Meer
Publicatiedatum: 18-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat de begroting en de jaarrekening ten minste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 ten minste de volgende vijf sub-paragrafen :

  • een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:  

a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

b. wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • een aanduiding van de lokale lastendruk ;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en - in aansluiting daarop - daarbij tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald.  In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2020

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening  2018

Begroting  2019

Begroting 2020

Onroerendezaakbelastingen

6.261 6.337 6.527

Afvalstoffenheffing

1.267 1.328 1.336

Rioolheffingen

3.035 3.093 3.207

Toeristenbelasting*

365 305 360

Forensenbelasting

128 127 126

Precariobelasting

17 18 17

BIZ-belasting (Ootmarsum)

104 105 103

Totaal

11.197 11.313 11.676

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2020 als volgt berekend:

  1. de OZB-tarieven worden zodanig aangepast dat er voor 2020 sprake is van een meeropbrengst  (exclusief areaaluitbreiding) van 2%, Ook  voor de daaropvolgende jaren wordt rekening gehouden met een meeropbrengst van 2% per jaar (eveneens exclusief areaaluitbreiding);
  2. de tarieven afvalstoffenheffing bestaan uit een basistarief vermeerderd met een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer;  Deze zijn geen van allen gewijzigd
  3. de tarieven van de rioolheffingen zijn kostendekkend ten opzichte van het jaar 2019 niet verhoogd;
  4. de tarieven voor de BIZ-belasting liggen voor de gehele periode van 5 jaar (2017 – 2021) vast en zijn alleen afhankelijk van de WOZ-waarde(ontwikkeling);
  5. de tarieven voor de precariobelasting zijn niet gewijzigd;
  6. de tarieven voor de toeristenbelasting zijn niet gewijzigd;
  7. het tarief voor de forensenbelasting is niet gewijzigd en
  8. de legestarieven zijn kostendekkend. 

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar te houden.  De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. 

 

Tarieven forensenbelasting (in €)

2019

2020

Forensenbelasting: vast bedrag per gemeubileerde woning

285

285

Opbrengst forensenbelasting

 2019

 2020

442 aanslagen x € 285

127.000

126.000

Raming (afgerond)

127.000

126.000

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendrukontwikkeling op basis van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen belastingplichtigen  met of zonder eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning wordt uitgegaan van de volgende uitganspunten:

  1. afvalstoffenheffing: het vast recht + gemiddeld 4 ledigingen restafvalcontainer van 240 liter;
  2. rioolheffing: basistarief tot 301 m³ waterverbruik voor de gebruiker en –voor zover van toepassing -
  3. onroerendezaakbelastingen: een gemiddelde woningwaarde van  € 271.000,--.

Geen eigen woning* (in €)

2019

2020

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

265,60 265,60 0,00 0,0%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

 

88,00

42,40

 

88,00

42,40

 

0,00

0,00

 

0,0%

Totaal

396,00 396,00 0,00 0,0%

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van €250.000

 

Eigen woning(Gemiddelde woningwaarde: € 250.000*) (bedragen in €)

2019

2020

Verschil

In %

OZB*

381,00 388,62 7,62 2,0%

Rioolheffing (tot 300 m3 waterverbruik):

265,60 265,60 0,00 0,0%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

 

88,00

42,40

 

88,00

42,40

 

0,00

0,00

 

0,0%

0,0%

Totaal

777,00 784,62 7,62 1,0%

* Rekening houdend met 2,0% inflatiecorrectie

Kwijtscheldingsbeleid

Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen  kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 

Dinkelland past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:

  • afvalstoffenheffing,
  • rioolheffing en
  • onroerendezaakbelastingen.

 

Een aanvraag wordt getoetst op basis van  inkomen en vermogen. Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige  gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert.

 Aantal kwijtscheldingsverzoeken

Rekening  2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Aanvragen: volledige afwijzing

82 40 55

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

13 5 5

Aanvragen:  volledige toewijzing

267 255 260

Totaal

362 300 320

 

 

 

 

Kwijtscheldingsbedragen

2018

2019

2020

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)

91.000 101.000 101.000

Onroerendezaakbelasting (ozb)

Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en

b. de gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar.

 

Vergelijking van de ozb-tarieven tussen verschillende jaren is daarom niet zinvol. Voor het jaar 2020 stellen wij voor om 2% meeropbrengst te realiseren. Dit betekent, dat de tarieven worden aangepast aan de waardeontwikkeling van zowel woningen als niet-woningen en rekening houdend met een meeropbrengst van 2%. Het uitgangspunt van een jaarlijkse meeropbrengst van 2% per jaar (exclusief areaaluitbreiding) is ook toegepast bij de ozb-ramingen in de meerjarenbegroting.

 

De WOZ-waarde van woningen wordt nu nog bepaald aan de hand van o.a. de bruto-inhoud in m³. Met ingang van het jaar 2022 wordt dit gewijzigd in het aantal m² gebruiksoppervlakte. Dit betekent, dat gemeenten het conversieproces van inhoud naar oppervlakte in 2021 moeten afronden. Ook Dinkelland is – in samenspraak met het taxatiebureau – bezig met de voorbereidingen voor dit proces.

Opbrengsten onroerendezaakbelastingen (in €)

2019*

2020

Woning eigenaar

3.749.000 3.897.000

Niet-woning eigenaar

1.635.000 1.629.000

Niet-woning gebruiker

953.000 1.001.000

Totale ozb-opbrengst (afgerond)

6.337.000 6.527.000

* Oorspronkelijke ramingen begroting 2019.

Afvalstoffenheffing

Deze belasting heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing . Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per containerlediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van:

a.  een container met een capaciteit van 240 liter of

b. een container met een capaciteit van 140 liter of

c. een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen.

 

Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking.

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2020 betekent dit dat we de tarieven op niveau 2019 kunnen houden. 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €)

2020

Kosten taakveld(en)

1.494.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

456.000

Netto kosten taakveld

1.038.000

Toe te rekenen kosten

1.038.000

Overhead incl. (omslag)rente

82.000

BTW

316.000

Totale kosten

1.436.000

Opbrengst afvalstoffenheffing

1336.000

Dekkingspercentage

93,0

 

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2019

2020

Basistarief (vast recht)

88,00 88

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

10,60 10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

6,50 6,50

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een kleine opening

0,85 0,85

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een grote opening

1,80 1,80

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)

2019 2020

Raming opbrengst basistarief (vast recht): 10.496 x € 88

909.000 924.000

Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval

419.000 412.000

Totaal (afgerond)

1.328.000 1.336.000

 

Voorziening  afvalstoffenheffing 

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De  stand van deze voorziening afval bedraagt per 1 januari 2020 €969.000.

Rioolheffingen

De hoogte van het rioolrecht is  gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. Tijdens een aantal informele en informatieve bijeenkomsten zijn de leden van de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Tijdens deze bijeenkomsten is duidelijk geworden dat de gevolgen van de klimaatadaptie de nodige inspanningen en investeringen gaan vergen die ook geld gaan kosten en dus doorwerken in de tarieven. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. Deze stresstest gaat plaatsvinden in het najaar van 2019. In het nieuwe GRP 2019-2023 kunnen we dus niets anders dan een goed onderbouwde aanname doen van de te verwachten financiële gevolgen. Een eerste inschatting gaat uit van een extra kostenpost vanaf 2019 van € 700.000.  We kiezen er voor deze kosten in afwachting van meer duidelijkheid op grond van de zogenaamde stresstest nog niet door te berekenen in het tarief aan de burger. Ook de inflatiecorrectie van 1,6% laten we in afwachting van meer duidelijkheid achterwege.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (in €)

     2020

Kosten taakveld(en)

2.766.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

2.766.000

Toe te rekenen kosten

2.766.000

Overhead incl. (omslag)rente

277.000

BTW

163.000

Totale kosten

3.206.000

Opbrengst rioolheffing

3.207.000

Dekkingspercentage

100,0

 

Tarieven rioolheffingen (in €)

2019

2020

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

265,60 265,60

Meerverbruik per 100 m³ of een deel daarvan

21,30 21,30

Agrarisch bedrijf

308,20 308,20

Opbrengsten rioolheffingen

2019 2020

Waterverbruik tot 301 m³: 

2.982.000 3.086.000

Aantal eenheden waterverbruik > 300 m³:

51.000 56.000

Agrarisch tarief

60.000 65.000

Totale raming rioolheffing 2020 (afgerond)

3.093.000 3.207.000

 

De reserve GRP bedraagt €2.000.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2020 €2.308.000.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bekostiging van activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaar geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degene, die op 1 januari van het betreffende kalenderjaar gebruik maakt van de in de BI-zone gelegen onroerende zaak. Is een onroerende zaak op 1 januari van het betreffende kalenderjaar niet in gebruik, dan wordt de BIZ-belasting geheven van de eigenaar. Degene, die van die zaak het genot heeft op basis van eigendom, bezit of beperkt recht ,wordt aangemerkt als eigenaar. De BIZ geldt alleen nog in Ootmarsum. De BIZ-opbrengsten worden in subsidievorm doorbetaald naar de ‘Stichting BIZ Ootmarsum’. De tarieven, zoals hieronder vermeld, zijn afhankelijk van de WOZ-waarde van een object en gelden voor de gehele looptijd (2017 – 2021) van de belastingverordening.

 

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum (in €)

2019

2020

Bij een  WOZ-waarde van:

 

 

  € 100.000 of minder

435 435

 meer dan € 100.000 en minder dan €  200.001

535 535

 meer dan € 200.000  en minder dan € 300.001

635 635

 meer dan € 300.000 en minder dan  € 750.000

735 735

 € 750.000 of meer

1.035 1.035

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum

   

34 aanslagen x €  435

17.000 15.000

52 aanslagen x €  535

24.000 28.000

30 aanslagen x €  635

21.000 19.000

37 aanslagen x €    735

28.000 27.000

14 aanslagen x € 1.035

15.000 14.000

Raming (afgerond)

105.000 103.000

Precariobelasting

Deze directe belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De raad heeft besloten om de precariobelasting te beperken tot de horecaterrassen. Bij de precariobelasting wordt (tarief-)onderscheid gemaakt tussen enerzijds de binnenstad van Ootmarsum en de overige terrassen in de gemeenten en anderzijds tussen vaste terrassen en tijdelijke terrassen. De tarieven respectievelijk de opbrengsten zijn als volgt.

 

Tarieven precariobelasting (in €)

2019

2020

a. Vaste terrassen

14,15 14,15

- Binnenstad Ootmarsum

11,20 11,20

- Overige delen van de gemeente

   

b. Tijdelijke terrassen

   

- Binnenstad Ootmarsum

4,75 4,75

Opbrengstraming precariobelasting

2019 2020

a. vaste terrassen binnenstad Ootmarsum: 285 m2

4.000 4.000

b. overige vaste terrassen in de gemeente: 985 m2

12.000 11.000

c. tijdelijke terrassen binnenstad Ootmarsum: 335 m2

2.000 2.000

Totale raming precariorechten (afgerond)

18.000 17.000

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatige opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden.

 

Tarieven toeristenbelasting (prijs per persoon per nacht in €)

2019

2020

Hotels, pensions, appartementen, boerderijkamers, etc.

1,60 1,60

Recreatiewoningen respectievelijk niet beroepsmatig verhuurde ruimten 

1,00 1,00

Kampeermiddelen: mobiele kampeeronderkomens en stacaravans

0,60 0,60

Groepsaccommodaties (o.a. kampeerboerderijen)

0,60 0,60

Opbrengst toeristenbelasting (in €)

2019 2020

a. hotels, pensions, appartementen en boerderijkamers: 165.000 x € 1,60

192.000 264.000

b. recreatiewoningen en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten:  54.000 x € 1,00

49.000 54.000

c. mobiele kampeeronderkomens, stacaravans op campings, vaste  standplaatsen en groepsaccommodaties: 70.000 x € 0,60

64.000 42.000

Raming toeristenbelasting (afgerond)

305.000 360.000

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Dinkelland toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. 

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan vijf stappen beschreven:

 1. Bewust worden
 2. Identificeren
 3. Analyseren en beoordelen
 4. Beheersen
 5. Vooruitdenken 

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 en aanbevelingen rekenkamerrapport Dinkelland
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico’s met beheersmaatregelen en interne audits

 

Risicobeheersing 2020

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top vijf risico’s met hoge prioriteit. In 2019 is hier een vervolg aangegeven door de risico’s met een ‘gemiddelde’ prioriteit (top zes) inzichtelijk te maken. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top elf risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen moet nog blijken, een stap welke momenteel onderhanden is. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie,  voor 2020 zal opnieuw een fraude-risicoanalyse opgemaakt worden en kunnen we daadwerkelijk oordelen of de beheersing voldoende is ingezet.

Het integraal risicomanagement wordt steeds meer binnen de organisatie gepositioneerd, dit komt tot uitdrukking in de verschillende programma’s, projecten en processen waarbij nu daadwerkelijk oog is voor risicomanagement en met name voor de beheersing van de risico’s. We zijn hierin duidelijk aan het groeien, maar het blijft voor ons als gemeentelijke organisatie een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico's (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel worden de tien risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Risico

Kans

Financieel gevolg

Invloed

Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijk vastgoed tegen taxatiewaarde

20%

max.€ 2.226.000

9.24%

Voorlopige risico inschatting decentralisatie

50%

max.€ 800.000

8.28%

Algemene uitkering valt lager uit dan begroot

70%

max.€ 500.000

7.24%

Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie

30%

max.€ 810.000

5.05%

Onvolledige en niet-actueel registratie van bezittingen/kunstobjecten

50%

max.€ 500.000

3.45%

Autorisaties in Systemen: Onvoldoende inzicht in autorisaties (bedragen)

30%

max.€ 500.000

3.12%

Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige cao)

50%

max.€ 250.000

3.11%

Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB)

90%

max.€ 150.000

2.81%

Leningen waarvoor de gemeente rechtstreeks garant staat zonder tussenkomst van de Wsw

10%

max.€ 2.028.000

2.76%

Onvolledige controle op actuele legitimatie gegevens bij persoonsgebonden budget (PGB)

50%

max.€ 250.000

2.59%


Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico's (€ 19,1 miljoen) kunnen worden gedekt met een bedrag van € 3, 6 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). 

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In onderstaande tabel wordt de totale weerstandscapaciteit weergegeven.

Beschikbare weerstandscapaciteit (in €)
Weerstand Capaciteit
  2020
Algemene reserve 4.005.000
Totale weerstandscapaciteit 4.005.000

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.


 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit = € 4.005.000   1,1
benodigde weerstandscapaciteit € 3.600.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Hieronder is de normtabel weergegeven.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op voldoende weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

Op de basis van het meerjarig verloop van de algemene reserve  ontwikkelt de ratio van de gemeente Dinkelland zich als volgt:

  2020
Ratio 1,1

 

Kengetallen

De ontwikkeling van de volgende kengetallen zijn opgenomen bij de balans van de gemeente: 

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • EMU saldo

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Dinkelland jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kader stellende en controlerende rol. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Dinkelland goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden vijf kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Vaste schulden

30.562 27.193 23.835

B

Netto vlottende schuld

5.654 5.654 5.654

C

Overlopende passiva

1.850 20.432 24.429

D

Financiële vaste activa

7.339 6.570 6.267

E

Uitzettingen < 1 jaar

17.762 17.762 17.762

F

Liquide middelen

488 488 488

G

Overlopende activa

1.090 1.090 1.090

H

Totale baten

59.529 58.570 62.313

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

19,1 46,7 45,4

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Vaste schulden

30.562 27.193 23.835

B

Netto vlottende schuld

5.654 5.654 5.654

C

Overlopende passiva

1.850 20.432 24.429

D

Financiële vaste activa

2.701 2.701 2.701

E

Uitzettingen < 1 jaar

17.762 17.762 17.762

F

Liquide middelen

488 488 488

G

Overlopende activa

1.090 1.090 1.090

H

Totale baten

59.529 58.570 62.313

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

26,9 53,3 51,2

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Eigen vermogen

37.907 28.660 30.598

B

Balanstotaal

81.563 88.264 90.888

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

46,5 32,5 33,7

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

1.949 682 3.367

C

Totale baten

59.529 58.570 62.313
 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

3,3 1,2 5,4

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Totale structurele lasten

57.466 48.155 58.798

B

Totale structurele baten

56.825 47.639 57.279

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

3.232 0 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

3.263 0 262

E

Totale Baten

59.529 57.570 62.313

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

-1,0 -0,9 -2,0

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Dinkelland heeft om zijn belastingen te verhogen. De O.Z.B. is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (uitgangspunt COELO-atlas)

 

366

 

381

 

389

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

262 266 266

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

134 130 130

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t. n.v.t. n.v.t

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

762 777 785

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

721 721 n.n.b.

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

106 108 n.n.b.

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020

Netto schuldquote

19,1 46,7 45,4

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

26,9 53,3 51,2

Solvabiliteit

46,5 32,5 33,7

Grondexploitatie

3,3 1,2 5,4

Structurele exploitatieruimte

-1,0 -0,9 -2,4

Belastingcapaciteit

106 108 n.n.b.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. 

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2017 voor de kapitaalgoederen: 

Beheerplannen Vaststelling door raad in jaar Looptijd Financiële vertaling in begroting Uitgesteld onderhoud
Wegen* 2016 n.v.t. ja nee
Riolering 2018 2024 ja nee
Groen 2014 n.v.t. ja nee
Gebouwen MOP 2016 n.v.t. ja nee

 * kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect 'wegen'

Kaders en cijfers

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de 'Financiële verordening gemeente Dinkelland (2017)'.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: waarin opgenomen de gemeentelijke taak als 'goed wegbeheerder' om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en 'groot' onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting. 

