Meer
Publicatiedatum: 31-08-2020

Inhoud

Programma Sociaal domein

Portefeuillehouder

Ilse Duursma

Algemeen

Iedere inwoner moet in staat zijn om zo lang en zo veel mogelijk zelf redzaam te zijn. We hechten veel waarde aan het welzijn van onze inwoners. Daarnaast moeten inwoners  zoveel mogelijk zelf de regie over hun leven kunnen voeren en mee kunnen doen in de samenleving. Waar dat kan op eigen kracht, of anders met hulp van mensen uit hun sociale netwerk. Inwoners die hiertoe niet (volledig) in staat zijn, bieden we ondersteuning om hun zelfregie en participatie te bevorderen. De ondersteuning is bij voorkeur zo licht en zo dichtbij mogelijk en preventief als het kan. Team Ondersteuning & Zorg is ervoor om inwoners hierbij te helpen.

 

In de gemeente Dinkelland werken we samen met verschillende organisaties om de zorg voor onze inwoners zo optimaal mogelijk in te richten. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties de re-integratietrajecten begeleiden en organisaties die vrij toegankelijke voorzieningen aanbieden, maar ook Veilig Thuis voor inwoners die te maken hebben met huiselijk geweld. We zetten in op vroegsignalering en het preventief aanpakken van problemen. Daarnaast kennen we verschillende regelingen voor inwoners met (tijdelijke) financiële problemen, bijvoorbeeld bijstand voor zelfstandige ondernemers en kindpakketten.

Vastgestelde beleidsnota's en verordeningen

Kengetallen

Binnen het programma Sociaal domein maken we gebruik van de volgende kengetallen:

  • Percentage volledig gevaccineerde inwoners
93,5% (2017) 92,5% (2018)
  • Huishoudens met bijstandsuitkeringen
200 (januari 2018) 190 (april 2019)
  • Werkloosheidspercentage
3,7% (2017) 2,8% (2018)

Verbonden partijen

Binnen het programma Sociaal domein kennen we een aantal verbonden partijen:

  • Regio Twente: op het gebied van publieke gezondheid (GGD Twente) en Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning.
  • Stichting Participatie Dinkelland (SPD): voert de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit.
  • Stadsbank Oost Nederland: een samenwerkingsverband van 22 Twentse en Achterhoekse gemeenten. De Stadsbank is een financieel dienstverlener met ervaring in schulddienstverlening.

Wat hebben we in 2019 gedaan?

Wet- en regelgeving

Instroom na wijziging eigen bijdrage naar abonnementstarief Wmo

In de begroting 2019 hebben we rekening gehouden met een aanzuigende werking met betrekking tot het gebruik van de Wmo voorzieningen als gevolg van de wijziging van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage naar een abonnementstarief van €17,50 per vier weken. De instroom op huishoudelijke ondersteuning is waarneembaar, in 2019 zijn er (per saldo) 36 unieke cliënten bijgekomen. Deze instroom zien we ook op individuele ondersteuning, maar niet op groepsondersteuning/dagbesteding.

 

Besluitvorming

Er is geen nieuwe besluitvorming geweest in 2019 die van toepassing is op dit programma.

 

Nieuw beleid

Transformatieplan sociaal domein

Het transformatieplan is samen met het beleidsplan Omzien Naar Elkaar en het Maatschappelijk Effecten Plan vertaald in het Uitvoeringsplan Sociaal Domein, de inspanningen uit het uitvoeringsplan zijn opgenomen in de begroting 2020 van de gemeente Dinkelland.

 

In 2019 is de besparing van €94.000 behaald op huishoudelijke ondersteuning. Dit voordeel is behaald middels de inzet op keukentafelgesprekken om cliënten inzicht te geven in de eigen mogelijkheden binnen de huishoudelijke ondersteuning, zonder afbreuk te doen aan de regelgeving. Deze besparing kent een structurele doorwerking.

 

Amendementen en moties

Amendementen

Er zijn geen amendementen met betrekking tot dit programma. 

 

Moties

  • Factsheet sociaal domein: De motie is uitgevoerd. De factsheets zijn gepresenteerd en worden tegelijkertijd met de P&C documenten aangeleverd. 
  • Tekorten sociaal domein: De motie is uitgevoerd.
  • Spoedpost Oldenzaal: De motie is uitgevoerd. 
  • Huisartsenspoedzorg: De motie is uitgevoerd.

 

Motie Kansrijke start

In de raadsvergadering van 16 april 2019 is de motie Actieprogramma Kansrijke Start unaniem aangenomen. Middels deze motie verzoekt de raad het college er zorg voor te dragen dat de gemeente Dinkelland toetreedt als actief deelnemer en partner in het Actieprogramma Kansrijke Start en aan te sluiten bij de regionale ontwikkelingen in het kader van het actieprogramma Kansrijke Start. 

 

Stand van zaken: De gemeente Dinkelland heeft zich aangemeld als GIDS-gemeente (Gezond In De Stad) en is daarmee officieel toegetreden tot het actieprogramma Kansrijke Start. Daaraan is een kleine rijksbijdrage verbonden. In de decembercirculaire 2019 is het exacte bedrag per gemeente bekend gemaakt. Het gaat per jaar om ongeveer 1/7e van het bedrag dat GIDS-gemeenten nu per jaar krijgen. De gemeente krijgt dit bedrag gedurende drie opeenvolgende jaren. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:

  • De gemeente zet de impuls in om te komen tot een lokale coalitie.
  • De gemeente neemt deel aan het stimuleringsprogramma lokale coalities Kansrijke Start.
  • De gemeente deelt ervaringen over en resultaten van de aanpak ten behoeve van o.a. de monitoring via het stimuleringsprogramma en/of de rijksoverheid.

 

Het is aan gemeenten om te bepalen hoe de middelen worden ingezet voor een lokale coalitie Kansrijke Start. Vanuit het stimuleringsprogramma lokale coalities Kansrijke Start wordt met gemeenten kennis gedeeld over hoe zij de impulsmiddelen het beste kunnen inzetten om tot vorming van een lokale coalitie te komen.

 

De motie is te raadplegen via de volgende link:  Moties 2019

Beleidsindicatoren

De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.

Indicator

Realisatie

2017

 

2018

 

2019

Werkloze jongeren (percentage 16 t/m 22 jarigen) 0,42 0,42 1
Personen met een bijstandsuitkering (aantal per 1.000 inwoners) 16,4 14,8 13,7
Lopende re-integratievoorzieningen (aantal per 1.000 inwoners van 15-64 jaar) 18,1 11,8 13,9
Jongeren met jeugdhulp (percentage van alle jongeren tot 18 jaar) 5,8 5,0 5,5
Jongeren met jeugdbescherming (percentage van alle jongeren tot 18 jaar) 0,9 1,0 1,1
Jongeren met jeugdreclassering (percentage van alle jongeren van 12 tot 23 jaar) 0,2 Niet beschikbaar Niet beschikbaar
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo (aantal per 1.000 inwoners) 62,0 61 ,0 59,0

Overzicht baten en lasten

Raming begrotingsjaar voor wijziging Raming begrotingsjaar na wijziging Realisatie begrotingsjaar Verschil realisatie versus begr. na wijz.
(Bedragen x € 1.000)
Baten 4.076 3.775 3.841 66
Lasten 22.577 22.913 22.841 72
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten -18.502 -19.138 -19.000 138
Onttrekkingen aan reserves 450 0 0 0
Toevoegingen aan reserves 0 0 0 0
Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten -18.052 -19.138 -19.000 138

Hieronder wordt op hoofdlijnen aangegeven hoe de verschillen tussen de gerealiseerde bedragen en de begrote bedragen na wijziging zijn ontstaan.

 

Bijstandsuitkeringen (voordeel €111.000)

Als gemeente ontvangen we een gebundelde uitkering (BUIG) van het Rijk voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Loonkostensubsidie wordt verstrekt voor inwoners met een garantiebaan en inwoners met een indicatie nieuw beschut werken.

 

Zie onderstaande tabel voor een specificatie van de begrote en werkelijke uitgaven en inkomsten in 2019:

Lasten (bedragen x € 1.000)

begroot

werkelijk

verschil

Uitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ

2.980

2.835

145

Levensonderhoud startende ondernemers

20

32

-12

Loonkostensubsidies garantiebanen

216

228

-12

Loonkostensubsidies nieuw beschut

64

51

13

Incidentele last mutatie debiteuren

0

47

-47

Totaal lasten

3.280

3.193

87

Baten

 

 

 

Gebundelde uitkering

3.122

3.138

16

Aflossing startende ondernemers

0

8

8

Totaal baten

3.122

3.146

24

Saldo gebundelde uitkering

158

0

158

 

De raming voor de bijstandsuitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ is gebaseerd op gemiddeld 200 uitkeringen met een uitkeringslast van €14.900. Het werkelijke gemiddelde uitkeringsaantal is 195 met een uitkeringslast van ca. €14.500 per uitkering per jaar. Dit veroorzaakt een positief verschil van €145.000. Zie hieronder het verloop van het aantal bijstandsuitkeringen in de periode 2017 t/m 2019.

 

Daarnaast wordt het positieve verschil veroorzaakt doordat de baten €24.000 hoger zijn dan begroot, enerzijds door een hogere definitieve gebundelde uitkering (BUIG) en opzichte van de nader voorlopige beschikking (€16.000) en anderzijds door aflossingen op leningen van startende ondernemers (€8.000).

 

Minimabeleid (voordeel €30.000)

Het voordeel op de post minimabeleid wordt veroorzaakt doordat de werkelijke lasten voor de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en bevordering participatie minima lager uitvallen dan begroot. Dit voordeel is in lijn met de afname van het aantal bijstandsuitkeringen.

 

Besluit bijstandverlening zelfstandigen (€96.000 nadeel)

De Bbz regeling is een open-eind regeling. Ondernemers in (tijdelijke) financiële problemen of ondernemers die noodzakelijke investeringen moeten doen, kunnen in aanmerking komen voor een bedrijfskrediet of een inkomensaanvulling via deze regeling. Het nadeel op de Bbz bestaat uit meerdere onderdelen:

  1. De lasten met betrekking tot de verstrekkingen van bedrijfskredieten en levensonderhoud van gevestigde ondernemers zijn €64.000 hoger dan de raming. Er zijn twee bedrijfskredieten verstrekt en negen ondernemers ontvangen een lening om te voorzien in het levensonderhoud.
  2. De mutatie van het debiteurensaldo per 31-12-2019 en de voorziening dubieuze debiteuren zorgt voor een incidenteel nadeel van €61.000;
  3. De ontvangen rente en aflossing zijn hoger dan de raming (ca. €21.000 voordeel);
  4. De rijksvergoeding is hoger dan de raming (ca. €9.000 voordeel). 

 

Participatie en re-integratie (€91.000 nadeel)

Het nadeel op het budget voor participatie en re-integratie heeft meerdere oorzaken:

  1. De lasten met betrekking tot de loonwaarde metingen zijn hoger dan begroot (€10.000), dit komt doordat er meer loonwaarde metingen zijn uitgevoerd in 2019;
  2. De lasten met betrekking tot de trajecten via het Werkplein zijn hoger dan begroot (€57.000);
  3. De lasten met betrekking tot de dienstverlening van de Stichting Participatie Dinkelland (SPD) zijn hoger dan begroot (€23.000), dit betreft o.a. de bemiddelingstrajecten, het collectief vervoer en de inkoop van werkplekken nieuw beschut en de uitbetaling van de bonussen nieuw beschut.

 

Hulpmiddelen (€123.000 nadeel)

Met ingang van 2019 zijn we voor een gedeelte van de hulpmiddelen overgegaan naar een huurconstructie met twee leveranciers. Dit geldt voor rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen. Eenvoudige woonvoorzieningen (o.a. drempelhulpen), trapliften en woningaanpassingen worden in eigendom verstrekt.

 

In totaal is een bedrag van € 856.000 geraamd voor hulpmiddelen in 2010, bestaande uit:

  • Een bedrag van € 545.000 voor de voorzieningen in de huurconstructie, en
  • Een bedrag van € 311.000 voor voorzieningen in eigendom (o.a. trapliften, woningaanpassingen, woonvoorzieningen en incidentele nabetalingen over het jaar 2018).

 

Een specificatie van de uitgaven in 2019, uitgesplitst naar huur en eigendom:

 

Hulpmiddelen (bedragen x €1.000)

                    Huur

Eigendom

Totaal

Rolstoelvoorzieningen

263

54

317

Vervoersvoorzieningen

244

75

319

Woonvoorzieningen

46

242

289

Trapliften

0

44

44

Woningaanpassingen

0

19

19

Totaal werkelijk uitgaven

554

433

987

Begroot

545

311

856

Verschil

-9

-122

-131

 

De overschrijding op hulpmiddelen van € 123.000 kent een tweetal oorzaken:

  1. De lasten zijn € 131.000 hoger dan geraamd, dit komt met name door hogere kosten voor de incidentele verstrekkingen in eigendom van woonvoorzieningen en nabetalingen over het jaar 2018.
  2. De baten zijn € 9.000 hoger dan geraamd. Naast de uitgaven ontvangen we in 2019 en 2020 een bedrag voor de overname van ons hulpmiddelenbestand door de leveranciers. Hiervoor zijn we uitgegaan van een raming van € 203.000, de werkelijke opbrengst is € 212.000.

 

Beleid en uitvoering Maatwerkdienstverlening 18+ (voordeel €47.000)

Het voordeel op deze post wordt voornamelijk veroorzaakt door een incidentele bate van centrumgemeente Enschede voor de uitvoering van beschermd wonen 2019.

 

Huishoudelijke ondersteuning (voordeel €232.000)

De huishoudelijke ondersteuning bestaat uit zes modules: basismodule, extra hygiëne, wasverzorging, maaltijdverzorging, regie en zorg voor minderjarige kinderen. In totaal is een bedrag begroot van €1.905.000. De werkelijke kosten in het jaar 2019 zijn €1.672.000 (t.o.v. €1.633.000 in 2018), dit betekent een voordelig verschil van €232.000.

 

Het voordeel op huishoudelijke ondersteuning wordt voornamelijk veroorzaakt door een voordeel op de basismodule. De aanzuigende werking van de wijziging van het abonnementstarief Wmo (eigen bijdrage) is minder dan verwacht.

 

Voor 2019 zijn we uitgegaan van een gemiddeld aantal indicaties van 581 (o.b.v. 2018) en een instroom van 52 indicaties. Het verloop van het aantal unieke indicaties is in 2019 als volgt geweest:

Peildatum

1-1-2019

31-3-2019

30-6-2019

30-9-2019

31-12-2019

Aantal unieke cliënten

574

582

595

600

609

 

Per saldo zijn 36 unieke cliënten (gefaseerd) ingestroomd, het gemiddeld aantal indicaties is gedurende 2019 592 geweest. De werkelijke kosten kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Huishoudelijke ondersteuning

Werkelijke kosten 2019 (bedragen x €1.000)

Basismodule

1.458

Extra hygiëne

75

Was verzorging

19

Maaltijd verzorging

67

Regie

64

Zorg voor minderjarige kinderen

0

Totaal

1.656

 

Vervoer dagbesteding(voordeel €36.000)

Het voordeel op het vervoer van en naar de dagbesteding wordt veroorzaakt doordat de vervoerskosten in het tweede half jaar van 2019 gemiddeld € 5.000 per maand lager zijn dan begroot. Deze afname is in lijn met een afname van het aantal indicaties dagbesteding (zie ook Wmo ondersteuning groep).

 

Eigen bijdrage/abonnementstarief Wmo (nadeel €82.000)

Cliënten zijn voor het gebruik van Wmo voorzieningen een eigen bijdrage verschuldigd (het abonnementstarief Wmo). Deze bijdrage wordt geïnd door het CAK.

 

De raming van de inkomsten vanuit het abonnementstarief Wmo voor 2019 was €190.000, de werkelijke inkomsten in het boekjaar 2019 zijn €108.000. Dit betekent een nadelig verschil van €82.000. Dit verschil heeft twee oorzaken:

  1. Er zijn minder unieke cliënten bij gekomen dan verwacht in 2019;
  2. De werkelijk ontvangen bijdragen wijken af van de opgelegde bijdrage door het CAK i.v.m. het afronden van het boekjaar.

 

Wmo ondersteuning individueel(voordeel €216.000)

Voor individuele ondersteuning (voorheen: Ondersteuning Zelfstandig Leven) is een bedrag begroot van €1.390.000, gebaseerd op gemiddeld 146 indicaties met een gemiddelde indicatie van 4 uur per week (o.b.v. 2018).

 

Het verloop van het aantal indicaties is in 2019 als volgt geweest, met een gemiddelde van 149 indicaties:

Peildatum

1-1-2019

31-3-2019

30-6-2019

30-9-2019

31-12-2019

Aantal indicaties

147

145

136

151

164

 

In 2019 hebben op basis van het Twents model herindicaties plaatsgevonden. Als gevolg hiervan heeft een uitstroom plaatsgevonden op de “oude” producten en hebben cliënten indien dat nodig is een nieuwe indicatie in één van de ondersteuningsbehoeften gekregen.

 

De werkelijke kosten in 2019 zijn afgerond €1.170.000 (t.o.v. €1.182.000 in 2018) en kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Ondersteuning individueel

Werkelijke kosten (bedragen x €1.000)

Ondersteuning 1 individueel

618

Ondersteuning 2 individueel

552

Totaal

1.170

 

Ten opzichte van de begroting betekent dit een voordelig verschil van €219.000. Dit voordelige verschil kent meerdere oorzaken:

  • Hoeveelheidsverschil: Het gemiddeld aantal indicaties is 3 hoger dan begroot, de gemiddelde hoogte van de indicatie indicatie is 3,8 uur per week, dit is 0,2 uur lager dan begroot. Dit levert een voordeel op van ca. €46.000.
  • Prijsverschil: In verband met de herindicaties die in 2019 plaats hebben gevonden en de verwachting dat relatief veel (80%) van onze cliënten in niveau 2 (ondersteuning met regie, de duurdere vorm van ondersteuning) terecht zouden komen is gerekend met een hoger gemiddeld uurtarief dan in werkelijkheid het geval is (€3,80 verschil). Eind 2019 blijkt dat ca. 60% van onze cliënten een indicatie niveau 1 hebben en ca. 40% een indicatie niveau 2, in tegenstelling tot de verwachting. Dit levert een voordeel op van ca. €94.000.
  • Verzilvering: De verzilvering is lager dan verwacht. Hierdoor ontstaat een voordelig verschil van ca. €76.000. Deze lagere verzilvering kan meerdere oorzaken hebben, zoals vakantie, ziekte, ziekenhuisbezoek, overgang naar Wlz gedurende het jaar.

 

Wmo ondersteuning groep (voordeel €426.000)

Voor groepsondersteuning (voorheen: Ondersteuning Maatschappelijke Deelname) is een bedrag begroot van €1.221.000, gebaseerd op gemiddeld 143 indicaties met een gemiddelde indicatie van 4,5 dagdelen per week (o.b.v. 2018).

 

Het verloop van het aantal indicaties is in 2019 als volgt geweest, met een gemiddelde van 132 indicaties:

Peildatum

1-1-2019

31-3-2019

30-6-2019

30-9-2019

31-12-2019

Aantal indicaties

140

136

136

128

119

 

In 2019 hebben op basis van het Twents model herindicaties plaatsgevonden. Als gevolg hiervan heeft een uitstroom plaatsgevonden op de “oude” producten en hebben cliënten indien dat nodig is een nieuwe indicatie in één van de ondersteuningsbehoeften gekregen.

 

De werkelijke kosten in 2019 zijn €795.000 (t.o.v. €915.000 in 2018) en kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Ondersteuning groep

Werkelijke kosten (bedragen x € 1.000)

Ondersteuning 1 groep

631

Ondersteuning 2 groep

164

Totaal

795

 

Ten opzichte van de begroting betekent dit een voordelig verschil van €431.000. Dit voordelige verschil kent meerdere oorzaken:

  • Hoeveelheidsverschil: Het gemiddeld aantal indicaties is 11 lager dan begroot, de gemiddelde hoogte van de indicatie is 4,2 dagdelen per week, dit is 0,3 dagdelen lager dan begroot. Dit levert een voordeel op van ca. €174.000. Het lager aantal indicaties kan meerdere oorzaken hebben, zoals overlijden, verhuizing, overgang naar de Wlz, gebruik maken van een algemene voorziening in plaats van een maatwerkvoorziening.
  • Prijsverschil: In verband met de herindicaties die in 2019 plaats hebben gevonden en de verwachting dat relatief veel (80%) van onze cliënten in niveau 2 (ondersteuning met regie, de duurdere vorm van ondersteuning) terecht zouden komen is gerekend met een hoger gemiddeld tarief per dagdeel dan in werkelijkheid het geval is (€ 3 verschil). Eind 2019 blijkt dat ca. 75% van onze cliënten een indicatie niveau 1 hebben en ca. 25% een indicatie niveau 2, in tegenstelling tot de verwachting. Dit levert een voordeel op van ca. €82.000.
  • Verzilvering: De verzilvering is lager dan verwacht. Hierdoor ontstaat een voordelig verschil van ca. €150.000. Deze lagere verzilvering kan meerdere oorzaken hebben, zoals vakantie, ziekte, ziekenhuisbezoek, overgang naar Wlz gedurende het jaar.

 

Jeugdzorg (€535.000 nadeel)

In totaal is een bedrag begroot van € 5.483.000, de werkelijke kosten in 2019 zijn € 6.018.000, dit betekent een nadeel van € 535.000. De werkelijke kosten met betrekking tot de jeugdzorg kunnen als volgt gespecificeerd worden:

 

Jeugdzorg in Dinkelland 2019

Werkelijke kosten (bedragen x € 1.000)

Zorgconsumptie in 2019

5.394

Bijdrage Regio Twente 2019

143

Nog te betalen 2019, bestaande uit:

  1. Verrekening voorschot subsidies beschikbaarheidsvoorzieningen en maatregelhulp (o.b.v. werkelijk gebruik).
  2. Nog te verwachten declaraties in 2020 met betrekking tot 2019 (o.b.v. productieverantwoording maart 2020)

534

280

254

Prognose zorgconsumptie 2019

6.071

 

 

Afrekeningen eerdere jaren

 

Nog te betalen 2018, bestaande uit:

  1. Verrekening voorschot subsidies niet van toepassing.
  2. Nog te verwachten declaraties in 2019 met betrekking tot 2018 (o.b.v. productieverantwoording maart 2019)

293

-

293

Betaald in 2019 over 2018

241

Saldo afrekening 2018 (voordeel)

52

 

 

Saldo werkelijke kosten 2019

6.018

 

Toelichting op verschil begroting en jaarrekening

De nog te betalen bedragen in boekjaar 2020 over het jaar 2019 is opgebouwd uit twee componenten. Hieronder volgt per component een toelichting.

De eerste component (1) is de verrekening voorschot subsidies beschikbaarheidsvoorzieningen en maatregelhulp (o.b.v. werkelijk gebruik). Met ingang van 2019 verlenen we regionaal subsidie aan een klein aantal (grote) gecontracteerde aanbieders voor beschikbaarheidsvoorzieningen (incl. regionaal gecoördineerde crisiszorg) en maatregelhulp (jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdzorg plus).

In onderstaand overzicht de bevoorschotting vs. de werkelijke bedragen:

(bedragen x €1.000)

Voorschot

Afrekening

Nog te betalen

Beschikbaarheidsvoorzieningen

122

261

140

Maatregelhulp

320

460

140

Totaal

442

721

280

Het voorschot is gebaseerd op de cliëntenaantallen uit 2017. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het aantal zorgindicaties in 2019 dus afwijkt van het aantal zorgindicaties in 2017. Het hoger vast te stellen subsidiebedrag beschikbaarheidsvoorzieningen en maatregelhulp is beide €140.000. Daarbij is het belangrijk te weten dat één voorziening van één inwoner al maximaal €140.000 op jaarbasis kan bedragen. Deze afwijking in aantallen en de inschatting van daarbij behorend budget is dus niet eenvoudig bij te stellen. De afrekening is gebaseerd op de productieverantwoording die van de (meeste) zorgaanbieders in februari/maart 2020 is ontvangen. De productieverantwoording die daarvoor geleverd zijn waren niet of niet compleet aanwezig.

 

De tweede component (2) is de verrekening van de nog te verwachten declaraties in 2020 met betrekking tot 2019 (o.b.v. productieverantwoordingen maart 2020). Het bedrag dat is opgenomen (€ 254.000) is ongeveer gelijk aan het betaalde bedrag in 2019 over 2018. Het betreffen betalingen aan een klein aantal grote organisaties. Als kleinere gemeenten hebben wij geen tot weinig invloed op de declaratiesnelheid van deze organisaties. Regionaal heeft deze lage declaratiesnelheid al aandacht.

 

Analyse kosten jeugdzorg 2019

Hieronder is een specificatie van de werkelijke kosten over het jaar 2019 aangegeven (dit betreft de zorgconsumptie in 2019 (€5.394.000), nog te betalen bedragen afrekening subsidies (€280.000) en de betalingen in 2019 over 2018 (€241.000)). De nog te betalen bedragen op basis van de productieverantwoordingen van de zorgaanbieders is niet meegenomen, gezien dit meerdere vormen van zorg kan betreffen per aanbieder.

Zorgvorm

Werkelijke kosten in 2019 (bedragen x €1.000)

Ondersteuning individueel

2.508

Ondersteuning groep

297

Dakjes

2.021

Bijzondere situaties

40

Dyslexie

140

Gesloten jeugdzorg

67

Consultatie en diagnostiek

82

Maatregelhulp

460

Beschikbaarheidsvoorzieningen

261

Spoedhulp 18-

39

Totaal

5.915

Op basis van bovenstaande tabel zijn diverse zorgvormen geanalyseerd naar afgegeven indicaties in 2019 ten opzichte van 2018 en naar type verwijzer. Zie hieronder.

 

Analyse indicaties jeugdzorg

Met de overgang naar het Twents Model zijn niet alle “oude” producten één op één te koppelen aan een van de nieuwe ondersteuningsbehoeften of dakjes. Middels een inschatting welke producten in 2018 zouden passen binnen de ondersteuningsbehoeften in het Twents Model is een vergelijking gemaakt tussen de indicaties die in 2019 zijn afgegeven en de indicaties die in 2018 zijn afgegeven.

 

Individuele ondersteuning (Afgegeven indicaties zijn geanalyseerd)

 

Indicaties 2018

Unieke cliënten 2018

Indicaties 2019

Unieke cliënten 2019

Ondersteuningsbehoefte 1

45

32

32

26

Ondersteuningsbehoefte 2

96

68

90

60

Ondersteuningsbehoefte 3

16

14

148

101

Ondersteuningsbehoefte 4

420

311

338

246

Totaal ondersteuningsbehoeften

577

425

608

433

 

In de bovenstaande tabel is te zien dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van ondersteuningsbehoefte 4 naar ondersteuningsbehoefte 3. Dat wil zeggen dat er in 2018 meer indicaties zijn afgegeven die in de duurdere vorm van zorg zouden vallen dan in 2019. Daarentegen zijn in 2019 in totaliteit meer indicaties afgegeven.

 

Dakjes (Afgegeven indicaties Dakje 2-3 en Dakje 0-B gezinshuizen zijn geanalyseerd)

 

Indicaties 2018

Unieke cliënten 2018

Indicaties 2019

Unieke cliënten 2019

Dakje 2-3

14

11

29

20

Dakje 0-B gezinshuizen

8

8

12

11

Totaal dakjes 2-3 en 0-B

22

19

41

31

In bovenstaande tabel is te zien dat er meer dakjes 2-3 en dakjes 0-B zijn afgegeven in 2019 dan in 2018. Dit is één van de verklaringen voor de hogere kosten in 2019 ten opzichte van 2018.

 

Maatregelhulp (Lopende indicaties)

Maatregelhulp bestaat uit een drietal maatregelen, namelijk jeugdbescherming, jeugdreclassering en jeugdzorgplus. In verband met de privacy van onze inwoners (voor enkele maatregelen betreft het een zeer klein aantal cliënten) splitsen we de aantallen niet uit deze drie maatregelen.

 

Daarnaast is het in verband met een registratie-effect (alle indicaties zijn in 2019 omgezet naar de nieuwe producten) niet zinvol de afgegeven indicaties in 2019 te vergelijken met 2018. Daarom hebben we ervoor gekozen de lopende indicaties te analyseren.

 

Lopende indicaties 2018

Lopende Indicaties 2019

Maatregelhulp

          133

119

 

In bovenstaande tabel zien we dat in 2019 minder maatregelen liepen dan in 2018. In alle gevallen is de kinderrechter de verwijzer van deze zorg.

 

Beschikbaarheidsvoorzieningen (Lopende indicaties)

In verband met de privacy van onze inwoners noemen we ook op dit onderdeel geen cliëntenaantallen per verschillende zorgvorm. Daarnaast geldt ook het registratie-effect voor deze indicaties en is ook hier gekozen voor het analyseren van de lopende indicaties.

 

Lopende indicaties 2018

Lopende Indicaties 2019

Beschikbaarheidsvoorziening

31

18

 

In bovenstaande tabel zien we dat in 2019 minder voorzieningen liepen dan in 2018. Een groot deel van de voormalig ‘LVG’ producten zijn overgegaan naar dakjes in combinatie met individuele ondersteuning

 

Verwijsstroom

Naast een analyse op afgegeven, dan wel lopende, indicaties heeft ook een analyse plaatsgevonden op type verwijzer. Hieronder is weergegeven welke verwijzers we kennen, welk aandeel zij hebben in het totaal aantal verwijzingen en naar welke zorgvorm zij het meest doorverwijzen.

Type verwijzer

% verwijzingen

Meest doorverwezen naar

Gecertificeerde instelling

15%

Ondersteuningsbehoefte 3 individueel

Gemeente

38%

Ondersteuningsbehoefte 3 individueel

Huisarts

22%

Ondersteuningsbehoefte 4 individueel

Jeugdarts

2%

Ondersteuningsbehoefte 4 individueel

Medisch specialist

3%

Ondersteuningsbehoefte 4 individueel

Kinderrechter

9%

Ondertoezichtstelling > 1 jaar

Onderwijs

7%

Behandeling dyslexie

Onbekend

4%

Ontheffing/ontzetting uit ouderlijk

gezag (voogdij)

In bovenstaande tabel is te zien dat 62% van de indicaties wordt afgegeven door een externe verwijzer, dus niet door de gemeente.

 

Beleid en uitvoering Volksgezondheid (€51.000 nadeel)

Het nadeel op de post Beleid en uitvoering volksgezondheid wordt veroorzaakt door de begrotingswijziging bij de Regio Twente in verband met het rijksvaccinatieprogramma. Hiervoor zit een vergoeding in de algemene uitkering (taakmutatie rijksvaccinatieprogramma). In 2019 werden er gevallen van meningokokken geconstateerd en is er een extra inentingscampagne gestart onder 14-jarigen ter voorkoming van de meningokokken infectie. Hiermee was geen rekening gehouden in de begroting van de GGD Twente (Regio Twente). Dit heeft geleid tot een incidentele uitzetting. Bij de campagne is een bereik geweest van 97% in de gemeente Dinkelland. Daarnaast zijn er extra kosten gemaakt met betrekking tot de aanbesteding van het elektronisch dossier GGiD. In de aanbesteding zijn een aantal belemmeringen geweest, waardoor de oorspronkelijk geraamde bijdrage ontoereikend was. Deze kosten zijn incidenteel en naar verwachting zal de aanbesteding in 2020 afgerond worden. 

 

Een gedetailleerde toelichting op de verschillen tussen gerealiseerde bedragen en begrote bedragen na wijziging is te vinden in de Jaarrekening 2019 onder "Toelichting en analyse op de baten en lasten".