Meer
Publicatiedatum: 14-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

8. Paragrafen

Paragraaf Lokale Heffingen

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar als volgt vastgesteld:

  1. De ozb-tarieven zijn zodanig aangepast dat voor 2018 de gewenste meeropbrengst (exclusief areaaluitbreiding) zou kunnen worden gerealiseerd.
  2. De tarieven afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op  een basistarief  vermeerderd met een bedrag per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer.
  3. De tarieven van de rioolheffingen zijn ten opzichte van het jaar 2017 niet verhoogd.
  4. De tarieven leges en rechten zijn afgestemd op de lasten ter zake en kostendekkend.

Onroerende-zaakbelastingen (ozb)

Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • Een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • Een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

Tarieven onroerendezaakbelastingen

% van de WOZ-waarde 2018

% van de WOZ-waarde 2017

Woning eigenaar

0,1438%

0,1495%

Niet-woning eigenaar

0,2232%

0,2225%

Niet-woning gebruiker

0,1769%

0,1785%

 

Opbrengsten onroerendezaakbelastingen (bedragen x € 1.000)

2018

2017

Raming ozb

                             6.305

                      6.246

Werkelijke opbrengst ozb

6.261

6.217

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

-/-  44

-/-  29

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

                                    -/- 8

-/- 2

Nadat de ozb-tarieven 2018 waren vastgesteld heeft het Rijk een wijziging doorgevoerd in de agrarische taxatiewijzer, waardoor met name voor varkenshouderijen de WOZ-waarde naar beneden moest worden bijgesteld als gevolg van de economische malaise in deze sector. Mede daardoor is de ozb-opbrengst 2018 lager dan vooraf werd ingeschat.

Afvalstoffenheffing

Deze heffing heeft als uitgangspunt dat de lasten van de afvalinzameling en -verwerking voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging restafval voor het gebruik van een verzamelcontainer, een 140-liter container of een 240-liter container. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. De opbrengst is bestemd voor de kostendekking van de afvalinzameling en -verwerking.

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (bedragen x €1.000)

Begroting 2018

Werkelijk 2018

Kosten taakveld(en)

                              1.510

1.503

Inkomsten taakveld(en)

                                 604

701

Netto kosten taakveld

                                906

802

Toe te rekenen kosten

                                 906

802

Overhead inclusief (omslag-)rente

                                 79

75

Btw

316

316

Totale kosten

                              1.301

1.193

Opbrengst afvalstoffenheffing

                              1.326

1.267

Dekkingspercentage*

102%

106%

*Het dekkingspercentage is hoger dan 100%, overtollige middelen worden aan de voorziening gedoteerd.

 

Tarieven afvalstoffenheffing (bedragen in €)

2018

2017

Basistarief (vast recht)

                        88,00

              113,00

1 lediging bovengrondse verzamelafvalcontainer (chipkaart)

                         0,60

      0,60

1 lediging ondergrondse verzamelafvalcontainer (chipkaart)

1,20

0,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

                           5,60

      5,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

                         9,20

        9,20

 

 

 

Raming opbrengst afvalstoffenheffing: basistarief (vast recht) + ledigingen  (bedragen x € 1.000)

2018 

2017

Raming opbrengst basistarief  

914

1.097

Werkelijke opbrengst  basistarief

 912

1.152

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming  basistarief

 2

                            55

 

 

 

Raming opbrengst ledigingen restafval

412

412

Werkelijke opbrengst ledigingen restafval

355 

354

Verschil tussen werkelijke en geraamde ledigingen

-/-  57  

                         -/- 58

 

 

 

Aantal ledigingen bij een bovengrondse verzamelafvalcontainer via een chipkaart *

                              4.550

                     11.625

Aantal ledigingen bij een ondergrondse verzamelafvalcontainer via een chipkaart *

5.695

-

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 140 liter *

                            10.626

                     10.599

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 240 liter *

                            31.258

                     31.290

* Gegevens verstrekt door ROVA

 

 

De opbrengst van het aantal ledigingen is geraamd op € 412.000. In de aanslagen afvalstoffenheffing 2019 wordt rekening gehouden met een bedrag van € 357.000 aan de diftaropbrengsten  restafval 2018.

 

Voorziening afvalstoffenheffing  

De voorziening  wordt ingezet om gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De huidige stand van de voorziening   bedraagt € 987.000. 

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendruk ontwikkeling op basis van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen voor een huishouding  zonder respectievelijk met een eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van  € 246.000 in 2017 respectievelijk € 255.000 in 2018, conform de uitgangspunten van de COELO-atlas.

 

Ontwikkeling van de lokale lastendruk in 2018 ten opzichte van 2017

Lokale lastendruk (bedragen in €)

2018

2017

Verschil

Verschil in %

Rioolheffing gebruiker

(tot 300 m³ waterverbruik):

            262,20

            262,20

     0,00

             0%

Afvalstoffenheffing:

 

 

 

 

a. basistarief (vast recht)

               88,00

          113,00

     -/- 25,00

      -/- 22,1%

b. 5 ledigingen restafval (240 liter)

               46,00

        46,00

    0  

             0  %

1. Lokale lastendruk zonder eigen woning

396,20

421,20

-/- 25,00

-/- 5,9%

Eigen woning:

Gemiddelde WOZ-waarde 2018 € 255.000

Gemiddelde WOZ-waarde 2017 € 246.000

366,00

367,00

-/-  2,00

-/- 0,5%

2. Lokale lastendruk met eigen woning

           762,20

                      788,20

        -/- 26,00

-/- 3,3%

Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtschelding is één van de wijzen waarop een schuld teniet gaat. Kenmerk van kwijtschelding is, dat het gaat om belastingschuldigen die niet in staat zijn anders dan met buitengewoon bezwaar de belasting te betalen. Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet bestaat de mogelijkheid om belastingplichtigen, die een inkomen en een vermogen beneden bepaalde minimum normen hebben, kwijtschelding te verlenen van hun belastingschuld.

 

Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding. Dinkelland past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:

  • Afvalstoffenheffing: basistarief + variabel  tarief tot maximaal € 36,80 voor ledigingen restafval;
  • Rioolheffing en
  • Onroerendezaakbelastingen.

 

Overzicht kwijtscheldingsverzoeken en –bedragen

Aantal  kwijtscheldingsverzoeken

2018

2017

Aanvragen, afgewezen:

                       82

                          33

Aanvragen, gedeeltelijk toegewezen:

                         13

   3

Aanvragen, volledig toegewezen:

                     267

                        278

 Totaal

                     362

                        314

Kwijtscheldingsbedragen (bedragen x €1.000)

2018

2017

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

                       101

                        107

Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

                       91

                        113

Verschil tussen raming en werkelijke kwijtschelding

10

-/- 6

Rioolheffingen

De gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd is belastingplichtig voor de rioolheffing. Voor de rioolheffing geldt eveneens als algemeen uitgangspunt  dat 100% van de kosten worden gedekt. De tarieven zijn gebaseerd op de geraamde kosten, zoals die zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. Incidentele over- en onderdekking wordt verrekend met een egalisatievoorziening om sterke tarieffluctuaties op te kunnen vangen. De tarieven voor het belastingjaar 2018 zijn niet gewijzigd ten opzichte van 2017.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (bedragen x €1.000)

Begroting 2018

Werkelijk 2018

Kosten taakveld(en)

                              2.069

                       1.918

Inkomsten taakveld(en)

                                    -  

                             -  

Netto kosten taakveld

                              2.069

                       1.918

Toe te rekenen kosten

                              2.069

                       1.918

Overhead incl. (omslag)rente

                                 272

                          261

Btw

163

163

Totale kosten

                              2.504

                       2.342

Opbrengst rioolheffing

                              3.031

                       3.035

Dekkingspercentage*

121%

130%

*Het dekkingspercentage is hoger dan 100%, overtollige middelen worden aan de voorziening gedoteerd.

 

Tarieven en opbrengsten rioolheffing (bedragen in €)

2018

2017

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m3)

                                 262,20

                          262,20

Meerverbruik per 100 m3 of een deel daarvan

                                   21,00

                            21,00

Agrarisch bedrijf

                                 304,00

                          304,00

 

 

 

Opbrengsten rioolheffing (bedragen x €1.000)

2018

2017

Raming rioolheffing

3.031

2.976

Werkelijke opbrengst rioolheffing

                              3.035

                       2.973

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

-/-  4

-/-  3

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

                                     -/-  3

-/-  8

Voorziening rioolheffing

De voorziening wordt ingezet om gelijkmatige ontwikkeling van de rioolheffing te waarborgen. De huidige stand van de voorziening bedraagt € 1.738.000.

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De belasting vindt plaats op basis van aangifte.

 

De aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. Niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte toeristenbelasting eenvoudiger en sneller kan geschieden.  De tarieven zijn al een aantal jaren niet gewijzigd.

 

Tarieven toeristenbelasting: prijs per persoon per nacht (bedragen in €)

2018

2017

Hotel, pension, appartement, boerderijkamer

                           1,60

                       1,60

Recreatiewoningen, niet beroepsmatig verhuurde ruimten

                           1,00

                       1,00

Kampeermiddelen: mobile kampeeronderkomens, stacaravans

                       0,60

                   0,60

Groepsaccommodaties (kampeerboerderij)

                        0,60

                  0,60

 

 

 

Opbrengst toeristenbelasting (bedragen x €1.000

2018

2017

Raming opbrengst

300

300

a. meer- of minderopbrengst vorige dienstjaren

                                   25

                            39

b. verwachte opbrengst dienstjaar

                                 340

                          340

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

65

79

De aanslagen toeristenbelasting kunnen pas na afloop van het belastingjaar worden opgelegd, omdat deze gebaseerd wordt op het aantal overnachtingen in het belastingjaar (=kalenderjaar). Dit betekent, dat bij het opmaken van de jaarrekening een schatting moet worden gemaakt van de opbrengst. Deze schatting wordt doorgaans gebaseerd op het meest recente kohier, rekening houdend met eventueel gewijzigde omstandigheden.

 

De opbrengst toeristenbelasting 2017 bedroeg € 365.000, hetgeen € 25.000 meer is dan waarmee in de jaarrekening 2017 rekening mee is gehouden. Voor het jaar 2018 wordt een opbrengst verwacht van € 340.000.

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel.

Tarief forensenbelasting (bedragen in €)

2018

2017

Forensenbelasting: vast bedrag per gemeubileerde woning

                       285,00

                285,00

Opbrengst forensenbelasting (bedragen x €1.000)

2018

2017

Raming opbrengst

127

132

Werkelijke opbrengst

128

126

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

1

-/- 6

Oninbare vorderingen (voorgaande) dienstjaren

-/- 1

-/- 1

Precariobelasting

Deze directe belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. In Dinkelland is de precariobelasting beperkt tot horecaterrassen.

 

Tarieven precariobelasting (bedragen in €)

2018

2017

Vaste terrassen

 

 

- Binnenstad Ootmarsum

                  14,15

                  14,15

- Overige delen van de gemeente

                       11,20

                 11,20

Tijdelijke terrassen

 

 

- Binnenstad Ootmarsum

                       4,75

                    4,75

Opbrengst precariobelasting (bedragen x €1.000)

2018

2017

Raming opbrengst

18

18

Werkelijke opbrengst

17

16

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

-/-  1

-/- 2

Bedrijveninvesteringszone (BIZ)

Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet,  gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en/of de economische ontwikkeling binnen het daartoe aangewezen gebied van de bedrijveninvesteringszone.

 

De BIZ-bijdrage (sinds 2017 beperkt tot Ootmarsum) wordt gedurende een periode van vijf jaar (2017 – 2021) jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.  De BIZ-opbrengsten 2018 en volgende jaren worden in subsidievorm  beschikbaar gesteld aan de Stichting BIZ Ootmarsum.

Tarieven BIZ-belasting Ootmarsum (bedragen in €)

2018

2017

Tarieven BIZ-belasting o.b.v. de WOZ-waarde van:

 

 

 a. € 100.000 of minder:

                           435,00

                                    435,00

 b. meer dan € 100.000 en minder dan €  200.001:

                       535,00

                                    535,00

c. meer dan € 200.000  en minder dan € 300.001:

                           635,00

                                    635,00

 d. meer dan € 300.000 en minder dan  € 750.000:

                        735,00

                                    735,00

 e. € 750.000 of meer:

                        1.035,00

                                 1.035,00

Opbrengst BIZ-belasting Ootmarsum (bedragen x €1.000)

2018

2017

Raming opbrengst Ootmarsum

105

108

Werkelijke opbrengst

104

106

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

-/-  1

-/- 2

Recapitulatie belastingopbrengsten

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening 2018

Begroting 2018

Rekening 2017

Onroerendezaakbelastingen

                6.261

                     6.305

         6.217

Afvalstoffenheffing

                 1.267

 1.326

         1.506

Rioolheffing

                 3.035

                     3.031

         2.973

Toeristenbelasting

                    365

                       300

           339

Forensenbelasting

                     128

                        127

             125

Precariobelasting

                      17

                          18

                16

BIZ-belasting Ootmarsum

 104  

 105  

 106

Totaal

              11.197

                  11.212

       11.282

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Dinkelland toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.

Risicobeheersing

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan 5 stappen beschreven:

  1. Bewust worden
  2. Identificeren
  3. Analyseren en beoordelen
  4. Beheersen en aandacht geven
  5. Vooruitdenken

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 en aanbevelingen rekenkamerrapport Dinkelland
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico’s met beheersmaatregelen en interne audits

 

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top 5 risico’s met hoge prioriteit. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top 5 risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen moet nog blijken, een stap welke momenteel onderhanden is. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie,  voor 2019 zal opnieuw een fraude-risicoanalyse opgemaakt worden.

 

Verder is in 2018 het integraal risicomanagement gepositioneerd in het programma ontwikkeling Noaberkracht. Voor ons als gemeentelijke organisatie ligt er een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn, maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s. Hier is in 2018 alvast een begin mee gemaakt door teamcoaches van organisatieonderdelen te bevragen over de mogelijke risico’s en beheersmaatregelen in hun werkveld. Tevens wordt zoveel mogelijk aangehaakt bij diverse projecten om op basis van een risicoanalyse inzicht te krijgen in de mogelijke projectrisico’s.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel

1. Risicoprofiel

In onderstaande tabel worden de 10 risico’s gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Risico Kans Financieel gevolg Invloed
Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijk vastgoed tegen de taxatiewaarde. 20% max. €2.226.000 8,88%
Voorlopige risico inschatting drie decentralisaties. 50% max. €800.000 8,10%
Juridisch conflict wat kan leiden tot nabetaling 90% max. €300.000 7,28%
Algemene uitkering valt lager uit dan begroot 70% max. €500.000 7,08%
Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie 30% max. €810.000 4,83%
Onvolledige en niet-actuele registratie van bezittingen/kunstobjecten 50% max. €500.000 3,35%
Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige cao) 50% max. €250.000 3,02%
Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB) 90% max. €150.000 2,73%
Leningen waarvoor de gemeente rechtstreeks garant staat zonder tussenkomst van de WSW 10% max. €2.028.000 2,72%
Onvolledige controle op actuele legitimatie gegevens bij persoonsgebonden budget (PGB) 50% max. €250.000 2,53%

Weerstandscapaciteit

2. Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s (€ 19,1 miljoen) kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3,6 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit).

 

3. Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Tabel 1: Beschikbare weerstandcapaciteit

Weerstand

Capaciteit

Algemene reserve

4.577.000

Reserve grondexploitatie

1.028.000

Totale weerstandscapaciteit

5.605.000

 

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Risico's


Bedrijfsproces
Financieel
Imago / politiek
Informatie / strategie
Juridisch / Aansprakelijkheid
Letsel / Veiligheid
Materieel
Milieu
Personeel / Arbo

Weerstandscapaciteit

Algemene reserve
Reserve grondexploitatie

Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

 

 =

€    5.605.000

 

 = 1,6

Benodigde weerstandcapaciteit

€     3.600.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio.

 

Tabel 3: Weerstandsnorm

Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

 

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen.

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Dinkelland jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kaderstellende en controlerende rol. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Dinkelland goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden vijf kengetallen:

1a. Netto schuldquote

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. Solvabiliteitsratio

3. Grondexploitatie

4. Structurele exploitatieruimte

5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2018

Jaarrekening 2017

A

Vaste schulden

30.562 30.562 33.931

B

Netto vlottende schuld

5.654 5.448 5.448

C

Overlopende passiva

1.850 6.705 2.104

D

Financiële vaste activa

7.339 8.733 9.028

E

Uitzettingen < 1 jaar

17.762 24.486 24.486

F

Liquide middelen

488 469 469

G

Overlopende activa

1.090 1.613 1.613

H

Totale baten

59.529 56.135 70.263

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

19,1 13,2 8,4

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2018

Jaarrekening 2017

A

Vaste schulden

30.562 30.562 33.931

B

Netto vlottende schuld

5.654 5.448 5.448

C

Overlopende passiva

1.850 6.705 2.104

D

Financiële vaste activa

2.701 2.701 2.701

E

Uitzettingen < 1 jaar

17.762 24.486 24.486

F

Liquide middelen

488 469 469

G

Overlopende activa

1.090 1.613  1.613

H

Totale baten

59.529 56.135 70.263

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

26,9 24,0 17,4

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2018

Jaarrekening 2017

A

Eigen vermogen

37.907 33.228 44.680

B

Balanstotaal

81.563 102.878 91.051

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

46,5 32,3 49,1

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2018

Jaarrekening 2017

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

1.949 8.175 4.957

C

Totale baten

59.529 56.135 70.263
 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

3,3 14,6 7,1

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2018

Jaarrekening 2017

A

Totale structurele lasten

57.466 44.482 50.971

B

Totale structurele baten

56.825 39.089 53.935

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

3.232 2.546 1.514

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

3.263 2.868 1.515

E

Totale Baten

59.529 56.135 70.263

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

1,0 - 9,0 4,2

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Dinkelland heeft om zijn belastingen te verhogen. De onroerendezaakbelasting is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2018

Begroting 2018

Jaarrekening 2017

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (uitgangspunt COELO-atlas)

366 381 368

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

262 262 262

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

134 125 135

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

762 768 765

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

721 721 722

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

106%. 107% 106%

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017

Netto schuldquote

19,1 13,2 8,4

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

26,9 24,0 17,4

Solvabiliteit

46,5 32,3 49,1

Grondexploitatie

3,3 14,6 7,1

Structurele exploitatieruimte

-1,0 -9,0 4,2

Belastingcapaciteit

106% 107% 106%

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. 

 

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2018 voor de kapitaalgoederen: 

 

Beheerplannen

Vaststelling door raad in jaar

Looptijd

Financiële vertaling in begroting

Uitgesteld onderhoud

Wegen*

2016

n.v.t.

ja

nee

Riolering *2

2013

2018

ja

nee

Groen

2014

n.v.t.

ja

nee

Gebouwen

2016

n.v.t.

ja

nee

 * kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect 'wegen'.

*2 GRP in 2018 geactualiseerd, nieuwe looptijd 2019-2024

Kaders & Cijfers

Kaders

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de 'Financiële verordening gemeente Dinkelland (2017)'.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: waarin opgenomen de gemeentelijke taak als 'goed wegbeheerder' om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en 'groot' onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting.

 

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten van de riolering dekken we via de rioolheffing. Binnen de rioolheffing streven wij het ideaalcomplex na.

 

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, staan in het algemeen als incidentele investeringen opgenomen in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

 

Voor gebouwen stelt de raad de kosten van het groot onderhoud uit de reserve 'Onderhoud gebouwen' beschikbaar. 

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel 'beleid en beheer' gaan we hier nader op in. 

 

In het GRP 2013-2018 zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

 

Voor het beheer van gebouwen is een meerjaren onderhoudsprogramma (MOP) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven. 

Beleid & beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit, is door de raad vastgesteld in 2014.

 

Voor het beheer van de wegen en het groen maken we gebruik van de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW. In de catalogus is met foto's aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, enz.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen of delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd. 

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling die per 1 januari 2016 is gemaakt tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte en we kunnen hierdoor optimaal met kosten omgaan. 

 

Wat de gebouwen betreft is de gemeente Dinkelland in veel gevallen verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks (klein) en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Daar waar sprake is van leegstand, draagt de gemeente als eigenaar weer de verantwoordelijkheid voor ook het klein onderhoud. Voor de schoolgebouwen heeft de stichting Katholiek Onderwijs Noordoost-Twente (KONOT) en in een enkel geval stichting Consent, de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Noaberkracht. 

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van de CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald. 

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hotspot onderscheiden.    

 

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 hebben we een meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld scenario 3B met als ambitie een standaard basisniveau C, Hotspots/centra A en voetpaden in woongebieden B.

 

Openbare verlichting

Aan de hand van het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’, met daarin uitgangspunten en keuzes voor het beleid, ontwikkelen we plannen voor vervanging en nieuwe plaatsing van openbare verlichting. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol. Ook met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling houden we rekening.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2013-2018) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering wordt bepaald met een analyse van video-inspecties, waarbij we inspectiecatalogus NEN3399 gebruiken. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhouds)inspecties monitort een hoofdpost dagelijks het rioolsysteem. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. Maar dan gebruiken we dit vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks nemen we een steekproef voor de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenst niveau. Bij Hotspots geldt het hogere kwaliteitsniveau A.

 

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequente nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Het planmatig onderhoud van groenvoorzieningen in Dinkelland wordt uitgevoerd door buitendienst Noaberkracht aangevuld met inzet van SPD. De kwaliteit wordt frequent met steekproeven geschouwd. Het gemeten onderhoudsniveau voldoet aan het vastgestelde onderhoudsniveau.

 

Gebouwen

Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). Deze MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van een pand op kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6). De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van vier jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de reserve voor het groot onderhoud op peil gebracht Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

Kwaliteit & financieel

Kwaliteit

Wegen

Onderhoud aan asfaltverhardingen (inclusief slijtlagen) is uitgevoerd onder de vlag van een meerjarig onderhoudsbestek. Verspreid over de gemeenten zijn diverse wegen aangepakt waar de meest ernstigste schadebeelden geconstateerd zijn. Onderhoud aan elementenverhardingen is eveneens uitgevoerd onder de vlag van een meerjarig onderhoudsbestek. De wijksgewijze aanpak, waarbij de ernstigste gebreken planmatig worden aangepakt, werpt zijn vruchten af. Het gemiddelde kwaliteitsniveau gaat hiermee omhoog.

 

Op basis van de resultaten van de in najaar 2018 uitgevoerde weginspectie is de gemiddelde kwaliteit van de wegen bepaald op basis van de bij vaststelling MJOP gehanteerde uitgangspunten. De inhaalslag die gemaakt is na vaststelling van het MJOP in 2016 heeft als resultaat dat het gemiddelde onderhoudsniveau voor vrijwel alle categorieën op of boven het vastgestelde ambitieniveau zit.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben we besloten het jaarlijks budget te verhogen en toe te voegen aan de onderhoudsreserve. De verwachte landelijke vaststelling van nieuwe rekenregels voor bestaande bruggen laat nog op zich wachten. De aangekondigde inspectieronde is mede hierdoor opgeschort. Het beschikbare onderhoudsbudget is aangewend voor urgente incidentele werkzaamheden.

 

Openbare verlichting

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zes gemeenten. In totaal worden ca. 5.900 lichtpunten onderhouden. Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door ledverlichting. In 2016 is gestart met het planmatig vervangen van openbare verlichting. Inmiddels is 59% van de openbare verlichting voorzien van ledverlichting.

 

Rioleringen

In 2018 zijn rioolvervangingen uitgevoerd in Ootmarsum (Denekamperstraat en omgeving Vijverstraat) en Weerselo (omgeving voormalig gemeentehuis). Reliningen zijn uitgevoerd in Saasveld (Drosteweg), Weerselo (Abdijweg), Tilligte (Ootmarsumsestraat en Kerkweg) en Denekamp (Borghert).

 

Groen

De maandelijkse inspectie van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus. Het cyclisch planmatig vervangen van cultuurbeplanting loopt door ontbreken van voldoende beschikbare middelen achter. Door integrale aanpak in combinatie met wegenonderhoud zijn met behulp van uitgangspunten uit Kwaliteitsplan Openbare Ruimte op een aantal locaties in Denekamp, Weerselo en Ootmarsum projecten uitgevoerd waarbij ook het groen is gerenoveerd.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Door afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk dat structurele onderhoudsgelden worden aangevuld met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhouds programma. Het programma wordt jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. De werkzaamheden zijn binnen de bestaande financiële kaders uitgevoerd. 

 

Bruggen

Bij vaststelling van het MJOP is besloten om door middel van een nader onderzoek de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten structureel € 50.000 toe te voegen aan het budget. Het beschikbare budget is volledig aangewend voor incidenteel onderhoud.

 

 

Rioleringen

De beschikbare middelen voor de riolering zijn voldoende om het stelsel op niveau te houden. Het streven is te komen tot het ideaalcomplex. Hierbij sparen we voor rioolvervangingen, zodat we deze direct kunnen afschrijven. De kapitaallasten lopen dan niet op. De gedachte hierachter is dat we de financiële gevolgen van de in-stand-houding van het rioolsysteem niet naar volgende generaties doorschuiven. Dit is vastgelegd in het GRP. Het GRP is in 2018 geactualiseerd en opnieuw vastgesteld.

 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de voorziening 'planmatig onderhoud gebouwen' ter beschikking. Jaarlijks is er een dotatie van € 475.000 aan deze reserve. De afgelopen jaren is gebleken dat de controle op nut en noodzaak geleid heeft tot besparingen op de geplande financiële uitgaven. Met het oog op nieuwe ontwikkelingen is er de laatste jaren maar beperkt onderhoud gepleegd aan vooral sportaccommodatie Dorper Esch (alleen als veiligheid of bedrijfsvoering in gevaar kwam) waardoor er sprake is van behoorlijk wat uitgesteld onderhoud.

 

Alleen de aangewende middelen worden verrekend met de onderhoudsreserve.

Paragraaf Financiering

Financiering

Algemeen

De wet Financiering Decentrale Overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij één jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting. Een kasgeldlimiet van € 5,8 miljoen betekent dat Dinkelland in 2018 tot een bedrag van € 5,8 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mocht financieren.

 

Kasgeldlimiet

 € (x1 miljoen)

 Begrotingstotaal 2018

                   68,0

 Vastgesteld percentage

8,5%

 Kasgeldlimiet

                     5,8

 

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

 

Renterisiconorm

 € (x1 miljoen)

 Begrotingstotaal 2018

                   68,0

 Vastgesteld percentage

20,0%

 Renterisiconorm

                   13,6

 Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                       -  

 Ruimte

                   13,6

In 2018 is geen renterisico gelopen. Dit blijft binnen de norm.

 

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de opgenomen geldleningen:

Leningen (opgenomen)

 

 € (x 1 miljoen)

 Beginstand per 1 januari 2018

 

                     33,9

 Bij:

 nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                         -  

 Af:

 reguliere aflossingen

                       3,3

 

 vervroegde aflossingen

 Eindstand per 31 december 2018

 

                    30,6

 

 

EMU Saldo

Het EMU saldo geeft weer wat het saldo aan inkomsten en uitgaven van de gehele sector overheid in een bepaalde periode is. In grote lijnen is dit  het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar.

 

Exploitatiesaldo 2018

6.773-

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

2.090+

Investeringen in (im)materiële vaste activa

6.324-

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa

1.793+

EMU saldo 2018 voor Dinkelland

9.213-

Algemene ontwikkelingen

Liquiditeit, rentevisie en schatkistbankieren

De gemeente Dinkelland heeft ook in 2018 gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt  door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn.

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1-maands geldleningen. Het 1-maands rentetarief is op dit moment negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt. Omdat de gemeente ervoor gekozen heeft om een gedeelte van eventuele liquiditeitstekorten met kort geld te financieren, pakt de rentevisie goed uit en levert dit de gemeente geld op. 

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het ministerie. Dit levert echter niets op, het rentepercentage is op dit moment 0%.

 

Geldleningen

Er zijn in 2018 geen geldleningen aangetrokken en er zijn ook geen extra aflossingen geweest.

 

Kasgeldleningen

Om tijdelijke liquiditeitstekorten zo efficiënt mogelijk te overbruggen is er de mogelijkheid om kasgeldleningen af te sluiten. In 2018 zijn er geen kasgeldleningen afgesloten.

 

Rente: 1-maands euribor

Het 1-maands euribor rentetarief is in 2018 is het hele jaar negatief geweest. Per 1 januari 2018 bedroeg het percentage -0,368%. Eind december was dit percentage -0,363%.

 

Schatkistbankieren

In december 2013 is de wet Schatkistbankieren in werking getreden. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. ‘Overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. De rente die vergoed wordt, is gelijk aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat en is op dit moment 0%.

Paragraaf Verbonden Partijen

Inleiding

Algemeen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kaderstellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten –het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

Verbonden partijen Dinkelland

De verbonden partijen, waarbij de gemeente Dinkelland betrokken is, worden hieronder beschreven.

 

Naam Verbonden partij

Activiteiten

Bestuurlijk belang

Gemeenschappelijke regelingen

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

De bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is een samenwerkingsverband van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Denekamp.

 

In naam van de deelnemende bestuursorganen is de bedrijfsvoeringsorganisatie in ieder geval belast met:

·         Beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;

·         Uitvoering van het door de gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid;

·         Inkoop en aanbesteding van opdrachten, behoudens voor zover het de bedrijfsvoering betreft;

·         Uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen medebewindstaken;

·         Toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering.

 

In eigen naam is de bedrijfsvoeringsorganisatie  in ieder geval belast met:

·         De bedrijfsvoering;

·         Inkoop en aanbesteding van opdrachten ten behoeve van de bedrijfsvoering.

 

De bedrijfsvoeringsorganisatie voert uitsluitend taken uit voor bestuursorganen van Dinkelland en Tubbergen.

De colleges van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen vormen gezamenlijk het bestuur. De beide burgemeesters zijn beide voorzitter van het bestuur. Beide gemeenten hebben 50% stemrecht in het bestuur.

De gemeente Dinkelland draagt voor 56,35% bij aan de begroting.

Regio Twente

 

 

Het openbaar lichaam Regio Twente is een samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

 

Regio Twente behartigt de (Twentse) belangen op de volgende terreinen:

* basispakket

a. Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente;

b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;

c. Sociaal-economische structuurversterking;

d. Recreatieve voorzieningen;

e. Bovengemeentelijke belangenbehartiging;

* vrijwillige samenwerking

f. Faciliteren, coördineren en afstemmen gemeentelijke aangelegenheden;

g. Bedrijfsvoering.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder Brand).

 

Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage beschikt een lid van het algemeen bestuur, behoudens de voorzitter, over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. De voorzitter beschikt in dat geval over één stem.

Veiligheidsregio Twente

 

 

Het openbaar lichaam Veiligheidsregio Twente is een verplicht samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

Veiligheidsregio Twente heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren teneinde een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

 

De verplichting tot instelling van en deelname aan een veiligheidsregio vloeit rechtstreeks voort uit de Wet veiligheidsregio’s.

Op grond van artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s vormen de burgemeesters van de deelnemende gemeenten het algemeen bestuur.

 

Elk lid van het algemeen bestuur beschikt in de vergadering over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening, beschikt een lid van het algemeen bestuur over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt.

Crematoria Twente

 

 

Het openbaar lichaam Crematoria Twente (OLCT) is een samenwerkingsverband van 13 Twentse en Achterhoekse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

 

 

Het OLCT is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging. Deze taken zijn ondergebracht in Crematoria Twente / Oost- Nederland B.V.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder Duursma).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem per 20.000 inwoners (of een gedeelte daarvan) van de gemeente die hij vertegenwoordigt, met dien verstande datgeen der individuele gemeentes zo veel stemmen kan hebben, dat zij zelfstandig een meerderheid kan vormen.

Stadsbank Oost Nederland

 

 

Het openbaar lichaam Stadsbank Oost Nederland is een samenwerkingsverband van 22 Twentse en Achterhoekse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

De Stadsbank Oost Nederland is een intergemeentelijke kredietbank die zich ten behoeve van ingezetenen van de deelnemende gemeenten op maatschappelijk en zakelijk verantwoorde wijze bezighoudt met kredietverstrekking, budgetbeheer, schuldhulpverlening, preventie en voorlichting.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder Duursma).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

 

Omgevingsdienst Twente

 

 

Het openbaar lichaam Omgevingsdienst Twente is een verplicht samenwerkingsverband van 14 Twentse gemeenten en provincie Overijssel in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Almelo.

 

De Omgevingsdienst Twente voert in opdracht van alle Twentse gemeenten en de provincie Overijssel de werkzaamheden m.b.t. vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en bodem uit.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur
(= burgemeester Joosten).

 

Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

Stichtingen en verenigingen

Stichting Participatie Dinkelland

 

 

De Stichting Participatie Dinkelland  voert voor de gemeente Dinkelland de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet werk en bijstand (Wwb) uit.

 

De vestigingsplaats is Denekamp.

De stichting heeft ten doel:

-       het exclusief ten behoeve van de gemeente Dinkelland (doen) uitvoeren van de Wsw en de Wwb;

-       het ter beschikking stellen van arbeidskrachten: Wsw-medewerkers  en Wwb-medewerkers.

De stichting heeft een raad van toezicht van minimaal 3 leden, die worden benoemd door het college van Dinkelland.

In de raad van toezicht heeft ook minimaal één lid van het college  zitting
(= burgemeester Joosten).

Coöperaties en vennootschappen

Cogas Holding N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Cogas Holding zijn in handen van negen Overijsselse gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Almelo.

Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie- en machtigingsgebieden.

Dinkelland valt onder het verzorgingsgebied van Cogas.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

 

Dinkelland bezit 463 aandelen (= 9,1%).

 

Enexis Holding N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Enexis Holding zijn in handen van zes provincies en ca. 130 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Den Bosch.

Enexis beheert het energienetwerk in Noord-, Oost-, en Zuid-Nederland, waaronder Overijssel.

 

Dinkelland valt onder het verzorgingsgebied van Enexis.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

 

Dinkelland bezit 96.993 aandelen (= 0,06%).

Vordering op Enexis B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

 

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 geliquideerd kunnen worden.

N.v.t.

Verkoop Vennootschap B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

CBL Vennootschap B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd. 

N.v.t.

CSV Amsterdam B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

 

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 kunnen worden geliquideerd.

N.v.t.

Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

Twence B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap Twence zijn in handen van 14 Twentse gemeenten, gemeente Berkelland en Vuil-verwerkingsbedrijf Noord-Groningen.

 

De vestigingsplaats is Hengelo.

Twence is het afvalverwerkingsbedrijf dat al het huishoudelijke afval en veel van het bedrijfsafval binnen de regio Twente verwerkt.

 

De oorspronkelijke overweging was om in regionaal verband bedrijfs- en huisafval te verwerken, waarbij de schaalgrootte zou resulteren in voor inwoners (en bedrijven) acceptabele tarieven.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= wethouder Blokhuis).

 

Dinkelland bezit 34.056 aandelen (= 4,2%).

 

Wadinko N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Zwolle.

Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid - en daarmee de werkgelegenheid - wil bevorderen in Overijssel, de Noordoostpolder en Zuidwest Drenthe.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de  Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

 

Dinkelland bezit 93 aandelen (= 3,893%).

 

BNG N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor de helft in handen van de Staat en voor de andere helft in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

 

De vestigingsplaats is  Den Haag.

BNG heeft ten doel de uitoefening van het bedrijf van bankier ten dienste van overheden.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de  Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Joosten).

 

Dinkelland bezit 16.934 aandelen (= 0,03%).

N.V. ROVA Holding

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap ROVA Holding zijn in handen van 23 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Zwolle.

ROVA verzorgt voor gemeenten alle publieke taken die voortkomen uit de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval (afvalinzameling en verwerking, beheer inzamelmiddelen).

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= wethouder Blokhuis).

 

Dinkelland bezit 260  aandelen (= 7,67%).

Overige verbonden partijen

 

 

 

EUREGIO

 

 

EUREGIO is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van 131 Nederlandse en Duitse overheden. EUREGIO is een openbaar lichaam naar Duits recht.

 

De vestigingsplaats is Gronau (D).

 

EUREGIO heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

De EUREGIO-raad is het politieke orgaan van EUREGIO. De samenstelling is gebaseerd op een partijpolitieke en regionale sleutel. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen bepaalt welke partijen in de EUREGIO-raad vertegenwoordigd zijn. Het inwonertal bepaalt het aantal zetels per deelnemende gemeente. Dinkelland bezet 2 van de 41 Nederlandse zetels (= raadslid Maathuis en burgemeester Joosten).

Risico's verbonden partijen

Wijzigingen in verbonden partijen 2018

 

Omgevingsdienst Twente

Op 6 oktober 2017 is de Gemeenschappelijke Regeling van de Omgevingsdienst Twente (OD Twente) door alle deelnemers, de Twentse gemeenten en de provincie Overijssel, ondertekend. Daarmee is de OD Twente opgericht en deze is uiterlijk op 1 januari 2019 operationeel.        

 

Stichting Participatie Dinkelland

Op 2 januari 2018 heeft een statutenwijziging plaatsgevonden. Als gevolg van de statutenwijziging bestaat de raad van toezicht niet alleen meer uit leden van het college van B en W van de gemeente Dinkelland. De nieuwe statuten bepalen dat de Raad van Toezicht wordt benoemd door het college van B en W van de gemeente Dinkelland en bestaat uit minimaal 3 leden, namelijk minimaal één lid, welke tevens lid is van het college van B en W van de gemeente Dinkelland (niet de bestuurlijk opdrachtgever aan de stichting) en minimaal twee externe leden. Sinds 1 februari 2018 bestaat de raad van toezicht uit drie leden waaronder de burgemeester.

 

Risico’s

 

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor het tweede keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo en Enschede.

 

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

 

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

Publiekrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Stichting Participatie Dinkelland (SPD)

Groot

Groot

Hoog

Stadsbank Oost Nederland

Middel

Groot

Gemiddeld

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Groot

Groot

Hoog

Veiligheidsregio Twente (VRT)

Groot

Groot

Hoog

EUREGIO

Klein

Groot

Laag

Crematoria Twente (OLCT)

Klein

Middel

Laag

Regio Twente

Groot

Middel

Gemiddeld

Omgevingsdienst Twente

Middel

Groot

Hoog

 

Privaatrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Wadinko

Klein

Groot

Gemiddeld

Twence

Klein

Middel

Gemiddeld

Vordering op Enexis

Middel

Middel

Gemiddeld

Enexis Holding

Klein

Middel

Laag

Cogas

Groot

Middel

Gemiddeld

BNG

Klein

Klein

Laag

ROVA

Groot

Middel

Gemiddeld

 

Financieel belang:                                           Risico:

Klein: < € 100.000                                             Klein: < 20

Middel: > € 100.000 en < € 1.000.000  Middel: 21 t/m 24

Groot: > € 1.000.000                                         Groot: > 25

Financiële kengetallen

Verbonden partij EV 1-1-2018 EV 31-12-2018 VV 1-1-2018 VV 31-12-2018 Resultaat 2018 Gemeentelijke bijdrage 2018 * Dividend-uitkering 2018
Noaberkracht Dinkelland Tubbergen 3.200.000 5.378.000 3.902.000 3.915.000 523.000 19.235.000 n.v.t.
Regio Twente 6.268.976 10.034.384 13.972.413 14.464.606 -390.000 1.428.500 n.v.t.
Veiligheidsregio Twente 1.142.974 1.319.056 57.158.047 55.048.112 -383.000 1.655.800 n.v.t.
Crematoria Twente 1.590.678 1.590.678 101.390 86.887 0 n.v.t. 10.800
Stadsbank Oost Nederland 1.321.100 1.080.500 19.744.200 15.042.300 0 91.900 n.v.t.
Omgevingsdienst Twente n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Cogas 171.757.000 178.995.000 95.786.000 96.221.000 17.416.000 n.v.t. 926.000
Enexis 3.808.000.000 4.024.000.000 3.860.000.000 3.691.000.000 243.000.000 n.v.t. 67.100
Vordering op Enexis 17.000 -2.000 356.500.000 356.324.000 -11.000 n.v.t. n.v.t.
Verkoop Vennootschap 153.000 113.000 20.000 57.000 -38.000 n.v.t. n.v.t.
CBL Vennootschap 145.000 138.000 8.000 21.000 -9.000 n.v.t. n.v.t.
CSV Amsterdam 870.000 749.000 60.000 68.000 -121.000 n.v.t. n.v.t.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie 1.615.000 1.606.000 11.000 23.000 -15.000 n.v.t. n.v.t.
Twence** 130.292.000 133.428.000 147.501.000 173.808.000 14.490.000 n.v.t. 190.000
Wadinko 67.657.159 67.999.185 1.521.291 1.511.671 1.536.526 n.v.t. 46.500
BNG 4.687.000.000 4.991.000.000 135.185.000.000 132.518.000.000 337.000.000 n.v.t. 42.800
ROVA 36.516.000 36.742.000 47.091.000 53.791.000 5.784.000 n.v.t. 148.700
Euregio 1.607.264 n.n.b. 47.295.497 n.n.b. n.n.b. 7.600 n.v.t.
Stichting Participatie Dinkelland* 90.016 100.000 360.704 398.488 9.984 321.710 n.v.t.

* = exclusief overige afgenomen diensten en doorbetaling Wsw subsidie

** = inclusief borgstellingsvergoeding

Paragraaf Demografische ontwikkelingen

Algemeen

Het ontwikkelen en uitvoeren van beleid is gericht op het bereiken van effecten in de toekomst. Weten hoe de samenleving zich ontwikkelt en wat dit voor de rol en positie van de gemeente betekent, is dus essentieel. Demografie speelt hierin een belangrijke rol. Demografie omvat de studie van de omvang, de structuur en de spreiding van de bevolking, en hoe de bevolkingsomvang in tijd verandert door geboorten, sterfgevallen, migratie en veroudering. Bij demografische ontwikkeling moet men naast bevolkingsdaling en migratie ook denken aan vergrijzing en ontgroening (de daling van het aantal jongeren).

Trends en ontwikkelingen

In Dinkelland  is de  bevolkingsomvang  licht gestegen. De verwachting is dat deze na 2025 licht gaat dalen.

  

De beleidsmatige gevolgen van deze demografische ontwikkelingen zijn in de toekomst voelbaar op meerdere beleidsterreinen, zoals wonen, onderwijs, economie en arbeidsmarkt, zorg, sport en cultuur. Deze beleidseffecten tezamen hebben weer grote gevolgen voor de leefbaarheid in een gebied. Werken aan leefbare kernen is iets van alle tijden, maar de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en trends (bijvoorbeeld demografie) zijn aanleiding om heel bewust na te denken over en te werken aan de toekomst van onze kernen.

Cijfers

Inventarisatie/analyse
Om te kunnen anticiperen op de gevolgen van de demografische ontwikkelingen is het van belang te weten hoe de gemeente Dinkelland ervoor staat. Hieronder een aantal ontwikkelingen die van belang zijn.

 

De gegevens zijn afkomstig van de website Noaberkracht in cijfers

 

Op deze website is naast onderstaande grafieken meer demografische informatie beschikbaar.

Aandachtspunten richting de toekomst

Aandachtpunten voor de toekomst:

  • In Dinkelland is de bevolkingsomvang in 2018 licht gestegen. De verwachting is dat deze na 2025 gaat dalen.
  • De samenstelling van de bevolking gaat veranderen. Het percentage ouderen neemt toe.
  • De gemiddelde huishoudgrootte neemt licht af en het totaalaantal huishoudens gaat naar verwachting vanaf 2030 afnemen.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Algemeen

In deze paragraaf treft u de stand van zaken en de voortgang van de verschillende grondexploitaties over het jaar 2018 aan. De belangstelling voor woningbouwkavels blijft onverminderd groot. De belangrijkste ontwikkelingen in 2018 waren:

  1. Verkoop van 38 woningbouwkavels en twee bedrijfskavels;
  2. Start kavelverkoop Diezelkamp Noord en Commanderiestraat;
  3. De nieuwe website kavelsindinkelland.nl is in gebruik genomen.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 12 juli 2016 de Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Dinkelland bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Dinkelland tot 2026 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

 

Het grondbeleid van de gemeente is en instrument om (ruimtelijke) doelstellingen te bereiken. De nota Grondbeleid is een kader, waarmee sturing wordt gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2018

Vanaf 1 januari 2016 is het BBV op het onderdeel grondexploitatie aangescherpt. Het grondbedrijf bestaat alleen nog uit de complexen in exploitatie; voor deze complexen heeft de raad een grondexploitatie vastgesteld en er is een concreet voornemen tot ontwikkeling, waarbij de bouwcapaciteit is vastgelegd inde vastgestelde Woonvisie of Bedrijventerreinenvisie. De gronden van de overige complexen maken onderdeel uit van de vaste activa en maken financieel gezien geen onderdeel meer uit van het grondbedrijf. Jaarlijks worden alle grondexploitaties verplicht geactualiseerd.

 

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de raad een grondexploitatie heeft vastgesteld.

 

Per complex:

  1. Is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld;
  2. Zijn de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2019 opgenomen als basis voor de nog te realiseren inkomsten.

Door elk jaar alle grondexploitaties te actualiseren wordt bij vaststelling van de jaarrekening de hoogte van de winst- en/of verliesnemingen in beeld gebracht.  

      A.   Woningbouwcomplexen

  1. Pierik: In 2018 zijn vier kavels verkocht en daarmee zijn nog zes kavels beschikbaar.
  2. Brookhuis: De gemeente heeft nog één kavel beschikbaar. Een projectontwikkelaar heeft nog vier kavels beschikbaar.
  3. Reestman: In 2018 is één kavel verkocht, daarmee is nog één kavel beschikbaar.
  4. Deurninger es: Alle kavels zijn verkocht. De planfase voormalig DSVD veld komt nog beschikbaar.
  5. De Schil: De laatste woonwerkkavel is in optie.
  6. Diezelkamp: in 2018 is één kavel verkocht en daarmee is nog één kavel beschikbaar.
  7. Rossum Noord: In 2018 zijn elf kavels verkocht en in 2019 zijn nog vier kavels beschikbaar.
  8. Lattrop Kraakenhof: In 2018 zijn de laatste drie kavels aan een stichting verkocht, dit complex kan in 2019 worden afgesloten.
  9. Spikkert: In 2018 zijn slechts vier kavels verkocht, voor 2019 wordt een hoger aantal verwacht.
  10. Commanderie: In 2018 is de verkoop van de Commanderiestraat (acht kavels) gestart; alle kavels zijn in optie. Daarnaast is een recht van eerste koop aan een voormalige grondeigenaar afgewikkeld.
  11. Noord Deurningen: Het plan ontwikkelt zich volgens verwachting.
  12. Tilligte: In 2018 zijn drie kavels verkocht, daarmee zijn nog vier kavels beschikbaar.
  13. Kafmolen: Dit plan wordt in 2019 afgesloten.
  14. Diezelkamp Noord: Dit plan is in 2018 in de verkoop gegaan en op alle elf kavels rust een optie.
  15. Aveskamp: Het bestemmingsplan is in 2018 onherroepelijk geworden. In afwachting van een alternatief plan wordt gewacht met het bouwrijp maken en de gronduitgifte.

 

      B.   Bedrijventerreinen

  1. De Mors: In 2018 is geen bouwgrond verkocht. In de grondexploitatie is een bedrag gereserveerd op grond van een langlopend conflict betreffende de koop en verkoop van een bedrijfskavel. De rechter heeft bepaald dat de gemeente aansprakelijk te stellen is voor eventueel door de toenmalige koper geleden schade.  Om de hoogte van een eventuele schade te bepalen heeft de rechtbank deskundigen aangewezen. Deze deskundigen hebben hun conceptrapport opgeleverd en daarover zijn wij momenteel in onderhandeling. Vooruitlopend op de uitkomsten van deze onderhandeling en een mogelijke schikking hebben we het gereserveerde bedrag (uit de jaarrekening 2017) voor deze claim met de wettelijke rente verhoogd. Als gevolg hiervan sluit de grondexploitatie negatief en dient de reeds getroffen voorziening (uit 2017) te worden verhoogd.
  2. Echelpoel III: In 2018 is 7.170 m2 bouwgrond verkocht.
  3. Sombeek IV: Het bestemmingsplan is in 2018 onherroepelijk geworden. De verwachting is dat eind 2019 de eerste kavel kan worden  verkocht. De grondexploitatie is door de jarenlange vertraging niet meer sluitend en derhalve dient hiervoor een voorziening te worden getroffen.

 

Resume

In 2018 zijn in totaal 38 bouwkavels verkocht waar we op begrotingsbasis uitgingen van 42 kavels. Ultimo 2018 waren voor nog eens 42 kavels verkoopovereenkomsten gesloten.

Voor de bedrijfsgronden is in 2018 7.170 m2 grond verkocht.

 

Winstnemingen

Deze worden verplicht bepaald door het toepassen van de 'poc-methode'. De verhouding tussen de nog te realiseren kosten en de nog te realiseren opbrengsten ten opzichte van het te verwachten eindresultaat is de hoogte van de winstneming. Omdat de te verwachten eindresultaten voorlopige eindresultaten zijn, kunnen deze jaarlijks variëren: dit heeft invloed op de hoogte van de winstneming. Daarom komt het voor dat enkele winstnemingen uit het voorgaande jaar gecorrigeerd dienen te worden.

Voor de grondexploitatie Spikkert wordt geen winst genomen in verband met de lange doorlooptijd van de gronduitgifte en de daarmee samenhangende onzekerheid over het financiële eindresultaat.

 

Financiële resultaat

In 2018 is voor een totaalbedrag van € 4,2 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Hier stonden kosten van € 2,2 miljoen (o.a. verwervingen, bouw- en woonrijp maken, plankosten en rente) en een winstneming van € 0,5 miljoen tegenover.

Daarmee is de boekwaarde van het grondbedrijf uiteindelijk van € 5,0 miljoen gedaald naar € 3,5 miljoen.

 

Reserve grondexploitatie en risico's

De winstneming van € 0,5 miljoen en de voorziening verlieslatende complexen van € 1,5 miljoen worden toegevoegd c.q. onttrokken aan de reserve grondexploitatie. De stand van de reserve komt per 1-1-2019 daardoor uit op € 1,0 miljoen. Dit betrekken wij bij de berekening van onze benodigde weerstandscapaciteit in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen. Hiervoor verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

De ambtelijke organisatie van onze gemeente is ondergebracht in Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. Wij delen de kosten voor de bedrijfsvoering met onze buurgemeente. Hieronder vallen bijvoorbeeld kosten van het personeel en de zaken die zij nodig hebben om hun werk te kunnen uitvoeren (zoals huisvesting en ICT). 

Bestuur- en Management Ondersteuning (BMO)

ORGANISATIE

Noaberkracht ondersteunt onze gemeente in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Ook in 2018 heeft de focus gelegen op resultaat (de goede dingen goed doen). Het is voor onze gemeente van belang dat de ambtelijke organisatie wendbaar blijft, zodat die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving. Daarbij zijn breed inzetbare, flexibele medewerkers een voorwaarde. Flexibilisering, kwaliteit, toekomstbestendigheid en talentontwikkeling speelden daarbij een centrale rol.

 

Evaluatie en Onderhoud Noaberkracht

Naar aanleiding van de uitgevoerde evaluatie "De kracht en balans van samen" en het adviesrapport "Onderhoud Noaberkracht" is ingezet op doorontwikkeling van ambtelijke organisatie. Het is vermeldenswaardig dat bureau BMC tot de conclusie kwam dat onze gemeente met Noaberkracht "Goud in handen heeft". Dit heeft onder meer geleid tot het programmatisch ontwikkelen van de organisatie. 

 

Doorontwikkeling doelsturing en programmamanagement

Een belangrijk project in het kader van doelsturing en h et realiseren van de maatschappelijke ambities is in 2018 afgerond en overgedragen aan de lijnorganisatie. Hiermee hebben wij geborgd dat de integraliteit tussen de verschillende ambities en bestuurlijke opgaven toeneemt, de besturing van de programma’s verbetert en de overdracht naar borging en beheer soepeler gaat.

 

De verbetervoorstellen hebben geresulteerd in verbeterde besturing van de programma’s, door:

    • alle reguliere activiteiten over te brengen in de lijn,
    • het aanscherpen van de rollen binnen het programmatisch werken,
    • het verweven van programmatisch werken met de participatieprocessen zoals Mijn Dorp/MijnDinkelland,
    • de financiering van de programma’s door het uitwerken van de systematiek van ambitiefinanciering zodat er verschil in ambities tussen de beide gemeenten mogelijk is,
    • het instrument waardebepaling te ontwikkelen waarmee maatschappelijke initiatieven goed beoordeeld kunnen worden,
    • in te zetten op talent uit de hele organisatie te betrekken bij de programma’s,
    • meer rol-gebaseerd te gaan werken.

 

Personeel / Human Resource Management (HRM)

In HRM staat de afstemming tussen de belangen en ontwikkeling van de medewerker(s) en de doelen en ontwikkeling van de organisatie centraal. De medewerker denkt niet in regels, maar durft grenzen te verleggen en denkt in oplossingen. Vanuit de bedrijfsvoering is gestuurd op het behalen van resultaten en het inzetten van de talenten van medewerkers. Vertrouwen is de basis voor deze relatie tussen de medewerker, de organisatie en gemeentebestuur. Hier is vanuit de ambities "Verbeteren van het Bestuurlijk Ambtelijk " en "Geprofessionaliseerde sturing" een volgende stap gezet. Ook na 2018 zal hier extra aandacht voor nodig zijn.

 

COMMUNICATIE

Interactie, transparantie, acceptatie en verwachtingen

Als gemeente behartigen we de belangen van onze inwoners. Binnen de dienstverlening staan de inwoners, bedrijven en instellingen dan ook centraal. Ook in 2018 heeft dit geleid tot goede communicatie tussen de gemeente en haar inwoners. Naast  proactieve voorlichting, met als doel haar beleid te verduidelijken en uit te leggen en daarmee draagvlak te creëren, heeft ook reactieve voorlichting (het beantwoorden van vragen) bijgedragen aan de positieve interactie met onze samenleving. We hebben in 2018 gecommuniceerd in de vorm van filmpjes, flyers, nieuwsbrieven, persberichten en informatieavonden. 

 

Social media

Op het gebied van digitale dienstverlening en het gebruik van social media hebben we ons nog verder ontwikkeld. Via digitale portals wordt de informatie op een logische manier ontsloten en komen bezoekers makkelijk terecht bij de informatie die ze zoeken.  Ook worden trends en discussies op social media actief gemonitord om in te kunnen spelen op het sentiment dat leeft in onze samenleving. 

Informatie en Techniek (I&T)

Informatievoorziening

 

Informatievoorziening zorgt voor de samenhang in processen, gegevens, applicaties en techniek. We zetten hierbij in op vergaande digitalisering waarbij een zaak- en procesgerichte werkwijze met vastgestelde normen en standaardisatie ervoor zorgen dat de informatie transparant, actueel, volledig, betrouwbaar en duurzaam is. We richten de informatievoorziening zodanig in dat we plaats- en tijdsonafhankelijk kunnen werken en de organisatie zich duurzaam ontwikkelt en verbetert en zo transformeert naar de omgevingsgerichte, horizontale, procesgerichte organisatie die continu waarde toevoegt voor haar omgeving. Door deze flexibele inrichting kunnen we snel inspelen op nieuwe ontwikkelingen en ons aanpassen aan de steeds veranderende eisen die de samenleving aan ons stelt.

In onze visie op informatievoorziening “van harmonisatie naar doorontwikkeling” is de verbinding gelegd met de organisatiedoelstellingen van Noaberkracht en de landelijke ambities die zijn vastgelegd in de Digitale agenda 2020. In de visie zijn Informatie-principes opgenomen, die zijn overgenomen uit de landelijke standaard. Deze I-principes zijn concrete richtinggevende uitspraken waaraan het handelen op informatiegebied moet voldoen. Ze geven kaders en brengen focus aan. Ze helpen de organisatiedoelstellingen te bereiken en helpen bij het maken van keuzes.

 

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen en resultaten op het gebied van Informatievoorziening waren:

 

Verbetering van de kwaliteit (betrouwbaarheid en beschikbaarheid) van informatie

  • Digitalisering fysieke bouwdossiers

In 2018 hebben is verkennend marktonderzoek gedaan om de bouwarchieven te digitaliseren. In 2019 wordt dit onderzoek afgerond en volgt er een voorstel richting beide gemeenten.

 

  • Invoering E-depot

Als organisatie is het belangrijk om de digitale duurzaamheid van de lang/blijvend te bewaren archiefdocumenten uit diverse applicaties te borgen. Hier worden E-depots voor ontwikkeld. In 2018 heeft onderzoek uitgewezen dat aansluiten bij het E-depot van het Historisch Centrum Overijssel geen mogelijkheid. In 2019 wordt verder onderzoek verricht.

 

Verbetering van de kwaliteit en de beschikbaarheid van basisregistraties

  • Aansluiten op het Nieuw Handelsregister (NHR)

We hebben nog geen koppeling met de NHR gerealiseerd. Dit wordt het eerste kwartaal 2019 opgestart. Door veranderingen in informatiesystemen is de scope van de te leggen aansluitingen verschoven.

 

  • Implementatie van de BRP en de binnengemeentelijke levering

In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse zaken werd er al een aantal jaren gewerkt aan een landelijke database voor deze basisregistratie, waarop alle gemeenten in 2019 zouden moeten gaan aansluiten. Vanwege de geringe vorderingen t.o.v. de hoge kosten is deze ontwikkeling eind 2017 door de minister van Binnenlandse zaken gestopt. Het ministerie onderzoekt nu samen met de VNG de mogelijkheden.

 

  • Inrichting zelfaudits Basisregistraties

In 2017 heeft een niet verplichte zelfevaluatie al een aantal verbeterpunten opgeleverd. Deze zijn in het voorjaar van 2018 opgepakt. Daarnaast zijn ook de procesbeschrijvingen van de beheerprocessen geactualiseerd. De daadwerkelijke zelfevaluatie heeft in het najaar plaats gevonden als onderdeel van de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit).

 

Creëren kaders en beleid

  • Uitwerken Procesarchitectuur

De uitwerking van de procesarchitectuur is in 2018 nog niet opgepakt, maar wordt meegenomen in de projecten ‘Procesgericht werken implementeren’ en ‘Benoemen aandachtsgebieden en proceseigenaren’ als onderdeel van het programma Organisatieontwikkeling.

 

Verbetering van organisatieprocessen

  • Procesverbetering

In 2018 zijn als vervolg op de implementatie van het Zaaksysteem diverse processen doorontwikkeld en opgenomen in het Zaaksysteem zoals contractbeheer, subsidies en toeristenbelasting. Daarnaast is op verschillende vlakken meegedacht in het kader van procesoptimalisatie, onder andere bij vergunningen, juridische handhaving, de BAG en Bibob. Tenslotte is er voor Belastingen, Woz en Innen een leantraject doorlopen om het proces te optimaliseren in het kader van de afweging uitbesteden versus optimaliseren.

 

Een efficiëntere informatiehuishouding door vergaande digitalisering en automatisering

  • Onderzoek vervanging MS-Office

Wat betreft de vervanging van Office 2010 is in 2018 een marktonderzoek gestart, dat antwoord moet geven op de vraag of we overgaan naar Office 2016 of Office 365. Ongeacht de keuze, wordt deze overgang voor de zomer van 2019 afgerond.

 

Optimalisatie van de digitale infrastructuur

  • Vervanging hardware VDI

De hardware van de VDI omgeving die we gebruiken voor het plaats- en tijds-onafhankelijk werken is in 2018 vervangen.

 

  • Vervanging van de Back-up hardware

Noaberkracht beschikt over een eigen back-up en uitwijkomgeving. Deze omgeving was afgeschreven en is in 2018 vervangen. Met de back-up en uitwijkomgeving zijn we in staat om bij een calamiteit (gemeentehuis Dinkelland) de dienstverlening op de andere locatie (gemeentehuis Tubbergen) voort te zetten en vice versa.

 

 

Informatiebeveiliging en privacy

Informatieveiligheid en privacy zijn belangrijke in 2018 onderwerpen geweest. Net als alle  gemeenten in Nederland heeft ook onze gemeente zich gecommitteerd aan het implementeren van het uniforme normenkader voor informatiebeveiliging de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) en de Algemene  Verordening Gegevensbescherming (AVG).  De AVG is op 25 mei 2018 in werking getreden.

 

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen op het gebied van informatieveiligheid waren:

  • Zorgvuldig omgaan met informatie
  • Betrouwbare en continue dienstverlening
  • Voldoen aan wet- en regelgeving (zoals die voor privacy)
  • Beheersen van risico’s (Governance, Risk en Compliance)

 

Twee andere belangrijke doelstelling in 2018 zijn geweest:

  • Het voldoen aan de BIG als basisnormenkader
  • Het nakomen van de afspraken over de ENSIA-verantwoording

 

Er zijn stappen gezet die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Deze stappen hebben op organisatorisch niveau plaatsgevonden door het realiseren beleid en processen, maar ook binnen organisatieonderdelen en teams gewerkt aan het doorvoeren van verscheidene beveiligingsmaatregelen.

 

Realisatie doelstellingen uit beleidsplannen

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van informatieveiligheid zijn: de inzet van de Governance groep; het doorlopen van de ENSIA cyclus; het opstellen van een integraal jaarplan; de implementatie van software om op een gebruiksvriendelijke manier veilig te kunnen e-mailen; het afronden van de ENSIA cyclus, het vaststellen van beleid inzake telewerken, het opstellen van een proces voor het afhandelen van incidenten; het voltooien van de jaarlijkse uitwijk; het vergroten van de veiligheid van, en werken met,  mobiele apparaten. Ondanks de vele ontwikkelingen hebben medewerkers van vak afdelingen deze beveiligingsmaatregelen doorgevoerd. Medio 2018 is een analyse uitgevoerd om de voortgang van de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG) te toetsten. De gemeente laat op het gebied van dit normenkader over 2018 een behoorlijk uitvoeringsniveau zien. 

 

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van privacy zijn:

  • Het privacybeleid is geactualiseerd.
  • Taken en verantwoordelijkheden zijn beter belegd door het benoemen van een Functionaris gegevensbescherming (FG) en privacybeheerders. 
  • Processen met betrekking tot de rechten van betrokken zijn aangescherpt. Inwoners kunnen via de gemeentelijke websites informatie vinden over de manier waarop de gemeenten met persoonsgegevens omgaan. Daarnaast is een contactpagina gebouwd om te zorgen dat inwoners veilig gegevens met de gemeenten kunnen delen.
  • Het proces datalekken is volledig gedigitaliseerd waardoor een actueel register wordt bijgehouden en onderhouden op één plek.
  • In het kader van bewustwording is met de meeste teams gesproken over privacy en informatieveiligheid en is er veel aandacht besteed aan casuïstiek.
  • Met behulp van contractbeheer is inzichtelijker geworden welke contracten  een verwerkersovereenkomst behoeven. Ter ondersteuning is een speciaal zaak type ontwikkelend om het proces te ondersteunen en het gebruik van een standaard verwerkersovereenkomst te stimuleren.
  • Eind 2018 is een project gestart om het register van verwerkingen beter te kunnen onderhouden en aanvullen.
  • Met behulp van het risicomanagementsysteem zijn de eerste Privacy Impact Assessments uitgevoerd.

 

Incidenten en datalekken

Het afgelopen jaar is hard gewerkt om incidenten te signaleren en te behandelen. Ook is tijd geïnvesteerd om het proces aan te scherpen en de bekendheid van dit proces met actoren in de organisatie te vergroten. Er hebben zich enkele datalekken voorgedaan. Door snel handelen is het risico voor betrokkenen erg laag gebleven. De incidenten zijn op de juiste wijze afgehandeld en geëvalueerd door de verantwoordelijk medewerkers. 

Kwaliteitszorg

KWALITEITSZORG

Inleiding

Kwaliteitszorg moet steeds meer bijdragen aan de resultaatgerichtheid van organisaties. Het verkrijgen van inzicht in verschillende (beleids-) vraagstukken speelt een steeds grotere rol bij de (bestuurlijke) besluitvorming en kan een belangrijke bijdrage leveren aan een resultaatgerichtere werkwijze. Denk bijvoorbeeld aan de besluiten rondom de huisvesting van scholen en de te maken keuzes ten aanzien van de sportcomplexen. Binnen dit programma richten we ons op de volgende thema's:

  • Inkoopmanagement
  • Juridische dienstverlening
  • Procesmanagement
  • Planning & Control
  • Management- en sturingsinformatie
  • Onderzoek en statistiek
  • Risicomanagement

 

Hieronder worden een tweetal ontwikkelingen op deze thema’s nader toegelicht.

 

Planning & Control

Ook in 2018 heeft het verder verbeteren en optimaliseren van de P&C-cyclus de nodige aandacht gehad. Zowel voor de inhoud van de documenten als de totstandkoming daarvan (het proces). De inzet en verbeterslagen die we voor het jaar 2018 voor ogen hadden, zijn niet geheel gerealiseerd. Dit was vooral een gevolg  van extra inzet ter voorbereiding op de nieuwe raadsperiode (overdrachtsdocument) en de vertaling van de ambities van het nieuwe college en de nieuwe raad in een koersdocument.

 

De kwaliteit van de cijfers en het voldoen aan de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording hebben daar uiteraard niet onder geleden. Ook de verdere digitalisering heeft in 2018 een ontwikkeling doorgemaakt. De gemeentebegroting 2019 is volledig opgebouwd in Pepperflow en openbaar gemaakt via de begrotingsapp. Het voorstel om ook de behandeling in commissie en raad volledig digitaal te laten verlopen bleek in 2018 nog een brug te ver. Hier moet nog nadere inzet op worden gepleegd.

 

Risicomanagement

In 2018 is voor de eerste keer een fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top vijf risico’s met hoge prioriteit. Deze risico’s zijn opgenomen in het risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top vijf risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie.