Meer
Publicatiedatum: 14-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

5. Programma Omzien naar elkaar

Inleiding

Tekst Begroting 2018:

"In het Beleidsplan Omzien Naar Elkaar zijn de kaders gesteld voor dit programma. Wij hechten veel waarde aan het welzijn van onze inwoners. Wij willen bewerkstelligen dat elke inwoner zo lang en zo veel mogelijk zelfredzaam is en op een zo volwaardig mogelijke manier meedoet aan de samenleving. Inwoners moeten in staat zijn eigen regie over hun huishouding te voeren, een sociaal netwerk te onderhouden en deel te nemen aan de samenleving. Hierbij staat de eigen kracht van inwoners centraal en verandert de rol van de gemeente van ’zorgen voor’ naar ’zorgen dat’. We onderscheiden drie niveaus van hulp en zorg in ons programma.

 

Het programma Omzien naar Elkaar heeft drie thema’s ontwikkeld die hierop inspelen:

  • Zelf
  • Samen
  • Overdragen"

Thema Zelf

Inleiding

Tekst Begroting 2018:

"Wij zetten binnen dit thema in op het versterken en behouden van zelfredzaamheid en 'samenredzaamheid', op eigen kracht en omzien naar elkaar. Eigen kracht betekent dat inwoners zelf de regie nemen over hun leven en verantwoordelijk zijn voor hun eigen ontplooiing. Eigen kracht betekent niet dat iedereen op zichzelf is aangewezen, maar dat wij het potentieel dat in iedereen zit, graag willen benutten. Het betekent ook dat we samen verantwoordelijk zijn en omzien naar elkaar. Wat de één niet kan, kan een ander wel en andersom. Een goed voorbeeld is burenhulp. Of zoals we in Twente zeggen: noaberschap. Iets wat in onze gemeente een groot goed is.

 

Wij willen de eigen kracht en regie van de inwoner en zijn sociale omgeving zoals familie, buren, mantelzorgers, vrijwilligers, scholen, verenigingen en welzijnsinstellingen benutten.

 

Wat willen wij bereiken?

Het volgende ideaaldoel streven wij na:

  • Eigen kracht behouden en zo mogelijk versterken en de inzet hiervan bevorderen"

Toelichting

Eigen kracht behouden en zo mogelijk versterken en de inzet hiervan bevorderen

Tekst Begroting 2018:

"Wij zetten actief in op het versterken en vergroten van het zelf organiserend vermogen van inwoners en kernen."

Overzicht baten en lasten

(bedragen x €1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begroting na wijziging

Baten 5 282 266 -16
Lasten -1.070 -680 679 1
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten -1.065 -398 -413 -15
Onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0
Toevoegingen aan reserves 0 0 0 0
Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten -1.065 -398 -413 -15

Een analyse op hoofdlijnen met betrekking tot de verschillen tussen de gerealiseerde bedragen en de begrote bedragen na wijziging wordt weergegeven onder het thema 'Overdragen'. 

 

Een gedetailleerde toelichting op de verschillen tussen gerealiseerde bedragen en begrote bedragen na wijziging is te vinden in de Jaarrekening 2018 onder 'Toelichting en analyse op de baten en lasten'.

Overzicht beleidsindicatoren

Voor het thema 'Zelf' maken we geen gebruik van beleidsindicatoren. 

Thema Samen

Inleiding

Tekst Begroting 2018:

"Wij zetten binnen dit thema in op het bieden van (tijdelijke) ondersteuning om zo snel mogelijk en zo veel mogelijk zelfstandig deel te nemen aan de samenleving.

 

Op sommige momenten lukt het inwoners niet (volledig) op eigen kracht. Dan is ondersteuning nodig. Wij zien die ondersteuning als een duwtje in de goede richting, zodat mensen hun eigen kracht hervinden of kunnen versterken. Maatwerk is daarbij van belang.

 

Wat willen we bereiken?

Wij streven voor de komende periode het volgende ideaaldoel na:

  • Vraaggerichter vormgeven van vrij toegankelijke individuele voorzieningen en (daarmee) de doelmatigheid vergroten."

