Meer
Publicatiedatum: 31-08-2020

Inhoud

5. Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat de begroting en de jaarrekening ten minste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 ten minste de volgende vijf sub-paragrafen :

  • een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:  

 

a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

 

b. wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

 

c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • een aanduiding van de lokale lastendruk ;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en - in aansluiting daarop - daarbij tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald.  In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2019

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Begroting  2019

Werkelijk 2019

Onroerendezaakbelastingen

6.337

6.332

Afvalstoffenheffing

1.328

1.342

Rioolheffingen

3.149

3.089

Toeristenbelasting*

305

357

Forensenbelasting

127

131

Precariobelasting

18

17

BIZ-belasting (Ootmarsum)

105

102

Totaal

11.369

11.370

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar als volgt vastgesteld:

  1. de ozb-tarieven zijn zodanig aangepast dat voor 2019 de gewenste meeropbrengst (exclusief areaaluitbreiding) zou kunnen worden gerealiseerd;
  2. de tarieven afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op een basistarief vermeerderd met een bedrag per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer;
  3. de tarieven van de rioolheffingen zijn ten opzichte van het jaar 2018 met 1,3% verhoogd en
  4. de tarieven leges en rechten zijn afgestemd op de lasten ter zake en kostendekkend.

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

 

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en

b. de gewenste OZB-opbrengst in het begrotingsjaar.

 

Opbrengsten onroerende zaakbelastingen (bedragen x  €1.000)

2018

2019

Raming ozb

6.305

6.397

Werkelijke opbrengst ozb

6.261

6.332

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

-/-44

-/-65

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

-/-2

-/-16

 

Afvalstoffenheffing

Deze heffing heeft als uitgangspunt dat de lasten van de afvalinzameling en -verwerking voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging restafval voor het gebruik van een verzamelcontainer, een 140-liter container of een 240-liter container. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. De opbrengst is bestemd voor de kostendekking van de afvalinzameling en -verwerking.

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (bedragen x  € 1.000)

Begroting 2019

Werkelijk 2019

 

 

Kosten taakveld(en)

1.427

1.523

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

456

380

Netto kosten taakveld

971

1.143 

Toe te rekenen kosten

971

1.143

Overhead incl. (omslag)rente

94

99

BTW

316

316

Totale kosten

1.381

1.558 

Opbrengst afvalstoffenheffing

1.328

1.342 

Dekkingspercentage*

             96,2%

86,2% 

*Als het dekkingspercentage hoger is dan 100% worden de overtollige middelen aan de voorziening gedoteerd

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2018

2019

Basistarief (vast recht)

88,00

88,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

9,20

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

5,60

6,50

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart

0,60

0,85

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)(bedragen x € 1.000)

 2018

2019 

Raming opbrengst basistarief (vast recht)

914

919

Werkelijke opbrengst basistarief

912

918

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming basistarief

2

1

 

 

 

Raming opbrengst ledigingen restafval:

412

419

Werkelijke opbrengst ledigingen restafval

355

424

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming ledigingen

-/- 57

+5

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

0

-/-2

 

 

 

Aantal ledigingen bij de verzamelcontainer via een chipkaart*

10.245

9.431

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 140 liter*

10.626

11.010

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 240 liter*

31.258

32.353

* Gegevens verstrekt door ROVA

 

 

 

De opbrengst van het aantal ledigingen is geraamd op €419.000. In de aanslagen afvalstoffenheffing 2020 wordt rekening gehouden met een bedrag van €413.000 aan de diftaropbrengsten restafval 2019.

 

Voorziening  afvalstoffenheffing 

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De  stand van deze voorziening afval bedraagt per 31 december 2019 €772.000

Rioolheffingen

De gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd is belastingplichtig voor de rioolheffing. Voor de rioolheffing geldt eveneens als algemeen uitgangspunt dat 100% van de kosten worden gedekt. De tarieven zijn gebaseerd op de geraamde kosten, zoals die zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. Incidentele over- en onderdekking wordt verrekend met een egalisatievoorziening om sterke tarieffluctuaties op te kunnen vangen. De tarieven voor het belastingjaar 2019 zijn met 1,3% verhoogd ten opzichte van 2018.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (bedragen x  €1.000)

     Begroting 2019

Werkelijk 2019

Kosten taakveld(en)

2.718

2.095

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

0

Netto kosten taakveld

2.718

2.095 

Toe te rekenen kosten

2.718

2.095

Overhead incl. (omslag)rente

268

281

BTW

163

163

Totale kosten

3.149

2.539 

Opbrengst rioolheffing

3.149

3.089

Dekkingspercentage*

      100,0%

121,7%

*Als het dekkingspercentage hoger is dan 100% worden de overtollige middelen aan de voorziening gedoteerd

 

Tarieven rioolheffingen (in €)

2018

2019

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

262,20

265,60

Meerverbruik per 100 m³ of een deel daarvan

21,00

21,30

Agrarisch bedrijf

304,20

313,20

Opbrengsten rioolheffingen (bedragen x € 1.000)

2018

2019

Raming rioolheffing gebruiker

3.031 3.093

Werkelijke opbrengst rioolheffing gebruiker

3.035 3.089

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

 4 -/-4
Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren -/-3 -/-2

De reserve GRP bedraagt €2.000.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 31 december 2019 €2.289.000.

