Meer
Publicatiedatum: 18-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Inleiding Maatschappelijk Effecten Plan (MEP)

Inleiding op het Maatschappelijk Effecten Plan

Zoals aangegeven is het MEP 2020 de concrete vertaling van de Perspectiefnota 2020. Daarnaast zijn er, zoals hoort in de dynamiek van het realiseren van ambities, diverse nieuwe inspanningen opgenomen die aansluiten op de ambities. Ook wordt aangegeven hoe de voortgang de komende jaren gemonitord gaat worden. De besluitvorming over wat we in 2020  daadwerkelijk gaan doen en wat het mag kosten, vindt dus bij deze begroting plaats. Niet alle inspanningen worden in 2020 gestart en gerealiseerd want de ambities beslaan een periode van vier jaar waardoor er bewust gekozen is voor prioriteren en daarmee faseren over meerdere jaren. In de onderstaande figuur is een overzicht gegeven van de ambities en de actielijnen en de participatieprocessen voor de komende vier jaar.

MEP overzicht

 

De opbouw van het MEP bestaat uit:

  • Participatieprocessen: de manier waarop met de samenleving samenwerken. Dit is een proces met de samenleving en bevat dus geen concrete doelen op inhoudelijke thema’s.

  • Omgevingswet: de manier waarop we de Omgevingswet gaan implementeren.

  • Ambities: dit is de vertaling van de agenda’s van het coalitieakkoord in een lange termijn visie die in ieder geval vier jaar houdbaar is. De ambitie geeft weer wat er over vier jaar ander is dan nu. (beter, meer, minder, vaker, …….) en het geeft weer waarom dat veranderd moet zijn.

    • Onder elke ambitie zitten verschillende actielijnen. Dit is een subdoel dat tussen één en vier jaar te behalen is (korte termijn visie). Dit subdoel moet bijdragen aan het behalen van de ambitie waar die onder hangt en geeft een prioritering aan. Een actielijn is eindig of te veranderen: een actielijn kan bijvoorbeeld over twee jaar gereed zijn, omdat de gestelde subdoelen zijn gehaald.
    • Onder elke actielijn zitten inspanningen. Dit zijn de activiteiten en projecten zoals bijvoorbeeld de punten uit het coalitieakkoord. Deze dragen bij aan de doelen van de actielijnen en leveren een concreet resultaat op.
    • Daarnaast hebben we initiatieven uit de samenleving. Dit zijn inspanningen uit de samenleving waarin wij in een bepaalde mate participeren. Onze inwoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en kernraden krijgen veel voor elkaar. Er is oog voor wat er moet gebeuren, de wil om aan te pakken is groot. Deze betrokken houding maakt dat initiatieven in de samenleving van groot tot klein vorm krijgen. Samen zetten wij ons in voor de ambities. Initiatieven die vanuit onze samenleving worden opgepakt zijn terug te vinden in het onderdeel 'participatieprocessen'.

In de P&C-cyclus gaan we meer monitoren op output en outcome. Deze indicatoren komen bij elke ambitie terug en zijn niet bedoeld om op afgerekend te worden. Zij geven een indicatie of wij de juiste dingen doen zodat wij tijdig kunnen bijsturen. We starten met voor elke actielijn een nul-meting die zowel kwalitatief als kwantitatief kan zijn afhankelijk van de meetbaarheid van het thema. Deze nulmeting (de zogenaamde IST) is gedaan aan het begin van de coalitieperiode. Daar waar mogelijk wordt in de jaarrekeningen de stand van zaken op dit onderdeel weergegeven.

 

Ambitie overstijgende onderwerpen

Het volgende onderwerp raakt meerdere ambities en wordt daarom hieronder nader toegelicht.

 

Gevolgen Programma Aanpak Stikstof

De hoogste bestuursrechter heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, Uitspraak Raad van State en Uitspraak Raad van State 2) beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: ‘PAS’) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van vaar-, spoor-, en rijwegen, de bouw van nieuwe bedrijven, woningbouw en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Doordat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis voor toestemmingsverlening voor activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie, is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden,  is sinds 29 mei 2019 een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: natuurvergunning) vereist. Gedeputeerde staten zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt dat zij ook aan de eisen van de Wet natuurbescherming moeten voldoen.

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet daarom beoordeeld worden of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Per project wordt dit door de gemeente beoordeeld. Onder omstandigheden (als er bijvoorbeeld sprake is van significant negatieve effecten ter plaatse van een Natura 2000-gebied) moet er een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) worden gemaakt. Zie ook: Programma Aanpak Stikstof en Publicatie Raad van state.