende jaren vastgesteld op onderstaande  bedragen. Daarbij hebben wij voorts aangegeven met welke bedragen wij in de meerjarenbegroting 2017, voor de jaarschijven 2018 en verder  rekening hebben gehouden.

 

WMO 2015

 

 

 

 

Dinkelland

jaar 2018

jaar 2019

jaar 2020

jaar 2021

meicirculaire 2017 WMO 2015; rijksvergoeding

3.104.229

3.069.123

3.082.693

3.077.671

gemeentebegroting 2017 , Wmo 2015, rijksvergoeding

2.832.326

2.798.512

2.791.685

2.786.847

verschil

271.903

270.611

291.008

290.824

 

Rijksvergoeding nieuwe taken jeugd.

Ook de rijksvergoeding voor de nieuwe taken op gebied van jeugdzorg is vastgesteld op basis van objectieve verdeelmaatstaven.

Een vergelijking van de bedragen op basis van de meicirculaire 2017 en de bedragen die wij in de meerjarenbegroting 2017 en verder opgenomen hebben levert het volgende beeld op:

 

JEUGD

 

 

 

 

Dinkelland

 

 

 

 

 

jaar 2018

jaar 2019

jaar 2020

jaar 2021

meicirculaire 2017 jeugd, rijksvergoeding

4.607.731

4.619.622

4.678.478

4.699.780

gemeentebegroting 2017 , jeugd rijksvergoeding

4.383.424

4.395.315

4.427.425

4.448.257

verschil

224.307

224.307

251.053

251.523

 

Gelijk aan het voorstel met betrekking tot de extra bedragen voor de WMO vergoeding stellen wij ook

Hier voor om de extra bedragen als stelpost te parkeren. Ook voor het onderdeel jeugd wordt namelijk gewerkt aan het nieuwe inkoopmodel en spelen ook de cao ontwikkelingen een rol.

 

Rijksvergoeding Participatiewet.

De rijksvergoeding voor de participatiewet is bestemd voor de dekking van de kosten van de sociale werkvoorziening, en de kosten van participatie en re-integratie van oude en nieuwe doelgroepen.  Ongeveer 95% van het budget heeft betrekking op de vergoeding voor de sociale werkvoorziening. Deze vergoeding is gebaseerd op een bedrag per arbeidsjaar en het aantal arbeidsjaren , waarbij het aantal arbeidsjaren gerelateerd is aan het aantal fte.

De vergoeding voor de sociale werkvoorziening loopt af doordat enerzijds er geen instroom meer is van personeel en alleen maar uitstroom (het rijk gaat uit van een gemiddeld uitstroom van 6% per jaar) en daarnaast een daling van de rijksvergoeding per arbeidsjaar van € 24.292,-- voor 2018, € 23.838,-- voor 2019 en  €23.315,-- voor 2020. In 2021 stijgt de bijdrage weer naar € 23.716,--

 Anders dan bij de 3 D uitkering voor WMO en Jeugd, ramen wij voor de participatiewet wel de reële inkomsten op basis van de meicirculaire. Een vergelijking van de bedragen op basis van de meicirculaire 2017 en de bedragen die wij in de meerjarenbegroting 2017 en verder opgenomen hebben levert het volgende beeld op:

 

Dinkelland

jaar 2018

jaar 2019

jaar 2020

jaar 2021

meicirculaire 2017 participatie; rijksvergoeding

2.484.898

2.276.629

2.107.725

2.030.090

gemeentebegroting 2017 , participatie, rijksvergoeding

2.633.520

2.409.697

2.221.232

2.138.981

verschil

-148.622

-133.068

-113.507

-108.891

 

Het nadeel wordt verwerkt in de gemeentebegroting 2018. Opgemerkt wordt dat het nadeel (grotendeels) gecompenseerd wordt door een daling van de kosten van de sociale werkvoorziening.

 

Lagere rijksvergoeding als gevolg van mogelijke herverdeling

In de mei circulaire 2017 heeft het rijk aangegeven dat de voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. Volgens het rijk kan de overheveling op zijn vroegst in 2019 plaatsvinden. De VNG heeft hierom verzocht omdat zij eerst goede meerjarige afspraken wil maken. Het rijk heeft hierop aangegeven dit over te willen laten aan het nieuwe kabinet.

Hoewel wij het niet helemaal kunnen inschatten bestaat bij ons wel het gevoel dat deze discussie ook wel eens een opmaat zou kunnen zijn naar een herverdeling. Voorzichtigheidshalve houden wij rekening met een mogelijke toekomstige neerwaartse bijstelling van de rijksvergoeding(en) 3 D’s  

 

Stelpost vluchtelingen

Vanaf 2015 hebben we te maken gehad met een toename van het aantal vergunninghouders. Ze zijn er in 2016 47 over het eerste halfjaar 2017 45 vergunninghouders (inclusief na reizigers) gehuisvest in de gemeente Dinkelland. Vanaf het moment van de toename van de instroom heeft de gemeente Dinkelland zich op het standpunt gesteld om vergunninghouders zo snel en ze goed mogelijk te laten integreren in onze gemeente. Dus niet alleen bieden van (tijdelijk) onderdak maar daadwerkelijk werk maken van de integratie: vergunninghouders zo snel mogelijk zelfstandig en volwaardig en gezond laten meedoen, werken of naar school gaan en in de maatschappij hun bijdrage leveren aan de samenleving.

 

De toestroom van vergunninghouders in de afgelopen jaren heeft geleid tot meer druk op een aantal gemeentelijke voorzieningen.  Het heeft onder andere geleid tot een toename van:

  • het aantal bijstandsuitkeringen;
  • het beroep op de bijzondere bijstand
  • het gebruik van de voorzieningen Jeugdhulp en WMO;
  • gebruik van speciaal onderwijs en gebruik van leerlingenvervoer;
  • multiproblematiek bij gezinnen met oorlogstrauma’s;

 

In 2018 werken we vanuit een gezamenlijke benadering, samen met onze partners aan een integrale aanpak met als doel de vergunninghouders zo snel mogelijk in staat te stellen een volwaardig lid  van de Nederlandse samenleving te zijn, die zelfredzaam is.

Deze gezamenlijke benadering hebben we eind 2017 met elkaar afgesproken. Daarbij gaan we uit van een maatschappelijk kader waarin een groot aantal effecten benoemd zijn en geadresseerd zijn. Met andere woorden, wij hebben met onze partners afspraken gemaakt over wie bijdraagt aan het te bereiken effect.  In de eerste plaats heeft de gemeente de taak om te zorgen dat de mensen hier kunnen wonen en in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Ook willen we hen de weg helpen wijzen in de Nederlandse samenleving. Wanneer men ook werk kan vinden, de kinderen naar regulier onderwijs kunnen en men zelfstandig een sociaal netwerk kan opbouwen wordt de zelfredzaamheid van de vergunninghouders versterkt. De inspanningen in 2018 zijn er op gericht om dit met elkaar te bereiken. Waar nodig bieden we daarbij de juiste ondersteuning.

Daarbij is ook veel aandacht voor de betrokkenheid van de samenleving en bieden ook daar de ondersteuning om dit te bevorderen.

Omdat deze toestroom heeft geleid tot gebruik van extra voorzieningen zoals extra gebruik basisonderwijs, kosten voor integratie, extra kosten voor participatie, bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand,  zorg en  speciaal onderwijs wordt ook in 2018 een stelpost geraamd om dit op te vangen binnen de begroting.

Nu de verschillende uitgaven zijn verwerkt in de reguliere budgetten en ook de compensatie van het rijk is verwerkt kan de geraamde stelpost van € 300.000 vanaf het jaar 2018 gefaseerd naar beneden worden bijgesteld. Deze gefaseerde neerwaartse bijstelling heeft te maken met de extra inzet die we willen plegen om de nieuwe inwoners zo snel en zo goed mogelijk te laten integreren in onze gemeente.

Dit betekent dat we de komende jaren de volgende bedragen beschikbaar hebben voor deze extra inzet:

2018     € 150.000

2019     € 100.000

2020     € 100.000

 

Extra taken Noaberkracht

In het raadsperspectief 2018 (inclusief 1e programmajournaal) hebben we melding gemaakt van de volgende twee extra taken die wij graag uitgevoerd zouden zien door Noaberkracht:

  • Implementatie beleid garantiebanen
  • Privacy en informatieveiligheid

 

Na positieve besluitvorming hierover door het bestuur van Noaberkracht is het conform de geldende afspraken over nieuwe taken noodzakelijk de bijdragen van de beide deelnemende gemeenten aan Noaberkracht te verhogen met de kosten van deze nieuwe taken.    

Daarnaast is op 19 september 2017 door het bestuur van Noaberkracht ingestemd met het structureel borgen van de capaciteit van de bedrijfsconsulenten.

In het programma Economische Kracht en Werk hebben we de volgende ambitie opgenomen: “ Verbeteren van de dienstverlening aan bedrijven en het stimuleren en initiëren van (nieuwe) verbindingen en  netwerken”. Om invulling te geven aan deze ambitie hebben heeft de gemeenteraad in de begroting 2016 voor een periode van drie jaar (2016,2017 en 2018) middelen beschikbaar gesteld voor het aanstellen van een bedrijfsconsulent. De rol van bedrijfsconsulent is inmiddels niet meer weg te denken uit onze aanpak om de dienstverlening ten aanzien van ondernemers en het verbeteren van het ondernemersklimaat te verbeteren. Wij stellen voor de rol van bedrijfsconsulent structureel in te vullen en ook te voorzien van structurele dekking. Geredeneerd vanuit Noaberkracht met als basis de ervaringscijfers over het jaar 2016 en de eerste maanden 2017 betekent dit een noodzakelijke formatie-uitbreiding van 48 uur. De hiermee gepaard gaande kosten ten bedrage van € 100.000 worden verdeeld over de beide deelnemenede gemeenten wat voor de gemeente Dinkelland neerkomt op een structureel bedrag van € 56.500. Hiertegenover staat voor het jaar 2018 een incidentele vrijval van de eerder beschikbaar gestelde tijdelijke middelen van € 50.700. 

 

Capaciteit bouwtoezicht

Door het aantrekken van de economie is in 2016 het aantal aanvragen om een omgevingsvergunning, activiteit bouwen, fors gestegen. De verwachting is dat in 2017 deze toename gelijk blijft dan wel zal stijgen. Deze toename heeft tot gevolg dat in 2017 en mogelijk de jaren daarna meer controles moeten worden uitgevoerd. Deze controles kunnen met de huidige capaciteit niet worden uitgevoerd op gewenste kwaliteitsniveau. Per 1 januari 2018 gaat de Omgevingsdienst Twente starten. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe de invulling van deze organisatie exact zal zijn. De omvang en aard van de werkzaamheden die bij de Omgevingsdienst moeten worden ondergebracht is nog niet geheel duidelijk. Daarom  heeft het voorkeur om tijdelijk capaciteit in te huren. Hierdoor kunnen we indien nodig anticiperen op basis van de definitieve vorm (omvang) van de Omgevingsdienst Twente.

 

Agenda voor Twente

Op 4 juli 2017 heeft uw raad ingestemd met het nieuwe regionaal investeringsprogramma agenda voor Twente. De meerjarige financiële gevolgen hadden we vooruitlopend op deze definitieve besluitvorming reeds in beeld gebracht bij het raadsperspectief 2018. Het daadwerkelijk doorvoeren van de meerjarige financiële gevolgen doen we nu bij de begroting 2018.

 

Algemene uitkering – uitkomsten mei-circulaire 2017

Eind mei / begin juni 2017 hebben we de “beleidsarme” meicirculaire 2017 ontvangen. Wij hebben u hier via raadsbrief 2017, nr. 25 over geïnformeerd. Ten tijde van het uitbrengen van de meicirculaire 2017 was er namelijk nog geen nieuw kabinet. Ruimtevragende plannen als klimaat en defensie worden op zijn vroegst verwerkt in de Miljoenennota die in september 2017 uitgekomen is. Wat dan nu  over blijft zijn mutaties als gevolg van loon- en prijsstijgingen, zowel in de algemene uitkering als het sociaal domein, en wijzigingen aangebracht in enkele bestaande decentralisatie-uitkeringen.

1. Taakmutatie VNG-betalingen

Omdat vanaf 2018 geen sprake meer is van rechtstreekse betalingen aan de VNG, worden bestaande reserveringen ingang van dat jaar ongedaan gemaakt. Conform de meicirculaire 2016 is voor dat doel al € 25 miljoen vrij gevallen, ofwel 2 punten UF.  Daar komt in de circulaire nog € 1,15 per inwoner (incl. UF) bij. Deze bedragen kunnen worden aangewend  ter dekking van het Fonds Gemeentelijke Uitvoering dat de VNG in het leven gaat roepen. Een zogenaamd budgettair neutrale operatie.Wijzigingen in

2.  Decentralisatie uitkeringen

In deze meicirculaire 2017 vindt er voor de gemeente Dinkelland  inzake de Decentralisatie uitkering Armoedebestrijding kinderen vanaf 2018 structureel een correctie plaats op het beschikbaar gestelde budget in 2017.

 

Het budgettair verschil tussen deze meicirculaire 2017  en de voorgaande decembercirculaire 2016 is als volgt:

 

Bedragen x € 1.000

gemeente Dinkelland

2018

2019

2020

2021

1.Verschil meicirculaire 2017 en decembercirculaire 2016 veroorzaakt door mutaties in accres en hoeveelheidsverschillen

+1.221

+1.421

+1.551

+1.643

2. Taakmutatie: Beëindigen betalingen derden -> start Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (VNG)

-30

-34

-34

-35

3.Decentralisatie uitkering -> Gezond in de stad

-20

-20

-20

-20

3. Decentralisatie uitkering -> Armoedebestrijding kinderen

2

2

2

2

Budgettair effect ten gunste van de algemene middelen

+1.173

+1.369

+1.499

+1.590

 

 3. Sociaal Domein

De voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. De overheveling kan op zijn vroegst in 2019 plaatsvinden.

De macrobudgetten zijn ten opzichte van de septembercirculaire 2016 gewijzigd. De belangrijkste mutaties zijn:

  • De loon- en prijsbijstelling 2017 bedraagt € 190 miljoen (WMO € 70 miljoen, Jeugd € 70 miljoen, participatie € 50 miljoen. Daarnaast nog € 25 miljoen voor WMO 2007 (met name huishoudelijke hulp). Alle bedragen werken structureel door.
  • Uitkering groeiruimte (volumeontwikkeling) 2018. Voor WMO 2015 ad € 44 miljoen en voor WMO 2007 € 16 miljoen met ingang van 2018.
  • Correctie uitname herinstromers Wlz  € 30 miljoen met ingang van 2017.
  • Extramuralisering 2018 € 35 miljoen met ingang van 2018.
  • Kinderen met somatische aandoeningen, een uitname van € 13 miljoen met ingang van 2018.

 

Hoewel besloten is om de kaasstolp binnen het Sociaal Domein los te laten, waardoor de middelen dus vrij besteedbare middelen zijn, is hierboven te lezen dat de mutaties in deze meicirculaire 2017 voornamelijk te wijten zijn aan loon- en prijsbijstellingen binnen het Sociaal Domein. Wij achten het raadzaam om naast de verhoging van de inkomstenramingen ook aan de lastenzijde meer te ramen voor lonen en prijzen. Het financiële beeld zou er dan als volgt uit komen te zien:

 

Cijfers op hoofdlijnen inclusief verwerking mutaties in Sociaal Domein

 

Bedragen x € 1.000

gemeente Dinkelland

2018

2019

2020

2021

Budgettair effect ten gunste van de algemene middelen

+1.173

+1.369

+1.499

+1.590

4. Mutaties binnen Sociaal Domein:

 

 

 

 

WMO (met name huishoudelijke hulp)

-64

-64

-64

-65

Decentralisatie AWBZ naar WMO

-272

-271

-291

-291

Decentralisatie Jeugdzorg

-224

-224

-251

-252

Decentralisatie Participatiewet

+149

+133

+114

+109

Budgettair effect incl. mutaties SD

+762

+943

+1.007

+1.091

 

Loon- en prijsstijgingen

Zoals hierboven vermeld is het accres gestegen als zijnde het effect van hogere loon- en prijsontwikkeling op de rijksbegroting alsmede een compensatie voor gestegen pensioenpremies ABP.

De huidige CAO voor gemeenten kent een looptijd tot 1 mei 2017. Nieuwe informatie is op dit moment nog niet bekend, maar bij de recent gesloten CAO voor provincies, die als richtinggevend gezien zou kunnen worden, stijgen de salarissen per 1 juli 2017 met 2,0%,  kent september 2017 een eenmalige uitkering van € 500 bruto en stijgen de salarissen per 1 januari 2018 opnieuw met 1,3%.

Een structurele loonstijging van 1% is reeds meerjarig verwerkt in onze gemeentelijke begroting. Echter bovenstaande informatie zou een extra stijging van ongeveer 2% betekenen. Indicatief zou dit € 230.000 aan structurele meerkosten  betekenen voor Dinkelland.

Voor prijsstijgingen wordt geadviseerd de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product als leidraad te nemen. In de meicirculaire 2017 is hiervoor gemiddeld 1,5% stijging per jaar aangegeven. Echter in de begroting van de gemeente Dinkelland is meerjarig gezien geen rekening gehouden met een indexatie van de prijzen. Wij achten het verstandig om, gezien de informatie uit de meicirculaire 2017 over de toekomstige prijsontwikkelingen, met ingang van 2018 toch een prijsstijging te gaan ramen. Indicatief zou dit 1,5% stijging voor 2018  betekenen (€ 125.000) en meerjarig 1% stijging (€ 85.000).

Het is dus evident dat de hogere accressen niet alleen ter dekking van nieuw beleid zullen dienen. Bij deze meicirculaire 2017 is het van belang aan de lastenzijde ook meer te ramen voor lonen en prijzen. Dit betekent de onderstaande prognose van het budgettaire effect:

 

gemeente Dinkelland

2018

2019

2020

2021

Budgettair effect incl. mutaties SD

+762

+943

+1.007

+1.091

Loonstijgingen

-230

-230

-230

-230

Prijsstijgingen

-125

-210

-295

-380

Budgettair effect incl. loon- en prijsstijgingen

+407

+503

+482

+481

 

Onroerende zaak belasting

De hogere opbrengst wordt in zijn geheel veroorzaakt door een hogere toename van het aantal woningen (areaaluitbreiding) dan werd aangenomen.

 

Dividend Twence

In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 8 december 2016 is het tarieven- en dividendbeleid voor de periode 2018-2022 vastgesteld. Medio 2017 zijn de gemeenten geïnformeerd  over de toekomstige winstverwachting en daarbij aansluiting gezocht bij het, op 8 december 2016 vastgestelde tarieven- en dividendbeleid. In grote lijnen komt dit beleid er op naar dat tenminste 40% van de jaarlijkse winst wordt uitgekeerd in de vorm van dividend. In dien de uitkeringstoets dat toestaat en aan met de banken afgesproken ratio’s kan worden voldaan, zal 50% van het resultaat worden uitgekeerd.

Voor het jaar 2018 (uit te keren in 2019) verwacht Twence een winst van € 7/ € 8 miljoen en in de jaren daarna ongeveer € 10 miljoen. Voorzichtigheidshalve wordt uitgegaan van een uitkering van 40% wat neerkomt op een bedrag van ongeveer € 4 miljoen aan dividend. Voor de gemeente Dinkelland kan de raming met ingang van het jaar 2019 met € 85.000 naar boven worden bijgesteld naar een structureel bedrag van € 185.000.

 

Aanvullend krediet vernieuwbouw Dorper Esch

In juli 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het verstrekken van een aanvullend krediet. Dit had onder andere een structureel hogere last van € 66.000 met ingang van het jaar 2019 tot gevolg waarvan is gesteld dat deze betrokken zou worden bij het opstellen van de begroting 2018. Dat doen we dus nu.

De voorbereidingen voor de renovatie van sportcomplex Dorper Esch zijn in volle gang. Medio 2018 gaat daadwerkelijk de schop de grond in. In 2018 verwachten wij voor het gehele complex uit te komen op een tekort van afgerond € 1.050.000,--.

Daarbij hebben wij onder andere rekening gehouden met:

  • Een daling van € 208.000,-- van de opbrengst uit toegangsgelden en verhuur van het zwembad als gevolg van het feit dat het zwembad door de verbouwing veel minder gebruikt kan worden. Inclusief de daling gaan wij voor 2018 uit van een totale opbrengst van € 390.000,--;
  • een  opbrengst van € 40.000,-- uit verhuur van de sporthal. Ook bij dit bedrag is rekening gehouden met een daling van inkomsten doordat de sporthal een aantal maanden buiten gebruik zal zijn als gevolg van de verbouwing;
  • een daling van de energiekosten voor het zwembad omdat de verschillende baden een aantal maanden buiten gebruik zullen zijn. 
  • een daling van het beschikbare budget voor tijdelijk personeel van € 290.000,-- naar € 200.000,-- doordat tijdens de verbouwing een aantal activiteiten tijdelijk wordt stopgezet waardoor er minder personeel nodig is voor het zwembad en de sporthal;
  • een stelpost van € 150.000,-- voor onvoorziene tegenvallers in de exploitatie tijdens de verbouwing. Deze stelpost stond aanvankelijk op € 300.000,-- maar na aftrek van een aantal correcties op gebied van inkomsten en uitgaven resteert binnen het beschikbare budget nog een bedrag van € 150.000,--

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Hiermee rekening houdend ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

0

0

67

-8

212

353

Totaal mutaties

985

-985

340

985

931

754

Herzien meerjarig saldo na mutaties

985

-985

407

977

1143

1107

Specifieke Mutaties

Specifieke Mutaties

3. Specifieke mutaties

In deze paragraaf staan we stil bij zaken die niet in alle gevallen financiële consequenties hebben voor het meerjarige saldo, maar die gezien de politiek bestuurlijk impact wel de nodige toelichting behoeven. Achtereenvolgens staan we stil bij de volgende zaken:

  • Omgevingsdienst Twente (ODT)
  • Schrappen OZB verhoging voor het jaar 2018
  • Stelpost loon- en prijscompensatie 3D’s
  • Stelpost looncompensatie
  • Stelpost prijscompensatie
  • Stelpost volumeaanpassing
  • Afval
  • Lokale lasten

 

Omgevingsdienst Twente (ODT)

Middels raadsbericht 2017-59 van 3 oktober is de gemeenteraad geïnformeerd over de laatste stand van zaken betreffende de ODT.

In financiële zin blijven wij uitgaan van de indicatieve meerkosten zoals we die hebben opgenomen in de perspectiefnota 2018 met dien verstande dat de geraamde lasten voor het jaar 2018 zijn komen te vervallen met uitzondering van het Dinkellandse aandeel in de transitiekosten over het jaar 2018 voor een bedrag van € 13.000.

In deze berekening van de indicatieve meerkosten gaan we naast een bijdrage aan het ODT ook uit van de verwachting dat een aantal taken bij de gemeente achterblijft en dus kosten met zich meebrengt.

 

Schrappen OZB verhoging voor het jaar 2018

Meerjarig ramen we een meerjarige verhoging van de OZB opbrengsten van 2% (exclusief areaalaanpassing). In het addendum hebben wij aangegeven dat wij deze verhoging voor het jaar 2018 achterwege willen laten. De structureel lagere inkomsten bedragen € 125.000. 

 

Stelpost loon- en prijscompensatie 3 D’s

Wij hebben u middels een raadsbrief op de hoogte gesteld van de (financiële) gevolgen van de meicirculaire 2017. Daarin heeft u kunnen lezen dat wij het raadzaam achten om de hogere rijksvergoedingen die we ontvangen voor de drie D’s in eerste instantie te reserveren voor te verwachten loon- en prijsstijgingen. Tegelijkertijd hebben wij u medegedeeld dat we een en ander zullen betrekken bij het opstellen van de begroting 2018 en dat doen we dus nu.

 

Stelpost loon- en prijscompensatie 3D's

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost

 

 

411

426

492

499

Bestemmingen

 

 

-496

-495

-542

-543

 - nieuw inkoopmodel maatwerkvoorziening WMO

 

 

 

 

 

 

 - nieuw inkoopmodel maatwerkvoorziening jeugd

 

 

 

 

 

 

 - maatwerkvoorziening vervoer

 

 

 

 

 

 

 - samenwerking praktijkondersteuners huisartsen

 

 

 

 

 

 

 - WMO maatwerkvoorziening begeleiding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost loon- en prijscompensatie 3D's

0

0

-85

-69

-50

-44

 

Het deel van de stelpost dat we blijven reserveren (de bestemmingen) bestaat uit de hogere rijksvergoeding voor het onderdeel WMO nieuw en jeugd en bestemmen we voor een aantal onzekerheden zoals aangegeven. Een nadere onderbouwing van deze onzekerheden treft u aan in de inhoudelijke beschrijving onder het programma ONE.

Het deel van de gereserveerde stelpost dat betrekking had op WMO oud en de participatiewet laten we vervallen en betrekken we bij de totale analyse van het sociaal domein. Dat dit nu een tegenvaller betekent is een gevolg van het feit dat we in de mei-circulaire 2017 geconfronteerd werden met een lagere rijksvergoeding voor de participatiewet. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de totale analyse van het sociaal domein eerder dit hoofdstuk.

 

Stelpost looncompensatie

We hebben aan de hand van de mei-circulaire 2017 en met inachtneming van de laatste geluiden over de cao ontwikkeling een extra stelpost voor looncompensatie geraamd. Deze geraamde stelpost van € 230.000 (gebaseerd op 2%) samen met de meerjarig opgenomen stelpost binnen Noaberkracht van 1% biedt voor het jaar 2018 een totale ruimte voor loonontwikkeling van 3%.

De concept cao voor ambtelijk personeel wordt naar verwachting in oktober 2017 definitief na ledenraadpleging. De cao loopt van 1 mei 2017 tot 1 januari 2019 en kent de volgende aanpassingen:

  • De salarissen stijgen per 1 augustus 2017 met 1,0%.
  • Het IKB stijgt per 1 december 2017 met 0,5%.
  • De salarissen stijgen per 1 januari 2018 met 1,5%.
  • Het IKB stijgt per 1 juli 2018 met 0,25%.

 

Wij verwachten met de geraamde stelposten uit te kunnen maar hebben wel twijfels over de “hardheid” van de meerjarig opgenomen stelpost van 1%. Gezien de loonontwikkeling over de laatste jaren stellen wij voor de meerjarige stelpost te verhogen van 1% naar 1,5%. Dit betekent een stijging van de lasten met € 60.000 per jaar.

 

Stelpost looncompensatie

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost

 

 

230

230

230

230

Bestemmingen

 

 

 

 

 

 

 - hogere personeelslasten Noaberkracht

 

 

-215

-215

-215

-215

 - hogere personeelslasten Dinkelland

 

 

-14

-14

-14

-14

Aanpassen meerjarige stelpost  - 1,5%

 

 

0

-60

-120

-180

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost looncompensatie

0

0

1

-59

-119

-179

 

Stelpost prijscompensatie

We hebben aan de hand van de mei-circulaire 2017 en met inachtneming van de laatste geluiden over de ontwikkeling van de prijzen (inflatie) een stelpost voor prijscompensatie geraamd. Voor het jaar 2018 zijn we uitgegaan van een prijsstijging van 1,5% ( € 125.000) en voor de jaren daarna met een te verwachten stijging van de prijzen met 1% per jaar (€ 85.000)

Voor het jaar 2018 kunnen we ruim uit met de geraamde stelpost (we houden zelfs een bedrag van € 15.000 over) maar we hebben wel twijfels over de “hardheid” van de meerjarig opgenomen stelpost van 1%. Gezien de ontwikkeling van de inflatie op dit moment (augustus 2017 1,4%) stellen wij voor de meerjarige stelpost te verhogen van 1% naar 1,5%. Dit betekent een stijging van de lasten met € 60.000 per jaar.

 

Stelpost prijscompensatie

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost

 

 

125

210

295

380

Bestemmingen

 

 

 

 

 

 

 - onderhoud wegen

 

 

-85

-85

-85

-85

 - onderhoud en vervanging ICT (Noaberkracht)

 

 

-25

-25

-25

-25

Aanpassen meerjarige stelpost - 1,5%

 

 

0

-125

-250

-375

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost prijscompensatie

0

0

15

-25

-65

-105

 

Indexering onderhoud wegen

Het asfaltwegenonderhoud is in 2015 aanbesteed voor een periode van 3 jaar met 2 maal een optie tot verlenging met een jaar. Deze aanbesteding was erg gunstig qua prijsvorming. Omdat het bestek meerjarig is, worden de prijzen per jaar geïndexeerd op basis van lonen, brandstoffen en grondstoffen. De prijzen van asfaltonderhoud zijn heel sterk gekoppeld aan de olieprijzen. Helaas zijn de olieprijzen in 2017 aanzienlijk hoger dan in 2015 en 2016. Dit betekent een aanzienlijke prijsaanpassing. De definitieve afrekening zal aan het einde van het jaar worden opgesteld. Het ziet er echter niet naar uit dat de olieprijzen fors zullen dalen. Voor de gemeente Dinkelland heeft de index voor 2017 naar verwachting een omvang van ongeveer € 85.000

 

Prijsgevoelige budgetten Noaberkracht

Niet alleen in de gemeentebegroting is sprake van prijsgevoelige budgetten maar ook in de begroting van Noaberkracht kennen we die. Hierbij moet vooral worden gedacht aan de verschillende posten op het gebeid van ICT (aanschaf en onderhoud) en huisvesting. Noaberkrachtbreed gaat het in 2018 om een kostenstijging van € 40.000 (aandeel Dinkelland € 25.000)

 

Stelpost volumeaanpassing

In de begroting 2017 hebben we onder de noemer “ruimte voor de toekomst” meerjarige stelposten geraamd voor volumeaanpassingen.

Wij stellen voor deze stelpost als volgt te bestemmen en ook in de toekomst te blijven werken met een meerjarig oplopende stelpost volumeaanpassingen

 

Volumeaanpassingen

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost voor areaalaanpassing

 

 

40

80

120

160

Bestemmingen

 

 

 

 

 

 

 - Areaaluitbreiding watergangen

 

 

-10

-10

-10

-10

 - Areaaluitbreiding openbare ruimte groen (2017)

 

 

-116

-116

-116

-116

 - Areaaluitbreiding openbare ruimte wegen (2017)

 

 

-10

-10

-10

-10

Aanpassen meerjarige stelpost

 

 

 

-40

-80

-120

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost  volumeaanpassingen

0

0

-96

-96

-96

-96

 

Areaaluitbreiding watergangen

Toegelicht onder programma Krachtige kernen

 

Areaalaanpassing groen

Door een aantal uitbreidingslocaties (Kropsbeek Ootmarsum, Molnbekke Ootmarsum, Pierik Denekamp, Sombeek Denekamp)  en reconstructies zoals Diepengoor Denekamp is het areaal groen in 2016 en 2017 behoorlijk toegenomen. De onderhoudskosten groen nemen hierdoor ook toe. Voor het jaar 2018 gaat het om een bedrag van € 116.000 waarvan ongeveer een bedrag van € 75.000 een doorwerking betreft vanuit het jaar 2017.

 

Areaaluitbreiding wegen

Het onderhoudsareaal wegen is als gevolg van vooral uitbreidingslocaties toegenomen

 

Afval

Het product afval (inzameling en verwerking) heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing . Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per containerlediging restafval. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. De opbrengst is geen algemeen dekkingsmiddel, maar is bestemd voor de kostendekking van de afvalinzameling en –verwerking. Er dient dus sprake te zijn van een opbrengst via de tarieven die gelijk is aan de kosten.

De cijfers van het product afval op basis van bestaand beleid laten een voordeel  zien van € 304.000. Dit voordeel wordt vooral veroorzaakt door het goede scheidingsgedag van onze inwoners waardoor minder restafval wordt aangeboden en door lagere verwerkingstarieven van Twence. Deze lagere verwerkingstarieven van Twence zijn een gevolg van de afspraak om het superdividend van Twence aan de Agenda van Twente met ingang van het jaar 2018 te beëindigen.

Conform het bestaande beleid (100% kostendekking) vinden wij het niet meer dan logisch dat onze inwoners profiteren van dit voordeel. Dit betekent een verlaging van het tarief voor vastrecht met  € 25 van € 113 naar € 88.

De tarieven per lediging voor restafval (€ 9,20 voor een grote bak en € 5,60 voor een kleine bak) laten we ongemoeid om het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’ in takt te laten.

 

Lokale lasten

Rekening houdend met de voorstellen uit deze begroting op het gebeid van afval en OZB laten de lokale lasten het volgende beeld zien:

 

                                                           2017                 2018                 verschil

OZB (woning € 250.000)                       € 381,00           € 381,00                                   0

Rioolrecht (eigenaar)                            € 262,20           € 275,60           +/+€ 13,40 (5,1%)

Afvalstoffenheffing

  • Vast recht                          € 113,00           €   88,00           -/- €  25,00
  • Per lediging € 9,20             €   46,00           €   36,80           -/- €   9,20          

Totaal                                                  € 802,20           € 781,40           -/- €  20,80 (2,6%)

 

Het totaal aan beschreven en toegelichte specifieke mutaties geeft in meerjarig perspectief het volgende beeld:

 

Specifieke mutaties

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Omgevingsdienst Twente ODT

 

 

-13

-216

-216

-216

Schrappen voorgenomen OZB verhoging 2018

 

 

-125

-125

-125

-125

(saldo) Stelpost loon- en prijscompensatie 3D's

0

0

-85

-69

-50

-44

(saldo) Stelpost looncompensatie

0

0

1

-59

-119

-179

(saldo) Stelpost prijscompensatie

0

0

15

-25

-65

-105

(saldo) Stelpost Volumeaanpassing

0

0

-96

-96

-96

-96

 

 

 

 

 

 

 

Totaal specifieke mutaties

0

0

-303

-590

-671

-765

 

Voorgesteld wordt in te stemmen de aangegeven en toegelichte specifieke mutaties en deze te verwerken in het herzien meerjarige saldo

 

Hiermee rekening houdend ontstaat het volgende herzien meerjarige saldo:

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

0

0

67

-8

212

353

Totaal mutaties

985

-985

340

985

931

754

Totaal specifieke mutaties

0

0

-303

-590

-671

-765

Herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties

985

-985

104

387

472

342

Financiële Ruimte

Financiële Ruimte

4. Beschikbare (meerjarige) ruimte

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

               -  

               -  

              67

              -8

           212

           353

Totaal mutaties

           985

          -985

           340

           985

           931

           754

Totaal specifieke mutaties

               -  

               -  

          -303

          -590

          -671

          -765

Stelpost voor nieuw beleid

               -  

               -  

           150

           150

           150

           150

Herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties

           985

          -985

           254

           537

           622

           492

 

Stelposten voor nieuw beleid

In de begroting 2017 hebben we onder de noemer “ruimte voor de toekomst” meerjarige stelposten geraamd voor nieuw beleid. Het betreft hier een structurele stelpost van € 150.000 per jaar die ieder jaar beschikbaar moet zijn en dus oploopt. Het college heeft in de begroting 2017 namelijk aangegeven ook in de komende jaren structureel ruimte te willen hebben en houden om in te kunnen spelen op de veranderende opgaven en uitdagingen vanuit de samenleving en de ambities vanuit uw raad. Aangegeven is dat van jaar tot jaar bij het opstellen van de desbetreffende jaarbegroting kan worden beschikt over de geraamde structurele stelpost van € 150.000. Om inderdaad ieder te kunnen beschikken over deze structurele stelpost treft u in het opzetje over het herziene meerjarige saldo alleen het bedrag uit de jaarschijf 2018 aan. De oploop van deze stelposten voor de jaarschijven vanaf het jaar 2019 reserveren wij vooralsnog voor de jaarbegroting van het desbetreffende jaar.  

 

Reserve

De kolom “reserve” geeft aan dat we voor de specifieke mutaties (Agenda voor Twente) een beroep doen op de reserves. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk geven we weer wat de gevolgen hiervan zijn voor de betreffende reserves.

 

5. Nieuw beleid / intensivering van beleid

In deze paragraaf treft u onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid / intensivering van beleid aan. De inhoudelijke toelichting op veel van deze posten zijn opgenomen in het inhoudelijke deel van deze begroting. Daar waar nodig geven we in deze paragraaf een aanvullende toelichting.

 

Nieuw beleid

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Voorgesteld nieuw beleid

 

 

 

 

 

 

 - Rondweg weerselo

 p.m

 p.m.

 

 

 

 

 - Bisschopstraat incl traverse

        3.800

      -3.600

 

            -13

            -13

            -13

 - voormalig Klooster

 

 

 

 

 

 

 - Openlucht zwembad Kuiperberg Ootmarsum

              74

            -74

 

 

 

 

 - toekomstbestendig gemeentelijk woonbeleid

 

 

 

 

 

 

1. onderzoek

50

-50

 

 

 

 

2. blijversleningen

 

 

-4

-4

-4

-4

3. inhuur externe adviseurs wonen en zorg

50

-50

 

 

 

 

4. inhuur externe adviseurs jong en oud

50

-50

 

 

 

 

 - onderzoek eenrichtingsverkeer Nicolaasplein

20

-20

 

 

 

 

1. extra laadplekken elektrisch rijden

 

 

 

 

 

 

2. Wi-Fi bij vlinderpunten

5

-5

 

 

 

 

 - burgerinitiatieven in buurten en kernen

           150

          -150

 

 

 

 

 - van uitbreiding naar inbreiding

        1.800

      -1.800

 

 

 

 

 - duurzaamheid

        1.600

      -1.600

            -13

            -13

               -  

               -  

 - Twentse energiestrategie

 

 

              -8

              -8

              -8

              -8

 - maatschappelijk vastgoed i.r.t. demografie - IHP

        1.000

      -1.000

               -  

               -  

            -90

          -240

 - vrijetijdseconomie

 

 

                2

            -24

            -24

            -24

 - opstellen bedrijventerreinvisie

              15

            -15

 

 

 

 

 - initiatieven realiseren voor goed parkeersysteem

              20

            -20

 

 

 

 

 - uitvoering Quick scan / duurzaam veilig

           100

 

              -6

              -6

              -6

              -6

 - GRP en klimaatadaptie

               -  

               -  

 

 

 

 

 -bestuurlijk experiment

              25

            -25

 

 

 

 

 -werkkapitaal landelijk gebied

 

 

            -10

            -10

            -10

            -10

 - Mijn Dinkelland 2030!

           144

          -144

 

 

 

 

 - bedrijfsvoeringsplan

 

 

-191

-160

-160

-160

 

 

 

 

 

 

 

Totaal nieuw beleid

        8.903

      -8.603

          -230

          -238

          -315

          -465

 

Rondweg Weerselo

Middelen voor gemeentelijk aandeel in de kosten zijn in kader Majeure projecten geraamd. Bijstelling moet nog plaatsvinden, want indexering moet nog plaats vinden over de komende jaren tot aan de aanleg.  In het jaar van uitvoering komen we daar op terug. Daarnaast zijn er in het kader van de discussie rondom de rondweg in provinciale staten toezeggingen gedaan, en wel: samen met de ondernemers kijken naar passende oplossingen t.b.v. effecten rondweg, een participatieve aanpak voor de traverse Bisschopstraat en no-regret maatregelen op de Bisschopstraat vooruitlopend op de daadwerkelijke herinrichting van de traverse.  Wij stellen voor zowel de mogelijke indexering van de geraamde budgetten als ook de gedane  toezeggingen verder uit te werken en te betrekken bij het opstellen van de komende (meerjaren) begrotingen en de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Bisschopstraat

Een deel van de Bisschop-straat is opgenomen in het Majeure project Centrum-plan Weerselo. Voor het overige deel zijn de totale kosten geraamd op € 3,5 – 4 miljoen  Afhankelijk van de nog te maken keuzes in het ontwerp zal deze raming op hoofdlijnen verfijnd worden. Daadwerkelijk uitvoering van de traverse zal aansluiten op de aanleg van de Rondweg en is dus in de jaren na 2018 te verwachten. Reeds voor het komende jaar zijn enkele inspanningen te verwachten op de traverse. Deze zijn onder Rondweg omschreven en samen geraamd op 300.000 voor het jaar 2018. Deze kosten maken onderdeel uit van de totale raming.

Wij stellen voor de nog te maken keuzes over de Bisschopstraat en de financiële gevolgen daarvan te betrekken bij de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Vooruitlopend daarop stellen wij voor om een budget van € 300.000 beschikbaar te stellen en een bedrag van € 3,5 miljoen te onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen en te reserveren binnen de reserve majeure projecten.

 

Voormalig Klooster

In het addendum hebben wij aangegeven het voormalig Klooster te willen verkopen. Wij hebben op dit moment nog geen beeld bij de mogelijke financiële consequenties anders dan in de jaarverantwoording 2016 is aangegeven. Uiteraard houden wij u op de hoogte

 

Openlucht zwembad Kuiperberg Ootmarsum

In het coalitieakkoord 2014-2018 is de intentie uitgesproken om het openluchtzwembad open te houden. Daarom hebben we per 1 januari 2017 de exploitatie van het openluchtzwembad “de Kuiperberg”  overgenomen van de “Stichting  Zwembaden Ootmarsum”. De huidige begroting is hier nog niet in voorzien. Op basis van de ervaringscijfers verwachten we voor de jaarschijf 2017 meerkosten van € 74.000. Deze meerkosten ontstaan met name door het vervallen van de jaarlijkse verrekening van de huur en het subsidie. Tevens komt de bedrijfsvoering nu volledig ten laste van onze gemeente. De werkgroep Openlucht zwembad Kuiperberg Ootmarsum

 is op dit moment bezig met een verdere uitwerking. We verwachten ook in het jaar 2018 als gemeente het zwembad te beheren en te exploiteren. Evenals in 2017 bedragen de meerkosten voor het jaar 2018 naar verwachting € 74.000.

 

Toekomstig gemeentelijk woonbeleid

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Krachtige Kernen thema huisvesten

 

Onderzoek eenrichtingsverkeer Nicolaasplein

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Krachtige Kernen thema verplaatsen

 

Extra laadplekken elektrisch rijden

Wordt meegenomen onder de uitdaging duurzaamheid

 

Wi-Fi bij vlinderpunten

Bedrag van € 5.000 betreft inzet externen voor onderzoek

 

Burgerinitiatieven in buurten en kernen

Het betreft hier een extra incidentele storting in het stimuleringsfonds

 

Meer sturen op inbreiding bij woningbouwopgave

De financiële onderbouwing van de uitdaging “meer sturen op inbreiding bij woningbouwopgave” zoals die inhoudelijk is toegelicht in het programma Krachtige kernen ziet er als volgt uit:

Het betreft een prognose, die op basis van concreet te formuleren projecten toegekend moeten worden. Hierbij zullen objectieve criteria worden vastgesteld voor toekennen van betreffende gelden. Onderlinge uitwisselbaarheid van financiële middelen tussen genoemde categorieën is mogelijk.

 

Binnenstedelijke opgaven

Omvang

Benodigde financiële middelen

Maatschappelijk vastgoed en/of minder marktconform verouderd vastgoed amoveren en herontwikkelen

1 of meerdere plannen ondersteunen, afhankelijk van de opgave/omvang. Bijdrage € 300.000

€ 300.000

Behoudenswaardig vastgoed transformeren c.q. bijdrage leveren aan binnenstedelijke ruilverkaveling

2 locaties ondersteunen. Gemiddelde bijdrage

€ 75.000

€ 150.000

Verplaatsen van binnenstedelijk bedrijfslocaties (verhuisbijdrage)

3 locaties faciliteren. Gemiddelde bijdrage € 50.000

€ 150.000

Strategische woningbouwlocaties ontwikkelen

1 locatie herontwikkelen.

€ 250.000

Kernvernieuwing

Bij voorkeur cofinanciering voor herontwikkeling van één of meerdere centrumgebieden

€ 300.000

Prijsvragen/aanbestedingen

1 locatie in de markt zetten.

€ 50.000

Bijdrage in sloopkosten, bodemsanering e.d.

5 initiatieven faciliteren. Gemiddelde bijdrage € 25.000

€ 125.000

Bijdrage locaties onrendabele top

1 initiatief faciliteren

€ 100.000

Budget voor marktonderzoeken, e.d.

Verschillend opgaven ad hoc. Advies kosten variërend tussen € 1.000 en € 20.000

€ 50.000

Bijdrage aan het uitkopen van grondeigenaren

Ad hoc, locatieafhankelijk.

€ 75.000

Premie aanbod plannen lange termijn behoefte

€ 5000 per woning. 25 woningen in 2018

€ 125.000

Interne programmakosten met betrekking tot strategische vraagstukken/herontwikkelingslocatie

-          Locatiestudie/ontwikkelingsmogelijkheden

-          Strategische advies, proces/projectvoorstel inclusief stakeholders- en risicoanalyse

-          Nadere uitwerking scenario’s en of varianten inclusief aanbevelingen

-          Planuitwerking, procesuitvoering, besluitvorming

Totale kosten € 360.000

 

 

€ 200.000

 

 

€ 1.800.000

 

Duurzaamheid

De financiële vertaling van de ambitie duurzaamheid die inhoudelijk is toegelicht onder het programma Krachtige kernen ziet er voor de gemeente Dinkelland als volgt uit:

 

Maatschappelijk draagvlak

  • Communicatie, PR, Themabijeenkomsten, ateliers, prijsvragen, enz            €    50.000

     

Bijdrage aan maatschappelijke projecten

  • Samenwerkingen, subsidies, duurzame dorpen, experimenteerruimte, enz               €   775.000

     

Bijdrage aan onrendabele (innovatieve) projecten

  • Subsidies, experimenteerruimte, enz                                                                     €   500.000

     

Onderzoeken en verkenningen

  • Aanvullende data, businesscases                                                                         €   50.000

     

Interne programmakosten (procesgelden)

  • Personeel, project- en programmamanagement regievoering, samenwerking NT      €   225.000

 

Totaal               € 1.600.000

 

Duurzaam Thuis Twente (DTT)

In 2015 hebben de 14 Twentse gemeenten besloten om in te steken op een duurzaamheids aanpak voor woningen, waaruit vervolgens Duurzaam Thuis Twente (DTT) is ontstaan. Een concept dat een belangrijke bijdrage levert aan de gemeentelijke energiedoelstellingen. 

De VNG (€ 348.000)   en de provincie (€ 275.000) hebben budget beschikbaar gesteld  voor de  versnelling van de verduurzaming van particuliere woningen.

De kosten van Duurzaam (t)huis Twente zijn tot eind 2017 gedekt vanuit subsidies van de VNG en de Provincie. Om de activiteiten voort te kunnen zetten is, voor de periode 2019 en 2020 een bedrag van  € 0,50 per inwoner nodig. Dit is € 13.000 per jaar.

 

Twentse energiestrategie

In oktober 2012 heeft de regioraad besloten onderzoek te doen naar doelmatigheid c.q. mogelijke bezuinigingen bij Regio Twente. Besloten is om de samenwerking op het gebied van milieu, duurzaamheid en afval te beëindigen en alleen nog projecten op te pakken op de thema’s Energie en Afval op basis van “Coalition of the willing”. Bij besluit van 22 maart 2016 hebben beide colleges ingestemd met de Bestuursopdracht Milieu, Duurzaamheid en Afval 2017-2018 van de Regio Twente. 

 

Projecten op basis van coalition of the willing zijn:

  • Deelname Bestuursopdracht Milieu, Duurzaamheid en Afval 2017-2018  € 3.700
  • Afvalloos Twente                                                                                € 2.600
  • Twentse Energie Strategie                                                                   € 2.100

 

Tegenover deze hogere lasten ten bedrage van € 8.400 staat een verlaging van de bijdrage aan de Regio Twente die reeds is verwerkt

 

Maatschappelijk vastgoed i.r.t. de demografische ontwikkelingen.

In de perspectiefnota 2018 hebben we de volgende passage opgenomen over dit onderwerp:

Door vergrijzing en ontgroening zien wij een verschuiving in de vraag naar de functies die nu in maatschappelijke vastgoedobjecten plaatsvinden. Hierdoor neemt de druk op de exploitaties toe. De gesprekken die wij met de kernen hebben vormgegeven in Mijn Dinkelland 2030! Tonen dat ook in de kernen deze discussies op gang komen. Er tekenen zich initiatieven af die vragen om eenmalige ondersteuning om transformatie mogelijk te maken. Bijvoorbeeld om van twee gebouwen naar 1 gebouw te gaan, om bestaande vastgoed meer multifunctioneel in te richten. Dit met als doel langjarig weer een gezonde exploitatie te verkrijgen. Wij stellen voor de gereserveerde gelden te blijven reserveren voor dat moment dat de echte vraag concreter is geworden en wij deze hulpvraag op een effectieve manier moeten beantwoorden. Uit de participatieprocessen Mijn Dinkelland 2030 hebben wij gezien dat er inmiddels enkele kernen met grootschalige plannen en visies zijn gekomen. Deze laten zien dat vaak in eerste instantie het maatschappelijk vastgoed wordt gezien als kans voor transformatie, behoud en versterking van de leefbaarheid. Deze transformatie vraagt om spoedig beschikbaar geld van toch vaak enige omvang. 

Wij hebben u in de perspectiefnota toegezegd te komen met een nadere uitwerking van deze uitdaging. Gezien de omvang en impact van deze uitdaging hebben wij ervoor gekozen ons in eerste instantie te richten op de onderwijshuisvesting

Op 29 november 2011 heeft de gemeenteraad het rapport ‘Samen Scholen 2030’ vastgesteld. In dit rapport is een scenario ontwikkeld voor de kern Denekamp waarbij – gerekend vanaf 2011 – binnen vijf tot tien jaar twee locaties (De Veldkamp en De Zevenster) vervangen dienen te worden omdat deze technisch en financieel aan vervanging toe zijn. Ondertussen bent u geïnformeerd over de verschillende denkrichtingen.

In Samen Scholen 2030 gingen we uit van een investering van € 3,6 miljoen. Zoals we in de jaarstukken 2016 al hadden gesignaleerd, blijkt dat een eerste financiële verkenning van de onderzochte denkrichtingen een beeld schetsen dat de kaders uit het rapport Samen Scholen ontoereikend zijn. Op basis van een aantal uitgangspunten, met name de VNG normkostenvergoeding, komen we nu op € 7,3 miljoen. Aangezien het hier ook investeringen in nieuwbouw en renovatie betreft achten wij het raadzaam om naast een bedrag aan incidentele middelen ook structurele ruimte te reserveren met ingang van het jaar 2020. Conform de (nieuwe) BBV moeten we dit soort investeringen namelijk activeren en afschrijven. We willen de komende jaren in eerste instantie gefaseerd toegroeien naar een structurele stelpost van € 300.000 (investeringsruimte € 7,3 miljoen). Via de dekking onder het rapport Samen Scholen 2030 hebben we met ingang van het jaar 2020 reeds de beschikking over een structurele stelpost van € 60.000.

Daarnaast stellen wij voor om een deel van de eerder genoemde incidentele ruimte van € 1,5 miljoen te handhaven voor aanloopkosten (Denekamp), proceskosten en mogelijke onrendabele herontwikkelingen.  Gezien de meerjarige investeringsruimte die de structurele stelpost geeft denken wij in eerste instantie uit te kunnen met een incidenteel bedrag van € 1 miljoen.

 

Vrijetijdseconomie

In de begroting 2018 van de Regio Twente is een bedrag van € 1 per inwoner per jaar opgenomen voor vrijetijdseconomie. Hiervan kan € 0,08 worden gedekt door het structurele budget binnen de Regio voor onderzoek monitoring (Twente Toerisme Monitor) in te zetten. Monitoring wordt namelijk uitgevoerd door kennispunt oost en is onderdeel van de gevraagde extra € 1 per inwoner per jaar. Hierdoor resteert een aanvullende bijdrage van € 0,92 per inwoner per jaar wat voor de gemeente Dinkelland neerkomt op een structureel bedrag van € 24.151. Voor de jaarschijf 2018 is in de meerjarenbegroting reeds rekening gehouden met een aanvullende bijdrage van € 1. Voor het jaar 2018 is er dus sprake van een kleine meevaller.

 

Opstellen bedrijventerreinvisie

Voor het opstellen van een bedrijventerreinvisie is een incidenteel bedrag van € 15.000 nodig

 

Initiatieven realiseren voor een goed parkeersysteem

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Krachtige Kernen thema verplaatsen

 

Uitvoering geven aan de Quick scan

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Krachtige Kernen thema verplaatsen

 

GRP en klimaatadaptie

In 2017 zijn we gestart met het proces voor een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan Dinkelland-Tubbergen 2018-2023. Hierin besteden we aandacht aan wateroverlast, waarmee inwoners geconfronteerd kunnen worden. De kosten voor het opstellen van het GRP 2018-2023 ten bedrage van € 50.000 worden gedekt uit de voorziening. In het nieuwe GRP wordt het onderdeel "Klimaatadaptatie" meegenomen.

 

Bestuurlijk experiment jongeren bepaal de toekomst

Op 19 september 2017 heeft de gemeenteraad van Dinkelland ingestemd met het procesplanplan bestuurlijk experiment “jongeren bepaal de toekomst”. De raad heeft hiermee gekozen voor het uitvoeren van een interactief proces met de samenleving. De raad wil door middel van een bestuurlijk experiment ondervinden en in kaart brengen wat het betekent om inhoudelijke beslissingen over te laten aan de samenleving. Er is gekozen voor het onderwerp “jongeren van Dinkelland bepaal de toekomst van je gemeente”. De raad heeft aangegeven hiervoor bij de begroting 2018 een incidenteel bedrag van € 25.000 voor beschikbaar te willen stellen

 

Werkkapitaal voor processen en projecten in het  landelijk gebied

Om de economische potenties van de agrarische sector te behouden en te versterken wordt geëxperimenteerd. We doen dit door partijen te verbinden en commitment te verkrijgen voor inzet van menskracht en middelen. Hiervoor is

€ 10.000,- nodig in de vorm van een werkkapitaal. We zetten deze middelen in voor processen en projecten. 

 

Mijn Dinkelland 2030!

Afgelopen jaren zijn we begonnen met het proces Mijn Dinkelland 2030!. Dit was vooral een proces van ‘gewoon doen’. Dat is ook de kracht van het proces. Het bleek onmogelijk om vooraf alle stappen en acties in kaart te brengen.

 

We deden als aanjagers wat op dat moment nodig was en bepaalden dan weer de volgende stap, waardoor het proces organisch groeide en daardoor goed aansloot bij de belevingswereld van onze inwoners. Deze aanpak paste tot nu toe bij de veranderopgaven, maar die zijn inmiddels verder ontwikkeld en verdienen meer structuur en minder improvisatie.

 

Inmiddels is er al veel gedaan  en bereikt, o.a.: inzet buur(t)mannen, handboek, training, foldermateriaal, film, uitgangspunten gemeenteraad, themakrant, bijeenkomsten maatschappelijke partners, lobby richting provincie, inrichting Pepperflow. Dit alles is erop gericht om zo goed mogelijk het proces te organiseren tussen inwoners, gemeente en maatschappelijke partners. Om het zelf organiserend vermogen van de inwoners te versterken en bewustwording te creëren voor de ontwikkelingen die op ons afkomen. Zodat we als gemeenten toekomstbestendige keuzes kunnen maken, waarbij de inwoners de hoofdrol hebben.

 

Uitdaging

Nu zijn we op een punt aan gekomen dat het proces van ‘gewoon doen’ meer structuur en organisatie/ en denkkracht nodig heeft. Het is een andere manier van werken die we nastreven en raakt de hele organisatie.

 

We hebben de dorpen en kernen uitgedaagd om na te denken en te werken aan een leefbare toekomst. Buur(t)mannen en -vrouwen zijn actief aan  de slag met inwoners, om hen te inspireren om ook zelf actief aan de slag te gaan. En dat doen de dorpen en kernen. De een sneller dan de ander, maar dat is niet erg. Er komen steeds meer inhoudelijke vraagstukken aan bod, waarbij ook de gemeente betrokken is. We hebben vanaf het begin aangegeven dat we graag willen samenwerken met de inwoners. En dit is niet alleen de inzet van de buur(t)mannen en -vrouwen, het vraagt iets van de hele organisatie. We hebben een belofte gedaan, die kansen en verplichtingen met zich mee brengt. Wie A zegt, moet ook B zeggen. En als we de aanpak niet beter structureren en de benodigde denkkracht op proces, creativiteit en inhoudelijke kennis opschalen, lopen we de volgende risico’s:

  • De voortgang in de dorpen en kernen stagneert als wij als gemeenten niet adequaat reageren op initiatieven uit de samenleving. Energie bij inwoners ebt weg, als ze bij wijze van spreken eerst een half jaar moeten wachten voordat de gemeente een keer tijd en capaciteit heeft.
  • We kunnen niet alleen varen op de betrokkenheid en inzet van medewerkers die het “erbij” doen. Die is heel belangrijk, maar als we als gemeenten deze processen echt willen, dan moeten we dit ook prioriteit geven en daar meer voor organiseren, de slagkracht vergroten. Anders dan borgen we het niet voor de toekomst en dan kan alles wat er tot nu toe is opgebouwd, heel snel weer worden afgebroken. En dat terwijl we juist een volgende fase in gaan.

 

Wat hebben we nodig?

Flexibiliteit, specifieke inhoudelijke kennis, projectcoördinatie en versnelling. Dit kan gecreëerd worden door voor de komende 3 jaar budget te reserveren voor capaciteit en competenties zowel intern als extern. In de meest minimale vorm zal Mijn Dorp / Mijn Dinkelland de komende 2 à 3 jaar minimaal 1 concreet project per kern opleveren. Een gemiddeld project loopt 6 maanden tot 1 jaar en vraagt 12 tot 16 uur per week vanuit diverse rollen aandacht. Het gaat onder meer om coördinatie, inhoudskennis, procesaandacht, stakeholdermanagement en monitoring en evaluatie vanuit de gemeente in nauwe samenwerking met de inwoners. Meestal zullen we als gemeente niet aan het roer zitten maar ligt het mandaat bij de inwoners, maar wij hebben wel een belang om bepaalde voorzieningen gerealiseerd te zien. Wij bepalen - als het goed is - echter niet zelf het tempo en de prioriteiten. We willen echter vanuit onze rol als nevenheid een betrouwbare partner zijn en daarvoor is er capaciteit nodig. Simpelweg om de projecten te bemensen en te coördineren. Ook is er specifieke expertise nodig die binnen de gemeente niet voldoende of in sommige gevallen niet aanwezig is. Hiervoor willen we een beroep doen op externe partners die deze kennis en expertise inbrengt en waar mogelijk ook overdraagt aan zowel de gemeente als de kernen zodat we op termijn ook een kennisnetwerk  met, tussen en binnen de kernen kunnen vormen. Een soort Noaberschap bij het bedenken, initiëren, laten groeien en in stand houden van al deze mooie burgerinitiatieven.

De kosten hiervan ramen wij op € 85.000 per jaar  wat voor een periode van 3 jaar uitkomt op een bedrag van € 255.000. het aandeel van de gemeente Dinkelland hierin bedraagt € 144.000.

 

Dienstverlening Noaberkracht Dinkelland – Tubbergen voor sociaal domein.

Voor de kosten van dienstverlening Noaberkracht Dinkelland –Tubbergen wordt voorgesteld om voor 2018 extra beschikbaar te stellen een éénmalig bedrag € 31.000,-- voor de werkzaamheden ten behoeve van het nieuwe inkoopmodel en een structureel bedrag van € 160.000,-- voor het uitvoeren van de taken voor het sociaal domein.

 

Ter toelichting.

Nieuw inkoopmodel maatwerkvoorzieningen nieuwe taken jeugd en Wmo

De maatwerkvoorzieningen voor de nieuwe taken op gebied van jeugd en Wmo worden nu op regionaal niveau (Samen 14) ingekocht op activiteitenniveau zoals bijvoorbeeld het inkopen van een aantal dagdelen per week voor dagbesteding.De activiteiten zijn een middel om het resultaat te bereiken. Om nog meer te focussen op het te behalen  resultaat, zoals dat ook wordt vastgelegd in het zorgplan  van de cliënt, willen wij in samenwerking met de overige Twentse gemeenten de inkoop en aanbesteding  met ingang van 2019 anders vorm geven. Nog meer dan voorheen zal het voor de cliënt te behalen resultaat  centraal staan. Om het systeem verder uit te werken is extra personele capaciteit nodig binnen Noaberkracht. In totaal is voor Dinkelland en Tubbergen een bedrag nodig van € 215.000,--.  Bij de begroting 2017 is door beide gemeenten reeds een bedrag beschikbaar gesteld van € 80.000,--. Daarnaast wordt voor een bedrag van € 80.000,-- dekking gevonden binnen de bestaande budgetten.. Het restant benodigd bedrag van € 55.000,-- wordt via de begroting van Noaberkracht volgens de vaste verdeelsleutel in rekening gebracht  bij de beide gemeenten; hetgeen voor Dinkelland neerkomt op een eenmalig bedrag van € 31.000,-- en voor Tubbergen op een eenmalig bedrag van € 24.000,--.

 

Uitvoering taken sociaal domein.

Bij de begroting 2017 hebben wij aangegeven dat  de kosten voor de bedrijfsvoering hoger uitkomen als verwacht. Oorzaken hiervan zijn

  • De instroom is hoger  als verwacht doordat we werken met korte contracten (om in te kunnen spelen om wisselende inkoop).
  • De complexiteit van de casuïstiek is zwaarder  als verwacht waardoor de urenbesteding ook hoger uitvalt.
  • Er nog meer taken overgezet moeten worden naar het voorliggende veld.

 

In afwachting van een uitgebreide analyse hebben wij in verband hiermee bij de begroting 2017 het budget voor 2017 verhoogd met € 254.000,--. Voor 2018  en volgende jaren hebben wij voorzichtigheidshalve een extra bedrag opgenomen van  € 150.000,--.

Inmiddels blijkt uit de verdere analyse dat de benodigde formatie structureel nodig is. Rekening houdend met loon- en prijsindex betekent  dit dat voor 2018 en verder voor het Dinkellandse aandeel in de kosten een extra bedrag nodig is van € 160.000,-- per jaar.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte voorstellen op het gebied van nieuw beleid / intensivering van beleid en deze te verwerken in het herzien meerjarige saldo.

 

 

Herzien Meerjarig Saldo

Herzien Meerjarig Saldo

6. Herzien meerjarig saldo

In deze paragraaf treft u het herzien meerjarige saldo aan zoals dat ontstaat na veerwerking van alle voorstellen uit dit hoofdstuk die in de paragrafen hiervoor zijn vermeld en toegelicht.

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

               -  

               -  

              67

              -8

           212

           353

Totaal mutaties

           985

          -985

           340

           985

           931

           754

Totaal specifieke mutaties

               -  

               -  

          -303

          -590

          -671

          -765

Stelpost voor nieuw beleid

               -  

               -  

           150

           150

           150

           150

Totaal te honoreren nieuw beleid

        8.903

      -8.603

          -230

          -238

          -315

          -465

Herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties

        9.888

      -9.588

              24

           299

           307

              27

 

Het herziene meerjarige saldo uit deze tabel leidt tot de volgende conclusies:

  • Voordelig saldo begrotingsjaar 2018 van € 24.000. Dit voordelige saldo wordt conform de bestendige gedragslijn gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen
  • Een beroep op de reserves van € 9,5 miljoen
  • Een sluitende meerjarenbegroting. 

 

De kolom “reserve” geeft aan dat we voor een aantal van de mutaties, specifieke mutaties en nieuw beleid / intensiveringen van beleid een beroep doen op de reserves. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk geven we weer wat de gevolgen hiervan zijn voor de betreffende reserves.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met herziene meerjarige saldo en het voordelige saldo van de jaarschijf 2018 ten bedrage van € 24.000 te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Reserves en Weerstandsvermogen

Reserves en Weerstandsvermogen

7. Reserves en weerstandsvermogen

In deze paragraaf treft u de stand van zaken van de drie belangrijkste reserves te weten de algemene reserve, de reserve grondexploitatie en de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Ook kijken wij in deze paragraaf naar het weerstandsvermogen.

 

Algemene reserve

De algemene reserve dient als buffer om toekomstige incidentele financiële tegenvallers en risico’s op te vangen om de continuïteit van de gemeente te waarborgen. Hiermee is de algemene reserve een belangrijke bron van onze gemeentelijke beschikbare weerstandscapaciteit.

Het saldo per 1 januari 2018 van deze reserve bedraagt € 6.761.000. Rekening houdend met de onttrekking “dekking kapitaallasten Dorper Esch” is in het raadsperspectief rekening gehouden met € 6.421.000.

In het raadsperspectief 2018 is besloten het een surplus van € 747.000 (in verband met de ratio weerstandvermogen van 1,4) over te hevelen naar de reserve incidenteel beschikbare middelen.

De stand van de algemene reserve waar we in het verder verloop van deze paragraaf mee rekenen bedraagt € 5.674.000.

 

Reserve grondexploitatie

De reserve grondexploitatie treedt op als buffer voor activiteiten die verband houden met risico’s van de exploitatie van gronden voor woningbouw en bedrijfsterreinen. Hiermee is deze reserve ook een belangrijke bron van onze gemeentelijke beschikbare weerstandscapaciteit.

In de perspectief nota 2018 gingen we uit van € 2.819.000. Daarna is, bij het sluiten van de boeken over 2016, het saldo € 81.000 lager uitgevallen. De extra winstnemingen van het 2e programmajournaal  2017 zorgen voor een extra dotatie van € 814.000.

De stand van de algemene reserve grondbedrijf waar we in het verder verloop van deze paragraaf mee rekenen bedraagt € 3.552.000.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de stand van zaken van de algemene reserves.

 

Weerstandsvermogen

Uitgangspunt voor het bepalen van de financiële positie is de werking van het drieluik waartoe bij het vaststellen van de nota reserves (en voorzieningen) is besloten.

In grote lijnen komt deze werking er op neer dat eerst de weerstandscapaciteit op orde moet alvorens er sprake is van incidentele middelen die beschikbaar zijn voor incidentele bestedingen en bestemmingen.

 

Toelichting op een aantal begrippen

Beschikbare weerstandscapaciteit:

  • de algemene reserve, exploitatie
  • de algemene reserve, grondexploitatie

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van een risicoprofiel wordt ingeschat wat het benodigde vermogen zou moeten zijn om financiële risico’s af te dekken.

 

Weerstandsvermogen

De middelen en mogelijkheden, waarover de gemeente beschikt om substantiële niet begrote, onverwachte kosten af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van het bestaand beleid.

De beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit levert de ratio weerstandsvermogen op.

 

Incidentele middelen

Uitgangspunt voor het bepalen van deze financiële positie is de werking van het drieluik waartoe bij het vaststellen van de nota reserves (en voorzieningen) is besloten. In grote lijnen komt de werking van het drieluik er op neer dat eerst de weerstandscapaciteit op orde moet zijn alvorens er sprake is van incidentele middelen die beschikbaar zijn voor incidentele bestedingen en bestemmingen. De middelen worden eerst geparkeerd in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

 

Uitgangspunten

De berekening van de ratio weerstandsvermogen in dit raadsperspectief is met name gebaseerd op de cijfers die in het voorjaar, o.a. tijdens de afwikkeling van de jaarstukken 2016, bekend zijn. Tijdens het opstellen van de begroting worden alle risico’s en reserveposities geactualiseerd.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

Algemene reserve                                                                               € 5.674.000

Reserve grondexploitatie                                                                     € 3.552.000

                                                                       Totaal                          € 9.226.000

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

 =

€     9.226.000

 = 2,2

Benodigde weerstandcapaciteit

€     4.207.000

 

We streven naar een ratio in de hogere regionen van de norm voldoende (1,0 ↔ 1,4).

Tijdens het opstellen van deze begroting blijkt dus dat de “ratio weerstandsvermogen” op 1 januari 2018 op 2,2 komt en dus boven de streefwaarde van 1,4.

Vanuit het voorzichtigheidsprincipe hechten wij eraan een aantal opmerkingen te plaatsen zodat dit hogere ratio wel in de juiste context wordt gezien. De ramingen die ten grondslag liggen aan ingeschatte risico-analyse voor  de berekening van het benodigde weerstandscapaciteit zijn gebaseerd op:

•           de huidige informatie op de diverse vakgebieden

•           het bestaande beleid en de huidige ervaringscijfers. Zeker op het gebied van de nieuwe taken (de drie decentralisaties) gaan wij de ramingen consequent en nauwlettend volgen omdat echte ervaringscijfers pas in de loop van tijd ontstaan. Aanvullende (nieuwe) risico’s zijn dan ook zeker niet uit te sluiten.

•           het huidige onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen.. Voor de riolering, openbare verlichting, vastgoed en wegen en kunstwerken bestaan hiervoor programma’s..

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de beschrijving van de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio blijvend vast te stellen op 1,4 wat betekent dat het surplus ten bedrage van € 3.336.000 kan worden overgeheveld naar de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen

De Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen is een vrij besteedbare reserve. Hieraan ligt geen bestemming aan ten grondslag. De raad kan hieraan een eigen bestedingsrichting geven.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (€ × 1.000)

Onttrekking

Dotatie

Saldo

jaar 2017

     

2e Programmajournaal 2016

     

resultaat 2e programmajournaal 2016

32

 

 

Vaststellen jaarstukken 2016

   

 

Saldo 1 januari 2017

 

8.605

 

Resultaatbestemming 2016

 

874

 

Begroting 2017

   

 

Aanpassen ratio naar 1,4

 

2.232

 

Beleidsambitie stimuleringsfonds (bevorderen samenwerk. Inw/maatsch.inst.)

150

 

 

deregulering bestemmingsplannen

40

 

 

Digitalisering huwelijksarchief

15

 

 

Inzetten stelpost crisismaatregelen

70

 

 

omgevingswet: nader uit te werken plan van aanpak

70

 

 

reductie verkeersborden in kernen Dinkelland

15

 

 

subsidieloket: pilot voor 2 jaren

15

 

 

Saldo jaarschijf 2017 tgv reserve incidenteel

777

 

 

uitvoeringsplan duurzaamheid: scans, aanpassen verlichting gem.huis

75

 

 

Perspectiefnota 2018, incl 1e programmajournaal 2017

   

 

Bijstelling GRP

2.000

 

 

Gelden mbt volkshuisvesting

531

 

 

saldo raadsperspectief 2018 incl 1e programmajournaal 2017

 

1.963

 

subsidieloket pilot voor 2 jaren

-7

 

 

raadsbesluit  juni 2017

   

 

Zuinig op sport privatisering en erfpacht RSC

191

 

 

2e Programmajournaal 2017

   

 

Investeringskrediet Stadsweide

40

 

 

saldo 2e programmajournaal

 

487

 

Terugramen beleidsambitie stimuleringsfonds (claim 2018)

-150

 

 

Mutaties 2017 en saldo 31 december 2017

3.865

14.162

10.297

 

jaar 2018

     

Perspectiefnota 2018, incl 1e programmajournaal 2017

     

subsidieloket pilot voor 2 jaren

7

 

 

Surplus weerstandsvermogen

 

747

 

Begroting 2018

   

 

Agenda voor Twente

985

 

 

Bisschopstraat incl traverse

3.600

 

 

Openlucht zwembad Kuiperberg Ootmarsum

74

 

 

toek. Woonbeleid 1. onderzoek

50

 

 

toek. Woonbeleid 3. inhuur externe adviseurs wonen en zorg

50

 

 

toek. Woonbeleid 4. inhuur externe adviseurs jong en oud

50

 

 

onderzoek eenrichtingsverkeer Nicolaasplein

20

 

 

Wi-Fi bij vlinderpunten

5

 

 

burgerinitiatieven in buurten en kernen

150

 

 

van uitbreiding naar inbreiding

1.800

 

 

duurzaamheid

1.600

 

 

maatschappelijk vastgoed i.r.t. demografie - IHP

1.000

 

 

opstellen bedrijventerreinvisie

15

 

 

initiatieven realiseren voor goed parkeersysteem

20

 

 

bestuurlijk experiment

25

 

 

Mijn Dinkelland 2030!

144

 

 

saldo begroting 2018

 

24

 

Surplus weerstandsvermogen begroting 2018

 

3.336

 

Mutaties 2018

9.595

4.107

5.488

Saldo 31 december 2018

 

 

4.809

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de stand van zaken van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.