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten van de riolering dekken we via de rioolheffing. 

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, staan in het algemeen als incidentele investeringen opgenomen in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

Voor gebouwen stelt de raad de kosten van het groot onderhoud uit de reserve 'Onderhoud gebouwen' beschikbaar. 

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel 'beleid en beheer' gaan we hier nader op in. 

In het GRP 2018-2024 zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

Voor het beheer van gebouwen is een meerjarenonderhoudsprogramma (MOP) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven. 

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kerncijfers vermeld.

 

Aspect

Binnen de kom

Buiten de kom

Wegen

Weglengte totaal

124 km

445 km

 

Oppervlakte elementenverharding

71 km

5 km

 

Oppervlakte asfaltverharding

51 km

332 km

 

Oppervlakte betonverharding

0 km

13 km

 

Oppervlakte overige

1 km

94 km

 

Aantal bruggen

26 st

58 st

 

Aantal duikers

3 st

1.147 st

Riolering

Gemengde hoofdriolering

102 km

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

54 km

 

Kolken

9.550

 

Pompunits drukriolering buitengebied

1.215

 

Drukriool buitengebied

436 km

 

Rioolgemalen

50

 

Persleidingen

25 km

 

IT riolen

9km

 

Wadi’s

42

 

Bergbezinkbassins

10

 

Externe overstorten

44

Groen

Beplantingsoppervlakte (natuurlijk)

36 ha

4 ha

 

Beplantingsoppervlakte (in cultuur)

16 ha

-

 

Oppervlakte gazon

33 ha

2 ha

 

Aantal bomen

9.935 st

20.190

Gebouwen

Schoolgebouwen

14 locaties

 

Sportaccommodaties (8 gebouwen)

12.216 m²

 

Maatschappelijke/culturele doeleinden

6.000 m²

 

Monumentale gebouwen

1.700 m²

 

Eigen bedrijfsvoering

17.480 m²

 

Overige gebouwen

13.410 m²

 

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit.

Voor het beheer van de wegen en het groen maken we gebruik van de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW. In de catalogus is met foto's aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, enz.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen of delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd.

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte en we kunnen hierdoor optimaal met kosten omgaan.

Voor een aantal gebouwen is de gemeente Dinkelland verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks (klein) en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Daar waar sprake is van leegstand, draagt de gemeente als eigenaar weer de verantwoordelijkheid voor ook het klein onderhoud. Voor de schoolgebouwen heeft de stichting Katholiek Onderwijs Noordoost-Twente (KONOT) en in een enkel geval stichting Consent, de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Noaberkracht.

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van de CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald.

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 is het meerjarenonderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in de tabel.

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

 

 

 

Scenario 3B: Alles C met hotspots/centra C
en m.i.v. 2020 voetpaden ook C

Gewenste kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

C

C

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

C

C

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

C

C

C

C

Overige

C

C

C

C

C

 

C

C

 

Het meerjarenonderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. In de begroting 2020 wordt voorgesteld om hier het basisniveau “C” te gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken wordt een onderhouds- en vervangingsprogramma opgesteld.

 

Openbare verlichting

Aan de hand van het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’, met daarin uitgangspunten en keuzes voor het beleid, ontwikkelen we plannen voor vervanging en nieuwe plaatsing van openbare verlichting. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol. Ook met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling houden we rekening.

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjarenonderhoudsbestek met in totaal zes gemeenten. In totaal worden ca. 5.800 lichtpunten onderhouden.

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2018-2024) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering wordt bepaald met een analyse van video-inspecties, waarbij we inspectiecatalogus NEN3399 gebruiken. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

Naast de periodieke (onderhoud)inspecties monitort een hoofdpost dagelijks de rioolsysteem. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks nemen we een steekproef voor de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenste niveau.

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequentie nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Gebouwen

Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjarenonderhoudsplanning (MOP). Deze MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van een pand op kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6). De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van vier jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de voorziening voor het groot onderhoud op peil gebracht Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak). Bij de onderhoudswerkzaamheden wordt waar mogelijk rekening gehouden met het verduurzamen van het gebouw.

 

Onderhoudsplannen

Voor de te onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren, worden vooral bij wegen aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperkt.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

De beleidsnota onderhoud kapitaalgoederen is wat betreft de arealen wegen en kunstwerken in 2016 vastgesteld. De ontwikkelingen op deze arealen worden permanent gemonitord en waar mogelijk door vertaald naar het geplande onderhoud.

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk door vertaald op het geplande onderhoud. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 hebben de KONOT en stichting Consent de verantwoording voor alle onderhoud van hun schoolgebouwen

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Er komt een nieuwe landelijke richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. Het initiatief hiertoe is in 2015 gestart, maar nog niet afgerond.

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2016 is het meerjarenonderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben is besloten om de algehele kwaliteit van het wegenareaal op niveau C te onderhouden. De vastgestelde kwaliteitsniveaus zijn geïmplementeerd in ons beheersysteem. Het ingrijpmoment voor onderhoud is in overeenstemming met het vastgestelde onderhoudsniveau Veiligheid voor de weggebruiker staat voorop. Het budget is toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden.

 

Bruggen

In 2016 is het meerjarenonderhoudsprogramma vastgesteld. Het jaarlijks budget is verhoogd en toegevoegd aan de onderhoudsreserve. In 2017 is gestart met het in kaart brengen van de actuele kwaliteit van de bruggen. Op basis van die uitkomsten en i.c.m. de nieuwe constructie richtlijnen voor kunstwerken zal een uitvoeringsprogramma voor onderhoud en vervanging worden uitgevoerd.

 

Rioleringen

In financieel opzicht zijn de kosten van het rioleringsonderhoud en de rioolvervangingen gedekt via het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). En voldoet het rioolsysteem aan alle in het GRP gestelde eisen voor kwaliteit en kwantiteit.

 

Groen

Het cyclisch planmatig vervangen van cultuurbeplanting loopt door ontbreken van voldoende beschikbare middelen achter. Op dit moment wordt een Kwaliteitsplan Openbare Groen (KOG) opgesteld waarin de prioriteit m.b.t. de plannen op groengebied wordt vastgesteld, mede in relatie tot het groot onderhoud wegen en riolering. De financiële middelen hiervoor zijn met ingang van 2018 meegenomen.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Door afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk dat structurele onderhoudsgelden worden aangevuld met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjarenonderhoudsprogramma of jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. 

 

Bruggen

In 2016 hebben we het 'Meerjarenonderhoudsprogramma' vastgesteld. Besloten is daarbij om door middel van een nader onderzoek de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten structureel € 50.000 toe te voegen aan het budget. Op basis van de resultaten van de aangekondigde inspectie en monitoring wordt in 2018 bezien in hoeverre deze verhoging toereikend is.

 

Rioleringen

In gemeente Dinkelland wordt gekozen voor meerjarig afschrijven. Afgelopen jaren is, conform het GRP 2013 - 2018 gewerkt met direct afboeken (ideaalcomplex).
In overleg met de accountant wordt dat in strijd geacht met de BBV regels en om die reden niet meer toegepast. Dit destijds nieuwe beleid is daarom losgelaten in het nu geldende GRP 2019-2024. Er wordt nu gewerkt volgens onderstaande principes:
  • Investeringen zoals rioolvervanging, pompkelders en andere betonwerken worden geactiveerd en afgeschreven over 40 jaar.
  • Investeringen met kortere levensduurverwachting zoals relinen, pompen en elektronica worden geactiveerd en afgeschreven over 15 jaar.

  

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de bebouwen staat de reserve “planmatig onderhoud gebouwen” ter beschikking. Jaarlijks is er een dotatie van € 475.000 aan deze reserve. De afgelopen jaren is gebleken dat de controle op nut en noodzaak geleid heeft tot besparingen op de geplande financiële uitgaven. Met het oog op nieuwe ontwikkelingen en voorgenomen afstoten van vastgoed is er de laatste jaren terughoudend onderhoud gepleegd.

Alleen de aangewende middelen worden verrekend met de onderhoudsreserve.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij 1 jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

 

Een kasgeldlimiet van €5,5 miljoen betekent dat Dinkelland in 2020 tot een bedrag van €5,5 miljoen met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren.

 

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2020

  64,3

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

5,5

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

 

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2020

 64,3

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

    12,9

Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                     3,4

Ruimte

                     9,5

In 2020 is er voldoende ruimte binnen de norm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2020:

 

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2020

 27,2

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                         0

Af:

reguliere aflossingen

                       3,4

 

vervroegde aflossingen

                         0

Eindstand per 31 december 2020

 23,8

 

Algemene ontwikkelingen

Geldleningen

In 2020 zullen geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2020 zijn € 3,4 miljoen en de rentelasten € 652 duizend. 

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Dinkelland heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. De rente voor langlopende geldleningen is op dit moment  0,22% (looptijd 15 jaar).

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment  negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

 

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie. Dit levert niets op, het rentepercentage is op dit moment 0.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen in onderstaande tabel opgenomen:

  EMU saldo Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
1 Exploitatie saldo voor bestemming -6.773 -2.728 1.937 -190 -532 302
2 Mutatie (im)materiële vaste activa 2.441 -1.110 254 1.475 2.908 -725
3 Mutatie voorzieningen -3.369 429 47 -224 -258 -322
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -2.997 -1.974 2.685 -1.169 -867 -1.042
5 Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
  EMU saldo -9.586 785 -954 -720 -2.831 1.747

 

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Algemeen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten – het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

De verbonden partijen, waarbij de gemeente Dinkelland betrokken is, worden hieronder beschreven.

 

Naam Verbonden partij

Activiteiten

Bestuurlijk belang

Gemeenschappelijke regelingen

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

 

 

De bedrijfsvoerings-organisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is een samenwerkingsverband van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Denekamp.

 

In naam van de deelnemende bestuursorganen is de bedrijfsvoeringsorganisatie in ieder geval belast met:

  • Beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;
  • Uitvoering van het door de gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid;
  • Inkoop en aanbesteding van opdrachten, behoudens voor zover het de bedrijfsvoering betreft;
  • Uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen medebewindstaken;
  • Toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering.

 

In eigen naam is de bedrijfsvoeringsorganisatie  in ieder geval belast met:

  • De bedrijfsvoering;
  • Inkoop en aanbesteding van opdrachten ten behoeve van de bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoeringsorganisatie voert uitsluitend taken uit voor bestuursorganen van Dinkelland en Tubbergen.

De colleges van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen vormen gezamenlijk het bestuur. De beide burgemeesters zijn beide voorzitter van het bestuur. Beide gemeenten hebben 50% stemrecht in het bestuur.

De gemeente Dinkelland draagt voor 56,35% bij aan de begroting.

Regio Twente

 

 

Het openbaar lichaam Regio Twente is een samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

De vestigingsplaats is Enschede.

 

Regio Twente behartigt de (Twentse) belangen op de volgende terreinen:

* basispakket

a. Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente;

b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;

c. Sociaaleconomische structuurversterking;

d. Recreatieve voorzieningen;

e. Bovengemeentelijke belangenbehartiging;

* vrijwillige samenwerking

f. Faciliteren, coördineren en afstemmen gemeentelijke aangelegenheden;

g. Bedrijfsvoering.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= burgemeester Joosten).

Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage beschikt een lid van het algemeen bestuur, behoudens de voorzitter, over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. De voorzitter beschikt in dat geval over één stem.

Veiligheidsregio Twente

 

 

Het openbaar lichaam Veiligheidsregio Twente is een verplicht samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

De vestigingsplaats is Enschede.

Veiligheidsregio Twente heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

De verplichting tot instelling van en deelname aan een veiligheidsregio vloeit rechtstreeks voort uit de Wet veiligheidsregio’s.

 

Op grond van artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s vormen de burgemeesters van de deelnemende gemeenten het algemeen bestuur.

Elk lid van het algemeen bestuur beschikt in de vergadering over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening, beschikt een lid van het algemeen bestuur over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt.

Crematoria Twente

 

 

Het openbaar lichaam Crematoria Twente (OLCT) is een samenwerkingsverband van 13 Twentse en Achterhoekse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

De vestigingsplaats is Enschede.

Het OLCT is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging. Deze taken zijn ondergebracht in Crematoria Twente / Oost- Nederland B.V.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder Duursma).

Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem per 20.000 inwoners (of een gedeelte daarvan) van de gemeente die hij vertegenwoordigt, met dien verstande dat geen der individuele gemeentes zo veel stemmen kan hebben, dat zij zelfstandig een meerderheid kan vormen.

Stadsbank Oost Nederland

 

 

Het openbaar lichaam Stadsbank Oost Nederland is een samenwerkingsverband van 22 Twentse en Achterhoekse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

De vestigingsplaats is Enschede.

 

De Stadsbank Oost Nederland is een intergemeentelijke kredietbank die zich ten behoeve van ingezetenen van de deelnemende gemeenten op maatschappelijk en zakelijk verantwoorde wijze bezighoudt met kredietverstrekking, budgetbeheer, schuldhulpverlening, preventie en voorlichting.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder Duursma).

Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

 

Omgevingsdienst Twente

 

 

Het openbaar lichaam Omgevingsdienst Twente is een verplicht samenwerkingsverband van 14 Twentse gemeenten en provincie Overijssel in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

De vestigingsplaats is Almelo.

 

De Omgevingsdienst Twente voert in opdracht van alle Twentse gemeenten en de provincie Overijssel de werkzaamheden m.b.t. vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en bodem uit.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur
(= burgemeester Joosten).

Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

Stichtingen en verenigingen

Stichting Participatie Dinkelland

 

 

De Stichting Participatie Dinkelland  voert voor de gemeente Dinkelland de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet werk en bijstand (Wwb) uit.

De vestigingsplaats is Denekamp.

De stichting heeft ten doel:

  • het exclusief ten behoeve van de gemeente Dinkelland (doen) uitvoeren van de Wsw en de Wwb;
  • het ter beschikking stellen van arbeidskrachten: Wsw-medewerkers  en Wwb-medewerkers.

De stichting heeft een raad van toezicht van minimaal 3 leden, die worden benoemd door het college van Dinkelland.

In de raad van toezicht heeft ook minimaal één lid van het college  zitting
(= burgemeester Joosten).

Coöperaties en vennootschappen

Cogas Holding N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Cogas Holding zijn in handen van negen Overijsselse gemeenten.

De vestigingsplaats is Almelo.

Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie- en machtigingsgebieden.

Dinkelland valt onder het verzorgingsgebied van Cogas.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

Dinkelland bezit 463 aandelen (= 9,1%).

 

Enexis Holding N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Enexis Holding zijn in handen van 5 provincies en 88 gemeenten.

De vestigingsplaats is Den Bosch.

Enexis beheert het energienetwerk in Noord-, Oost-, en Zuid-Nederland, waaronder Overijssel.

Dinkelland valt onder het verzorgingsgebied van Enexis.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

Dinkelland bezit 96.993 aandelen (= 0,06%).

Vordering op Enexis B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

 

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 geliquideerd kunnen worden.

N.v.t.

Verkoop Vennootschap B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

CBL Vennootschap B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd. 

N.v.t.

CSV Amsterdam B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 kunnen worden geliquideerd.

N.v.t.

Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

Twence B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap Twence zijn in handen van 14 Twentse gemeenten, gemeente Berkelland en Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen.

De vestigingsplaats is Hengelo.

Twence is het afvalverwerkingsbedrijf dat al het huishoudelijke afval en veel van het bedrijfsafval binnen de regio Twente verwerkt.

De oorspronkelijke overweging was om in regionaal verband bedrijfs- en huisafval te verwerken, waarbij de schaalgrootte zou resulteren in voor inwoners (en bedrijven) acceptabele tarieven.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= wethouder Blokhuis).

Dinkelland bezit 34.056 aandelen (= 4,01%).

 

Wadinko N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten.

De vestigingsplaats is Zwolle.

Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid - en daarmee de werkgelegenheid - wil bevorderen in Overijssel, de Noordoostpolder en Zuidwest Drenthe.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de  Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

Dinkelland bezit 93 aandelen (= 3,893%).

 

BNG N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor de helft in handen van de Staat en voor de andere helft in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

De vestigingsplaats is  Den Haag.

BNG heeft ten doel de uitoefening van het bedrijf van bankier ten dienste van overheden.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de  Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

Dinkelland bezit 16.934 aandelen (= 0,03%).

N.V. ROVA Holding

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap ROVA Holding zijn in handen van 23 gemeenten.

De vestigingsplaats is Zwolle.

ROVA verzorgt voor gemeenten alle publieke taken die voortkomen uit de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval (afvalinzameling en verwerking, beheer inzamelmiddelen).

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= wethouder Blokhuis).

Dinkelland bezit 260  aandelen (= 7,67%).

Overige verbonden partijen

EUREGIO

 

 

EUREGIO is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van 131 Nederlandse en Duitse overheden. EUREGIO is een openbaar lichaam naar Duits recht.

De vestigingsplaats is Gronau (D).

EUREGIO heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

De EUREGIO-raad is het politieke orgaan van EUREGIO. De samenstelling is gebaseerd op een partijpolitieke en regionale sleutel. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen bepaalt welke partijen in de EUREGIO-raad vertegenwoordigd zijn. Het inwonertal bepaalt het aantal zetels per deelnemende gemeente. Dinkelland bezet 2 van de 41 Nederlandse zetels 
(= raadslid Maathuis en burgemeester Joosten).

Verbonden partijen gemeente Dinkelland

Financiële kengetallen

 

Verbonden partij EV 1-1-2019 EV 1-1-2020 EV 31-12-2020 VV 1-1-2019 VV 1-1-2020 VV 31-12-2020 Resultaat 2020 Gemeentelijke bijdrage 2020 * Dividend- uitkering 2020
Noaberkracht Dinkelland Tubbergen 5.378.000 2.938.000 2.265.000 3.915.000 4.304.000 4.977.000 0 17.638.900 n.v.t.
Regio Twente 10.034.384 10.019.112 10.148.152 14.464.606 13.652.814 12.460.169 0 1.398.700 n.v.t.
Veiligheidsregio Twente 1.319.056 1.597.000 1.435.000 55.048.112 53.356.000 60.719.000 0 1.905.700 n.v.t.
Crematoria Twente 1.590.678 1.590.700 1.590.700 86.887 0 0 0 n.v.t. 0
Stadsbank Oost Nederland 1.080.500 1.080.500 1.082.200 15.042.300 14.797.700 14.816.700 0 79.200 n.v.t.
Omgevingsdienst Twente n.v.t. 150.976 240.779 n.v.t. 346.000 596.221 0 440.344 n.v.t.
Cogas 178.995.000 n.n.b. n.n.b. 96.221.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 926.000
Enexis 4.024.000.000 4.021.000.000 n.n.b. 3.691.000.000 3.691.000.000 n.n.b. n.n.b. n.v.t. 65.000
Vordering op Enexis -2.000 0 0 356.324.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
Verkoop Vennootschap 113.000 5.000 0 57.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
CBL Vennootschap 138.000 90.000 0 21.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
CSV Amsterdam 749.000 530.000 0 68.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie 1.606.000 1.595.000 0 23.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
Twence** 133.428.000 n.n.b. n.n.b. 173.808.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 222.700
Wadinko 67.999.185 68.100.000 68.400.000 1.511.671 1.500.000 1.500.000 1.500.000 n.v.t. 46.500
BNG 4.991.000.000 n.n.b. n.n.b. 132.518.000.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 45.000
ROVA 36.742.000 n.n.b. n.n.b. 53.791.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 80.000
Euregio n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. 7.600 n.v.t.
Stichting Participatie Dinkelland* 100.000 n.n.b. n.n.b. 398.488 n.n.b. n.n.b. n.n.b. 417.000 n.v.t.

 

* = exclusief overige afgenomen diensten en doorbetaling Wsw-subsidie
** = inclusief borgstellingsvergoeding

 

Risico's verbonden partijen

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor de derde keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo, Enschede en sinds dit jaar ook Hengelo.

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

Publiekrechtelijke verbonden partijen

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Stichting Participatie Dinkelland (SPD)

Groot

Groot

Hoog

Stadsbank Oost Nederland

Middel

Middel

Gemiddeld

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Groot

Groot

Hoog

Veiligheidsregio Twente (VRT)

Groot

Groot

Hoog

EUREGIO

Klein

Groot

Laag

Crematoria Twente (OLCT)

Klein

Middel

Laag

Regio Twente

Groot

Groot

Hoog

Omgevingsdienst Twente

Middel

Groot

Hoog

 

Privaatrechtelijke verbonden partijen

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Wadinko

Klein

Groot

Gemiddeld

Twence

Klein

Middel

Gemiddeld

Vordering op Enexis

Middel

Middel

Gemiddeld

Enexis Holding

Klein

Klein

Laag

Cogas

Groot

Middel

Gemiddeld

BNG

Klein

Middel

Gemiddeld

ROVA

Groot

Middel

Gemiddeld

 

Financieel belang:                                                Risico:

Klein: < € 100.000                                                Klein: < 20

Middel: > € 100.000 en < € 1.000.000     Middel: 21 t/m 24

Groot: > € 1.000.000                                          Groot: > 25

Grondbeleid

Grondbeleid

Algemeen

In het eerste half jaar van 2019 zijn 30 woningbouwkavels verkocht van de geprognosticeerde 38 stuks. Daarnaast zijn verkoopovereenkomsten gesloten voor 17 kavels. Dit betekent dat ruim meer dan de helft van de geprognosticeerde kavels zijn verkocht en dat we daarmee verwachten om in 2019 ongeveer 47 kavels te kunnen verkopen.

Uiteindelijk zal de voorraad bouwkavels sneller verkocht zijn dan enkele jaren geleden werd verwacht. Door deze grondverkopen neemt de boekwaarde van het grondbedrijf af en heeft dit positieve gevolgen voor het risicoprofiel.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 12 juli 2016 een nieuwe Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Dinkelland bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Dinkelland tot 2020 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. De nota grondbeleid is een belangrijk kader waarmee sturing kan worden gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2020 en verder

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld. Bij de vaststelling van de jaarrekening over 2018 zijn daarnaast de geactualiseerde grondexploitaties vastgesteld. Hierin zijn per jaarschijf de te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht.

Per complex is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld, de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2019 opgenomen.

De fasering van de te verwachten opbrengsten is in lijn gebracht met het vastgestelde woningbouwprogramma, de te verwachten marktomstandigheden en de grondprijzen van 2019.

In 2020 zal waarschijnlijk het plan voormalige gemeentewerf Ootmarsum in de verkoop kunnen worden gebracht. Deze opbrengsten worden in 2021 verwacht.

 

Bouwgrondverkopen

Woningbouw

Voor 2020 verwachten we achttien woningbouwkavels te verkopen. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met de teruglopende kavelvoorraden.

 

Bedrijventerreinen

We verwachten dat de laatste kavels in het plan Sombeek in 2020 zijn verkocht. De interesse voor kavels op De Mors blijft achter; voor 2020 verwachten we één kavel te kunnen verkopen. In totaal verwachten we 1,4 hectare bedrijfsgrond te verkopen.

 

Financiële situatie

Doordat in de diverse woningbouwplannen bouwkavels worden verkocht, blijven de bijbehorende grondexploitaties inkomsten genereren. Dit heeft een positief effect op de boekwaarde. Deze zal geleidelijk verder gaan afnemen. Een uitzondering hierop vormen de bedrijventerreinen, deze blijven voorlopig nog kwetsbaar voor eventuele verliezen.

Alle risico’s van de grondexploitatie zijn meegenomen in het risicoprofiel. Wij verwijzen u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Actuele ontwikkelingen

Woningbouwverkopen

De vraag en belangstelling naar woningbouwkavels blijft groot.
Gevolg is dat de voorraad snel afneemt en weinig woningbouwkavels op voorraad zijn.
We zijn ons aan het beraden op nieuwe grondposities waarbij inbreiding boven uitbreiding geldt en gaan gemeentelijke planprocedures opstarten voor de kernen Denekamp, Deurningen, Ootmarsum en Saasveld. Daarnaast zien we een toename van particuliere initiatieven.

 

Bedrijventerreinen

Voor 2020 verwachten we ruim 1 hectare bedrijventerrein daadwerkelijk te kunnen verkopen.

 

Actieve marktbenadering

Dit doen we met onze nieuwe en succesvolle website Kavels in Dinkelland en de woonbeurs.

En we blijven open staan voor nieuwe ontwikkelingen op en uit de markt. Te denken valt aan collectief particulier opdrachtgeverschap, projectmatige bouw, sociale woningbouw, duurzaam bouwen etc.

Doel hierbij blijft het streven naar het halen van de geprognosticeerde aantallen kavelverkopen.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2019 van Noaberkracht is door beide gemeenteraden vastgesteld. Noaberkracht ondersteunt Dinkelland in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft een focus op resultaat (de goede dingen goed doen). Daarom is het belangrijk dat Noaberkracht een wendbare organisatie blijft, die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving.

 

Taakstelling Noaberkracht

Wij hebben in het bestuur van Noaberkracht en met de directie van Noaberkracht overeenstemming bereikt over een aanvullende taakstelling op Noaberkracht die oploopt van €100.000 in 2020 naar structureel €350.000 in 2023. Wij menen hiermee op een goede manier invulling te hebben gegeven aan uw unaniem aangenomen amendement waarin u middels een zienswijze aangeeft dat de raad van oordeel is dat ook Noaberkracht een wezenlijke bijdrage dient te leveren om een evenwichtige gemeentelijke meerjarenbegroting te waarborgen. Tevens geeft u aan dat de raad van oordeel is dat Noaberkracht daarbij een taakstelling heeft op te nemen, waarbij afbreuk aan de dienstverlening aan inwoners zoveel mogelijk wordt beperkt. Uiteraard houden we hier bij de nadere uitwerking van deze denkrichting zoveel mogelijk rekening mee. Nadere invulling en concretisering loopt in eerste instantie via de P&C cyclus van Noaberkracht. Zodra de dienstverlening richting de beide gemeenten hierdoor wijzigt komen we daar uiteraard bij u als gemeenteraad op terug.

Om te komen tot invulling van de taakstelling langs de lijn zoals die door de gemeenteraad is vastgesteld wordt er kritisch gekeken of er anders omgegaan kan worden met werkzaamheden en het inzetten van uren zodat de taakstelling stukje bij beetje ingevuld kan worden. Vooral op het gebied van bedrijfsvoering wordt wanneer er vacatureruimte ontstaat gekeken of er keuzes gemaakt kunnen worden in de te verrichten werkzaamheden zodat er ruimte ontstaat. Daarna wordt gekeken of taken herverdeeld kunnen worden zodat er een besparing op fte's plaats kan vinden die ten goede komt aan de taakstelling. Vanaf het vaststellen van het de perspectiefnota 2020 zijn we begonnen met het concretiseren van deze geschetste lijn. De eerste ervaringen zijn dermate positief dat ons dat voldoende vertrouwen geeft dat we komen tot volledige invulling van de taakstelling. 

Naast het maken van keuzes in werkzaamheden, herverdelen van taken en verminderen van fte's in de bedrijfsvoering, wordt er ook gekeken naar andere grote kostenposten binnen Noaberkracht. Zo worden de afschrijvingstermijnen binnen ICT en tractie onder de loep genomen. In de afgelopen jaren is gebleken dat investeringen vaak langer meegaan dan het aantal jaren waar Noaberkracht op dit moment mee rekent. Dit is nog niet vertaald in het afschrijvingsbeleid van Noaberkracht. Dit gaan we nog in 2019 formeel regelen zodat er met ingang van het jaar 2020 voor een substantieel deel invulling kan worden gegeven aan de invulling van de taakstelling. 

 

Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Naast opname in de begroting worden deze indicatoren digitaal beschikbaar gesteld op de website Waar staat je gemeente.

Beleidsindicatoren begroting 2020
Bron: Vensters voor bedrijfsvoering 2018  
Peildatum: 1-1-2019  
Indicator Waarde Eenheid
Financieel    
Omvang formatie 6,58 fte per 1.000 inwoners
Omvang overhead 9,2% Overhead (percentage van de totale kosten)
Apparaatskosten €648 kosten per inwoner
Externe inhuur 9,19% kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur
Maatschappelijk    
Afstand tot de arbeidsmarkt 2% percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt"
HRM    
Bezetting t.o.v. formatie 100% aantal fte's bezetting t.o.v. aantal fte's formatie in de gehele organisatie
Vrouwen in leidinggevende positie 17% aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidinggevenden
Ziekteverzuim 3,3% de verzuimde dagen in 2017 gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen in 2017, keer 100%
Frequentie ziektemeldingen 0,6 het gaat om het gemiddeld aantal ziektemeldingen per medewerker over 217
Vergroening (35-) 12% aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door het totaal aantal medewerkers
Vergrijzing (55+) 36% percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. het totaal aantal medewerkers
Instroom 6,8% ingestroomde medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Uitstroom 7,6% vertrokken medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Interne mobiliteit 5,4% aantal medewerkers geplaatst op interne vacatures gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Klant    
Betaaldiscipline 93% percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke termijn wordt betaald
E-facturering 2,9 deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen
Huisvesting    
Werkplekindex 1,23 aantal fte gedeeld door het aantal werkplekken
Energiekosten €6,00 kosten gas, stroom en overig, gedeeld door de beheerde oppervlakte
ICT    
Beheerde applicaties 185 het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties
ICT meldingen per klant 8,9 het aantal ICT meldingen gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie