Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat de begroting en de jaarrekening ten minste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 ten minste de volgende vijf sub-paragrafen :

  • een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:  

a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt     

bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

b. wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • een aanduiding van de lokale lastendruk ;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en - in aansluiting daarop - daarbij tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald.  In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2019

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening  2017

Begroting  2018

Begroting 2019

Onroerendezaakbelastingen

6.217

6.309

6.337

Afvalstoffenheffing

1.506

1.270

1.328

Rioolheffingen

2.973

2.922

3.149

Toeristenbelasting*

339

300

305

Forensenbelasting

125

127

127

Precariobelasting

16

18

18

BIZ-belasting (Ootmarsum)

106

108

105

Totaal

11.282

11.054

 11.369

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2019 als volgt berekend:

  1. de OZB-tarieven worden zodanig aangepast dat er voor 2019 sprake is van geen meeropbrengst  (exclusief areaaluitbreiding),  voor de daaropvolgende jaren wordt wel rekening gehouden met een meeropbrengst van 2% per jaar (eveneens exclusief areaaluitbreiding);
  2. de tarieven afvalstoffenheffing bestaan uit een basistarief  vermeerderd met een capa-citeitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer;
  3. de tarieven van de rioolheffingen zijn kostendekkend ten opzichte van het jaar 2018 met 1,3% inflatiecorrectie plus € 5 per aansluiting verhoogd;
  4. de tarieven voor de BIZ-belasting liggen voor de gehele periode van 5 jaar (2017 – 2021) vast en zijn alleen afhankelijk van de WOZ-waarde(ontwikkeling);
  5. de tarieven voor de precariobelasting zijn niet gewijzigd;
  6. de tarieven voor de toeristenbelasting zijn niet gewijzigd;
  7. het tarief voor de forensenbelasting is niet gewijzigd en
  8. de legestarieven zijn kostendekkend. 

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

 

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en

b. de gewenste OZB-opbrengst in het begrotingsjaar.

 

Vergelijking van de OZB-tarieven tussen verschillende jaren is daarom niet zinvol. Voor het jaar 2019 stellen wij voor om de jaarlijkse 2% meeropbrengst niet door te voeren. Dit betekent, dat de tarieven allen worden aangepast aan de waardeontwikkeling van zowel woningen als niet-woningen. Als gevolg van waardeontwikkelingen bij de niet-woningen in 2018 (met name in de agrarische sector) wordt verwacht, dat de OZB-opbrengst 2019 iets lager uitkomt in vergelijking met de oorspronkelijke raming  2018.  

 

Opbrengsten onroerende zaakbelastingen (in €)

2018 *

2019

Woning eigenaar

3.737.000

3.749.000

Niet-woning eigenaar

1.592.000

1.635.000

Niet-woning gebruiker

980.000

953.000

Totale OZB-opbrengst (afgerond)

6.309.000

6.337.000

* Oorspronkelijke ramingen begroting 2018.

Afvalstoffenheffing

Deze belasting heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing . Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per containerlediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van:

a.  een container met een capaciteit van 240liter of

b. een container met een capaciteit van 140liter of

c. een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen.

 

Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking.

 

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2019 betekent dit dat we de tarieven op niveau 2018 kunnen houden. Voor 2019 houden we rekening met de hogere afvalstoffenbelasting. Dit betekent een verhoging van de tarieven per lediging.

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €)

2019

Kosten taakveld(en)

1.427.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

456.000

Netto kosten taakveld

971.000

Toe te rekenen kosten

971.000

Overhead incl. (omslag)rente

94.000

BTW

316.000

Totale kosten

1.381.000

Opbrengst afvalstoffenheffing

1.328.000

Dekkingspercentage

             96,2%

 

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2018

2019

Basistarief (vast recht)

88,00

88,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

9,20

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

5,60

6,50

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart

0,60

0,85

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)

 2018

2019 

Raming opbrengst basistarief (vast recht): 10.329 x € 88

902.000

909.000

Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval

368.000

419.000

Totaal (afgerond)

1.270.000

1.328.000

 

Voorziening  afvalstoffenheffing 

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De  stand van deze voorziening afval bedraagt per 1 januari 2019 €1.045.000.

Rioolheffingen

De hoogte van het rioolrecht was de afgelopen jaren gebaseerd op het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2014-2018. Dit betekende een jaarlijkse stijging van de tarieven met 4% met daarnaast de inflatiecorrectie. Het nieuwe GRP 2019-2023 moet duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de tarieven voor de komende jaren. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. Tijdens een aantal informele en informatieve bijeenkomsten zijn de leden van de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Tijdens deze bijeenkomsten is duidelijk geworden dat de gevolgen van de klimaatadaptie de nodige inspanningen en investeringen gaan vergen die ook geld gaan kosten en dus doorwerken in de tarieven. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. Deze stresstest gaat plaatsvinden in het najaar van 2019. In het nieuwe GRP 2019-2023 kunnen we dus niets anders dan een goed onderbouwde aanname doen van de te verwachten financiële gevolgen. Een eerste inschatting gaat uit van een extra kostenpost in 2019 van €700.000. Doorwerking daarvan in de tarieven komt overeen met een stijging van €5. Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het nieuwe GRP (gemeenteraad eind november 2018), waarin deze cijfers ook zijn opgenomen, houden we in de begroting 2019 reeds rekening met deze stijging. Daar komt uiteraard de inflatiecorrectie van 1,3% nog bovenop.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (in €)

     2019

Kosten taakveld(en)

2.718.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

2.718.000

Toe te rekenen kosten

2.718.000

Overhead incl. (omslag)rente

268.000

BTW

163.000

Totale kosten

3.149.000

Opbrengst rioolheffing

3.149.000

Dekkingspercentage

      100,0%

 

Tarieven rioolheffingen (in €)

2018

2019

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

262,20

270,60

Meerverbruik per 100 m³ of een deel daarvan

21,00

21,30

Agrarisch bedrijf

304,20

313,20

Opbrengsten rioolheffingen

2018

2019

Waterverbruik tot 301 m³: 

2.812.000

3.038.000

Aantal eenheden waterverbruik > 300 m³:

51.000

51.000

Agrarisch tarief

59.000

60.000

Totale raming rioolheffing 2019 (afgerond)

2.922.000

3.149.000

 

De reserve GRP bedraagt €2.000.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2019 €1.293.000.

Bedrijveninvesteringszone (BIZ)

Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bekostiging van activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaar geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degene, die op 1 januari van het betreffende kalenderjaar gebruik maakt van de in de BI-zone gelegen onroerende zaak. Is een onroerende zaak op 1 januari van het betreffende kalenderjaar niet in gebruik, dan wordt de BIZ-belasting geheven van de eigenaar. Degene, die van die zaak het genot heeft op basis van eigendom, bezit of beperkt recht ,wordt aangemerkt als eigenaar. De BIZ geldt alleen nog in Ootmarsum. De BIZ-opbrengsten worden in subsidievorm doorbetaald naar de ‘Stichting BIZ Ootmarsum’. 

 

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum (in €)

2018

2019

Bij een  WOZ-waarde van:

 

 

  € 100.000 of minder

435

435

 meer dan € 100.000 en minder dan €  200.001

535

535

 meer dan € 200.000  en minder dan € 300.001

635

635

 meer dan € 300.000 en minder dan  € 750.000

735

735

 € 750.000 of meer

1.035

1.035

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum

2018

2019

39 aanslagen x €  435

17.000

17.000

45 aanslagen x €  535

24.000

24.000

34 aanslagen x €  635

23.000

21.000

38 aanslagen x €    735

28.000

28.000

15 aanslagen x € 1.035

16.000

15.000

Raming (afgerond)

108.000

105.000

Precariobelasting

Deze directe belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De raad heeft besloten om de precariobelasting te beperken tot de horecaterrassen. Bij de precariobelasting wordt (tarief-)onderscheid gemaakt tussen enerzijds de binnenstad van Ootmarsum en de overige terrassen in de gemeenten en anderzijds tussen vaste terrassen en tijdelijke terrassen. De tarieven respectievelijk de opbrengsten zijn als volgt.

 

Tarieven precariobelasting (in €)

2018

2019

a. Vaste terrassen

14,15

14,15

- Binnenstad Ootmarsum

11,20

11,20

- Overige delen van de gemeente

 

 

b. Tijdelijke terrassen

4,75

4,75

- Binnenstad Ootmarsum

14,15

14,15

Opbrengstraming precariobelasting

2018

2019

a. vaste terrassen binnenstad Ootmarsum: 282 m2

4.000

4.000

b. overige vaste terrassen in de gemeente: 1.067 m2

12.000

12.000

c. tijdelijke terrassen binnenstad Ootmarsum: 335 m2

2.000

2.000

Totale raming precariorechten (afgerond)

18.000

18.000

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatige opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden.

 

Tarieven toeristenbelasting (prijs per persoon per nacht in €)

2018

2019

Hotels, pensions, appartementen, boerderijkamers, etc.

1,60

1,60

Recreatiewoningen respectievelijk niet beroepsmatig verhuurde ruimten 

1,00

1,00

Kampeermiddelen: mobiele kampeeronderkomens en stacaravans

0,60

0,60

Groepsaccommodaties (o.a. kampeerboerderijen)

0,60

0,60

Opbrengst toeristenbelasting (in €)

2018

2019

a. hotels, pensions, appartementen en boerderijkamers: 120.000 x € 1,60

189.000

192.000

b. recreatiewoningen en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten:  49.000 x € 1,00

48.000

49.000

c. mobiele kampeeronderkomens, stacaravans op campings, vaste  standplaatsen en groepsaccommodaties: 106.500 x € 0,60

63.000

64.000

Raming toeristenbelasting (afgerond)

300.000

305.000

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofd-verblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar te houden.  De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. 

 

Tarieven forensenbelasting (in €)

2018

2019

Forensenbelasting: vast bedrag per gemeubileerde woning

285

285

Opbrengst forensenbelasting

 2018

 2019

445 aanslagen x € 285

127.000

127.000

Raming (afgerond)

127.000

127.000

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendrukontwikkeling op basis van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen belastingplichtigen  met of zonder eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 

Geen eigen woning* (in €)

2018

2019

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

262,20

270,61

8,41

3,2%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

88,00

36,80

88,00

42,40

0,00

5,60

0,0 %

15,2 %

Totaal

387,00

401,01

14,01

 3,6 %

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van €250.000 (begroting 2017) in 2015 en een woningwaarden van €238.000 in 2016, conform de uitgangspunten van de COELO-atlas uit die jaren.

 

Eigen woning (Gemiddelde woningwaarde: € 250.000*) (bedragen in €)

2018

2019

Verschil

In %

OZB*

381,00

381,00

 0,00

  0,0% *

Rioolheffing (tot 300 m3 waterverbruik):

262,20

270,61

8,41

3,2%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

88,00

36,80

88,00

42,40

0,00

5,60

 0,0%

 15,2%

Totaal

768,00

782,01

14,01

1,82%

* Rekening houdend met 1,3% inflatiecorrectie

Kwijtscheldingsbeleid

Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen  kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleids-vrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 

Dinkelland past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:

  • afvalstoffenheffing,
  • rioolheffing en
  • onroerendezaakbelastingen.

 

Een aanvraag wordt getoetst op basis van  inkomen en vermogen. Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige  gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert.

 

 Aantal kwijtscheldingsverzoeken

Rekening  2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Aanvragen: volledige afwijzing

33

20

40

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

  3

  2

  5

Aanvragen:  volledige toewijzing

278

300

255

Totaal

314

322

300

 

 

 

 

Kwijtscheldingsbedragen

2017

2018

2019

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)

113.000

100.000

101.000

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Dinkelland toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. 

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan vijf stappen beschreven:

 1. Bewust worden
 2. Identificeren
 3. Analyseren en beoordelen
 4. Beheersen
 5. Vooruitdenken 

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 en aanbevelingen rekenkamerrapport Dinkelland
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico’s met beheersmaatregelen en interne audits

 

Risicobeheersing 2018

In 2018 is het risicomanagement uitgebreid met de fraude-risicoanalyse en zijn de fraude-risico’s ook voor het eerst meegenomen in onderstaande risicoprofiel. Hierbij ontstaat meer inzicht in het integrale beeld van risicomanagement binnen onze organisatie. De fraude-risicoanalyse is ter inzage aan de Raad gelegd. Het opnemen van de fraude-risico’s verklaard in onderstaande tabel de (beperkt) hogere score ten opzichte van voorgaande jaren.

 

Verder is in 2018 het integraal risicomanagement gepositioneerd in het programma ontwikkeling Noaberkracht. Risicomanagement levert hierin een bijdrage doordat adequaat risicomanagement een belangrijk aspect is van Corporate Governance en ertoe leidt dat de organisatie beter beheersbaar wordt. Voor ons als gemeentelijke organisatie ligt er een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s.

 

Kortom: Genoeg uitdagende aspecten waar wij als gemeente het komende jaar mee aan de slag kunnen en zullen gaan. Via een projectplan zal hiervoor specifieke aandacht zijn.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico's (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel worden de tien risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

 

Risico Kans Financieel gevolg .Invloed
Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijk vastgoed tegen taxatiewaarde 20% max. €2.226.000 8,65%
Voorlopige risico inschatting drie decentralisaties 50% max. €800.000 7,81%
Juridisch conflict wat kan leiden tot nabetaling 90% max. €300.000 7,07%
Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie 30% max. €810.000 4,81%
Algemene uitkering valt lager uit dan begroot 90% max. €250.000 4,42%
Leningen waarvoor de gemeente rechtstreeks garant staat zonder tussenkomst van de WSW 90% max. €2.175.000 4,29%
Kostenstijging bouw- en woonrijp maken 50% max. €438.600 4,29%
Onvolledige en niet-actuele registratie van bezittingen/kunstobjecten 50% max. €500.000 3,26%
Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB) 90% max. €150.000 2,66%

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico's (€20,2 miljoen) kunnen worden gedekt met een bedrag van €3,8 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). 

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In onderstaande tabel wordt de totale weerstandscapaciteit weergegeven.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit (in €)
Weerstand Capaciteit
  2018
Algemene reserve 4.492.000
Reserve grondexploitatie 2.613.000
Totale weerstandscapaciteit 7.105.000

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit = € 7.105.000 = 1,9
benodigde weerstandscapaciteit € 3.800.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Hieronder is de normtabel weergegeven.

 

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

Op de basis van het meerjarig verloop van de algemene reserve, reserve grondexploitatie en reserve vastgoed ontwikkelt de ratio van de gemeente Dinkelland zich als volgt:

 

  2018
Ratio 1,6

 

Kengetallen

De ontwikkeling van de volgende kengetallen zijn opgenomen bij de balans van de gemeente: 

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • EMU saldo

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Dinkelland jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kaderstellende en controlerende rol. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Dinkelland goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden vijf kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Vaste schulden

33.931 30.562 27.192

B

Netto vlottende schuld

5.448 5.448 5.448

C

Overlopende passiva

2.104 6.705 6.705

D

Financiële vaste activa

9.028 8.733 8.441

E

Uitzettingen < 1 jaar

24.486 24.486 24.486

F

Liquide middelen

469 469 469

G

Overlopende activa

1.613 1.613 1.613

H

Totale baten

70.263 56.135 58.570

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

8,40 13,20 7,40

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Vaste schulden

33.931 30.562 27.192

B

Netto vlottende schuld

5.448 5.448 5.448

C

Overlopende passiva

2.104 6.705 6.705

D

Financiële vaste activa

2.701 2.701 2.701

E

Uitzettingen < 1 jaar

24.486 24.486 24.486

F

Liquide middelen

469 469 469

G

Overlopende activa

1.613 1.613  1.613 

H

Totale baten

70.263 56.135 58.570

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

17,40 24,00 17,20

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Eigen vermogen

44.680 33.228 30.498

B

Balanstotaal

91.051 102.878 99.502

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

49,10 32,30 30,70

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

4.957 8.175 6.201

C

Totale baten

70.263 56.135 58.570
 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

7,10 14,60 10,60

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

Totale structurele lasten

51.753 44.482 48.155

B

Totale structurele baten

53.935 39.089 47.639

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

1.513 2.546 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

1.517 2.868 2.345

E

Totale Baten

70.263 56.135 58.570

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

3,10 - 9,00 3,10

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Dinkelland heeft om zijn belastingen te verhogen. De O.Z.B. is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

A

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

OZB-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (uitgangspunt COELO-atlas)

368 381 381

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

262 262 271

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

135 125 125

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

765 768 777

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019

Netto schuldquote

8,40 13,20 7,40

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

17,40 24,00 17,20

Solvabiliteit

49,10 32,30 30,70

Grondexploitatie

7,10 14,60 10,60

Structurele exploitatieruimte

3,10 -9,00 3,10

Belastingcapaciteit

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. 

 

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2017 voor de kapitaalgoederen: 

 

Beheerplannen Vaststelling door raad in jaar Looptijd Financiële vertaling in begroting Uitgesteld onderhoud
Wegen* 2016 n.v.t. ja nee
Riolering 2013 2018 ja nee
Groen 2014 n.v.t. ja nee
Gebouwen 2010 n.v.t. ja nee

 * kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect 'wegen'

Kaders en cijfers

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de 'Financiële verordening gemeente Dinkelland (2017)'.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: waarin opgenomen de gemeentelijke taak als 'goed wegbeheerder' om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en 'groot' onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting. 

 

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten van de riolering dekken we via de rioolheffing. Binnen de rioolheffing streven wij het ideaalcomplex na.

 

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, staan in het algemeen als incidentele investeringen opgenomen in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

 

Voor gebouwen stelt de raad de kosten van het groot onderhoud uit de reserve 'Onderhoud gebouwen' beschikbaar. 

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel 'beleid en beheer' gaan we hier nader op in. 

 

In het GRP 2013-2018 zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

 

Voor het beheer van gebouwen is een meerjaren onderhoudsprogramma (MOP) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven. 

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kerncijfers vermeld.

  Aspect Binnen de kom Buiten de kom
Wegen Weglengte totaal 122 km 462 km
  Oppervlakte elementenverharding 77 ha 3 ha
  Oppervlakte asfaltverharding 31 ha 127 ha
  Oppervlakte betonverharding 0,3 ha 3 ha
  Oppervlakte overige 1 ha 41 ha
  Aantal bruggen 26 st 58 st
  Aantal duikers 3 st 1.147 st
Riolering

Gemengde hoofdriolering

108 km

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

29 km.

 

Kolken

9.500

 

Pompunits drukriolering buitengebied

1.209

  Drukriool buitengebied

430 km.

 

Rioolgemalen

49

 

Persleidingen

24 km.

 

IT riolen

5 km.

 

Wadi’s

34

 

Bergbezinkbassins

10

 

Externe overstorten

44

 

Interne overstorten, stuwputten, wervelventielen, etc.

35

Groen Beplantingsoppervlakte (natuurlijk) 32,5 ha 9 ha
  Beplantingsoppervlakte (in cultuur) 25 ha -
  Oppervlakte gazon 56 ha 2 ha
  Aantal bomen 9.850 st pm
Gebouwen Schoolgebouwen 14 locaties
  Sportaccommodaties 12.000 m²
  Maatschappelijke/culturele doeleinden 6.000 m²
  Monumentale gebouwen 1.700 m²
  Eigen bedrijfsvoering 17.480 m²
  Overige gebouwen 13.410 m²

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwailteit, is door de raad vastgesteld in 2014. 

 

Voor het beheer van de wegen en het groen maken we gebruik van de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW. In de catalogus is met foto's aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, enz.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen of delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd. 

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling die per 1 januari 2016 wordt gemaakt tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte en we kunnen hierdoor optimaal met kosten omgaan. 

 

Wat de gebouwen betreft is de gemeente Dinkelland in veel gevallen verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks (klein) en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Daar waar sprake is van leegstand, draagt de gemeente als eigenaar weer de verantwoordelijkheid voor ook het klein onderhoud. Voor de schoolgebouwen heeft de stichting Katholiek Onderwijs Noordoost-Twente (KONOT) en in een enkel geval stichting Consent, de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Noaberkracht. 

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van de CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald. 

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.    

 

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 hebben we een meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

 

 

Scenario 3B: Alles C met HotSpots/centra A en voetpaden B

Gewenste kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

A

A

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

A

A

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

A

A

C

B

Overige

C

C

C

C

A

 

C

C

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

 

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in de tabel.

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. Vastgelegd is dat we ook hier het basisniveau “C” gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken wordt een onderhouds- en vervangingsprogramma opgesteld. . We richten ons daarbij in eerste instantie op monitoring aangezien we op dit moment geen actueel beeld van de kwaliteit hebben. Om aan de uitkomsten van een geactualiseerd onderhouds- en vervangingsprogramma inhoud te geven, is met ingang van 2017 het onderhoudsbudget met € 50.000 verhoogd. Zodra de resultaten vanuit het inspectie- en monitoringsprogramma bekend zijn, zal indien noodzakelijk de hoogte van dit bedrag opnieuw worden bezien.

 

Openbare verlichting

Aan de hand van het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’, met daarin uitgangspunten en keuzes voor het beleid, ontwikkelen we plannen voor vervanging en nieuwe plaatsing van openbare verlichting. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol. Ook met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling houden we rekening.

 

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zes gemeenten. In totaal worden ca. 5.900 lichtpunten onderhouden.

 

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting. In 2016 is gestart met het planmatig vervangen van openbare verlichting.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2013-2018) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering wordt bepaald met een analyse van video-inspecties, waarbij we inspectiecatalogus NEN3399 gebruiken. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhouds)inspecties monitort een hoofdpost dagelijks de rioolsysteem. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. Maar dan gebruiken we dit vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks nemen we een steekproef voor de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenst niveau. Bij ‘hotspots’ geldt het hogere kwaliteitsniveau A.

 

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequente nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Gebouwen

Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). Deze MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van een pand op kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6). De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van vier jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de voorziening voor het groot onderhoud op peil gebracht Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

 

Onderhoudsplannen

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren, worden vooral bij wegen aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperkt.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

De beleidsnota onderhoud kapitaalgoederen is wat betreft de arealen wegen en kunstwerken in 2016 vastgesteld. De ontwikkelingen op deze arealen worden permanent gemonitord en waar mogelijk door vertaald naar het geplande onderhoud.

 

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk door vertaald op het geplande onderhoud. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 hebben de KONOT en stichting Consent de verantwoording voor alle onderhoud van hun schoolgebouwen

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Er komt een nieuwe landelijke richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. Het initiatief hiertoe is in 2015 gestart, maar nog niet afgerond.  

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben we besloten om de algehele kwaliteit van het wegenareaal op niveau C te gaan onderhouden. Voetpaden in woongebieden worden onderhouden op kwaliteit B.  Voor HotSpots wordt niveau A gehanteerd. De vastgestelde kwaliteitsniveaus zijn geïmplementeerd in ons beheersysteem. Het ingrijpmoment voor onderhoud is in overeenstemming met het vastgestelde onderhoudsniveau Veiligheid voor de weggebruiker staat voorop. Het budget is in principe toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben we besloten het jaarlijks budget te verhogen en toe te voegen aan de onderhoudsreserve. In 2017 is gestart met het in kaart brengen van de actuele kwaliteit van de bruggen. Op basis van die uitkomsten zal een uitvoeringsprogramma voor onderhoud worden uitgevoerd.

 

Rioleringen

In financieel opzicht zijn de kosten van het rioleringsonderhoud en de rioolvervangingen gedekt via het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In 2018 voldoet het rioolsysteem aan alle in het GRP gestelde eisen voor kwaliteit en kwantiteit.

 

Groen

De maandelijkse inspectie van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus. Het cyclisch planmatig vervangen van cultuurbeplanting loopt door ontbreken van voldoende beschikbare middelen achter. Op dit moment wordt een Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (KOR) opgesteld waarin de prioriteit mbt de plannen op groengebied wordt vastgesteld, mede in relatie tot het groot onderoud wegen en riolering. De financiele middelen hiervoor zijn met ingang van 2018 meegenomen.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Door afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk dat structurele onderhoudsgelden worden aangevuld met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhouds programma, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. Eventuele budgetoverschrijdingen of onderschrijdingen worden verrekend met de Reserve “onderhoud wegen”.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het 'Meerjaren onderhoudsprogramma' vastgesteld. Besloten is daarbij om door middel van een nader onderzoek de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten structureel €50.000 toe te voegen aan het budget. Op basis van de resultaten van de aangekondigde inspectie en monitoring wordt in 2018 bezien in hoeverre deze verhoging toereikend is.

 

Rioleringen

De beschikbare middelen voor de riolering zijn voldoende om het stelsel op niveau te houden. Het streven is te komen tot het ideaalcomplex. Hierbij sparen we voor rioolvervangingen, zodat we deze direct kunnen afschrijven. De kapitaallasten lopen dan niet op. De gedachte hierachter is dat we de financiële gevolgen van de in stand houding van het rioolsysteem niet naar volgende generaties doorschuiven. Dit is vastgelegd in het GRP. Het GRP wordt in 2018-2019 geactualiseerd en opnieuw vastgesteld.

 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de voorziening “planmatig onderhoud gebouwen” ter beschikking. Jaarlijks is er een dotatie van €475.000 aan deze voorziening. De afgelopen jaren is gebleken dat de controle op nut en noodzaak geleid heeft tot besparingen op de geplande financiële uitgaven. Met het oog op nieuwe ontwikkelingen is er de laatste jaren maar beperkt onderhoud gepleegd aan vooral sportaccommodatie Dorper Esch (alleen als veiligheid of bedrijfsvoering in gevaar kwam) waardoor er sprake is van behoorlijk wat uitgesteld onderhoud. In 2019 zal het vernieuwbouw van Dorper Esch worden afgerond.

 

Alleen de aangewende middelen worden verrekend met de onderhoudsreserve.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij 1 jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

 

Een kasgeldlimiet van €5,3 miljoen betekent dat Dinkelland in 2019 tot een bedrag van €5,3 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mag financieren.

 

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2019

  62,2

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

5,3

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

 

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2019

 62,2

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

    12,4

Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                      0

Ruimte

                     12,4

In 2019 wordt geen renterisico gelopen volgens de renterisiconorm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2019:

 

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2019

 30,6

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                         0

Af:

reguliere aflossingen

                       3,4

 

vervroegde aflossingen

                         0

Eindstand per 31 december 2019

 27,2

 

Algemene ontwikkelingen

 Geldleningen

In 2019 zullen geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2019 zijn € 3,4 miljoen en de rentelasten €733.736.

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Dinkelland heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. De rente voor langlopende geldleningen is op dit moment  0,95% (looptijd 15 jaar).

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment  negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

 

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie. Dit levert niets op, het rentepercentage is op dit moment 0.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar. Voor 2019 is het EMU-saldo -/- €1,6  mln.   

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

 

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten – het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen. De verbonden partijen, waarbij de gemeente Dinkelland betrokken is, worden hieronder beschreven.

Verbonden partijen gemeente Dinkelland

 

Naam Verbonden partij

Activiteiten

Bestuurlijk belang

Financieel belang

Gemeenschappelijke regelingen

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

 

 

 

De bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is een samenwerkingsverband van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. De vestigingsplaats is Denekamp.

  1. In naam van de deelnemende bestuursorganen is de bedrijfsvoeringsorganisatie in ieder geval belast met:
    1. Beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;
    2. Uitvoering van het door de gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid;
    3. Inkoop en aanbesteding van opdrachten, behoudens voor zover het de bedrijfsvoering betreft;
    4. Uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen medebewindstaken;
    5. Toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering.
  2. In eigen naam is de bedrijfsvoeringsorganisatie  in ieder geval belast met:
    1. De bedrijfsvoering;
    2. Inkoop en aanbesteding van opdrachten ten behoeve van de bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen heeft een bestuur, dat wordt gevormd door de colleges van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland. De beide burgemeesters zijn voorzitter van het bestuur.

De gemeente Dinkelland draagt voor 56,35% bij aan de begroting van de gemeenschappelijke regeling. De geraamde bijdrage over 2019 bedraagt € 17.389.000.

EV: € 1.444.000

VV: € 4.238.000

Resultaat: € 250.000

 

Regio Twente

 

 

 

Het openbaar lichaam Regio Twente is een samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (collegeregeling).

Regio Twente is gevestigd in Enschede.

Regio Twente behartigt de (Twentse) belangen op de volgende terreinen:

* basispakket

a. Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente;

b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;

c. Sociaaleconomische structuurversterking;

d. Recreatieve voorzieningen;

e. Bovengemeentelijke belangenbehartiging;

* vrijwillige samenwerking

f. Faciliteren, coördineren en afstemmen gemeentelijke aangelegenheden;

g. Bedrijfsvoering.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur
(= wethouder Brand).

 

Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem.

Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage beschikt een lid van het algemeen bestuur, behoudens de voorzitter, over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. De voorzitter beschikt in dat geval over één stem.

De geraamde bijdrage over 2019 bedraagt € 1.295.000.

EV: € 6.341.000

VV: € 13.703.000

Resultaat: € 0

Veiligheidsregio Twente

 

 

 

Het openbaar lichaam Veiligheidsregio Twente is een verplicht samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. Veiligheidsregio Twente is gevestigd in Enschede.

Veiligheidsregio Twente heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

 

De verplichting tot instelling van en deelname aan een veiligheidsregio vloeit rechtstreeks voort uit de Wet veiligheidsregio’s .

Op grond van de Wet veiligheidsregio’s vormen de burgemeesters van de deelnemende gemeenten het algemeen bestuur. Elk lid van het algemeen bestuur beschikt in de vergadering over één stem.

 

Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening, beschikt een lid van het algemeen bestuur over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt.

De geraamde bijdrage over 2019 bedraagt € 1.825.000.

EV: € 1.421.000

VV: € 59.579.000

Resultaat: € 0

Crematoria Twente

 

 

 

Het openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT) is een samenwerkingsverband van 13 Twentse en Achterhoekse gemeenten door middel van een gemeenschappelijke regeling (collegeregeling).

OLCT is gevestigd in Enschede.

Het OLCT is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging. Deze taken ondergebracht in Crematoria Twente / Oost- Nederland B.V.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur
(= wethouder Duursma).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem per 20.000 inwoners (of een

gedeelte daarvan) van de gemeente die hij vertegenwoordigt, met dien verstande dat

geen der individuele gemeentes zo veel stemmen kan hebben, dat zij zelfstandig een

meerderheid kan vormen.

Crematoria Twente / Oost-Nederland B.V. keert jaarlijks dividend uit aan OLCT, die het dividend aan de deelnemende gemeenten uitkeert naar rato van het aantal crematies per deelnemende gemeenten.

De geraamde winstuitkering over 2019 bedraagt € 5.000.

EV: € 1.591.000

VV: € 0

Resultaat: € 0

Stadsbank Oost Nederland

 

 

 

Het openbaar lichaam Stadsbank Oost Nederland is een samenwerkingsverband van 22 Twentse en Achterhoekse gemeenten door middel van een gemeenschappelijke regeling (collegeregeling).

Stadsbank Oost Nederland is gevestigd in Enschede.

De Stadsbank Oost Nederland is een intergemeentelijke kredietbank die zich ten behoeve van ingezetenen van de deelnemende gemeenten op maatschappelijk en zakelijk verantwoorde wijze bezighoudt met kredietverstrekking, budgetbeheer, schuldhulpverlening, preventie en voorlichting.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur
(= wethouder Duursma).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

 

De geraamde bijdrage over 2019 bedraagt  € 106.000.

EV: € 1.324.000

VV: € 19.309.000

Resultaat:  € 0

Omgevingsdienst Twente

 

 

 

Het openbaar lichaam Omgevingsdienst Twente is een verplicht samenwerkingsverband van 14 Twentse gemeenten en provincie Overijssel door middel van een gemeenschappelijke regeling (collegeregeling).

Omgevingsdienst Twente is gevestigd in Almelo.

De Omgevingsdienst Twente voert in opdracht van alle Twentse gemeenten en de provincie Overijssel de werkzaamheden m.b.t. vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en bodem uit.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur
(= burgemeester Joosten).

 

Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

De geraamde bijdrage over 2019 voor Noaberkracht bedraagt  € 773.000. Dit bedrag wordt op basis van de vaste verdeelsleutel van Noaberkracht verdeeld over beide gemeenten.

EV: € 1.421.000

VV: € 59.579.000

Resultaat:  € 0

Stichtingen en verenigingen

 

 

 

Stichting Participatie Dinkelland

 

 

 

De stichting voert voor de gemeente Dinkelland de Wet sociale werkvoorziening en de Wet werk en bijstand uit.

Stichting Participatie Dinkelland is gevestigd in Denekamp.

De stichting heeft ten doel:

  • het exclusief ten behoeve van de gemeente Dinkelland (doen) uitvoeren van de Wsw en de Wwb;
  • het ter beschikking stellen van arbeidskrachten: Wsw-medewerkers  en Wwb-medewerkers.

De stichting heeft een raad van toezicht van minimaal 3 leden, die worden benoemd door het college van Dinkelland. In de raad van toezicht heeft ook minimaal één lid van het college  zitting
(= burgemeester Joosten).

De geraamde bijdrage over 2019 bedraagt:  € 483.000.

EV: € 0 *

VV: € 360.700 *

Resultaat: € 90.000 *

Coöperaties en vennootschappen

Cogas

 

 

 

De aandelen van de Naamloze Vennootschap Cogas Holding zijn in handen van negen Overijsselse gemeenten.

Cogas is gevestigd in Almelo

Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie- en machtigingsgebieden. Dinkelland valt onder het verzorgingsgebied van Cogas.

Het college benoemt uit haar midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= burgemeester Joosten).

 

Dinkelland bezit 463 aandelen (9,1%), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd.

De geraamde dividend uitkering over 2019 bedraagt € 926.000.

EV: € 155,8 miljoen *

VV: € 95,8 miljoen *

Resultaat: € 16,0 miljoen *

Enexis Holding N.V.

 

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Enexis Holding zijn in handen van zes provincies en ca. 130 gemeenten.

Enexis is gevestigd in Den Bosch.

Enexis beheert het energienetwerk in zeven provincies in Noord-, Oost-, en Zuid-Nederland, waaronder Overijssel. Dinkelland valt onder het verzorgingsgebied van Enexis.

Het college benoemt uit haar midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= burgemeester Joosten).

Dinkelland bezit 96.993 aandelen (0,06%), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd.

De geraamde dividenduitkering over 2019 bedraagt € 65.000.

EV: € 3.808 miljoen *

VV: € 3.860 miljoen *

Resultaat: € 200 miljoen

Vordering op Enexis B.V.

 

 

 

Essent heeft eind 2007 een herstructurering doorgevoerd waarbij de economische eigendom van de gas- en elektriciteitsnetten binnen de Essent-groep zijn verkocht en overgedragen aan Enexis tegen de geschatte fair market value. Omdat Enexis destijds over onvoldoende contante middelen beschikte om de koopprijs hiervoor te betalen is deze omgezet in een lening van Essent. In de Wet Onafhankelijk Netbeheer was opgenomen dat er na splitsing geen financiële kruisverbanden mochten bestaan tussen het productie- en leveringsbedrijf (Essent) en het netwerkbedrijf (Enexis).  Omdat het op dat moment niet mogelijk was om de lening extern te financieren, is besloten de lening over te dragen aan de verkopende aandeelhouders van Essent.

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 geliquideerd kunnen worden.

N.v.t.

De vordering (geldleningen) van Dinkelland op Enexis bedraagt € 551.000.

De 4e tranche zal op 30 september 2019 worden afgelost.

EV: € 0

VV: € 0

Resultaat: € 20.000 -/-

Verkoop Vennootschap B.V.

 

 

 

In het kader van de verkoop in 2009 van Essent aan RWE hebben de verkopende aandeelhouders een aantal garanties en vrijwaringen gegeven aan RWE. Het merendeel van deze garanties en vrijwaringen is door de verkopende aandeelhouders overgedragen aan Verkoop Vennootschap.

 

Ter verzekering van de betaling van eventuele schadeclaims heeft RWE bedongen dat een deel van de verkoopopbrengst door de Verkopende Aandeelhouders gedurende een bepaalde tijd in het General Escrow Fonds wordt aangehouden. Buiten het bedrag dat in het General Escrow Fonds zal worden gehouden, zijn de verkopende aandeelhouders niet aansprakelijk voor inbreuken op garanties en vrijwaringen.

Ondanks dat het General Escrow fonds in juni 2016 is geliquideerd, dient de vennootschap als gevolg van contractuele verplichtingen nog in stand gehouden te worden. Het bestuur van de vennootschap is sindsdien in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

EV: € 125.000

VV: €.7.500

Resultaat:  € 12.500 -/-

 

CBL Vennootschap B.V.

 

 

 

De functie van deze vennootschap is de verkopende aandeelhouders van energiebedrijf Essent (“Verkopende Aandeelhouders”) te vertegenwoordigen als medebeheerder (naast RWE, Essent en Enexis) van het CBL Escrow Fonds en te fungeren als "doorgeefluik" voor betalingen in en uit het CBL Escrow Fonds.

Ondanks dat het CBL Escrow fonds in juni 2016 is geliquideerd, dient de vennootschap als gevolg van contractuele verplichtingen nog in stand gehouden te worden. Het bestuur van de vennootschap is sindsdien in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd. 

N.v.t.

EV: € 125.000

VV: € 5.000

Resultaat: € 10.000 -/-

CSV Amsterdam B.V.

 

 

 

Deze organisatie vervult drie doelstellingen:

a. namens de verkopende aandeelhouders van Essent een eventuele schadeclaimprocedure voeren tegen de Staat als gevolg van de WON;

b. namens de verkopende aandeelhouders  van Attero eventuele garantieclaim procedures voeren tegen RECYCLECO BV (hierna Waterland);

c. het geven van instructies aan de escrow-agent wat betreft het beheer van het bedrag dat op de escrow-rekening n.a.v. de verkoop van Attero is gestort.

De looptijd van deze vennootschap is afhankelijk van de periode dat claims worden afgewikkeld. Eventuele claims kunnen door Waterland tot 5 jaar na completion (mei 2019) worden ingediend.

Na afwikkeling van deze eventuele claims van Waterland zal de escrow-rekening kunnen worden opgeheven en het restant op deze rekening kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders naar rato van het aandelenbelang.

 

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 kunnen worden geliquideerd.

N.v.t.

EV: € 670.000

VV: € 0

Resultaat: € 100.000 -/-

Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.

 

 

 

PBE wikkelt de zaken af die uit de verkoop voortkomen. Daarnaast is PBE verplichtingen aangegaan in het kader van het Convenant Borging Publiek Belang Kerncentrale Borssele uit 2009. Hiermee is een termijn van 8 jaar na verkoop gemoeid.

Ondanks dat het General Escrow fonds in juni 2016 is geliquideerd, dient de vennootschap als gevolg van contractuele verplichtingen nog in stand gehouden te worden. Het bestuur van de vennootschap is sindsdien in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

EV: € 1,590.000

VV: € 0

Resultaat: € 20.000 -/-

Twence B.V.

 

 

 

De aandelen van de Besloten Vennootschap Twence zijn in handen van de Twentse gemeenten.

Twence is gevestigd in Hengelo

Twence is het afvalverwerkingsbedrijf dat al het huishoudelijke afval en veel van het bedrijfsafval binnen de regio Twente verwerkt. De oorspronkelijke overweging om in Twence B.V. deel te nemen was om in regionaal verband bedrijfs- en huisafval te verwerken waarbij de schaalgrootte zou resulteren in voor inwoners (en bedrijven) acceptabele tarieven.

Het college benoemt uit haar midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Blokhuis).

Dinkelland bezit 34.056 aandelen (4,2%).

De geraamde dividenduitkering over 2019 bedraagt € 70.000.

Daarnaast is nog een borgstellingsvergoeding van € 67.700.

EV: € 116 miljoen *

VV: € 148 miljoen *

Resultaat: € 14 miljoen *

Wadinko

 

 

 

De aandelen van de Naamloze Vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten. Wadinko is gevestigd in Zwolle.

Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid - en daarmee de werkgelegenheid - wil bevorderen in Overijssel, de Noordoostpolder en Zuidwest Drenthe. Wadinko is opgericht vanuit de Waterleiding Maatschappij Overijssel, waar ook Dinkelland in deelnam.

Het college benoemt uit haar midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= burgemeester Joosten).

Dinkelland bezit 93 aandelen (3,893%), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd.

De geraamde dividenduitkering over2019 bedraagt € 46.500.

EV: € 68.500.000.

VV: € 1.500.000

Resultaat: € 1.250.000

BNG

 

 

 

De aandelen van de Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor de helft in handen van de Staat en voor de andere helft in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

BNG is gevestigd in Den Haag.

De BNG heeft ten doel de uitoefening van het bedrijf van bankier ten dienste van overheden. De BNG is huisbankier van Dinkelland.

Het college benoemt uit haar midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= burgemeester Joosten).

Dinkelland bezit 16.934 aandelen (0,03%), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd.

De geraamde dividenduitkering over 2019 bedraagt € 15.000.

EV: € 4.953 miljoen *

VV: € 135.041 miljoen *

Resultaat: € 393 miljoen *

NV ROVA Holding

 

 

 

De aandelen van de Naamloze Vennootschap NV ROVA Holding zijn in handen van 23 gemeenten met 340.000 aansluitingen.

ROVA is gevestigd in Zwolle.

 

ROVA verzorgt voor gemeenten alle publieke taken die voortkomen uit de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval (afvalinzameling en verwerking, beheer inzamelmiddelen).

Het college benoemt uit haar midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Blokhuis).

Dinkelland bezit 260  aandelen (7,67%), waarop jaarlijks dividend wordt uitgekeerd.

De geraamde dividenduitkering over 2019 bedraagt € 65.000.

EV: € 29.075.000 *

VV: € 47.091.000 *

Resultaat: € 7.441.000 *

 

Overige verbonden partijen

 

 

 

EUREGIO

 

 

 

EUREGIO is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van 131 Nederlandse en Duitse overheden. EUREGIO is een openbaar lichaam naar Duits recht.

EUREGIO is gevestigd in Gronau (D).

EUREGIO heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

De EUREGIO-raad is het politieke orgaan van EUREGIO. De samenstelling is gebaseerd op een partijpolitieke en regionale sleutel. Het inwonertal bepaalt het aantal zetels per deelnemende gemeente. Dinkelland bezet 2 van de 41 Nederlandse zetels (raadslid Maathuis en burgemeester Joosten).

De geraamde jaarlijkse bijdrage bedraagt: € 8.000.

EV: € 1.676.000

VV: € 46.865.000

Resultaat: € 33.000

 

EV:                  Eigen Vermogen 31-12-2019 (exclusief resultaat 2019)

VV:                  Vreemd Vermogen 31-12-2019

Resultaat:        Resultaat 2019

*:                     betreft cijfers uit jaarrekening 2017

Risico's verbonden partijen

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor het tweede keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo en Enschede.

 

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

 

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

Publiekrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Stichting Participatie Dinkelland (SPD)

Groot

Groot

Hoog

Stadsbank Oost Nederland

Middel

Groot

Gemiddeld

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Groot

Groot

Hoog

Veiligheidsregio Twente (VRT)

Groot

Groot

Hoog

EUREGIO

Klein

Groot

Laag

Crematoria Twente (OLCT)

Klein

Middel

Laag

Regio Twente

Groot

Middel

Gemiddeld

Omgevingsdienst Twente

Middel

Groot

Hoog

 

Privaatrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Wadinko

Klein

Groot

Gemiddeld

Twence

Klein

Middel

Gemiddeld

Vordering op Enexis

Middel

Middel

Gemiddeld

Enexis Holding

Klein

Middel

Laag

Cogas

Groot

Middel

Gemiddeld

BNG

Klein

Klein

Laag

ROVA

Groot

Middel

Gemiddeld

 

Financieel belang:                                              Risico:

Klein: < € 100.000                                               Klein: < 20

Middel: > € 100.000 en < € 1.000.000    Middel: 21 t/m 24

Groot: > € 1.000.000                                          Groot: > 25

Grondbeleid

Grondbeleid

Algemeen

In het eerste half jaar van 2018 zijn 35 woningbouwkavels verkocht van de geprognosticeerde 42 stuks. Daarnaast zijn verkoopovereenkomsten gesloten voor ruim 15 kavels. Dit betekent dat meer dan de helft van de geprognosticeerde kavels zijn verkocht en dat we daarmee op koers liggen om in 2018 ruim 40 kavels te kunnen verkopen. Uiteindelijk zal de voorraad bouwkavels sneller verkocht zijn dan enkele jaren geleden werd verwacht. Door deze grondverkopen neemt de boekwaarde van het grondbedrijf af en heeft dit positieve gevolgen voor het risicoprofiel.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 12 juli 2016 een nieuwe Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Dinkelland bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Dinkelland tot 2020 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

 

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. De nota grondbeleid is een belangrijk kader waarmee sturing kan worden gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2019 en verder

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld. Bij de vaststelling van de jaarrekening over 2017 zijn daarnaast de geactualiseerde grondexploitaties vastgesteld. Hierin zijn per jaarschijf de te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht. De fasering van de te verwachten opbrengsten is in lijn gebracht met het vastgestelde woningbouwprogramma, de te verwachten marktomstandigheden en de grondprijzen van 2018.

 

In 2019 zullen een aantal nieuwe uitgiftes zijn en/of worden opgestart: Aveskamp (3 kavels), Commanderie(straat) (8 kavels) en Diezelkamp Noord (11 kavels).

 

Bouwgrondverkopen

Woningbouw

Voor 2019 verwachten we 38 woningbouwkavels te verkopen. De plancapaciteit gemeentebreed is op korte termijn nog voldoende. Op basis van de kerngesprekken als onderdeel van de Uitvoeringsnota Woningbouw zullen wij de programmering actualiseren en werken aan het in balans brengen van het aanbod ten opzichte van de behoefte.

 

Bedrijventerreinen

We verwachten dat de laatste kavels in het plan Echelpoel in 2020 zijn verkocht. De interesse voor kavels op De Mors blijft achter; voor 2019 verwachten we 1 kavel te kunnen verkopen. Het bestemmingsplan Sombeek is in 2018 door een RvS procedure vertraagd. De uitspraak wordt in 2019 verwacht.

Financiële situatie/ Reserve grondexploitatie

Doordat in de diverse woningbouwplannen bouwkavels worden verkocht, blijven de bijbehorende grondexploitaties inkomsten genereren. Dit heeft een positief effect op de boekwaarde. Deze zal geleidelijk verder gaan afnemen. Een uitzondering hierop vormen de bedrijventerreinen, deze blijven voorlopig nog kwetsbaar voor eventuele verliezen. Alle risico’s van de grondexploitatie zijn meegenomen in het risicoprofiel. Wij verwijzen u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Actuele ontwikkelingen

Woningbouwverkopen

De vraag en belangstelling naar woningbouwkavels is verder toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. Gevolg is dat de voorraad woningbouwkavels snel afneemt. We zijn ons aan het beraden op nieuwe posities waarbij inbreiding boven uitbreiding gaat. Wij zetten in op beter bij de behoefte passende woonruimte voor jong en oud. Hierbij streven wij in elke kern een toegankelijke en bereikbare woningmarkt en een realistisch woningbouwaanbod na. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de behoefte op korte termijn en de behoefte op de middellange termijn (10 à 15 jaar).

 

Bedrijventerreinen

Voor 2019 verwachten we in totaal 1 hectare bedrijventerrein daadwerkelijk te kunnen verkopen.

 

Actieve marktbenadering

Dit doen we met onze nieuwe en succesvolle website kavelsindinkelland.nl en de woonbeurs. En we blijven open staan voor nieuwe ontwikkelingen op en uit de markt. Te denken valt aan collectief particulier opdrachtgeverschap, projectmatige bouw, sociale woningbouw, duurzaam bouwen etc. Doel hierbij blijft het streven naar het halen van de geprognosticeerde aantallen kavelverkopen.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2019 van Noaberkracht is door beide gemeenteraden vastgesteld. Noaberkracht ondersteunt Dinkelland in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft een focus op resultaat (de goede dingen goed doen). Daarom is het belangrijk dat Noaberkracht een wendbare organisatie blijft, die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving.

 

Beleidindicatoren

De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Naast opname in de begroting worden deze indicatoren digitaal beschikbaar gesteld op de website waarstaatjegemeente.nl.

 

Beleidsindicatoren begroting 2019 
Bron: Vensters voor bedrijfsvoering 2018  
Peildatum: 1-1-2019  
Indicator Waarde Eenheid
Financieel    
Omvang formatie 6,18 fte per 1.000 inwoners
Omvang overhead 11,0% Overhead (percentage van de totale kosten)
Apparaatskosten €644 kosten per inwoner
Externe inhuur 7,12% kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur
Maatschappelijk    
Afstand tot de arbeidsmarkt 2% percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt"
HRM    
Bezetting t.o.v. formatie 100% aantal fte's bezetting t.o.v. aantal fte's formatie in de gehele organisatie
Vrouwen in leidinggevende positie 15% aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidingevenden
Ziekteverzuim 3,30% de verzuimde dagen in 2017 gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen in 2017, keer 100%
Frequentie ziektemeldingen 0,6 het gaat om het gemiddeld aantal ziektemeldingen per medewerker over 217
Vergroening (35-) 12% aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door het totaal aantal medewerkers
Vergrijzing (55+) 36% percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. het totaal aantal medewerkers
Instroom 6,80% ingestroomde medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Uitstroom 7,60% vertrokken medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Interne mobiliteit 5,40% aantal medewerkers geplaatst op interne vacatures gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Klant    
Betaaldiscipline 93% percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke termijn wordt betaald
E-facturering 2,9 deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen
Huisvesting    
Werkplekindex 1,23 aantal fte gedeeld door het aantal werkplekken
Energiekosten €6,00 kosten gas, stroom en overig, gedeeld door de beheerde oppervlakte
ICT    
Beheerde applicaties 185 het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties
ICT meldingen per klant 8,9 het aantal ICT meldingen gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie