Meer
Publicatiedatum: 13-06-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Van koersdocument 2018-2022 naar begroting 2019

Opbouw van het hoofdstuk

Opbouw van het hoofdstuk

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

 

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze programmabegroting 2019 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in het koersdocument 2018-2022 en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt.

 

In paragraaf 2 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo. Ook behandelen we de mutaties op de uitvoering van het bestaande beleid of al eerdere besluitvorming in deze paragraaf.

 

In paragraaf 3 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze specifieke mutaties hebben niet in alle gevallen financiële consequenties, maar ze herbergen wel een aantal mogelijke risico’s of zijn in politiek-bestuurlijke zin zo relevant dat een nadere toelichting nodig is.

 

In paragraaf 4 treft u onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid/intensiveringen van beleid aan. Uiteraard zijn hierin ook de voorstellen vanuit het MEP verwerkt. Althans voor zover deze een structureel (jaarlijks terugkerend) karakter hebben.

 

Al deze mutaties hebben een herzien meerjarig saldo tot gevolg, dat in paragraaf 5 is weergegeven. In deze paragraaf geven we ook aan hoe we het herziene meerjarige saldo naar de toekomst toe denken te gaan dekken.

 

Tot slot geven we in paragraaf 6 een overzicht van de beschikbare incidentele middelen waaronder  de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves. In deze paragraaf treft u ook de voorstellen vanuit het MEP  aan die een incidenteel karakter hebben.

1. Meerjarig saldo koersdocument 2018-2022

Meerjarig saldo koersdocument 2018-2022

Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de programmabegroting 2019 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo van het koersdocument 2018-2022.

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Meerjarig saldo koersdocument 2018-2022 1.600 -375 64 28 28
Doorrekening coalitieakkoord 2.200 297 477 477 477
Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 143 - - - -
Herzien meerjarig saldo 3.943 -78 541 505 505

 

De pluspost van €143.000 in de kolom reserves heeft betrekking op het voordelige saldo over het jaar 2018 uit het koersdocument 2018-2022. Dit voordeel hebben we gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. In diezelfde financiële tussenrapportage kwamen we voor het jaar 2019 uit op een nadeel van €78.000. De onttrekking aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen laten we bij de start van het toewerken naar het begrotingssaldo 2019 achterwege om een zo zuiver mogelijk beeld van het begrotingssaldo 2019 te presenteren.  In de loop van dit hoofdstuk brengen we het begrotingssaldo 2019 wel weer in verband met deze reserve.

 

Daarnaast hebben we in het koersdocument aangegeven dat de daadwerkelijke besluitvorming over de doorrekening van het coalitieakkoord en de inzet van de stelpost voor nieuw beleid betrokken zou worden bij het opstellen van de begroting 2019. Bij het bepalen van het startsaldo corrigeren we dus in eerste instantie de doorrekening van het coalitieakkoord. Deze doorrekening laten we daarna in zijn geheel terugkomen om recht te doen aan onze gedane toezegging en om aansluiting te houden met het koersdocument. In het koersdocument hebben wij eveneens aangegeven dat het we het capaciteitsbeslag dat gepaard gaat met de verschillende ambities en inspanningen uit ons coalitieakkoord betrekken bij het opstellen van de begroting 2019. Dit hebben we betrokken bij het Maatschappelijk Effecten plan dat verderop in de begroting 2019 aan de orde komt.

 

Doorrekening coalitieakkoord (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Voortzettingsbesluiten uit overdrachtsdocument          
 - evenementenbeleid   -20 -20 -20 -20
 - mijn Dinkelland   -90 -90 -90 -90
 - bestuursstijl facilitair   -25 -25 -25 -25
 - bestuursstijl communicatie   -45 -45 -45 -45
 - Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) en aanbestedingswet   -23 -23 -23 -23
 - toezicht handhaving Drank en Horeca e.d.   -79 -79 -79 -79
Inzet resterende uren ambitiebegroting uit overdrachtsdocument   265 265 265 265
Overige          
 - beeldkwaliteitsplan openbare ruimte     -100 -100 -100
 - aantrekkelijke openbare ruimte / KOR -150 -55 -155 -155 -155
 - rondweg en traverse Weerselo           -900        
 - toekomst zwembad Kuiperberg   -65 -65 -65 -65
 - zichtbaarheid en betrokkenheid toezichthouders   -70 -70 -70 -70
 - ondermijning   -40 -40 -40 -40
 - energietransitie       -1.000        
 - revolverend fonds     -30 -30 -30
 - fondsmanager   -25 -25 -25 -25
 - versterken toeristische voorzieningen           -150        
 - lokale lasten - geen indexering O.Z.B. in 2019   -125 -125 -125 -125
 - werkbudget ambities   -50      
Inzet stelpost nieuw beleid 2019   150 150 150 150
Totaal doorrekening coalitieakkoord       -2.200           -297           -477           -477           -477

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de doorrekening van het coalitieakkoord en de gevolgen hiervan op te nemen in het herziene meerjarige saldo.

2. Mutaties bestaand beleid

Mutaties bestaand beleid

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zien of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. 

 

Mutaties (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Toevoegen jaarschijf 2022          
 - algemene uitkering         450
 - stelposten         -239
Regio Twente   -94 -94 -94 -94
Veiligheidsregio Twente   17 0 0 -53
Huur pand Denekamperstraat   -15 -90 -90 -90
Vergoeding openluchtmuseum   -30 -30 -30 -30
Areaalaanpassing   -45 -45 -45 -45
ODT   -41 -41 -41 -41
Accountantskosten   -13 -13 -13 -13
Noaberkracht          
 - herschikking doorbelasting Noaberkracht en overhead   293 378 186 93
 - inkoop     -23 -23 -23
 - ondermijning     -28 -28 -28
 - duurzaamheid          
 - privacy en informatieveiligheid     -23 -23 -23
 - programma organisatieontwikkeling     -99 -99 -99
Werkbudgetten   88 88 88 88
Sociaal domein -450 -482 -192 203 247
Kapitaallasten Dorper Esch   310 0 0 0
Septembercirculaire 2018          
 - mutatie algemene uitkering   -65 11 -42 1
 - stelpost rijksvaccinatieprogramma   -41 -41 -41 -41
 - stelpost toezicht en handhaving kinder/gastouderopvang   -10 -10 -10 -10
Kleine afwijkingen   30 -7 40 38
Totaal mutaties -450 -98 -259 -62

88

 

Toevoegen jaarschijf 2022

Het koersdocument 2018-2022 liep tot en met het begrotingsjaar 2021. In de begroting 2019 komt de jaarschijf 2022 (voor het eerst) in beeld. Dit betekent dat we de meerjarige ramingen op basis van bestand beleid moeten doortrekken. Dus een verdere oploop van de verschillende stelposten (loon, prijs en indexatie 3D ramingen). Daar tegenover staat de verhoging van de algemene uitkering.

 

Regio Twente

De hogere bijdrage aan de regio Twente is gebaseerd op de begroting 2019 van de regio Twente. Deze begroting is samen met de begrotingen 2019 van de overige verbonden partijen behandeld in de raadsvergadering van juni 2018. Zoals in de stukken voor de deze raadsvergadering is aangegeven wordt deze hogere bijdrage voor het overgrote deel veroorzaakt door looncompensatie, prijscompensatie  en een stijging van werkgeverslasten.

 

Veiligheidsregio Twente (VRT)

De hogere bijdrage aan de VRT is gebaseerd op de begroting 2019 van de VRT. Deze begroting is samen met de begrotingen 2019 van de overige verbonden partijen behandeld in de raadsvergadering van juni 2018. Zoals in de stukken voor de deze raadsvergadering is aangegeven wordt deze hogere bijdrage voor een  deel veroorzaakt door looncompensatie, prijscompensatie en een stijging van werkgeverslasten.  Daarnaast zijn ook de financiële ontwikkelingen op het gebied van: de Meldkamertransitie, de exploitatie van het openbaar brandmeldsysteem, BTW compensatie op investeringen, vervanging onroerende activa en vervanging van Rijksmaterieel (specialistisch materieel voor brandbestrijding opgenomen in de begroting 2019 van de VRT wat leidt tot een hogere gemeentelijke bijdrage.

 

Huur pand Denekamperstraat 25a Ootmarsum

Het huurcontract stopt per 31 oktober 2019 en wordt niet voortgezet (=contractueel vastgelegd). Er is op dit moment geen zicht op een vervangende huurder vandaar dat we rekening moeten met de wegvallende huur.

 

Vergoeding openluchtmuseum

Op basis van het vonnis van de rechtbank is de gemeente Dinkelland gehouden tot betaling van een exploitatievergoeding van € 30.000 per jaar gedurende een periode van 10 jaren. De vergoeding over 2017 en 2018 inclusief wettelijke rente en proceskosten komt ten laste van de jaarschijf 2018. Met ingang van 2019 t/m 2026 een structurele last van €30.000.

 

Areaalaanpassing

In onze meerjarenraming gaan we uit van jaarlijks oplopende kosten als gevolg van een toename van ons areaal. Hiervoor ramen we een meerjarig oplopende stelpost van €20.000 per jaar. Voor het jaar 2019 kunnen we echter niet alle kosten die gemoeid zijn met de toename van ons areaal dekken uit de betreffende stelpost. Dit betreft vooral  hogere onderhoudskosten voor verhardingen en groen als gevolg van gereedgekomen nieuwbouwprojecten.

 

ODT

In de ontwerpbegroting van de OmgevingsDienst Twente (ODT) 2019 is de bijdrage vanuit Noaberkracht becijferd op €773.067. Dit is €71.000 hoger dan de bijdrage waarmee eerder rekening is gehouden. In de ontwerpbegroting wordt aangegeven dat deze hogere bijdrage wordt veroorzaakt doordat is uitgegaan van het loon- en prijspeil 2019. Zoals gebruikelijk worden hogere lasten als gevolg van loon-en prijsontwikkelingen doorbelast aan de deelnemende gemeenten. Dit betekent volgens de verdeelsleutel voor de gemeente Dinkelland een structureel hogere bijdrage van €41.000.

 

Op dit moment vindt tussen de deelnemende gemeenten nog discussie plaats over de zogenaamde Twentse Norm. Deze Twentse Norm formuleert de producten en het basisniveau voor volwaardige dienstverlening op VTH-gebied en is derhalve de ondergrens om invulling te kunnen geven aan de missie van de ODT: een veilige en gezonde omgeving. In hoeverre deze Twentse norm meerkosten met zich meebrengt kunnen  we op dit moment nog niet inschatten.

 

Accountantskosten

In de raadsvergadering van oktober 2017 heeft de gemeenteraad besloten de opdracht tot accountantscontrole voor de gemeente Dinkelland met ingang van de jaarrekeningcontrole 2017 voor een periode van drie jaar - met de mogelijkheid tot eenzijdige verlenging van de overeenkomst met nog eens twee jaar - aan Eshuis Registeraccountants te gunnen. De meerkosten van deze overeenkomst waren nog niet opgenomen in de (meerjaren)begroting.

 

Herschikking doorbelasting Noaberkracht en overhead

De berekening van de overhead en de doorbelasting van Noaberkracht is met ingang van het jaar 2019 geactualiseerd. Deze actualisatie was nodig gezien de gewijzigde wetgeving op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit heeft geleid tot een verbeterde en reëlere toerekening vanuit Noaberkracht aan de betreffende producten en activiteiten binnen de beide gemeenten. Het ontstane voordeel voor de gemeente wordt veroorzaakt door het feit dat we meer kosten kunnen doorberekenen aan activiteiten waar ook (kostendekkende) baten tegenover staan (bijvoorbeeld grondbedrijf). Dat dit voordeel in de loop der jaren afloopt heeft te maken met het feit dat we op basis van bestaande besluitvorming te maken krijgen met minder grondexploitaties. 

 

Autonome ontwikkelingen en ambities met personele gevolgen (capaciteit Noaberkracht)

Ook de afgelopen tijd zijn we weer geconfronteerd met autonome ontwikkelingen en ambities waarvan de uitvoering meer personele capaciteit vraagt dan aanvankelijk werd aangenomen.

 

Door onder andere de komst van de extra taken op het gebied van de drie decentralisaties is het inkoopvolume fors toegenomen. Dit betekent niet alleen veel extra werk voor onze inkoop coördinator maar ook voor de overige betrokkenen. Voor het jaar 2018 is voor bijvoorbeeld het Twents inkoopmodel extra incidenteel geld beschikbaar gesteld van waaruit deze extra personele inzet kan worden gedekt. Gezien de ervaringen over de laatste jaren ontkomen we er echter niet aan om ook de structurele capaciteit bij vooral inkoop uit te breiden (0,5 fte €40.000). Aandeel van de gemeente Dinkelland hierin bedraagt met ingang van het jaar 2020 €23.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.  

 

Zoals in het overdrachtsdocument  is aangegeven is het project ondermijning begin 2018 van start gegaan. In dit overdrachtsdocument is ook aangeven dat de structurele gevolgen gedurende het project inzichtelijk worden gemaakt en zullen worden betrokken bij het opstellen van de begrotingen van de beide gemeenten. Hoewel we nog niet exact kunnen aangeven wat de structurele consequenties zijn weten we al wel dat we meer personele inzet moeten plegen om het project te draaien en de daaruit voortvloeiende acties en interventies op te pakken. Onze verwachting is dat deze inzet zeker niet minder gaat worden vandaar dat wij adviseren om ook hier structureel geld voor beschikbaar te stellen. Een eerste inschatting komt neer op een bedrag van € 50.000 per jaar voor personele inzet. Aandeel van de gemeente Dinkelland hierin bedraagt met ingang van het jaar 2020 €28.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.  

 

In de begroting 2018 is extra geld beschikbaar gesteld voor de uitdaging duurzaamheid. Het betreft hier incidenteel geld voor zowel project als proces. Dit incidentele procesgeld zetten we in voor de inhuur van externe expertise en voor de dekking van personele inzet via Noaberkracht. Hiermee kunnen we de personele inzet voor de jaren 2018 en 2019 garanderen. Deze jaren moeten vooral worden gezien als de initiatie- en definitiefase waarin de plannen gesmeed gaan worden en ideeën concreet uitgewerkt gaan worden. In de loop van het  jaar 2019 verwachten we beeld te hebben bij de opgaven binnen de uitdaging duurzaamheid. Op dat moment kunnen we ook inschatten hoeveel capaciteit nodig is voor de uitvoering. Dit betrekken we bij het opstellen van de begroting 2020.

 

Als laatste noemen we de privacywetgeving en informatieveiligheid. Het voldoen aan deze steeds scherper worden wetgeving vraagt meer capaciteit dan we aanvankelijk hebben ingeschat. Niet alleen het beleidsmatig vertalen van de landelijke wetgeving naar de lokale situatie vraagt veel tijd maar juist de impact op de organisatie en de doorwerking daarvan. Dit betekent een extra investering in mensen, procedures, systemen, enzovoort. Om te kunnen blijven voldoen aan de eisen is jaarlijks een aanvullend bedrag benodigd van €40.000. Aandeel van de gemeente Dinkelland hierin bedraagt met ingang van het jaar 2020 €23.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.  

 

Programma organisatieontwikkeling

In het programma organisatieontwikkeling zijn een aantal aanbevelingen opgenomen die nog niet zijn opgenomen in de begroting van Noaberkracht. Voor een toelichting op deze aanbevelingen (vanuit het BMC rapport) wordt verwezen naar het programma organisatieontwikkeling. Het aandeel van de gemeente Dinkelland hierin bedraagt €99.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.

 

Werkbudgetten

In de (meerjaren)begroting zijn op meerdere plekken werkbudgetten geraamd. Dit zijn budgetten van waaruit in de loop van een jaar opkomende initiatieven worden gefaciliteerd en betaald. We kiezen ervoor om hiervoor niet langer structurele budgetten te ramen maar om dit te koppelen aan de verschillende ambities. Verderop in dit hoofdstuk komen we hier op terug.

 

Sociaal Domein

In het koersdocument 2018-2022 gemeente Dinkelland hebben we op basis van de meest recente informatie een financiële doorkijk gegeven van de meerjarige ramingen binnen het sociaal domein. Dit heeft geleid tot een verhoging van de ramingen met ruim €400.000 in 2018 oplopend tot ongeveer €1,5 miljoen in 2021. We hebben hierbij aangegeven dat de ramingen binnen het sociaal domein zijn en blijven omgeven met de nodige onzekerheden en risico’s. Niet alleen de onvoorspelbaarheid van de zorgconsumptie maar vooral de afhankelijkheid van het Rijk moet  hierbij worden genoemd. De wetswijziging binnen de Wmo (het abonnementstarief) en de volstrekt onvoldoende en in onze ogen onrechtvaardige financiering van het sociaal domein zijn hier voorbeelden van.

 

Rekening houdend met de ervaringscijfers over de eerste zeven maanden van het jaar 2018, meer duidelijkheid over de gevolgen van de wetswijzigingen binnen de Wmo, de gevolgen van de cao Huishoudelijke Ondersteuning en de hogere tarieven van de zorgaanbieders ontstaat het volgende meerjarige beeld:

 

Sociaal Domein (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Wmo - hulpmiddelen   67 67 -133 -133
Wmo - huishoudelijke ondersteuning   -1 -136 -94 -225
Wmo - ondersteuningsbehoeften   -558 -612 -602 -602
Jeugdzorg   -443 -493 -493 -493
Participatiewet - Bbz   -44 -44 -44 -44
Participatiewet - minimabeleid   35 35 35 35
Participatiewet - reintegratie   14 14 14 14
Participatiewet - bijstand   111 245 620 692
Participatiewet - WSW / SPD   -167 -167 -167 -167
Statushouders   78 78 -11 -11
Onderwijs   50 58 83 83
Sociaal domein - subsidies   19 19 19 77
Overig - GIDS gelden lopen af in 2021   0 0 0 20
Overig - OZB, abonnementen, verzekeringen en kleine wijzigingen   31 32 34 34
Totaal Sociaal domein 0 -808 -904 -739 -720

 

Hulpmiddelen

Onder dit onderdeel vallen het leveren, repareren en onderhouden van woningaanpassingen en Wmo hulpmiddelen zoals rolstoelen, tilliften, scootmobielen en losse woonvoorzieningen voor inwoners van de gemeente Dinkelland die hiervoor in aanmerking komen vanuit de Wmo 2015. Met ingang van 1 januari 2019 gaan we over van de huidige koopconstructie voor de hulpmiddelen naar een huurconstructie. Alle uitstaande hulpmiddelen worden hierbij binnen twee jaar overgenomen door de nieuwe leveranciers. Dit levert ons in 2019 en 2020 een incidenteel voordeel op.

 

Huishoudelijke ondersteuning

In het koersdocument hebben we de tarieven voor huishoudelijke ondersteuning als gevolg van de cao wijziging en loonkostenstijging doorgerekend voor 2019. Ook hebben we gemeld dat de stijging van de tarieven zich naar verwachting door zal zetten in 2020 en verder, maar hebben we ten tijde van het koersdocument hier nog geen tarieven aan kunnen hangen. Ten opzichte van de meerjarenraming in de financiële tussenrapportage houden we op dit moment rekening met een verdere stijging van de tarieven van 5% (2020) en 4% (2021). Naast de kostenstijging is ook rekening gehouden met de gefaseerde instroom van extra cliënten als gevolg van de wijziging van de eigen bijdrage naar een abonnementstarief van maximaal €17,50 per vier weken.

 

Ondersteuningsbehoeften

De huidige producten Ondersteuning Maatschappelijke Deelname (OMD) en Ondersteuning Zelfstandig Leven (OZL) komen door de nieuwe aanbesteding te vervallen en worden omgezet naar ondersteuningsbehoeften. Voor de Wmo kennen we twee niveaus van ondersteuningsbehoeften (1 en 2). De huidige producten moeten dus worden omgerekend naar de nieuwe ondersteuningsbehoeften en de bijbehorende tarieven. Op basis van het schaduwdraaien van Team Ondersteuning en Zorg blijkt dat ongeveer 80% van onze huidige cliënten in ondersteuningsbehoefte 2 terecht zullen komen, de duurdere vorm van ondersteuning. De verwachte instroom van extra cliënten door de daling van de eigen bijdrage is hier ook in meegenomen en gefaseerd ingevoerd in 2019 en 2020.

 

Jeugdzorg

Evenals in het koersdocument is voor de begroting van 2019 op basis van de zorgconsumptie in 2017 en de eerste helft van 2018 een verwachting opgesteld van de uitgaven voor jeugdzorg in 2019. Deze extrapolatie is geschoond voor kosten over voorgaande jaren. Ook gaan we er voor de begroting van 2019 vanuit dat de zorgaanbieders gewend zijn aan de nieuwe manier van maandelijks declareren en dat ze bij zijn met factureren. Net als bij de Wmo vervallen de huidige producten die we kennen en gaan we over naar ondersteuningsbehoeften. De overgang van de huidige producten naar de nieuwe ondersteuningsbehoeften is echter niet één op één door te vertalen. Gedurende 2019 zullen we deze vertaling in beeld gaan brengen. Daarnaast is het budget voor jeugdhulp de afgelopen jaren niet geïndexeerd, voor 2019 en 2020 hebben wij deze indexering meegenomen in de meerjarenraming.

 

Participatiewet

Bbz
De Bbz is een open-eind regeling voor zelfstandigen die (tijdelijk) te maken krijgen met financiële problemen. Op basis van de uitgaven en inkomsten in 2017 en de eerste helft van 2018 hebben we een betere inschatting kunnen maken van het verloop van de kosten. Hieruit blijkt dat de kosten van de aanvragen voor een bedrijfskrediet en lening levensonderhoud lager zijn dan waar we in de meerjarenraming vanuit zijn gegaan, daarnaast blijkt dat de verwachte inkomsten uit rente en aflossing van leenbijstand ook lager zijn. Ook de rijksvergoeding pakt lager uit dan geraamd. Dit vraagt dus om een bijstelling van de begroting. 

 

Bijstand
De afgelopen periode hebben we het aantal cliënten in de bijstand flink zien dalen. Dit is vooral een  gevolg van conjuncturele ontwikkelingen. Wij  verwachten dat deze lijn zich doorzet in 2019 en verder. Dit zorgt voor een lagere uitkeringslast. Daarnaast is op basis van de meicirculaire 2018 de verwachte doeluitkering die we van het rijk ontvangen hoger dan was opgenomen in de meerjarenraming. Meerjarig zorgt dit dus voor een voordeel.

 

Wsw
De Stichting Participatie Dinkelland (SPD) kent qua aantal arbeidsjaren een lagere uitstroom ten opzichte van de verwachting van het rijk. Daarnaast is er in 2018 een onvoorziene instroom van twee medewerkers geweest. Hierdoor is de doorbetaling van de rijksvergoeding (gebaseerd op het fictieve aantal arbeidsjaren), niet toereikend. De gemeente Dinkelland zal daarom een extra bijdrage moeten doen aan de SPD voor gemiddeld 6,69 arbeidsjaren ten bedrage van €24.938 per arbeidsjaar.  

 

Vergunninghouders
De inzet van Vluchtelingenwerk is de afgelopen jaren gedekt via het incidentele budget Noaberoffensief. Dit incidentele budget is in het koersdocument 2018-2022 deels ingezet. Wij stellen voor het benodigde budget voor de inzet van Vluchtelingenwerk structureel op te nemen in de begroting.

 

Onderwijs

Deze meevaller wordt grotendeels veroorzaakt door een hogere rijksvergoeding voor onderwijsachterstanden beleid.  Daarnaast blijkt de besparing door pilot Go-OV in 2019 en 2020 in verband met een tegenvallend aantal leerlingen dat  deelneemt pas vanaf 2021 haalbaar is. Daarom moeten de ingeboekte besparing voor de jaren 2019 en 2020 worden teruggedraaid.

 

Subsidies
Onderhoud buitensport subsidies zijn structureel geraamd, deze bedragen worden echter nog drie jaar uitbetaald (t/m 2021). Daarom zijn met ingang van 2022 deze uitgaven niet meer geraamd.

 

Overig
GIDS gelden zijn structureel geraamd als uitgaaf binnen het sociaal domein. Deze ontvangen we echter nog t/m 2021. In deze periode worden ze ingezet voor schulddienstverlening. Daarom zijn deze uitgaven niet meer geraamd voor 2022.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties op basis van bestaand beleid binnen het sociaal domein en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Stelposten

Met een deel van de meerkosten binnen het sociaal domein als gevolg van volume-, loon- en prijsontwikkelingen hebben we bij de financiële tussenrapportage 2018-2021 in de vorm van stelposten reeds rekening gehouden. Nu de gevolgen van deze ontwikkelingen zijn verwerkt in de verschillende ramingen voor het jaar 2019 en verdere (zie toelichtingen hiervoor) kunnen we deze stelposten inzetten ter dekking.

 

Dekking Sociaal Domein (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Inzet stelpost loon en prijscompensatie uit koersdocument 2019   200 200 200 200
Inzet stelpost loon en prijscompensatie uit koersdocument 2020     100 100 100
Inzet stelpost loon en prijscompensatie uit koersdocument 2021       85 85
Totaal dekking sociaal domein 0 200 300 385 385

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de inzet van de stelposten volume-, loon- en prijsontwikkeling sociaal domein en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Rekening houdend met de inzet van deze stelposten ontstaat het volgende beeld binnen het sociaal domein:

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Resterend tekort sociaal domein   -608 -604 -354 -335

 

Dit geraamde tekort binnen het sociaal domein komt bovenop de aanvullende ramingen die we in het koersdocument 2018-2022 hebben doorgevoerd. Dit betekent dat wij als gemeente Dinkelland met ingang van het jaar 2019 op basis van bestaand beleid een tekort op de uitvoering van de nieuwe taken (jeugd en Wmo) hebben van bijna €1,6 miljoen. Dit komt overeen met een bedrag van ongeveer €60 per inwoner. Het moge duidelijk zijn dat onze begrotingspositie en daarmee ook het voorzieningenniveau in onze gemeente behoorlijk onder druk komt te staan.     

 

In het koersdocument hebben we aangegeven dat wij van mening zijn dat onze inwoners de ondersteuning en de zorg moeten kunnen blijven krijgen die ze nodig hebben maar dat dit tegelijkertijd ook betaalbaar moet blijven. Om dit te bewerkstelligen hebben wij aangegeven dat wij als eerste de (financiële) problematiek binnen het sociaal domein kenbaar maken bij het Rijk. Hiervoor hebben we de volgende twee lijnen uitgezet:

  1. Samen met de gemeenten binnen de Regio Twente (Samen 14), die met een vergelijkbaar probleem zitten, willen wij het Rijk wijzen op de tekorten bij de gemeenten en aandringen op een verhoging van de macro budgetten.
  2. Tijdens de ledenvergadering van VNG op 27 juni zullen wij ons zeer kritisch opstellen ten aanzien van het Inter Bestuurlijk programma (IBP) wat ter besluitvorming voorligt.

 

Deze beide lijnen hebben geleid tot tal van moties (ook ondertekend door de gemeente Dinkelland) tijdens de ledenvergadering van VNG waarin wordt opgeroepen te komen tot een juiste en rechtvaardige financiering van het sociaal domein voordat gemeenten zich willen verbinden aan het IBP. Tot op heden hebben wij nog geen reactie van het Rijk waaruit blijkt dat er aanvullende financiering komt. Ook in de onlangs ontvangen septembercirculaire 2018 wordt hierover niets gezegd. Dat neemt echter niet weg dat wij ons blijven inzetten (liefst in Twents verband) voor een juiste en rechtvaardige financiering van het sociaal domein. Daarnaast zijn we op dit moment ook bezig om als gemeenten binnen de provincie Overijssel de handen ineen te slaan om de financiële problematiek bij het Rijk onder de aandacht te brengen. In de VNG Overijssel hebben we hierin een goede partner.

 

Daarnaast hebben wij in het koersdocument 2018-2022 aangeven dat wij aanvullend op deze actielijnen richting het rijk ook mogelijkheden te zien om tot een efficiëntere en effectievere inzet van de beschikbare middelen binnen het sociaal domein te komen. Uitgangspunt hierbij blijft dat onze inwoners de ondersteuning en de zorg moeten blijven krijgen die ze nodig hebben. De benoemde maatregelen hebben wij uitgewerkt in een transformatieplan sociaal domein 2.0 en de ambitie inclusieve samenleving.

 

Doel van dit transformatieplan sociaal domein 2.0 is een effectievere en efficiëntere inzet van beschikbare middelen met als doel de zorg en ondersteuning voor onze inwoners op termijn bereikbaar en betaalbaar te houden. Dit doen wij langs meerdere ontwikkelpunten:

  1. we versterken de samenwerking en de integrale aanpak van problematiek zowel intern als extern (ook met onze partners zoals de huisartsen, de wijkverpleging, Wij in de Buurt etc.);
  2. we maken resultaatgerichte afspraken;
  3. we optimaliseren de informatie voorziening, controle en monitoring;
  4. we stimuleren de beweging van zwaardere naar lichtere hulp en ondersteuning (waaronder preventie);
  5. we zetten gericht in op versnelling transformatie van ons voorliggende voorzieningen door het aanbieden van algemene voorzieningen die de noodzaak tot geïndiceerde zorg verminderen.

 

Uitgaande van de geprognotiseerde uitgaven (concept basisbegroting gemeente Dinkelland) voor 2019 werken we toe naar het vertalen van deze ontwikkelpunten tot concrete oplossingen die tevens ook leiden tot een vermindering van de kosten (indirect sturen we dus ook op geld). We gaan hierbij uit van een gelijkblijvend cliëntenbestand en problematiek, gelijkblijvend landelijk beleid en de “kostprijs” 2019.  

 

De doorvertaling van dit transformatieplan sociaal domein 2.0 levert op termijn de volgende besparing op:

 

Maatregelen sociaal domein (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
 - transformatieplan Sociaal Domein 2.0 -450 126 412 557 582
Totaal maatregelen sociaal domein -450 126 412 557 582

 

Het uitvoeren van het transformatieplan sociaal domein 2.0 betekent wel dat we daar aanvullende incidentele capaciteit voor beschikbaar moeten stellen. Enerzijds om mensen vrij te maken voor deze versnelde aanpak van de transformatie zoals opgenomen in het beleidsplan Omzien naar Elkaar maar ook om specifieke expertise in te huren. Daarnaast willen wij, gezien de samenhang van de verschillende maatregelen uit het transformatieplan sociaal domein 2.0, gaan werken met een (in eerste instantie tijdelijke) coördinator binnen het sociaal domein. De uitwerking en uitvoering van het transformatieplan sociaal domein 2.0 wordt voor het jaar 2019 de eerste en belangrijkste opdracht. De incidentele kosten hiervan voor de gemeente Dinkelland ramen wij op een bedrag van €450.000. 

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met het transformatieplan sociaal domein 2.0 en de mutaties te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Rekening houdend met de (financiële) doorvertaling van het transformatieplan sociaal domein 2.0 en zijn maatregelen ontstaat het volgende beeld binnen het sociaal domein.

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Resterend tekort sociaal domein 0 -608 -604 -354 -335
Totaal maatregelen sociaal domein -450 126 412 557 582
Saldo sociaal domein -450 -482 -192 203 247

 

Zoals al eerder is aangeven zijn en blijven de ramingen binnen het sociaal domein met de nodige onzekerheden en risico’s omgeven. Dat geldt uiteraard ook voor de invulling van de maatregelen uit het transformatieplan sociaal domein 2.0. Vandaar dat wij voorstellen om de extra weerstandscapaciteit van €1,0 miljoen, waartoe bij het koersdocument 2018-2022 is besloten, te handhaven. Deze extra weerstandscapaciteit is naast het afdekken van onzekerheden en risico’s ook bedoeld om mogelijke faseringsverschillen binnen het transformatieplan sociaal domein 2.0 op te vangen.

 

Kapitaallasten Dorper Esch

De kapitaallasten voor de (ver)nieuwbouw van de Dorper Esch moeten we op grond van de geldende wetgeving structureel ramen vanaf het moment dat het besluit is genomen. We beginnen echter pas met afschrijven in het jaar nadat er sprake is van een boekwaarde. Op het moment van opstellen van de begroting 2019 was er slechts sprake van een beperkte boekwaarde. Dit betekent dat we de geraamde kapitaallasten voor het jaar 2019 op incidentele basis kunnen laten vrijvallen.

 

Septembercirculaire 2018

De septembercirculaire 2018 laat voor de jaren vanaf 2019 een aantal kleine verschillen van de algemene uitkering zien. Hierin is verwerkt de structurele doorwerking van de tegenvaller vanuit het jaar 2018. Deze tegenvaller wordt namelijk goed gemaakt door hogere accressen (meer uitgaven door het Rijk) vanaf het jaar 2019 en door het aanpassen van een aantal maatstaven.

In de algemene uitkering vanaf het jaar 2019 zijn twee taakmutaties verwerkt waarvoor het Rijk aanvullende middelen beschikbaar stelt:

 

Rijksvaccinatieprogramma

Het Rijksvaccinatieprogramma wordt wettelijk verankerd in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Met deze wetswijziging wordt een deel van de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeenten gebracht. Het jaar van invoering daarvan is 1 januari 2019. Om die reden worden nu de middelen hiervoor structureel overgeheveld naar het gemeentefonds. In afwachting van nadere besluitvorming wordt hiervoor een stelpost geraamd. Voor de gemeente Dinkelland gaat het om een bedrag van €41.000 structureel.

 

Toezicht en handhaving kinderopvang en gastouderopvang

Het Ministerie van SZW en de VNG hebben afgesproken dat vanaf 2019 vanuit de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters €10 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor de toezicht en handhaving op kinderopvang en gastouderopvang. De komende tijd kijkt het ministerie samen met de VNG en de GGD GHOR hoe de middelen voor de gastouderopvang doelmatig besteed kunnen worden. In afwachting van nadere besluitvorming wordt hiervoor een stelpost geraamd. Voor de gemeente Dinkelland gaat het om een bedrag van €10.000 structureel.

 

Overige kleine verschillen

Deze post bestaat uit meerdere kleine aanpassingen van bestaande ramingen. Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo.

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Herzien meerjarig saldo Koersdocument exclusief coalitieakkoord         3.943             -78            541            505            505
Totaal mutaties -450 -98 -259 -62 88
Totaal doorrekening coalitieakkoord       -2.200           -297           -477           -477           -477
Herzien meerjarig saldo na mutaties         1.293           -473           -195             -34            116

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties op basis van bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

3. Specifieke mutaties

Specifieke mutaties

In deze paragraaf staan we stil bij zaken die niet in alle gevallen financiële consequenties hebben voor het meerjarige saldo, maar die gezien de politiek bestuurlijk impact wel de nodige toelichting behoeven. Achtereenvolgens staan we stil bij de volgende zaken:

  • stelpost loon- en prijscompensatie 3D’s;
  • stelpost looncompensatie;
  • stelpost prijscompensatie;
  • lokale lasten.

 

Stelpost loon- en prijscompensatie 3D’s

Met ingang van het jaar 2019 zijn de integratie uitkeringen voor de drie decentralisaties overgeheveld naar de algemene uitkering. Dat betekent dat we de gevolgen van volume-, loon- en prijsontwikkelingen niet langer specifiek vergoed krijgen via de integratie uitkeringen van het Rijk maar dat we deze moeten dekken via het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Vandaar dat we in het koersdocument 2018-2022 een deel van de hogere algemene uitkering uit de meicirculaire 2018 in de vorm van stelposten hebben gereserveerd voor deze volume-. loon-, en prijsontwikkelingen. Dit blijkt een verstandige keuze te zijn geweest. In de vorige paragraaf hebben we deze stelposten immers kunnen inzetten ter gedeeltelijke dekking van deze hogere kosten.

 

Rekening houdend met deze inzet resteert met ingang van het jaar 2020 nog een structurele stelpost van €74.000 oplopend naar een structurele stelpost van €597.000 in het jaar 2022. Aan de hand van de meicirculaire 2019 vindt een actualisatie van deze stelposten plaats. Of en in hoeverre deze stelposten voldoende zijn om de volume-, loon- en prijsontwikkelingen binnen het sociaal domein te dekken kunnen we op dit moment nog niet inschatten.

 

Stelpost looncompensatie

In het koersdocument 2018-2022 hebben wij de stelpost looncompensatie aan de hand van de gegevens uit de meicirculaire 2018 verhoogd naar structureel 2%. Aan de hand van de meicirculaire 2019 vindt een actualisatie van deze stelpost plaats. Of en in hoeverre deze stelpost voldoende is om toekomstige cao verplichtingen op te kunnen vangen te dekken kunnen we op dit moment nog niet inschatten. De huidige cao loopt tot 1 januari 2019.

 

Stelpost prijscompensatie

Onze stelpost prijscompensatie is via besluitvorming uit de begroting 2018 gebaseerd op een percentage van 1,5%. In de conceptbegroting 2019 is het beschikbare budget van €125.000 ingezet ter dekking van meerdere begrotingsposten waar de effecten van de prijsstijging naar voren kwamen. Vanaf het jaar 2020 hebben we weer de beschikking over deze structurele stelpost.

 

Lokale lasten

In dit onderdeel "Lokale lasten" geven we in het kort een overzicht van de gevolgen van de besluitvorming uit deze concept begroting voor de verschillende tarieven die van belang zijn voor de lokale lasten(druk).

 

In het coalitieakkoord en dus ook in het koersdocument, waar we de gevolgen van het coalitieakkoord hebben doorgerekend hebben we aangegeven de inflatiecorrectie voor de Onroerende Zaak Belasting (OZB) voor het jaar 2019 achterwege te laten. Dit betekent voor het jaar 2019 geen stijging van de OZB.

 

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2019 betekent dit dat we de tarieven op niveau 2018 kunnen houden. Dus:

  • Vastrecht                                                          € 88
  • Bedrag per lediging grote bak              € 9,20
  • Bedrag per lediging kleine bak             € 5,60

Op Prinsjesdag 2018 is het nieuwe belastingplan voor het jaar 2019 gepresenteerd. In dit plan is de afvalstoffenbelasting (in de volksmond verbrandingsheffing) op het verbranden van restafval verhoogd van € 13,21 per ton naar € 31,39 per ton waarbij ook  de vrijstelling voor het verbranden van afval in het buitenland is komen te vervallen.  Dit betekent dat de kosten van verbranden van restafval hoger worden. Gezien het feit dat wij werken met een systeem van gediffertieerde tarieven (diftar) ontkomen wij er niet aan om de tarieven per lediging te verhogen. Dit betekent dat wij voorstellen de bedragen per lediging voor het jaar 2019 als volgt vast te stellen:

  • Vastrecht                                                          € 88
  • Bedrag per lediging grote bak              € 10,60
  • Bedrag per lediging kleine bak             € 6,50

 

Voorgesteld wordt de gevolgen van de hogere afvalstoffenbelasting met ingang van het jaar 2019 door te berekenen in de tarieven voor de bedragen per lediging.

 

De hoogte van het rioolrecht was de afgelopen jaren gebaseerd op het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2014-2018. Dit betekende een jaarlijkse stijging van de tarieven met 4% met daarnaast de inflatiecorrectie. Het nieuwe GRP 2019-2023 moet duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de tarieven voor de komende jaren. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. Tijdens een aantal informele en informatieve bijeenkomsten zijn de leden van de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Tijdens deze bijeenkomsten is duidelijk geworden dat de gevolgen van de klimaatadaptie de nodige inspanningen en investeringen gaan vergen die ook geld gaan kosten en dus doorwerken in de tarieven. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. Deze stresstest gaat plaatsvinden in het najaar van 2019. In het nieuwe GRP 2019-2023 kunnen we dus niets anders dan een goed onderbouwde aanname doen van de te verwachten financiële gevolgen. Een eerste inschatting gaat uit van een extra kostenpost vanaf 2019 van €700.000. Doorwerking daarvan in de tarieven komt overeen met een stijging van € 5. Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het nieuwe GRP (gemeenteraad eind november 2018), waarin deze cijfers ook zijn opgenomen, houden we in de begroting 2019 reeds rekening met deze stijging. Daar komt uiteraard de inflatiecorrectie van 1,3% nog bovenop.

 

Samenvattend ontstaat het volgende beeld van de verschillende tarieven en de lokale lastendruk voor het jaar 2019:

  2018 2019 verschil (2018 en 2019)
OZB woning (€250.000) €381,00 €381,00 €0
Rioolrecht (eigenaar) €262,20 €270,50 +/+ €8,40 (3,2%)
Afvalstoffenheffing      
  • Vast recht
€88,00         €88,00         €0                                
   € 731,20  € 739,60  +/+ € 8,40 (1,1%) 

In deze berekening van de ontwikkeling van de lokale lastendruk is nog geen rekening gehouden met de verhoging van de tarieven per lediging als gevolg van de hogere afvalstoffenbelasting. Uitgaande van drie ledigingen per jaar voor een grote container betekent dit een stijging ten opzichte van het jaar 2018 van € 5,20.

 

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties en de stand van zaken van de verschillende specifieke mutaties en deze te verwerken in het herziene meerjarige perspectief.

4. Nieuw beleid/intensivering van beleid/MEP

Nieuw beleid/intensivering van beleid/MEP

In deze paragraaf treft u een uiteenzetting inclusief toelichting aan van onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid/intensiveringen van beleid. De voorstellen vanuit het MEP hebben ook een plek gekregen in deze paragraaf. Het totaal van onze voorstellen ziet er als volgt uit:

 

Nieuw beleid / Maatschappelijk Effecten Plan 

(bedragen x €1.000)

res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Bestrijding eikenprocessierups   -35 -35 -35 -35
Verlengen startersleningen en opstarten blijversleningen (MEP)   -8 -8 -8 -8
Wijziging taxatie Wet Onroerende Zaken (WOZ)   -9 -9 -9 -9
Nieuw beleid Regio Twente 3,5 Fte   -15 -15 -15 -15
Totaal nieuw beleid/Maatschappelijk Effecten Plan 0 -67 -67 -67 -67

 

Bestrijding eikenprocessierupsen

In 2018 is er sprake geweest van grote hinder als gevolg van de aanwezigheid van extreem veel eikenprocessierupsen in onze gemeente. Door de grote aantallen nesten en beperkte capaciteit bij bestrijders hebben wij de overlast van deze dieren niet afdoende kunnen verhelpen. Mede op basis van maatschappelijke druk zien wij ons genoodzaakt om voor volgend jaar extra middelen ter hoogte van €35.000 vrij te maken voor  de bestrijding van deze rupsen.

 

Voor locaties met een hoog overlast risico (schoolomgevingen, buurtspeelplaatsen, centra etc.) stellen we voor om preventief de bestrijding van deze rupsen in te voeren. We ramen hiervoor een bedrag van €15.000. Daarnaast willen we een bedrag van €15.000 reserveren voor correctieve bestrijding van de rupsen. Dit is het achteraf actief bestrijden van rupsen op locaties in de hoog-risico gebieden, maar ook de nesten die niet vallen in de hoog risico klasse en daarom niet preventief zijn behandeld. Ten slotte willen we een bedrag van €5.000 beschikbaar stellen voor ondersteuning van particuliere initiatieven zoals het aanbrengen van nestkastjes voor mezen; dit zijn natuurlijke vijanden van de rupsen. 

 

Verlengen startersleningen en blijvers leningen

In het MEP is aangegeven dat de wens bestaat om de startersleningen te continueren en een regeling voor blijversleningen in het leven te roepen. Dit brengt rentekosten met zich mee.

 

Wet Onroerende Zaakbelasting

De waarderingskamer verplicht ons om in de nabije toekomst te gaan taxeren op basis van m² in plaats van m³. Deze operatie geldt voor woningen en dient in 2022 voltooid te zijn. Om deze omzetting te kunnen realiseren, moet extra expertise worden ingehuurd van een taxatiebureau. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een extra kostenpost van €9.000 per jaar tot en met het jaar 2022.

 

Nieuw beleid Regio Twente

In de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Regio Twente van 11 juli 2018 is het voorstel nieuw beleid 2019 vastgesteld. Het betreft hier formatie-uitbreiding van 3,5 fte bij het onderdeel bedrijfsvoering (2,5 fte) en bij het routebureau Recreatieve Voorzieningen (1 fte). Hoewel definitieve besluitvorming door de verschillende deelnemende gemeenten nog moet plaatsvinden (er zijn zienswijzen ingediend) nemen we de betreffende meerkosten voor Dinkelland al wel op in de begroting 2019.

 

Rekening houdend met de doorwerking van het hiervoor aangegeven en toegelichte nieuwe beleid voor het jaar 2019 ontstaat het volgende beeld van het meerjarige saldo:

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Meerjarig saldo Koersdocument 2018-2022         3.943             -78            541            505            505
Totaal mutaties -450 -98 -259 -62 88
Totaal doorrekening coalitieakkoord       -2.200           -297           -477           -477           -477
Totaal nieuw beleid/Maatschappelijk Effecten Plan 0 -67 -67 -67 -67
herzien meerjarig saldo na mutaties         1.293           -540           -262           -101               49

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met het aangegeven nieuw beleid/intensiveringen van beleid/voorstellen MEP en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

5. Herzien meerjarig saldo

Herzien meerjarig saldo

Aan de hand van de tabel uit de vorige paragraaf kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • een niet sluitende begroting voor de jaren 2019, 2020 en 2021;
  • het jaar 2022 sluit met een voordelig saldo.

 

Het college is van mening dat dit meerjarige perspectief wel zijn kwetsbaarheden kent, met name binnen het sociaal domein, en zich niet verhoudt met de financiële uitgangspunten zoals verwoord in het Coalitieakkoord. Vandaar dat wij oplossingen hebben gezocht om onze meerjarenbegroting sluitend te krijgen. Aangezien het naar onze mening op zo korte termijn ondoenlijk is om het jaar 2019 structureel sluitend te krijgen richten we ons bij onze oplossingen vooral op een materieel en structureel sluitend meerjarig perspectief. Dit doen we langs een lijn die direct financieel ruimte oplevert en een lijn die nader moeten worden uitgewerkt en meer gericht is de langere termijn (vanaf het jaar 2020). In het vervolg van deze paragraaf lichten we beide lijnen toe.

 

Op korte termijn zien wij een tweetal oplossingen die direct financiële ruimte geven in onze (meerjaren) begroting.

 

Specifieke mutaties (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Inzet meerjarige stelposten nieuw beleid     150 150 150
Financiering generatiepact -424 156 144 123 0
Totaal specifieke mutaties -424 156 294 273 150

 

Inzet meerjarige stelposten nieuw beleid

In onze meerjarenbegroting houden we rekening met een meerjarig oplopende stelpost voor nieuw beleid van €150.000 per jaar. Deze post is ieder jaar opnieuw beschikbaar. Gezien het feit dat de doorrekening van het coalitieakkoord een ook de voorstellen uit het MEP in een aantal hun financiële beslag krijgen in het jaar 2020 stellen wij voor de geraamde stelpost voor nieuw beleid 2020 in te zetten ter dekking. Dit betekent wel dat in onze begroting voor het jaar 2020 geen ruimte meer zit voor toekomstig nieuw beleid. Dit is slechts mogelijk door oud beleid te schrappen ten gunste van nieuw beleid. In onze oplossingsrichtingen voor de langere termijn komen we hier nader op terug. Vanaf het jaar 2021 hebben we wel weer de beschikking over deze structurele jaarlijks terugkerende stelpost.

 

Financiering generatiepact

Binnen Noaberkracht kennen we het zogenaamde generatiepact. Deze regeling is er enerzijds op gericht om oudere medewerkers langer duurzaam inzetbaar te houden en anderzijds om ruimte te creëren voor jongere medewerkers. In financiële zin komt de regeling er op neer dat medewerkers van 57 jaar of ouder 60% kunnen gaan werken, 85% betaald krijgen en 100% pensioen opbouwen. Dit betekent binnen Noaberkracht een verlies aan capaciteit van 25% per medewerker die deelneemt aan het generatiepact. Het idee is om dit verlies aan capaciteit om te rekenen in geld en voor een periode van drie jaar af te dekken in de vorm van een eenmalige reservering. Vanuit deze reservering kunnen de lasten voor de komende drie jaar worden onttrokken. Dit betekent dus een eenmalige bijdrage aan de voorkant die de komende drie jaar ruimte oplevert in de begroting van de deelnemende gemeenten. Voor de gemeente Dinkelland betekent dit een eenmalig beroep op de reserve ten bedrage van €424.000 die in de jaren 2019, 2020 en 2021 ruimte oplevert in de begroting.

 

Rekening houdend met de oplossingen ter dekking van de meerjarig geraamde tekorten ontstaat het volgende beeld:

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Meerjarig saldo Koersdocument 2018-2022         3.943             -78            541            505            505
Totaal mutaties -450 -98 -259 -62 88
Totaal doorrekening coalitieakkoord       -2.200           -297           -477           -477           -477
Totaal nieuw beleid/Maatschappelijk Effecten Plan 0 -67 -67 -67 -67
Totaal specifieke mutaties -424 156 294 273 150
Herzien meerjarig saldo na mutaties            869           -384               32            172            199

 

Door de voorgestelde oplossingen die op korte termijn direct financiële ruimte geven denken wij, rekening houdend met de kwetsbaarheden binnen het sociaal domein te kunnen spreken van een materieel en structureel sluitend meerjarenperspectief. Dit betekent wel dat we het tekort over het begrotingsjaar 2019 ten bedrage van €384.000 moeten onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de twee aangegeven maatregelen ter dekking van het herziene meerjarige saldo en deze te verwerken.

 

Voorgesteld wordt om het tekort over het jaar 2019 ten bedrage van € 384.000 te onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

6. Incidenteel beschikbare middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

Incidenteel beschikbare middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

Inleiding
In deze paragraaf treft u een uiteenzetting aan van onze beschikbare algemene middelen. Anders dan voorgaande jaren staan we niet alleen stil bij de beschikbare reserves maar behandelen we ook de reeds eerder toegekende incidentele budgetten. Deze budgetten worden namelijk ook voor een deel ingezet ter dekking van de voorstellen uit het Maatschappelijk Effecten Plan (MEP). Zoals uit het MEP blijkt staat het jaar 2019 voor een groot deel  in het teken van nader onderzoek, planvorming en overleg met betrokken partijen. Dit is op zichzelf ook logisch omdat het jaar 2019 het eerste (volledige) jaar van dit MEP is. Feitelijk moeten we het jaar 2019 vooral zien als de initiatie- en definitiefase waarin de plannen gesmeed gaan worden en ideeën concreet uitgewerkt gaan worden.  Daarom heeft het college er voor gekozen niet de gehele reserve incidenteel beschikbare algemene middelen in te zetten maar ongeveer 20% specifiek gericht op initiatie en definitie. Daarnaast heeft het college uiteraard ook de gereserveerde procesgelden voor de thema’s als duurzaamheid, maatschappelijk vastgoed in beeld gebracht en ingezet. Op deze manier houdt de gemeente financiële ruimte beschikbaar voor de concrete uitvoering van de plannen maar ook voor mogelijke initiatieven die in de loop van het jaar 2019 naar boven komen.

 

Bij mogelijke volgende stappen, maatregelen en projecten kijkt het college nadrukkelijk naar mogelijkheden voor cofinanciering maar worden ook de gevolgen voor de basisbegroting in beeld gebracht. Hierbij gaat het niet alleen om mogelijke structurele kosten van beheer maar ook aan inzet die op termijn kan leiden tot een besparing op de basisbegroting.

 

In het vervolg van deze paragraaf worden de verschillende dekkingsbronnen van het MEP genoemd en toegelicht. We beginnen hierbij met de reeds eerder beschikbare gestelde project en procesgelden voor de verschillende uitdagingen (besluitvorming begroting 2018) om af te sluiten met de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Bestaande proces en projectgelden

Project en procesgelden duurzaamheid

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van  €1,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging duurzaamheid. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €225.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 en de gezamenlijke inspanningen op het gebied van duurzaamheid in NOT verband resteert nog een bedrag van €54.000 aan incidenteel procesgeld duurzaamheid. Hiervan wordt nu een bedrag van €28.000 ingezet ter uitvoering van het MEP. Specificatie:

  • faciliteren en structureren van informatieverstrekking en advisering op maat voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties: €15.000;
  • samenwerking met Provincie Overijssel om daken voor 2024 asbestvrij te krijgen: €7.500, en
  • Basisinventarisatie huidige stand van zaken, verkenning mogelijkheden met conclusies en aanbevelingen voor het vervolg: €5.500.

Het hierna resterende bedrag van €26.000 wordt ingezet als werkbudget voor de komende jaren.

 

Van de beschikbare projectgelden duurzaamheid ten bedrage van €1.375.000 wordt middels de voorstellen uit het MEP een bedrag van €84.700 ingezet voor de volgende projecten:

  • bestaande woningbouw wijkgericht gasloos maken: € 34.200;
  • energiemonitoring: €10.000;
  • opstellen van een Duurzaam MOP gebouwen: €17.000;
  • stimulering verduurzaming scholen: €10.000;
  • samen met Losser, Oldenzaal en Tubbergen invulling geven aan grootschalige energietransitie: €3.500, en
  • inkoop duurzame energie voor onze gebouwen: €10.000.

 

Het hierna resterende bedrag voor projectgelden duurzaamheid van €1,29 miljoen kan in de loop van de planperiode van het MEP worden ingezet voor concrete projecten. De €1 miljoen die in het koersdocument (met als basis het coalitieakkoord) voor energietransitie beschikbaar is gesteld tellen we hierbij op zodat het totale resterende bedrag uitkomt op een bedrag van €2,29 miljoen. Wij verwachten hierover gaandeweg het jaar 2019 meer duidelijkheid te krijgen.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van €1 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging maatschappelijk vastgoed. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €225.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 resteert nog een bedrag van €180.000 aan incidenteel procesgeld maatschappelijk vastgoed. Hiervan wordt nu een bedrag van €75.000 ingezet ter uitvoering van het MEP. Specificatie:

  • wij houden het rapport Samen Scholen 2030 actueel (Herkennen de behoefte om in elke kern een onderwijsvoorziening te houden): €15.000, en
  • werkbudget toekomstbestendiger sport- en onderwijsvastgoed: €60.000.

 

Hierna resteert dus nog een vrij in te zetten deel van het procesgeld maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie van €105.000.

 

Voor projectgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie is een bedrag van €775.000 beschikbaar. In het MEP zijn nog geen concrete voorstellen gedaan ter besteding of bestemming van deze projectgelden. Dat betekent dat het volledige beschikbare bedrag de komende planperiode van het MEP kan worden ingezet voor concrete projecten.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van €1,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging inbreiding. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €200.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 resteert nog een bedrag van €146.000 aan incidenteel procesgeld inbreiding. Hiervan wordt middels het MEP een bedrag van €40.000 ingezet als werkbudget voor het thema realistischer bouwen en wonen. Hierna resteert dus nog een vrij in te zetten deel van het procesgeld inbreiding van €106.000.

 

Voor projectgelden inbreiding voor uitbreiding is een bedrag van €1.600.000 beschikbaar. In het MEP zijn nog geen concrete voorstellen gedaan ter besteding of  bestemming van deze projectgelden. Dat betekent dat het volledige beschikbare bedrag de komende planperiode van het MEP kan worden ingezet voor concrete projecten.

 

Participatieprocessen

In totaliteit wordt in het MEP een incidenteel budget gevraagd voor de gehele planperiode van vier jaar ten bedrage van €461.000. De dekking hiervan hebben wij in eerste instantie gezocht binnen de reeds bestaande budgetten. Deze bestaande budgetten willen wij omvormen naar  de maatregelen en inspanningen zoals die in het MEP zijn verwoord. Het daarna nog ontbrekende deel (€166.000) onttrekken wij uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Tussentijdse samenvatting
De bronnen die hiervoor zijn aangegeven en toegelicht en van waaruit een deel van de activiteiten en inspanningen uit het MEP worden gedekt betreffen bestaande budgetten. Hier is dus geen sprake van “nieuw” geld maar vooral van een nadere concretisering van reeds bestaande budgetten.

 

Reserve Incidenteel beschikbare Algemene middelen

Zoals uit het de voorgaande paragrafen blijkt komt de stand van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen, rekening houdend met de voorstellen uit conceptbegroting 2019, uit op een bedrag van €869.000.

 

Specificatie opbouw vanaf de financiële tussenrapportage 2018-2022:

Stand koersdocument 2018-2022 (bedragen in €)           1.600.000
Koersdocument - voordeel jaar 2018               143.000
Transformatieplan sociaal domein 2.0             -450.000
Financiering generatiepact             -424.000
Herziene stand               869.000

 

Op deze herziene stand dienen een aantal aanvullingen te worden doorgevoerd die daarna leiden tot de volgende stand:

 

Begroting 2019 -  nadeel jaar 2019 (bedragen in €)             -384.000
Opruimen conventionele explosieven Vliegveld               -45.000
Diverse uitgaven sport(ontwikkeling)               -50.000
Voordeel vanuit jaarverantwoording 2017                 72.000
Voordeel vanuit 2017 stimuleringsfonds               150.000
Nadeel 2018 septembercirculaire             -524.000
Voordeel ratio weerstandsvermogen           1.785.000
Herziene stand inclusief aanvullingen           1.873.000

 

Toelichting aanvullingen

Het negatieve saldo van het begrotingsjaar 2019 ten bedrage van €384.000 onttrekken we op basis van bestaand beleid uit deze reserve.

 

In deze reserve houden we rekening met een post diverse uitgaven (sport)ontwikkeling. Dit heeft te maken met de gewijzigde wetgeving op het gebied van BTW betreffende de sportaccommodaties. Het rijk eist van de gemeenten dat ze in hun begroting 2019 ruimte maken om deze gevolgen op te vangen omdat anders geen gebruik kan worden gemaakt van compensatie via het Rijk. In de loop van het jaar 2019 verwachten we hier meer duidelijkheid over en komen we met een voorstel waarin ook deze (reeds gereserveerde) €50.000 wordt meegenomen.

 

Uit het tweede programmajournaal 2017 (na vaststelling van de begroting 2018) bleek een dubbele boeking te zijn geraamd ten laste van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen voor het stimuleringsfonds ten bedrage van €150.000. Deze is gecorrigeerd wat een voordeel oplevert. Daarnaast bleek in de jaarverantwoording 2017 dat de werkelijke onttrekking aan de reserve incidenteel beschikbare middelen lager was dan de oorspronkelijke raming. Dit was een gevolg van lagere werkelijke uitgaven op het gebied van verbeteren ondernemersklimaat.

 

De septembercirculaire 2018 laat voor het jaar 2018 een lagere algemene uitkering zien van €524.000. Deze tegenvaller nemen we mee in het tweede programmajournaal over 2018 (raad eind november 2018). Gezien de omvang van deze tegenvaller lijkt het ons echter verstandig om deze ook reeds nu mee te nemen bij het bepalen van de omvang van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Uit de berekening van onze benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s) in relatie tot het aanwezige weerstandsvermogen (de algemene reserve en de algemene reserve grondbedrijf) blijkt dat we een bedrag van €1,873 miljoen kunnen overhevelen naar de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Uiteraard zijn we hierbij uitgegaan van de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,4. Voor een toelichting hierop verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen.

 

Heroverweging reserves

Uit de verkoop van Wavin is een eenmalig bedrag ontvangen waarvan een bedrag van €8 miljoen in de reserve “dividend WMO beheer” is gestort. Aan deze reserve werd jaarlijks rente toegerekend die daarna als baat op de begroting werd gebracht. Met deze rentebaat kon het wegvallende jaarlijkse dividend als gevolg van de verkoop worden opgevangen. Inmiddels is de rente dermate laag dat deze rentebaat kan worden opgevangen binnen het totaal van de rentekosten en -baten. Vandaar dat wij voorstellen de reserve “dividend WMO beheer” op te heffen en de vrijval van €8 miljoen toe te voegen aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Voordat we dit gehele bedrag als vrij beschikbaar voor nieuwe en aanvullende ambities aanmerken willen wij u graag meenemen in onze denkrichtingen hoe met deze “meevaller” om te gaan.

 

Zoals in paragraaf vijf van dit hoofdstuk is aangegeven is het college van mening dat we met de begroting 2019 kunnen spreken van een materieel en structureel sluitend meerjarenperspectief. Tegelijkertijd geven wij aan dat dit meerjarige perspectief wel degelijk zijn kwetsbaarheden kent, met name binnen het sociaal domein. Daarnaast melden we ook de steeds groter worden afhankelijkheid van de financiële verhouding met het Rijk. De tegenvaller uit de septembercirculaire 2018 betreffende het jaar 2018 is hier een wrang voorbeeld van. Tot slot krijgen wij steeds meer signalen dat de prijzen (in vooral de bouw) sterk aan het oplopen zijn. Zo heeft bijvoorbeeld de VNG geadviseerd om in de nieuwe verordening voor de onderwijshuisvesting uit te gaan van een stijging van 25% ten opzichte van de bestaande verordening. Naar onze mening signalen waar we wat mee moeten om ook op termijn te kunnen blijven spreken over een meerjarig perspectief dat materieel en structureel sluitend is. Wij willen in de aanloop naar het kaderstellende moment in het voorjaar 2019  graag een denkrichting uitwerken die hier volgens ons aan kan bijdragen. Deze denkrichting omschrijven we als “verduurzaming van onze begrotingspositie” en valt uiteen in de volgende drie punten:

  1. creëren structurele begrotingsruimte;
  2. extra weerstandsvermogen accres ontwikkeling, en
  3. prijsstijging grote projecten.

 

Ad. 1 Creëren structurele begrotingsruimte

Wij zien mogelijkheden om met een deel van de vrijval vanuit de reserve “dividend WMO beheer” structurele begrotingsruimte te creëren. Ruimte die naar onze mening nodig is om samen met een bredere kijk op de overige beleidsterreinen moet zorgen voor een materieel en structureel evenwicht van het meerjarig perspectief. Als voorbeeld noemen we de 10-jarige vergoeding die we moeten betalen aan het openluchtmuseum. Het incidenteel afboeken van deze verplichting levert structureel ruimte op in onze begroting. Langs deze lijn willen wij graag nader onderzoeken welk van dit soort mogelijkheden er binnen onze begroting nog meer bestaan.

 

Voorgesteld wordt hier een bedrag van €1,5 miljoen voor te reserveren en ons college opdracht te geven te komen met een nadere uitwerking van deze denkrichting.

 

Ad. 2 Extra weerstandsvermogen accres ontwikkeling

In het koersdocument 2018-2022 hebben we reeds aangegeven dat met het overhevelen van de integratie uitkeringen sociaal domein naar de algemene uitkering ook de (financiële) afhankelijkheid van het Rijk verder toeneemt. Via de septembercirculaire 2018 werden we geconfronteerd met de “wrange” gevolgen van deze afhankelijk. Pas laat in het lopende jaar kregen we een tegenvaller van ruim 5 ton te verwerken. Gezien dit late tijdstip restte ons niets anders dan een beroep te doen op de reserves. Onze verwachting is dit soort, vaak incidentele, tegenvallers de komende jaren vaker zullen optreden. We willen onderzoeken welke maatregelen het meest geschikt zijn om dit soort tegenvallers op te vangen. Dit kan variëren van het instellen van een extra reserve of het verhogen van de weerstandscapaciteit.   

 

Ad. 3 Prijsstijging grote projecten

De eerste gevolgen van de sterke prijsstijgingen (vooral in de bouwsector) voor onze grotere projecten hebben we meegenomen in het koersdocument. Denk hierbij aan de extra middelen voor de rondweg en de traverse in Weerselo.

 

We krijgen inmiddels steeds meer signalen dat de prijzen (in vooral de bouw) aan het oplopen blijven. Zo heeft bijvoorbeeld de VNG geadviseerd om in de nieuwe verordening voor de onderwijshuisvesting uit te gaan van een stijging van 25% ten opzichte van de bestaande verordening. Uitgaande van de gereserveerde middelen voor het rapport samen scholen (begroting 2018) die een totaal investeringsvolume kennen van €7,3 miljoen ontkomen we er niet aan om ook hiervoor ruimte te reserveren. In eerste instantie denken wij aan een bedrag van €2 miljoen. Uiteraard komen wij met een nadere onderbouwing en ook met een opzet hoe we denken hier mee om te moeten/kunnen gaan.

 

Voorgesteld wordt hier een bedrag van €2 miljoen voor te reserveren en ons college opdracht te geven te komen met een nadere uitwerking van deze denkrichting.

 

Rekening houdend met de gedane voorstellen ontstaat het volgende beeld van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen:

 

Heroverweging reserves (bedragen in €)  
Reserve Waterleiding Maatschappij Overijssel           8.000.000
Verduurzaming begrotingspositie  
 - creëren structurele begrotingsruimte          -1.500.000
 - extra weerstandsvermogen accresontwikkeling         -1.500.000
 - inflatiecorrectie grote projecten         -2.000.000
Totaal heroverweging reserves           3.000.000

 

Herziene stand inclusief aanvullingen (bedragen in €)           1.873.000
Totaal heroverweging reserves           3.000.000
Herziene stand reserve           4.873.000

 

Maatschappelijk Effecten Plan (MEP)

In het MEP doen we voor een aantal maatregelen en inspanningen een beroep op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Dit geeft het volgende beeld:

 

MEP (bedragen in €) 2019
Onderzoek vergunningparkeren Ootmarsum               -27.000
Basisinventarisatie huidige stand van zaken beleidsinstrumenten, verkenning mogelijkheden met conclusies en aanbevelingen voor het vervolg c.q. actualisatie beleid.               -10.000
Versterken toeristische voorzieningen door o.a. behouden kwaliteiten (coulissen)landschap en natuur (de N2000-gebieden)             -280.000
Benutten grensligging NL-DL: Aanwenden grensoverschrijdende samenwerkingen                -90.000
Onderzoeken mogelijkheden ‘stagemakelaar’/hub               -20.000
Maatregelen Keurmerk Veilig Ondernemen             -197.000
We gaan actief de dialoog aan met inwoners en verenigingen om sport in iedere kern te stimuleren.                -52.000
We actualiseren de gemeentelijke cultuurvisie.               -36.750
We nodigen alle betrokken partijen en inwoners uit om gezamenlijk een cultuurvisie en cultuuragenda op te stellen.                  -5.250
We maken samen met inwoners en betrokken partijen keuzes over de wijze waarop subsidies voor cultuur worden toegekend.                  -3.500
We sluiten aan bij de landelijke campagne 'Eén tegen eenzaamheid’, op een wijze die past bij onze Dinkellandse manier van werken.                  -7.000
Wij gaan werk/daginvulling vanuit één lokale voorziening laten plaatsvinden, het zgn. Noaberhoes. In dit Noaberhoes wordt een aantal bestaande functies gebundeld waardoor beter op maat gesneden trajecten voor de betrokkenen kunnen worden ingezet. Het voornaamste doel is dat iemand blijvend kan meedoen.               -60.400
Agro en food sector stimuleren om innovatief te stimuleren (bv. energie en VAB’s)               -15.000
Toekomstgerichte erven (buitengebied)               -35.000
Flankerende inzet Natura 2000 AVAV (Volterbroek)             -102.800
Procesgeld sterke bedrijvigheid               -60.000
Participatieprocessen             -166.400
Totaal MEP         -1.168.100
Restant reserve incidenteel beschikbare algemene middelen           3.704.900

 

Deze herziene stand van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen kan in de loop van de planperiode van het MEP kan worden ingezet voor concrete projecten of voor procesgeld als zich nieuwe initiatieven vanuit de samenleving voordoen. 

 

Samenvattende conclusie inzet incidentele middelen ten behoeve van het MEP

In samenvattende zin kunnen we stellen, zoals blijkt uit deze paragraaf, dat een groot deel van de procesgelden en ook de projectgelden gedekt kunnen worden uit reeds aanwezige budgetten. Feitelijk hebben we het hier over een nadere concretisering van reeds eerder beschikbaar gestelde budgetten voor reeds eerder benoemde doelen. Het (aanvullende) beroep op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen voor proceskosten hebben we zoveel mogelijk beperkt om voor de rest van de planperiode van het MEP ruimte te houden voor de verdere uitwerking en de uitvoering van de plannen en de concrete projecten. Daarnaast willen we uiteraard ook ruimte houden om in de loop van de planperiode nieuwe initiatieven vanuit de samenleving te kunnen faciliteren.

 

Totaal overzicht beschikbare algemene incidentele middelen

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van onze beschikbare algemene incidentele middelen. Hierbij is rekening  gehouden met de voorstellen zoals die eerder in dit hoofdstuk zijn gedaan.

 

Voor een totaal overzicht van al onze reserves (en voorzieningen) verwijzen wij u naar het overzicht reserves en voorzieningen dat als bijlage bij deze begroting 2019 is opgenomen. In dit totale overzicht zijn ook de reserves (en voorzieningen) opgenomen die op grond van eerdere besluitvorming door uw raad al van een bestemming zijn voorzien.

 

Beschikbare algemene incidentele middelen (bedragen x €1 mln) 
 - weerstandscapaciteit ratio 1,4 (algemene reserve en reserve grondbedrijf) 5,320
 - extra weerstandsvermogen Sociaal Domein 1,000
 - verduurzaming begrotingspositie 5,000
 - reserve Riool 2,000
 - project- en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie) 2,290
 - project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie 0,800
 - project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding 1,700
 - reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 3,705
Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen 21,815

 

Aanwezige weerstandscapaciteit

Uitgaande van de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,4 houden we een aanwezige weerstandscapaciteit aan van €5,32 miljoen. Deze aanwezige weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve en de reserve grondexploitatie.

 

Extra weerstandsvermogen Sociaal domein

In navolging van het koersdocument 2018-2022 wordt in deze begroting 2019 voorgesteld een bedrag aan extra weerstandscapaciteit aan te houden van €1 miljoen voor de onzekerheden en risico’s binnen het Sociaal Domein. De onderbouwing hiervan is opgenomen in deze begroting 2019.

 

Verduurzaming begrotingspositie

In deze begroting 2019 worden voorstellen gedaan om een bedrag van €5 miljoen (€2 mln. + €1,5 mln. + €1,5 mln.) te reserveren voor het verduurzamen van onze begrotingspositie. De onderbouwing hiervan is opgenomen in deze begroting 2019.

 

Reserve riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van €2 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Aangegeven is dat deze reservering wordt betrokken bij het opstellen van het nieuwe Gemeentelijke Riolerings Plan (behandeling gemeenteraad november 2018).

 

Project en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van €2,29 miljoen aan projectgeld duurzaamheid (inclusief energietransitie). Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) worden ingezet voor concrete projecten.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van €0,8 miljoen aan projectgeld en procesgeld maatschappelijk vastgoed. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van €1,7 miljoen aan projectgeld en procesgeld inbreiding voor uitbreiding. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM)

Rekening houdend met de voorstellen uit deze begroting 2019 resteert een vrij te besteden/bestemmen bedrag in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen van bijna €3,5 miljoen. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MEP kan worden ingezet voor concrete projecten of voor procesgeld als zich nieuwe initiatieven vanuit de samenleving voordoen.  Het college ziet deze reserve vooral als (financiële) ruimte om acties, die via het MEP in 2019 worden uitgezet, in de verdere planperiode daadwerkelijk  in uitvoering te nemen.