Bedrijveninvesteringszone (BIZ)

Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet,  gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en/of de economische ontwikkeling binnen het daartoe aangewezen gebied van de bedrijveninvesteringszone.

 

De BIZ-bijdrage in het centrum van Ootmarsum wordt gedurende een periode van vijf jaar (2017 – 2021) jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofd-zaak tot woning dienen.  De BIZ-opbrengsten 2018 en volgende jaren worden in de vorm van subsidie beschikbaar gesteld aan de Stichting BIZ Ootmarsum.

 

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum (in €)

2018

2019

Bij een  WOZ-waarde van:

 

 

  € 100.000 of minder

435

435

 meer dan € 100.000 en minder dan €  200.001

535

535

 meer dan € 200.000  en minder dan € 300.001

635

635

 meer dan € 300.000 en minder dan  € 750.000

735

735

 € 750.000 of meer

1.035

1.035

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum (bedragen x €1.000)

2018

2019

Raming opbrengst BIZ-belasting 105 105
Werkelijke opbrengst BIZ-belasting 104 102
Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming -/- 1 -/-3
Oninbare vorderingen (voorgaande) dienstjaren 0 -/-1

Precariobelasting

Deze directe belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De raad heeft besloten om de precariobelasting te beperken tot de horecaterrassen. Bij de precariobelasting wordt (tarief-)onderscheid gemaakt tussen enerzijds de binnenstad van Ootmarsum en de overige terrassen in de gemeenten en anderzijds tussen vaste terrassen en tijdelijke terrassen. De tarieven respectievelijk de opbrengsten zijn als volgt.

 

Tarieven precariobelasting (in €)

2018

2019

a. Vaste terrassen

14,15

14,15

- Binnenstad Ootmarsum

11,20

11,20

- Overige delen van de gemeente

 

 

b. Tijdelijke terrassen

   

- Binnenstad Ootmarsum

4,75 4,75

Opbrengstraming precariobelasting (bedragen x € 1.000)

2018

2019

Raming toeristenbelasting 18 18
Werkelijke opbrengst toeristenbelasting 17 17
Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming -/- 1 -/-1

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De belasting vindt plaats op basis van aangifte.

 

De aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. Niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte toeristenbelasting eenvoudiger en sneller kan geschieden.  De tarieven zijn al een aantal jaren niet gewijzigd.

 

Tarieven toeristenbelasting (prijs per persoon per nacht in €)

2018

2019

Hotels, pensions, appartementen, boerderijkamers, etc.

1,60

1,60

Recreatiewoningen respectievelijk niet beroepsmatig verhuurde ruimten 

1,00

1,00

Kampeermiddelen: mobiele kampeeronderkomens en stacaravans

0,60

0,60

Groepsaccommodaties (o.a. kampeerboerderijen)

0,60

0,60

Opbrengst toeristenbelasting (bedragen x  €1.000)

2018

2019

Raming toeristenbelasting 300 305
Werkelijke opbrengst toeristenbelasting 365 357
Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming 65 52
Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren -/-2 0

 

De aanslagen toeristenbelasting kunnen pas na afloop van het belastingjaar worden opgelegd, omdat deze gebaseerd wordt op het aantal overnachtingen in het belastingjaar (=kalenderjaar). Dit betekent, dat bij het opmaken van de jaarrekening een schatting moet worden gemaakt van de opbrengst. Deze schatting wordt doorgaans gebaseerd op het meest recente kohier, rekening houdend met eventueel gewijzigde omstandigheden.

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar te houden.  De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. 

 

Tarieven forensenbelasting (in €)

2018

2019

Forensenbelasting: vast bedrag per gemeubileerde woning

285

285

Opbrengst forensenbelasting (bedragen x €1.000)

 2018

 2019

Raming opbrengst forensenbelasting 127 127
Werkelijke opbrengst forensenbelasting 128 131
Verschil werkelijke opbrengst en raming 1 4
Oninbare vorderingen (voorgaande) dienstjaren -/-1 -/-1

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendrukontwikkeling op basis van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen belastingplichtigen  met of zonder eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 

De ontwikkeling van de lokale lastendruk in de gemeente Dinkelland is als volgt:

Geen eigen woning* (in €)

2018

2019

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

262,20

265,60

3,40

1,3%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

88,00

36,80

88,00

42,40

0,00

5,60

0,0 %

15,2 %

Totaal

387,00

396,00

9,00

 2,33 %

 

Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van €254.000 in 2018 respectievelijk €257.000 in 2019, conform de uitgangspunten van de COELO-atlas.

 

Eigen woning (Gemiddelde woningwaarde: €250.000*) (bedragen in €)

2018

2019

Verschil

In %

OZB*

381,00

381,00

 0,00

  0,0% *

Rioolheffing (tot 300 m3 waterverbruik):

262,20

265,60

3,40

1,3 %

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

88,00

36,80

88,00

42,40

0,00

5,60

 0,0%

 15,2%

Totaal

768,00

777,00

9,00

1,17%

 

Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtschelding is één van de wijzen waarop een schuld teniet gaat. Kenmerk van kwijtschelding is, dat het gaat om belastingschuldigen die niet in staat zijn anders dan met buitengewoon bezwaar de belasting te betalen. Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet bestaat de mogelijkheid om belastingplichtigen, die een inkomen en een vermogen beneden bepaalde minimum normen hebben, kwijtschelding te verlenen van hun belastingschuld.

 

Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 

Dinkelland past kwijtschelding toe voor de volgende heffingen:

  • Afvalstoffenheffing: basistarief + variabel  tarief, gebaseerd maximaal 5 ledigingen van een 240-liter container voor ledigingen restafval;
  • Rioolheffing en
  • Onroerendezaakbelastingen

 

 Aantal kwijtscheldingsverzoeken

 2018

2019

Aanvragen: volledige afwijzing

82 79

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

13 6

Aanvragen:  volledige toewijzing

267 245

Totaal

362 330
     
Kwijtscheldingsbedragen (bedragen x €1.000) 2018 2019
Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 101 101
Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 91 89
Verschil tussen werkelijke kwijtschelding en raming 10 12

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Dinkelland toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. 

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan vijf stappen beschreven:

 1. Bewust worden
 2. Identificeren
 3. Analyseren en beoordelen
 4. Beheersen
 5. Vooruitdenken 

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 en aanbevelingen rekenkamerrapport Dinkelland
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico’s met beheersmaatregelen en interne audits

 

Risicobeheersing 2019

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top 5 risico’s met hoge prioriteit. In 2019 is hier een vervolg aangegeven door de risico’s met een ‘gemiddelde’ prioriteit (top 6) inzichtelijk te maken. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top 11 risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en zijn er diverse procesmatige implementaties gestart om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen zijn getoetst in 2019 en de uitwerking daarvan zal  tijdens het jaarlijkse herijken van de fraude-risicoanalyse in 2020 nader uitleg en verscherping krijgen op de beheersmaatregelen waarvan onvoldoende effectiviteit is vastgesteld.

 

Het integraal risicomanagement wordt steeds meer binnen de organisatie gepositioneerd, dit komt tot uitdrukking in de verschillende programma’s/projecten en processen waarbij nu daadwerkelijk oog is voor risicomanagement en met name voor de beheersing van de risico’s. We zijn hierin duidelijk aan het groeien, maar het blijft voor ons als gemeentelijke organisatie een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico's (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel worden de tien risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

 

Risico Kans Financieel gevolg .Invloed
Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijk vastgoed tegen taxatiewaarde 20% max. €2.226.000 10.60%
Voorlopige risico inschatting drie decentralisaties 50% max. €800.000 9.61 %
Algemene uitkering valt lager uit dan begroot 70% max. €500.000 8.36%
Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie 30% max. €810.000 5.83%
Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige CAO) 50% max. €250.000 3.59%
Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB) 90% max. €150.000 3.23%
Leningen waarvoor de gemeente rechtstreeks garant staat zonder tussenkomst van de WSW 90% max. €2.028.000 3.16%
Nevenwerkzaamheden: onvoldoende inzicht in nevenwerkzaamheden van medewerkers en registratie daarvan 50% max. €250.000 2.98%
PBG: Onvolledige controle op actuele legitimatie gegevens bij persoonsgebonden budget (pgb) 50% max. €250.000 2.98%
Dividenden: Door tegenvallende jaarcijfers (resultaten) van een verbonden partij bestaat dat de kans dat het geraamde dividend in enig jaar niet (geheel) tot uitkering komt 30% max. €250.000 2.39%

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico's (€17 miljoen) kunnen worden gedekt met een bedrag van €3,2 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). 

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In onderstaande tabel wordt de totale weerstandscapaciteit weergegeven.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit ( x €1.000)
Weerstand Capaciteit
  2019
Algemene reserve 5.205
Totale weerstandscapaciteit 5.205 

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit = €5.250.000 = 1,6
benodigde weerstandscapaciteit €3.200.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Hieronder is de normtabel weergegeven.

 

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen.

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Dinkelland jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kaderstellende en controlerende rol. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Dinkelland goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden vijf kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Vaste schulden

30.562 27.192 37.193

B

Netto vlottende schuld

5.654 5.448 2.834

C

Overlopende passiva

1.850 6.705 1.782

D

Financiële vaste activa

7.339 8.441 7.123

E

Uitzettingen < 1 jaar

17.762 24.486 14.212

F

Liquide middelen

488 469 485

G

Overlopende activa

1.090 1.613 2.248

H

Totale baten

59.529 56.570 72.318

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

19,1 7,4 24,5

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Vaste schulden

30.562 27.192 37.193

B

Netto vlottende schuld

5.654 5.448 2.834

C

Overlopende passiva

1.850 6.705 1.782

D

Financiële vaste activa

2.701 2.701 2.479

E

Uitzettingen < 1 jaar

17.762 24.486 14.212

F

Liquide middelen

488 469 485

G

Overlopende activa

1.090 1.613  2.248

H

Totale baten

59.529 58.570 72.318

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

26,9 17,2 31.0

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Eigen vermogen

37.907 30.498 39.533

B

Balanstotaal

81.563 99.502 87.877

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

46,5 30,70 45,0

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

1.949 6.201 4.476

C

Totale baten

59.529 58.570 72.318
 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

3,3 10,6 6.2

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Totale structurele lasten

57.466 48.155 63.859

B

Totale structurele baten

56.825 47.639 65.709

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

3.232 0 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

3.263 2.345 0

E

Totale Baten

59.529 58.570 72.318

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

1,0 3,1 2,6

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Dinkelland heeft om zijn belastingen te verhogen. De O.Z.B. is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

OZB-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (uitgangspunt COELO-atlas)

366 381 364

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

262 271 265

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

134 125 141

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

762 777 770

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

721 740 740

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

106% 105% 104%

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019

Netto schuldquote

19,1 7,4 24,5

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

26,9 17,2 31,0

Solvabiliteit

46,5 30,7 45,0

Grondexploitatie

3,3 10,6 6,2

Structurele exploitatieruimte

-1,0 3,1 2,6

Belastingcapaciteit

106% 105% 104%

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. 

 

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2017 voor de kapitaalgoederen: 

 

Beheerplannen Vaststelling door raad in jaar Looptijd Financiële vertaling in begroting Uitgesteld onderhoud
Wegen* 2016 n.v.t. ja nee
Riolering 2018 2024 ja nee
Groen 2014 n.v.t. ja nee
Gebouwen 2010 n.v.t. ja nee

 * kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect 'wegen'

Kaders en cijfers

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de 'Financiële verordening gemeente Dinkelland (2017)'.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: waarin opgenomen de gemeentelijke taak als 'goed wegbeheerder' om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en 'groot' onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting. 

 

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten van de riolering dekken we via de rioolheffing. 

 

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, staan in het algemeen als incidentele investeringen opgenomen in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

 

Voor gebouwen stelt de raad de kosten van het groot onderhoud uit de reserve 'Onderhoud gebouwen' beschikbaar. 

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel 'beleid en beheer' gaan we hier nader op in. 

 

In het GRP 2019-2024 zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

 

Voor het beheer van gebouwen is een meerjaren onderhoudsprogramma (MOP) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven. 

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kerncijfers vermeld.

  Aspect Binnen de kom Buiten de kom
Wegen Weglengte totaal 122 km 462 km
  Oppervlakte elementenverharding 77 ha 3 ha
  Oppervlakte asfaltverharding 31 ha 127 ha
  Oppervlakte betonverharding 0,3 ha 3 ha
  Oppervlakte overige 1 ha 41 ha
  Aantal bruggen 26 st 58 st
  Aantal duikers 3 st 1.147 st
Riolering

Gemengde hoofdriolering

108 km

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

29 km.

 

Kolken

9.500

 

Pompunits drukriolering buitengebied

1.209

  Drukriool buitengebied

430 km.

 

Rioolgemalen

49

 

Persleidingen

24 km.

 

IT riolen

5 km.

 

Wadi’s

34

 

Bergbezinkbassins

10

 

Externe overstorten

44

 

Interne overstorten, stuwputten, wervelventielen, etc.

35

Groen Beplantingsoppervlakte (natuurlijk) 32,5 ha 9 ha
  Beplantingsoppervlakte (in cultuur) 25 ha -
  Oppervlakte gazon 56 ha 2 ha
  Aantal bomen 9.850 st pm
Gebouwen Schoolgebouwen 14 locaties
  Sportaccommodaties 12.000 m²
  Maatschappelijke/culturele doeleinden 6.000 m²
  Monumentale gebouwen 1.700 m²
  Eigen bedrijfsvoering 17.480 m²
  Overige gebouwen 13.410 m²

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwailteit, is door de raad vastgesteld in 2014. 

 

Voor het beheer van de wegen en het groen maken we gebruik van de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW. In de catalogus is met foto's aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, enz.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen of delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd. 

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling  tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte en we kunnen hierdoor optimaal met kosten omgaan. 

 

Wat de gebouwen betreft is de gemeente Dinkelland in veel gevallen verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks (klein) en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Daar waar sprake is van leegstand, draagt de gemeente als eigenaar weer de verantwoordelijkheid voor ook het klein onderhoud. Voor de schoolgebouwen heeft de stichting Katholiek Onderwijs Noordoost-Twente (KONOT) en in een enkel geval stichting Consent, de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Noaberkracht. 

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van de CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald. 

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.    

 

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 hebben we een meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

 

 

Scenario 3B: Alles C met HotSpots/centra A en voetpaden B

Gewenste kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

A

A

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

A

A

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

A

A

C

B

Overige

C

C

C

C

A

 

C

C

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

 

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in de tabel.

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. Vastgelegd is dat we ook hier het basisniveau “C” gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken wordt een onderhouds- en vervangingsprogramma opgesteld. . We richten ons daarbij in eerste instantie op monitoring aangezien we op dit moment geen actueel beeld van de kwaliteit hebben. Zodra de resultaten vanuit het inspectie- en monitoringsprogramma bekend zijn, zal indien noodzakelijk de hoogte van dit bedrag opnieuw worden bezien.

 

Openbare verlichting

Aan de hand van het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’, met daarin uitgangspunten en keuzes voor het beleid, ontwikkelen we plannen voor vervanging en nieuwe plaatsing van openbare verlichting. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol. Ook met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling houden we rekening.

 

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zes gemeenten. In totaal worden ca. 5.900 lichtpunten onderhouden.

 

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting. Inmiddels is 73% van de armaturen voorzien van LED

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2019-2024) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering wordt bepaald met een analyse van video-inspecties, waarbij we inspectiecatalogus NEN3399 gebruiken. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhouds)inspecties monitort een hoofdpost dagelijks de rioolsysteem. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Klimaatatlas

In het GRP 2019-2024 is vanwege het Delta Plan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) een budget geraamd voor klimaatmaatregelen. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 is door gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de ambitie vastgelegd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Als eerste stap in dat proces is er in 2019 binnen het Twents waternet een klimaatatlas opgesteld, waarmee de kwetsbaarheden voor weersextremen in beeld zijn gebracht. Aan de hand van de klimaatatlas volgt in 2020 een klimaatdialoog met de raad waarmee de klimaatmaatregelen voor hitte, droogte en wateroverlast verder worden uitgewerkt. Op basis daarvan wordt in 2020 het uitvoeringsprogramma opgesteld voor de klimaatmaatregelen.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. Maar dan gebruiken we dit vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks nemen we een steekproef voor de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenst niveau. Bij ‘hotspots’ geldt het hogere kwaliteitsniveau A.

 

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequente nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Gebouwen

Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). Deze MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van een pand op kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6). De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van vier jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de voorziening voor het groot onderhoud op peil gebracht Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

 

Onderhoudsplannen

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren, worden vooral bij wegen aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperkt.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk door vertaald op het geplande onderhoud. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 hebben de KONOT en stichting Consent de verantwoording voor alle onderhoud van hun schoolgebouwen

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Er komt een nieuwe landelijke richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. Het initiatief hiertoe is in 2015 gestart, maar nog niet afgerond.  

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Het onderhoud is volgens de vastgestelde normen uitgevoerd

 

Bruggen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben we besloten het jaarlijks budget te verhogen en toe te voegen aan de onderhoudsreserve. In 2019 is gestart met het in kaart brengen van de actuele kwaliteit van de bruggen. Op basis van die uitkomsten zal een uitvoeringsprogramma voor onderhoud worden uitgevoerd.

 

De CROW-CUR Aanbeveling 124:2019 voor ‘Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden’ is eind 2019 gepresenteerd. De NEN-normen 8700:2011 en 8701:2011 worden hierop aangepast. In feite worden de normen voor gemeentelijke kunstwerken in bepaalde situaties verlicht. In de huidige normen worden dezelfde eisen gesteld voor kunstwerken van Rijkswaterstaat als gemeentelijke kunstwerken, terwijl de verkeersintensiteit en belasting anders is. De eisen waren zo streng, dat vooral veel kleinere bruggen en viaducten moesten worden afgekeurd. Daarom was er behoefte aan een aanpassing. Zodra de definitieve NEN-normen zijn vastgesteld kan worden bezien in hoeverre de gemeentelijke kunstwerken nog voldoen.

 

Rioleringen

In financieel opzicht zijn de kosten van het rioleringsonderhoud en de rioolvervangingen gedekt via het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In 2018 voldoet het rioolsysteem aan alle in het GRP gestelde eisen voor kwaliteit en kwantiteit.

 

Groen

De maandelijkse inspectie van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus. Het cyclisch planmatig vervangen van cultuurbeplanting loopt door ontbreken van voldoende beschikbare middelen achter. Op dit moment wordt een Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (KOR) opgesteld waarin de prioriteit mbt de plannen op groengebied wordt vastgesteld, mede in relatie tot het groot onderhoud wegen en riolering. 

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Door afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk dat structurele onderhoudsgelden worden aangevuld met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhouds programma, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. De reserve 'wegen en kunstwerken' is bedoeld om planmatig groot onderhoud gelijkmatig over de begrotingsjaren te verdelen.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het 'Meerjaren onderhoudsprogramma' vastgesteld. Besloten is daarbij om door middel van een nader onderzoek de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten met ingang van 2017 structureel €50.000 toe te voegen aan het budget.

 

Rioleringen

De beschikbare middelen voor de riolering zijn voldoende om het stelsel op niveau te houden. Het streven is te komen tot het ideaalcomplex. Hierbij sparen we voor rioolvervangingen, zodat we deze direct kunnen afschrijven. De kapitaallasten lopen dan niet op. De gedachte hierachter is dat we de financiële gevolgen van de in stand houding van het rioolsysteem niet naar volgende generaties doorschuiven. Dit is vastgelegd in het GRP 2019-2024.

 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de voorziening “planmatig onderhoud gebouwen” ter beschikking. Jaarlijks is er een dotatie van €475.000 aan deze voorziening. De afgelopen jaren is gebleken dat de controle op nut en noodzaak geleid heeft tot besparingen op de geplande financiële uitgaven. Met het oog op nieuwe ontwikkelingen is er de laatste jaren maar beperkt onderhoud gepleegd aan vooral sportaccommodatie Dorper Esch (alleen als veiligheid of bedrijfsvoering in gevaar kwam) waardoor er sprake is van behoorlijk wat uitgesteld onderhoud. In 2019 zal het vernieuwbouw van Dorper Esch worden afgerond.

 

Alleen de aangewende middelen worden verrekend met de onderhoudsreserve.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij 1 jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

 

Een kasgeldlimiet van €5,3 miljoen betekent dat Dinkelland in 2019 tot een bedrag van €5,3 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mag financieren.

 

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2019

  62,2

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

5,3

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

 

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2019

 62,2

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

    12,4

Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                      0

Ruimte

                     12,4

In 2019 wordt geen renterisico gelopen volgens de renterisiconorm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2019:

 

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2019

 30,6

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                 10,0

Af:

reguliere aflossingen

                   3,4 

 

vervroegde aflossingen

              0,0

Eindstand per 31 december 2019

37,2

 

Algemene ontwikkelingen

Geldleningen

In 2019 hebben geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2019 zijn € 3,4 miljoen en de rentelasten €744.000.

 

In 2019 zijn er twee leningen opgenomen van elk €5 miljoen

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Dinkelland heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. 

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment  negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar. Voor 2019 is het EMU-saldo -/- €3,6  mln.   

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Algemeen
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

 

Op 26 februari 2019 heeft uw raad het Beleidskader verbonden partijen 2019 vastgesteld. In dit beleidskader zijn de volgende punten verder uitgewerkt:
1. Afwegingskader deelname verbonden partijen
2. Bestuurlijke rollen (eigenaar en opdrachtgever)
3. Toezicht op verbonden partijen
4. Informatievoorziening aan de raad

 

Door het vaststellen van het Beleidskader verbonden partijen 2019 beschikt de gemeente over een afwegingskader voor toekomstige besluitvorming over toe- en uittreden bij verbonden partijen. Daarnaast geeft dit beleidskader aan hoe de gemeente grip op verbonden partijen wil vormgeven en welke rollen de gemeente daarbij heeft.

 

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten – het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

 

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor het derde keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo, Hengelo en Enschede.

 

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

 

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

De verbonden partijen, waarbij de gemeente Dinkelland betrokken is, worden hieronder beschreven.

Grondbeleid

Grondbeleid

Inleiding

In deze paragraaf treft u de stand van zaken en de voortgang van de verschillende grondexploitaties over het jaar 2019 aan. De belangrijkste ontwikkelingen in 2019 waren:

  1. Afwikkeling van een schadeclaim op het complex De Mors;
  2. Het verwerven van een tweetal strategische grondposities in Tilligte en Denekamp;

(deze zijn verantwoord in de staat vaste materiële activa)

  1. Het plan Aveskamp is in de verkoop gegaan;
  2. Het opstarten van de ontwikkeling van een zestal woningbouwlocaties; Denekamp Oost, Hopmanstraat, Spikkert vervolgfase, Deurninger es voormalig DSVD veld, Brookhuis noordwest locatie en Saasveld De Lenne.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 12 juli 2016 de Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Dinkelland bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Dinkelland tot 2026 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

 

Het grondbeleid van de gemeente is en instrument om (ruimtelijke) doelstellingen te bereiken. De nota Grondbeleid is een kader, waarmee sturing wordt gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2019

Op 1 juli 2019 is het BBV op het onderdeel grondexploitatie aangescherpt. Het grondbedrijf bestaat alleen nog uit de complexen in exploitatie; voor deze complexen heeft de raad een grondexploitatie vastgesteld en er is een concreet voornemen tot ontwikkeling, waarbij de bouwcapaciteit is vastgelegd in de vastgestelde Woonvisie of Bedrijventerreinenvisie. De gronden van de overige complexen maken onderdeel uit van de vaste activa en maken financieel gezien geen onderdeel uit van het grondbedrijf. Jaarlijks worden alle grondexploitaties verplicht geactualiseerd. Daarnaast is het begrip “warme grond” geïntroduceerd.

 

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld.

 

Per complex:

  1. is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld;
  2. zijn de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2020 opgenomen als basis voor de nog te realiseren inkomsten.

 

Door elk jaar alle grondexploitaties te actualiseren wordt bij vaststelling van de jaarrekening de hoogte van de winst- en/of verliesnemingen in beeld gebracht.  

 

      A.   Woningbouwcomplexen

  1. Pierik: In 2019 zijn geen kavels verkocht en daarmee zijn nog zes kavels beschikbaar.
  2. Brookhuis: De gemeente heeft nog één kavel per direct beschikbaar.
  3. Reestman: Is nog één kavel beschikbaar.
  4. Deurninger es: Alle beschikbare kavels zijn verkocht. De planfase voor het voormalig DSVD veld is reeds opgestart.
  5. De Schil: De laatste woonwerkkavel is opnieuw in optie gegaan.
  6. Diezelkamp: De laatste kavel wordt in 2020 verkocht.
  7. Rossum Noord: In 2019 zijn de laatste vier kavels verkocht, daarmee is het plan uitverkocht.
  8. Lattrop Kraakenhof: Het plan wordt in 2020 woonrijp gemaakt en financieel afgesloten.
  9. Spikkert: In 2019 zijn acht kavels verkocht, de nog 6 beschikbare kavels zijn allemaal in optie.
  10. Commanderie: In 2019 zijn vijf van de acht kavels aan de Commanderiestraat verkocht. In 2020 zullen naar verwachting de laatste kavels zijn verkocht. In 2020 wordt het plan van de voormalige gemeentewerflocatie in procedure gebracht;
  11. Noord Deurningen: Het plan ontwikkelt zich volgens verwachting.
  12. Tilligte: In 2019 zijn drie kavels verkocht, daarmee is nog 1 kavel beschikbaar.
  13. Kafmolen: Dit plan is afgesloten.
  14. Diezelkamp Noord: In 2019 zijn tien van de elf kavels verkocht. De laatste kavel wordt in 2021 verkocht.
  15. Aveskamp: Vooralsnog is er geen belangstelling getoond voor de bouwkavels.
  16. Hopmanstraat: De voorbereidingen voor een bestemmingsplan zijn opgestart.

 

      B.   Bedrijventerreinen

  1. De Mors: In 2019 is geen bouwgrond verkocht. Tevens is de langlopende kwestie inzake een schadeclaim definitief afgewikkeld. De financiële consequenties hiervan zijn in de grondexploitatie verwerkt.
  2. Echelpoel III: In 2019 is geen bouwgrond verkocht.
  3. Sombeek IV: In 2019 zijn de eerste kavels verkocht. De verwachting is dat de laatste kavels in 2020 zullen zijn verkocht

 

Resume

In 2019 zijn in totaal 37 woningbouwkavels en 2 bedrijfskavels verkocht waar we op begrotingsbasis uitgingen van 47 respectievelijk 6 kavels. Ultimo 2019 waren voor nog eens 22 kavels verkoopovereenkomsten gesloten.

 

Winstnemingen

Deze worden verplicht bepaald door het toepassen van de "poc-methode". De verhouding tussen de nog te realiseren kosten en de nog te realiseren opbrengsten ten opzichte van het te verwachten eindresultaat is de hoogte van de winstneming. Omdat de te verwachten eindresultaten voorlopige eindresultaten zijn, kunnen deze jaarlijks variëren: dit heeft invloed op de hoogte van de winstneming. Daarom komt het voor dat enkele winstnemingen uit het voorgaande jaar gecorrigeerd dienen te worden.

 

Voor de grondexploitatie Spikkert wordt geen winst genomen in verband met de lange doorlooptijd van de gronduitgifte en de daarmee samenhangende onzekerheid over het financiële eindresultaat.

 

Financiële resultaat

In 2019 is voor een totaalbedrag van €4,2 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Hier stonden kosten van €3,9 miljoen (o.a. verwervingen, bouw- en woonrijp maken, plankosten en rente) en een winstneming van €0,1 miljoen tegenover.

 

Daarmee is de boekwaarde van het grondbedrijf uiteindelijk van €6,2 miljoen gedaald naar €6,0 miljoen.

 

Risico's

De boekwaardes van de grondexploitaties zijn cumulatief doorgerekend met de kans op een rentestijging van 1%, de stagnatie van grondverkopen voor woningbouwkavels in een periode van 2 jaar en een periode van 4 jaar voor bedrijfskavels, een extra kostenstijging bouw- en woonrijp maken van 3% bovenop de reeds gehanteerde kostenstijging voor een periode van 3 jaar en de kans op tegenvallers in het bouw- en woonrijp maken. Dit betrekken wij bij de berekening van onze benodigde weerstandscapaciteit in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen. Hiervoor verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Bedrijfsvoering

Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Naast opname in de begroting worden deze indicatoren digitaal beschikbaar gesteld op de website waarstaatjegemeente.nl.

 

Beleidsindicatoren begroting 2019 
Bron: Vensters voor bedrijfsvoering 2019  
Peildatum: 32-12-2019  
Indicator Waarde Eenheid
Financieel    
Omvang formatie 6,65 fte per 1.000 inwoners
Omvang bezetting 7,85 medewerkers per 1.000 inwoners
Omvang overhead 9,4% Overhead (percentage van de totale kosten)
Apparaatskosten €658 kosten per inwoner
Externe inhuur 11,9% kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur
Maatschappelijk    
Afstand tot de arbeidsmarkt 0,5% percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt"
HRM    
Bezetting t.o.v. formatie 100% aantal fte's bezetting t.o.v. aantal fte's formatie in de gehele organisatie
Vrouwen in leidinggevende positie 15% aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidingevenden
Ziekteverzuim 3,80% de verzuimde dagen in 2017 gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen in 2017, keer 100%
Frequentie ziektemeldingen 0,6 het gaat om het gemiddeld aantal ziektemeldingen per medewerker over 217
Vergroening (35-) 16% aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door het totaal aantal medewerkers
Vergrijzing (55+) 35% percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. het totaal aantal medewerkers
Instroom 9% ingestroomde medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Uitstroom 3% vertrokken medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Interne mobiliteit 7% aantal medewerkers geplaatst op interne vacatures gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Klant    
Betaaldiscipline 94% percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke termijn wordt betaald
E-facturering 3 deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen
Huisvesting    
Werkplekindex 1,2 aantal fte gedeeld door het aantal werkplekken
Energiekosten €12 kosten gas, stroom en overig, gedeeld door de beheerde oppervlakte
ICT    
Beheerde applicaties 195 het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties
ICT meldingen per klant 8 het aantal ICT meldingen gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie

Informatieveiligheid en privacy

Inleiding

Informatieveiligheid en privacy hebben ook in 2019 veel aandacht gehad. Net als alle  gemeenten in Nederland heeft ook onze gemeente zich gecommitteerd aan het implementeren van het uniforme normenkader voor informatiebeveiliging de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) en de Algemene  Verordening Gegevensbescherming (AVG).  Daarnaast zijn de voorbereidingen op een nieuwe normenkader gestart. Vanaf 1 januari 2020 is namelijk de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. De BIO vervangt de bestaande baselines informatieveiligheid voor Gemeenten, Rijk, Waterschappen en Provincies.

 

Doelstellingen

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen op het gebied van informatieveiligheid zijn:

  • Zorgvuldig omgaan met informatie
  • Betrouwbare en continue dienstverlening
  • Voldoen aan wet- en regelgeving
  • Beheersen van risico’s

 

Andere belangrijke doelstellingen in 2019 zijn geweest:

  • Het consolideren van de stand van zaken betreft de BIG als basisnormenkader.
  • Voorbereiden en implementeren van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO)
  • Het nakomen van de afspraken over de ENSIA-verantwoording
  • Het vergroten van de volwassenheid op het gebied van privacy

 

Er zijn stappen gezet die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Deze stappen hebben op organisatorisch niveau plaatsgevonden door het realiseren beleid en processen, maar ook binnen organisatieonderdelen en teams gewerkt aan het doorvoeren van verscheidene beveiligingsmaatregelen.

 

Realisatie

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van informatieveiligheid zijn:

  • Eind 2019 is een project afgerond waarin een belangrijke bijdrage aan proceseigenaarschap is geleverd.
  • Met behulp van een auditplan zijn stappen gezet om de werking van maatregelen te toetsen.
  • De Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) is succesvol doorlopen.
  • Op regionaal gebeid is veel samengewerkt om gemeenschappelijk problemen te adresseren.
  • Het autorisatiebeheer voor bedrijfskritische applicaties is verbeterd.

 

Ook zijn belangrijke voorbereidingen ten aanzien van de BIO getroffen:

  • Het uitvoeren van een GAP-analyse.
  • Het classificeren van processen en informatiesystemen.
  • Het opstellen van nieuw beleid.
  • Het prioriteren en uitvoeren van maatregelen.

 

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) zijn:

  • De informatiebeveiligingsnormen DigiD en Suwinet zijn op basis van de ENSIA systematiek getoetst. Uit dit traject blijkt dat de gemeente in control is.
  • Hetzelfde geldt voor de geselecteerde informatiebeveiligingsnormen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO).

 

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van privacy zijn:

  • Taken en verantwoordelijkheden zijn kritisch tegen het licht gehouden en verbeterd.
  • Het proces datalekken is volledig gedigitaliseerd waardoor een actueel register wordt bijgehouden en onderhouden op één plek.
  • In het kader van bewustwording is met de meeste teams gesproken over privacy en informatieveiligheid en is er veel aandacht besteed aan casuïstiek.
  • Met behulp van contractbeheer is inzichtelijker geworden welke contracten  een verwerkersovereenkomst behoeven. Ter ondersteuning is een speciaal zaak type ontwikkelend om het proces te ondersteunen en het gebruik van een standaard verwerkersovereenkomst te stimuleren.
  • Eind 2019 is een project afgerond waarin het register van verwerkingen opnieuw is opgesteld.

 

Incidenten en datalekken

Het afgelopen jaar is hard gewerkt om incidenten te signaleren en te behandelen. Ook is tijd geïnvesteerd om het proces aan te scherpen en de bekendheid van dit proces met actoren in de organisatie te vergroten. Er hebben zich enkele datalekken voorgedaan. Door snel handelen is het risico voor betrokkenen erg laag gebleven. De incidenten zijn op de juiste wijze afgehandeld en geëvalueerd door de verantwoordelijk medewerkers.