Toelichting

Aandacht voor vraaggerichter vormgeven van vrij toegankelijke individuele voorzieningen en (daarmee) de doelmatigheid vergroten

Tekst Begroting 2018:

"Wij gaan sterker vraag- en gebiedsgericht werken: de inwoners staan centraal. Er wordt een werkwijze ontwikkeld waarin inwoners en professionals in coproductie vrij toegankelijke voorzieningen ontwikkelen en aanbieden."

Overzicht baten en lasten

(bedragen x €1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begroting na wijziging

Baten 3.299 3.613 3.845 232
Lasten -10.989 -11.371 11.014 356
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten -7.689 -7.757 -7.170 588
Onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0
Toevoegingen aan reserves 0 0 0 0
Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten -7.689 -7.757 -7.170 588

Een analyse op hoofdlijnen met betrekking tot de verschillen tussen de gerealiseerde bedragen en de begrote bedragen na wijziging wordt weergegeven onder het thema 'Overdragen'. 


Een gedetailleerde toelichting op de verschillen tussen gerealiseerde bedragen en begrote bedragen na wijziging is te vinden in de Jaarrekening 2018 onder 'Toelichting en analyse op de baten en lasten'.

Overzicht beleidsindicatoren

Voor het thema 'Samen' maken we geen gebruik van beleidsindicatoren. 

Thema Overdragen

Inleiding

Tekst Begroting 2018:

"Binnen dit thema zetten we in op het efficiënter en effectiever inrichten van de niet  vrij toegankelijke voorzieningen, om zo de maatschappelijke deelname van inwoners te versterken.

 

Voor inwoners of gezinnen die het echt zelf niet redden blijft langdurige en/of specialistische ondersteuning beschikbaar. Integrale aanpak, maatwerk en ondersteunend aan ‘zelf’ en ’samen’ zijn hierbij voor ons leidend. Door meer in te zetten op preventie willen we het beroep op de langdurige en/of specialistische ondersteuning verminderen.

 

Wat willen we bereiken?

Wij streven voor de komende periode het volgende ideaaldoel na:

  • Afhankelijkheid van niet vrij toegankelijke ondersteuning verminderen door de regie over het leven te vergroten"

Toelichting

Afhankelijkheid van niet vrij toegankelijke ondersteuning verminderen door de regie over het leven te vergroten

Tekst Begroting 2018:

"Wij zetten in op betere signalering, samenwerking en snellere inzet om zo de regie over het eigen leven van inwoners te vergroten."

Overzicht baten en lasten

(bedragen x €1.000)

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Realisatie begrotingsjaar

Verschil realisatie versus begroting na wijziging

Baten 170 200 189 -11
Lasten -8.880 -11.525 11.850 -325
Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten -8.710 -11.325 -11.661 -335
Onttrekkingen aan reserves 150 524 524 0
Toevoegingen aan reserves 0 0 0 0
Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten -8.560 -10.802 -11.137 -335

Hieronder wordt op hoofdlijnen aangegeven hoe de verschillen tussen de gerealiseerde bedragen en de begrote bedragen na wijziging zijn ontstaan.

 

Eigen bijdrage Wmo (€16.000 nadeel)

De raming van de inkomsten vanuit de eigen bijdrage Wmo voor 2018 was € 280.000, de werkelijke inkomsten uit de eigen bijdrage in het boekjaar 2018 zijn € 264.000. Dit betekent een nadelig verschil van € 16.000.

 

 

Wmo hulp bij huishouden (€ 27.000 voordeel)

Voor 2018 zijn we uitgegaan van een gemiddeld aantal indicaties van 582 en een totaal bedrag van € 1.660.000. Het verloop van het aantal indicaties is in 2018 als volgt geweest:

Peildatum

1-1-2018

31-3-2018

30-6-2018

30-9-2018

31-12-2018

Aantal indicaties

576

588

584

590

572

Het gemiddelde aantal indicaties is gedurende 2018 581 geweest. De werkelijke kosten komen uit op € 1.633.000 en kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Huishoudelijke ondersteuning

Werkelijke kosten 2018 (bedragen x €1.000)

- Zorg in natura

1.461

- Persoonsgebonden budget

106

- Was- en strijkservice

34

- Overige kosten

32

Totaal

1.633

De totale waarde van de afgegeven indicaties bedraagt € 1.636.000, het verzilveringspercentage is 94%.

 

De tarieven huishoudelijke ondersteuning zijn voor 2018 met terugwerkende kracht gecompenseerd met 3,25% in verband met de loonontwikkelingen in 2018.

We zijn hierbij op basis van de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs Wmo 2015 (AMvB) gehouden aan het betalen van een reële prijs voor Wmo-diensten. Voor de huishoudelijke ondersteuning is per 1 april 2018 een nieuwe cao in werking getreden die meerdere loonontwikkelingen kent. De cao heeft een verplichtend karakter binnen de AMvB en onze contracten waardoor we nieuwe reële tarieven dienen te hanteren. We zijn daarom over gegaan tot compensatie van aanbieders HO voor de loonontwikkelingen in 2018. Met deze compensatie hebben we in de prognoses van de werkelijke uitgaven rekening gehouden. Ten opzichte van de raming in 2018 zijn de werkelijke kosten € 27.000 lager uitgevallen.

 

Stimuleringsfonds sociaal domein (€ 110.000 voordeel)

In totaal is voor het stimuleringsfonds sociaal domein (stortingen vanaf eind 2015) een bedrag beschikbaar gesteld van € 435.000. Begin 2018 was daarvan nog beschikbaar € 314.000. Gedurende 2018 zijn er aanvragen geweest voor een bedrag van € 54.000, daarnaast is € 150.000 gereserveerd voor de inzet bij de begroting 2019. Dat houdt in dat eind 2018 nog een bedrag resteert van € 110.000. Dit incidentele budget wordt overgeheveld naar 2019 en wordt tevens beschikbaar gesteld voor het uitbreiden van het stimuleringsfonds sociaal domein naar een breder leefbaarheidsfonds.

 

Wmo ondersteuning zelfstandig leven (OZL)  (€ 188.000 voordeel)

In totaal is voor 2018 een bedrag opgenomen van € 1.370.000 voor OZL, uitgaande van 148 indicaties met een gemiddelde van 4,4 uur per indicatie per week en een verzilveringspercentage van 95%. Daarnaast zijn de kosten van de begeleiding van inwoners met een zintuiglijke handicap en persoonlijke verzorging in deze raming meegenomen.

Het verloop van het aantal indicaties (OZL) en de gemiddelde hoogte van de indicatie (in uren per indicatie per week) is als volgt geweest in 2018:

Peildatum

1-1-2018

31-3-2018

30-6-2018

30-9-2018

31-12-2018

Aantal uitstaande indicaties

147

148

153

150

153

Gemiddelde indicatie (uren p.w.)

4,2

4,0

4,0

3,9

4,0

De werkelijke kosten in 2018 bedragen € 1.182.000 (waarvan € 13.000 betrekking heeft op 2017). Het gemiddelde aantal indicaties is in 2018 150 geweest met een gemiddelde indicatie van 4,0 uur per indicatie per week. De totale waarde van de afgegeven indicaties bedraagt € 1.419.000, het verzilveringspercentage is 82%.

 

Wmo ondersteuning maatschappelijke deelname (OMD) (€ 59.000 voordeel)

In totaal is voor 2018 een bedrag opgenomen van € 974.000 voor OMD, uitgaande van 143 indicaties met een gemiddelde van 4,9 dagdelen per indicatie per week en een verzilveringspercentage van 85%.

Het verloop van het aantal indicaties en de gemiddelde hoogte van de indicatie is als volgt geweest in 2018:

OMD

1-1-2018

31-3-2018

30-6-2018

30-9-2018

31-12-2018

Aantal uitstaande indicaties

133

143

149

147

138

Gemiddelde indicatie (dagdelen p.w.)

4,6

4,5

4,6

4,5

4,3

De werkelijke kosten in 2018 bedragen € 915.000 (waarvan € 3.000 betrekking heeft op 2017). Het gemiddelde aantal indicaties is in 2018 142 geweest, met een gemiddelde van 4,5 dagdelen per indicatie per week. De totale waarde van de afgegeven indicaties bedraagt € 1.112.000, het verzilveringspercentage is 82%.

 

Beleidsadviezen/Wmo algemeen € 72.000 voordeel)

Dit voordeel wordt vooral veroorzaakt doordat we een bedrag van € 67.500 terug ontvangen van centrumgemeente Enschede met betrekking tot Beschermd wonen. Dankzij de gezamenlijke ambtelijke inzet is het resultaat voor beschermd wonen in 2018 nog positiever dan aanvankelijk ingeschat. Van het voordelig resultaat vloeien gelden terug naar de regiogemeenten (waaronder Dinkelland).

 

Wmo hulpmiddelen (€ 52.000 nadeel)

De raming voor woonvoorzieningen (bestaande uit hulpmiddelen voor woningen en woningaanpassingen), vervoersvoorzieningen en rolstoelvoorzieningen bedroeg in totaal € 484.000. Deze raming is opgebouwd uit enerzijds de kosten van de verstrekkingen van hulpmiddelen en anderzijds de opbrengsten van de verkoop uit depot. De werkelijke kosten bedragen € 536.000 en kunnen als volgt gespecificeerd worden (kosten voorzieningen -/- opbrengst verkoop uit depot per voorziening):

Hulpmiddelen

Werkelijke kosten 2018 (bedragen x €1.000)

- vervoersvoorzieningen

238

- woonvoorzieningen

140

- rolstoelen

158

Totaal

536

Ten opzichte van de raming is de verkoop uit depot achtergebleven (ca. € 11.000). De kosten van de verstrekkingen zijn hoger uitgevallen dan de raming (ca. € 43.000).

Het verloop van het aantal uitstaande hulpmiddelen is als volgt geweest in 2018:

Peildatum

1-1-2018

31-3-2018

30-6-2018

30-9-2018

31-12-2018

Vervoersvoorziening

362

358

364

363

368

Woningaanpassing

-

1

3

4

4

Woonvoorziening

404

385

389

382

376

Rolstoelen

453

443

451

445

439

 

Participatie en re-integratie (€ 35.000 nadeel)

Het nadeel op de post re-integratie wordt vooral veroorzaakt door een incidentele last met betrekking tot het project/de pilot Sporten ’t Werkt! Uit ervaring van deze pilot blijkt dat veel klanten onvoldoende lichamelijke en geestelijke conditie hebben om het werk waar ze op zijn geplaatst (bijv. in de logistiek) vol te kunnen houden. Dit traject zorgt voor een betere conditie door een combinatie van sporten, leren fysiek werken, samenwerken en leren plannen van de thuissituatie. Hierdoor kunnen er stappen op de participatieladder worden gezet en kunnen plaatsingen duurzaam zijn. Doordat enerzijds de participatie-uitkering van het rijk lager wordt en anderzijds het beroep op het participatiebudget groter wordt, ontstaat er een nadeel.

 

Jeugdzorg (€ 712.000 nadeel) 

De raming voor de nieuwe taken jeugdzorg is € 5.276.000. De werkelijke kosten met betrekking tot de nieuwe taken bedragen € 5.988.000. Dit betekent een nadeel van € 712.000. 

 

De werkelijke kosten met betrekking tot de nieuwe taken kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Jeugdzorg in Dinkelland 2018

Werkelijke kosten (bedragen x €1.000)

Verschil ten opzichte van begroting (bedragen x €1.000)

 

 

 

Zorgconsumptie in 2018

5.045

 

Bijdrage Regio Twente 2018

203

 

Nog te betalen 2018

293

 

Prognose zorgconsumptie 2018

5.541

-265

Uitgaven m.b.t. 2015

78

 

Uitgaven m.b.t 2016

54

 

Uitgaven m.b.t. 2017

315

 

Totaal extra uitgegeven in 2018 over 2015 t/m 2017

447

 

Totaal

5.988

-712

Verschil begroting en jaarrekening

In 2018 hebben wij in totaal € 5.988.000 uitgegeven aan jeugdzorg (nieuwe taken). De uitgaven bestaan normaal gesproken uit drie componenten, namelijk de daadwerkelijk uitgekeerde zorggelden in 2018 met betrekking tot 2018, kosten die gemaakt worden door de Regio Twente (OZJT/Samen 14) en een post nog te verwachten betalingen van zorgdeclaraties over het jaar 2018. Deze declaraties zullen in 2019 volgen. Echter zijn we in 2018 geconfronteerd met extra uitgaven van zorg die nog betrekking hadden op de reeds afgesloten boekjaren 2015, 2016 en 2017. Dit totale bedrag van € 447.000 verhoogt het nadelig resultaat naar € 712.000.

 

Zorg in natura en persoonsgebonden budget

De voorzieningen worden geleverd door zorg in natura zorgaanbieders of door zorgaanbieders gefinancierd met behulp van een persoons-gebonden budget (PGB). Het beschikbaar stellen van de PGB verloopt via de sociale verzekeringsbank (SVB). Voor de voorzieningen voor jeugdzorg geldt geen eigen bijdrage. Dit is wettelijk bepaald. Van de uitgaven met betrekking tot 2018 is 7% uitgekeerd in de vorm van PGB en 93% in de vorm van zorg in natura.

 

Bijstandsuitkeringen (€ 33.000 voordeel)

Het voordeel op de post bijstand is het gevolg van dalende cliënten aantallen gedurende het jaar 2018 en een lagere uitkeringslast per cliënt. De raming is gebaseerd op gemiddeld 210 cliënten met een uitkeringslast van €15.050, het werkelijke gemiddelde cliëntenaantal is 207 met een gemiddelde uitkeringslast van ca. € 14.765. Daarentegen zijn de kosten voor de leningen t.b.v. levensonderhoud van startende ondernemers gestegen, in de laatste maanden van 2018 is het aantal actieve trajecten gestegen van twee naar vijf. 

Zie onderstaande tabel voor een specificatie van de uitgaven (+)  en inkomsten (-) in 2018:

Bijstandsuitkeringen

(bedragen x €1.000)

Rijksvergoeding BUIG

-3.453

Uitkeringen WWB, IOAW en IOAZ

3.070

Loonkostensubsidies

216

Bbz levensonderhoud starters

49

Individuele inkomenstoeslag

51

Totaal

-67

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) (€ 108.000 voordeel)

Het voordeel op de post Besluit bijstandverlening zelfstandigen bestaat uit twee onderdelen:

  1. In het tweede programmajournaal 2018 hebben we een inschatting gemaakt van de te verwachte kosten in 2018 met betrekking tot de open-eind regeling Bbz. Uit de jaarcijfers blijkt dat de verwachte kosten lager zijn dan deze inschatting. In de laatste maanden van 2018 zijn geen extra aanvragen meer geweest voor een bedrijfskrediet of lening voor het levensonderhoud van gevestigde zelfstandigen. Dit levert een voordeel op van  ca. € 47.000.
  2. Per balansdatum zijn de vorderingen Bbz geactualiseerd en beoordeeld op invorderbaarheid, dit heeft geresulteerd in een eenmalige bate van € 61.000.

 

Sociale werkvoorziening (€ 134.000 voordeel)

Het voordeel op de post Sociale werkvoorziening heeft een tweetal oorzaken:

  1. Het voordeel van € 45.000 wordt veroorzaakt door een hoeveelheidsverschil in het aantal arbeidsjaren (AJ).  De term arbeidsjaar geeft de subsidie-eenheid aan die gekoppeld is aan een FTE Wsw, waarop mede de hoogte van het Wsw-deel in de rijksvergoeding wordt gebaseerd. Deze rijksvergoeding is gebaseerd op 97,61 AJ met een bedrag van €25.438 per AJ. De werkelijke realisatie in 2018 door de Stichting Participatie Dinkelland is 95,54 AJ.
  2. Het voordeel van € 89.000 heeft betrekking op de vrijval van de voorziening Top Craft in verband met de lagere toekomstige verplichtingen. 

 

Minimabeleid/schuldhulpverlening (€ 74.000 voordeel)

Het voordeel op de post minimabeleid heeft een drietal oorzaken:

  1. De werkelijke kosten voor de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en minima vallen € 15.000 lager uit dan begroot. Dit voordeel is in lijn met de afname van het aantal bijstandscliënten.
  2. De uitgaven aan armoedebestrijding onder kinderen blijft ca. € 34.000 achter bij de raming. De raming voor 2018 is gebaseerd op het budget dat door het rijk beschikbaar is gesteld bij de meicirculaire 2017.  Er zijn in 2018 minder aanvragen voor de kindpakketten ingediend dan verwacht. Er wordt volop gewerkt aan het onder de aandacht brengen van de regeling bij de doelgroep. 
  3. De kosten ter compensatie van bovenmatige ziektekosten zijn ca. € 25.000 lager dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat er aan het einde van 2018 door inwoners minder gebruik is gemaakt van de veeggroep Regeling Uitstroom Bijstandsgerechtigden (RUB) dan verwacht. De gemeente Dinkelland en zorgverzekeraars hebben gezamenlijk met ingang van 1 januari 2018 door toepassing van de RUB inwoners geholpen om uit de Wanbetalingsregeling Zorgverzekering te komen. Doordat ze in de wanbetalersregeling zitten kunnen ze zich niet meer aanvullend verzekeren. Deze wanbetalingsregeling wordt uitgevoerd door het CAK. Inwoners komen in deze regeling wanneer ze minimaal zes maanden een schuld hebben uitstaan bij hun zorgverzekering.  Er is een veeggroep RUB  ingezet om de inwoners die 1-1-2018 niet mee hebben gedaan maar alsnog onder de doelgroep vallen, deze regeling alsnog aan te bieden. Wanneer inwoners deelnemen aan de RUB is hun openstaande vordering binnen drie jaar voldaan en kunnen zij, voor zowel de basisverzekering als de aanvullende verzekering, zich weer verzekeren via de collectieve zorgverzekering van Menzis in samenwerking met de gemeente.

 

Heroriëntatie toegankelijke voorzieningen (€ 74.000 voordeel) 

De kosten voor de heroriëntatie van vrij toegankelijke voorzieningen zijn begroot op € 876.000. De werkelijke kosten zijn in 2018 € 802.000. Een verschil van € 74.000 ten opzichte van de begroting 2018. In de aanloop naar een nog meer integrale toegang van het sociale domein zijn geplande investeringen en subsidies die hieraan zijn gekoppeld uitgesteld naar 2019 en verder waardoor er over 2018 nog een voordelig resultaat is behaald. Er is gestart met het opstellen van een gezamenlijke visie (tussen Wij in de Buurt, het Werkplein en de gemeente)  en het toewerken naar één toegang, zodat voor onze inwoners helder is waar zij passende hulp en ondersteuning kunnen krijgen. Hier wordt in 2019 volop op ingezet.

 

Huisvesting en begeleiding statushouders (€ 145.000 voordeel)

Voor de huisvesting en begeleiding van statushouders hebben we in de begroting een stelpost opgenomen. Dit met als reden dat de toestroom van statushouders in de afgelopen jaren heeft geleid tot meer druk op een aantal gemeentelijke voorzieningen. In 2018 zijn de verschillende uitgaven verwerkt in de reguliere budgetten en is daarnaast nog een stelpost geraamd van € 150.000. Bij het opstellen van de begroting hebben we reeds aangegeven dat deze stelpost gefaseerd naar beneden kan worden bijgesteld. Deze gefaseerde neerwaartse bijstelling heeft te maken met de extra inzet die we willen plegen om de nieuwe inwoners zo snel en zo goed mogelijk te laten integreren in onze gemeente. Gedurende 2018 is hiervan € 11.000 ingezet ter dekking van de stijgende kosten van het leerlingenvervoer.  Voor de overige € 139.000 is er geen gebruik gemaakt van deze stelpost, mede door een afname van het aantal statushouders dat is gevestigd in onze gemeente. 


Een gedetailleerde toelichting op de verschillen tussen gerealiseerde bedragen en begrote bedragen na wijziging is te vinden in de Jaarrekening 2018 onder 'Toelichting en analyse op de baten en lasten'.

Overzicht beleidsindicatoren

Voor het thema 'Overdragen'maken we gebruik van de volgende indicatoren:

Indicatoren Eenheid Waarde
Absoluut verzuim Aantal per 1.000 leerlingen 0
Banen Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar 569
Jongeren met een delict voor de rechter Percentage 12 t/m 21-jarigen 0,39
Kinderen in een uitkeringsgezin Percentage kinderen tot 18 jaar 1,94
Netto arbeidsparticipatie Percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking 70,7
Werkloze jongeren Percentage 16 t/m 22-jarigen 0,42
Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 1.000 inwoners 14,8
Lopende re-integratievoorzieningen Aantal per 1.000 inwoners van 15-64 jaar 11,8
Jongeren met jeugdhulp Percentage van alle jongeren tot 18 jaar 5
Jongeren met jeugdbescherming Percentage van alle jongeren tot 18 jaar 1
Jongeren met jeugdreclassering Percentage van alle jongeren van 12 tot 23 jaar NNB
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo Aantal per 1.000 inwoners 61