Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiën

Opbouw van het hoofdstuk

Opbouw van het hoofdstuk

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

 

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze perspectiefnota (inclusief eerste programmajournaal 2019) weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de programmabegroting 2019  en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt.

 

In paragraaf 2 schetsen we de mutaties op de uitvoering van het bestaande beleid of al eerdere besluitvorming. Feitelijk hebben we het hier over het financiële deel van het eerste programmajournaal 2019.

 

In paragraaf 3 brengen we in beeld wat het doorvoeren van de mutaties op basis van bestaand beleid betekenen voor het herziene meerjarige saldo. Ook dit deel heeft betrekking op het financiële deel van het eerste programmajournaal 2019.

 

In het volgende onderdeel van dit hoofdstuk (paragraaf 4) treft u onze denkrichtingen aan om het structurele tekort op onze meerjarenbegroting zoals dat uit de vorige paragraaf bleek op te lossen. Dit deel is uitdrukkelijk richtinggevend en behoort dus tot de perspectiefnota. In stemmen met deze denkrichtingen wil zeggen dat u als raad het college opdracht geeft deze denkrichtingen verder uit te werken en te betrekken bij het opstellen van de begroting 2020 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaatsvindt.

 

Paragraaf 5 geeft een richtinggevende doorkijk van het herziene meerjarige saldo waarbij de financiële opbrengsten van de denkrichtingen die het college ziet zijn doorvertaald.

 

Tot slot geven we in paragraaf 6 een overzicht van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves. Hier is rekening gehouden met zowel de financiële consequenties uit het eerste (financiële) programmajournaal 2019 als ook de doorrekening van de denkrichtingen.

Meerjarig saldo begroting 2019

Meerjarig saldo begroting 2019

Tijdens het opstellen van de begroting 2019, maar ook in de aanloop daar naar toe (koersdocument) bleek dat het financiële meerjarige perspectief van de gemeente Dinkelland tekorten kende. Met name hogere kosten binnen het sociaal domein maar ook een aantal hogere bijdragen aan de verbonden partijen waren hier de oorzaak van. Het college heeft een set aan oplossingen gezocht om de meerjarenbegroting sluitend te krijgen. Uitgangspunt hierbij was een structureel sluitend meerjarig perspectief wat betekende dat voor het jaar 2019  een beroep moest worden gedaan op de reserves. De volgende oplossingen zijn opgenomen in de, door de gemeenteraad vastgestelde, begroting 2019.

  • Transformatieplan sociaal domein
  • Herziene financiering generatiepact
  • Inzetten stelposten voor nieuw beleid

 

Samenvattend hebben deze maatregelen geleid tot het volgende herziene meerjarige begrotingssaldo:

(bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Herzien meerjarig saldo uit begroting 2019   -384 32 172 199 199
Onttrekking aan reserve   384 0 0 0 0
Herzien meerjarig saldo   0 32 172 199 199

Conclusies en opmerkingen

  • De oplopende opbrengsten van het transformatieplan sociaal domein zijn verwerkt in dit herziene meerjarige saldo. Deze opbrengsten lopen op van een bedrag van € 126.000 in 2019 naar een structureel bedrag van € 582.000 in 2022.
  • De ramingen binnen het sociaal domein blijven met de nodige risico’s en onzekerheden omgeven. Niet alleen de ramingen betreffende de zorgconsumptie maar ook de invulling van de maatregelen uit het transformatieplan.
  • De mogelijke doorwerking van de werkelijke cijfers over het jaar 2018 (de jaarstukken 2018) moet nog plaatsvinden.
  • De structurele stelposten voor nieuw beleid zijn in de jaren 2019 en 2020 ingezet. Met ingang van het jaar 2021 hebben we weer de beschikking over de jaarlijkse structurele stelpost van € 150.000.
  • Zoals in de begroting 2019 is aangegeven hebben gemeenten bij het rijk aandacht gevraagd voor een juiste en rechtvaardige financiering van het sociaal domein. Hoewel het er op lijkt dat de minister open staat voor een nader onderzoek blijft het de vraag of het rijk de beschikbare middelen verhoogt. Hier is dan ook geen rekening mee gehouden.
  • Hoe de hoogte van de algemene uitkering zich de komende jaren zal ontwikkelen is lastig in te schatten. Na een aantal jaren van economische groei, meer inkomsten en uitgaven bij het Rijk en dus een hogere algemene uitkering lijkt het tij wat te keren. Meerdere landen, waaronder ook Nederland, stellen hun groeiprognoses bij.
  • We krijgen inmiddels steeds meer signalen dat de prijzen (in vooral de bouw) aan het oplopen blijven. Zo heeft bijvoorbeeld de Vereniging Nederlandse Gemeenten geadviseerd om in de nieuwe verordening voor de onderwijshuisvesting uit te gaan van een stijging van 25% ten opzichte van de bestaande verordening.

Mutaties bestaand beleid

Mutaties bestaand beleid

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaats gevonden. De autonome ontwikkelingen vinden vooral hun oorsprong in de jaarrekening 2018 en in de ervaringscijfers over de eerste vier maanden van 2019.

 

Mutaties res. 2019 2020 2021 2022 2023
Sociaal domein            
 - Jeugd   -690 -690 -690 -690 -690
 - Compensatie vanuit het Rijk (stelpost)   465 340 340 0 0
 - Wmo   166 170 170 170 170
 - Participatiewet - bijstand   -378 -271 -265 -262 -208
 - Participatiewet - reintegratie   -122 -122 -122 -122 -122
 - Participatiewet - nieuw beschut   -82 -82 -82 -82 -82
 - Leerlingenvervoer   -62 -62 -62 -62 -62
Verbonden partijen            
 - Omgevingsdienst Twente (ODT)   0 PM PM PM PM
 - Veiligheidsregio Twente (VRT)     -31 -31 -31 -31
 - Regio Twente     -67 -67 -67 -67
 - Noaberkracht - cao afspraken en pensioenpremies   -96 -98 -100 -101 -102
 - Noaberkracht - nieuw beleid ICT en duurzaamheid   -130 -67 -67 -67 -67
 - Loon- en prijsontwikkeling verbonden partijen       -75 -150 -225
Dividenden            
 - Twence   136 0 0 0 0
 - Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)   30 30 30 30 30
 - Enexis   15 0 0 0 0
Kosten huisadvocaat   -150 0 0 0 0
Algemene uitkering - onderuitputting Rijk -250          
Algemene uitkering jaar schijf 2023   0 0 0 0 887
Algemene uitkering jaar schijf 2023 stelposten   0 0 0 0 -700
Verkiezingen   0 0 0 0 -30
75 jaar vrijheid   -10 0 0 0 0
Verhuur Denekamperweg - verlenging   14 89 89 89 89
Overige kleine verschillen   16 -18 -18 -40 -40
             
Totaal mutaties bestaand beleid -250 -878 -879 -950 -1.384 -1.250

Sociaal domein

Jeugd

Het nadeel in de jaarstukken 2018 met betrekking tot jeugdzorg kent een structurele doorwerking. Een doorrekening van de zorgkosten met betrekking tot 2018 en een indexatie zorgt voor een structureel nadeel van € 690.000.

 

Compensatie voor jeugd (stelpost rijksvergoeding)

Gemeenten worden al een aantal jaren geconfronteerd met tekorten op de uitvoering van de jeugdzorg. Samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is deze problematiek meerdere malen kenbaar gemaakt bij het kabinet. Hierbij is een noodzakelijk bedrag aan aanvullende financiering vanuit het rijk genoemd van € 490 miljoen per jaar.

 

De minister en de staatssecretaris van VWS hebben de gemeenten middels een brief laten weten extra geld vrij te maken voor de jeugdzorg. In 2019 wordt een bedrag van € 400 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd en in de twee jaren daarna € 300 miljoen. Eventuele structurele compensatie (dus vanaf 2022) laat de minister over aan het nieuwe kabinet op basis van nader onderzoek.  Dit is dus „substantieel minder” dan de € 490 miljoen per jaar (structureel) waar om wordt gevraagd. Wij blijven ons samen met de andere gemeenten en de VNG inzetten voor een rechtvaardige en juiste wijze van financiering van het rijk.

 

Wmo

Per saldo laat de Wmo een structureel voordeel zien van ca. € 170.000. Dit voordeel is opgebouwd uit verschillende componenten die hieronder worden toegelicht. 

 

Huishoudelijke ondersteuning

De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële kostprijs is sinds 1 juni 2017 van kracht. Op grond van deze AMvB zijn gemeenten en aanbieders gehouden een reële kostprijs te berekenen aan de hand van de in de AMvB genoemde kostprijselementen, waaronder toepassing van de relevante cao verpleging verzorging en thuiszorg (VVT). De AMvB verplicht gemeenten rekening te houden met de geldende cao en de daaruit vloeiende loonontwikkelingen.

 

Met ingang van 1 april 2018 is er een nieuwe loonschaal van kracht voor de cao VVT, waar de huishoudelijke ondersteuning (HO) onderdeel van is. Deze is algemeen verbindend verklaard per 7 mei 2018. De nieuwe cao bevat een nieuwe loonschaal met een prijsopdrijvend effect. Deze loonschaal moet worden doorgerekend bij de totstandkoming van een reëel tarief en met daarin een loonsverhoging van 4% per 1-10-2018.

 

In het koersdocument hebben we reeds aangegeven deze stijging te voorzien en rekening gehouden met een gemiddelde stijging van 7,5%. Destijds waren de nieuwe tarieven voor 2019 nog niet bekend. Nu deze bekend zijn geworden eind 2018 zien we een stijging van gemiddeld 8% t.o.v. het tarief in 2018. Financieel betekent dit een extra last van ca. € 32.000. Regionaal is opdracht gegeven om een werkgroep te formeren voor een onderzoek naar de huishoudelijke ondersteuning voor 2020 en verder voor wat betreft de financiële en juridische uitvoerbaarheid van de huishoudelijke ondersteuning.

 

In de begroting 2019 hebben we tevens de verwachte instroom als gevolg van de wijziging van de eigen bijdrage meegenomen. Deze instroom hebben we gebaseerd op het aantal lopende indicaties halverwege 2018 (nulsituatie). Nu we de gemiddelde aantallen indicaties en hoogte van de indicaties over 2018 in beeld hebben, is het zaak om opnieuw te kijken naar deze nulsituatie. Voor de HO betekent dit een licht voordeel (ca. € 12.000) aangezien de gemiddelde indicatie in 2018 iets lager is dan waar vanuit gegaan in de nulsituatie.

 

Ondersteuningsbehoeften en vervoer

Ook voor de ondersteuningsbehoeften is de nulsituatie vergeleken met de gemiddeldes uit de jaarstukken 2018. Voor de ondersteuningsbehoeften zien we vooral voor individuele begeleiding een structureel voordeel omdat het gemiddeld aantal indicaties en de verzilveringsgraad lager zijn in vergelijking met de nulsituatie. Dit voordeel is een structurele doorwerking vanuit de jaarstukken 2018.

 

Een andere structurele doorwerking vanuit de jaarstukken 2018 is de stijging in de kosten van het vervoer van en naar de dagbesteding. Gezien de cijfers over de eerste maanden van 2019 verwachten we dat deze kostenstijging zich verder doorzet. Dit betreft vervoer voor zowel jeugdigen als Wmo-cliënten.

 

Participatiewet – bijstand

Bijstand

Dinkelland is een middelgrote gemeente en wordt daardoor deels historisch gebudgetteerd en deels aan de hand van een objectief verdeelmodel. De raming van de gebundelde uitkering die we van het Rijk ontvangen is gebaseerd op de informatie van juni 2018 (nader voorlopige budgetten 2018). Na deze nader voorlopige budgetten 2018 zijn de definitieve budgetten 2018, voorlopige budgetten 2019 en ook de nader voorlopige budgetten 2019 (april 2019) bekendgemaakt. Waar de definitieve budgetten 2018 nog een lichte structurele toename lieten zien, hebben de voorlopige budgetten 2019 een forse structurele afname getoond (ca. € 230.000 structureel) en de nader voorlopige budgetten 2019 nogmaals een afname voor de gemeente Dinkelland (met name voor het jaar 2019).

 

Per saldo is de nader voorlopige uitkering 2019 voor Dinkelland dus fors lager dan de nader voorlopige budgetten 2018. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door de objectief berekende uitgaven en de daling van het macrobudget. Het objectief verdeelmodel is gebaseerd op een kansmodel waarin voor elk individuele huishouden de kans op een bijstandsuitkering wordt geschat. Dit model wordt jaarlijks verbeterd, bijvoorbeeld door het toevoegen van nieuwe huishoudkenmerken. De budgetverdeling voor 2019 en verder is gebaseerd op het aangepast verdeelmodel en laat om die reden een forse daling voor de gemeente Dinkelland zien. Voor de gemeente Dinkelland is de daling in de objectief berekende BUIG-uitgaven sterker dan landelijk.

 

De budgetmutatie ten opzichte van het definitief budget 2018 is ca. -7%.

 

Definitieve vangnetregeling

Indien er sprake is van tekort op de gebundelde uitkering kan er een vangnetuitkering worden aangevraagd. In 2017 en 2018 was er sprake van een overgangsregeling in de vangnetuitkering. Vanaf 2019 wordt de definitieve vangnetregeling ingevoerd. Dit houdt in dat er vanaf 2019  een ‘eigen risico’ geldt van 7,5%. Tussen 7,5% en 12,5% wordt de helft van het tekort vergoed. Het tekort boven de 12,5% wordt volledig vergoed. Het maximale tekort is dan 10%. In vergelijking met 2018 is het eigen risico gestegen van 5% tot 7,5%. Dit betekent dat het maximale tekort is gestegen van 8,75% naar 10%.

 

Participatiewet - re-integratie

In het tweede programmajournaal 2018 is incidenteel bijgeraamd voor 2018 omdat de inzet die we op verschillende terreinen plegen niet meer overeen kwam met de bestaande raming voor 2018. Deze verhoging van deze raming moet structureel worden doorgevoerd in 2019 en verder. Het betreft met name de lasten voor o.a. re-integratie trajecten via de Stichting Participatie Dinkelland en het Werkplein, jobcoaching, taal werk stages, arbeidsfit maken/trajecten statushouders en loonwaardemetingen.

 

Participatiewet - Nieuw beschut

Sinds 1 september 2018 zijn er twee mensen geplaatst in nieuw beschut en kent de gemeente Dinkelland een plaatsing van drie arbeidsjaren (AJ), waarmee is voldaan aan de taakstelling voor 2018. Op het moment van het opstellen van de begroting 2019 waren deze twee mensen nog niet gecontracteerd, waardoor de lasten nog niet zijn meegenomen in de begroting 2019. De taakstelling voor 2019 bedraagt vier AJ. We verwachten dat de vierde AJ halverwege het jaar geplaatst zal worden.

 

De kosten voor nieuw beschut bestaan uit de volgende onderdelen:

  1. Loonkosten/werkgeverslasten
  2. Bonus beschut werk
  3. Begeleidingskosten
  4. Inkoop werkplek (indien nodig)
  5. Collectief vervoer (indien geïndiceerd)

 

Deze kosten worden deels betaald vanuit de gebundelde uitkering en deels vanuit het participatiebudget. Nieuw beschut wordt voor de gemeente Dinkelland uitgevoerd door de Stichting Participatie Dinkelland (SPD).

 

Leerlingenvervoer

In de laatste maanden van 2018 en de eerste maanden van 2019 is er sprake van een toenemend aantal leerlingen dat individueel vervoerd moet worden. Dit komt met name door zwaardere problematiek. Hierdoor stijgen de individuele vervoerskosten sterk. Daarnaast valt het aantal deelnemers aan het project “Samen reizen met …” tegen. Voor het leren reizen met het openbaar vervoer zijn vrijwilligers nodig die leerling(en) begeleiden tot ze zelfstandig met het OV kunnen reizen. Echter, ondanks herhaalde oproepen, is er een tekort aan vrijwilligers. 

 

Verbonden partijen

Omgevingsdienst Twente (ODT)

De begroting van de Omgevingsdienst Twente voor het jaar 2020 is nog niet binnen. In hoeverre de bestaande ramingen voldoende zijn op de gemeentelijke bijdrage voor het jaar 2020 en verdere te kunnen dekken kunnen we op dit moment (nog) niet inschatten.

 

Veiligheidsregio Twente (VRT)

Het gemeentelijke aandeel in de begroting van de VRT is geraamd op € 45,3 miljoen. De gemeentelijke bijdrage is ten opzichte van de begroting 2019 met ongeveer € 2,1 miljoen (4,6%) toegenomen. De toename bestaat voor €1,7 miljoen uit een toename vanwege de loon- en prijscompensatie, berekend volgens de vastgestelde financiële uitgangspunten en voor €0,3 miljoen uit een toename als gevolg van het besluit van het algemeen bestuur op 9 juli 2018 over financiële knelpunten op middellange termijn.

De gemeentelijke bijdrage voor Dinkelland voor 2020 stijgt daarmee tot € 1.905.733. (in 2019 € 1.824.720). Een stijging ten opzichte van het jaar 2019 van € 81.000.  Een deel van deze hogere bijdrage voor het jaar 2020 hadden we reeds opgenomen in onze meerjarenbegroting.

 

Regio Twente

De programmabegroting 2020 is tot stand gekomen in een periode waarin volop is gesproken over de toekomst van Regio Twente. De intergemeentelijke samenwerking in Twente is en blijft volop in beweging, ook in 2020. De effecten van deze bewegingen zijn in dit vroege stadium nog niet allemaal concreet te duiden. De begroting heeft in 2020 een omvang van € 97,3 miljoen. Dit is een toename in vergelijking met de begroting van 2019 in verband met de toevoeging van de Maatregelhulp middelen aan het programma Organisatie voor de Zorg en de Jeugdhulp (OZJT). Het aandeel gemeentelijke bijdrage is geraamd op € 33,3 miljoen. De gemeentelijke bijdrage is ten opzichte van de begroting 2019 met € 2,5 miljoen toegenomen. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het Rijk de bijdrage voor het rijksvaccinatieprogramma niet meer rechtstreeks aan Regio Twente vergoedt, maar dit nu via de gemeenten organiseert. Daarnaast is de begroting toegenomen vanwege de loon- en prijscompensatie. De gemeentelijke bijdrage voor Dinkelland voor 2020 stijgt daarmee tot € 1.398.000 (2019 was € 1.290.000). Een deel van deze hogere bijdrage (€ 41.000) heeft betrekking op het rijksvaccinatieprogramma en krijgen we via de algemene uitkering vergoed van het rijk.

 

Loon-en prijsontwikkeling verbonden partijen

Door de stijgende omvang van de begrotingen van de verschillende verbonden partijen en de afspraken die zijn gemaakt over loon- en prijsaanpassingen ontkomen we er niet aan om meerjarig rekening te houden met een verdere groei van de kosten van loon en prijsontwikkeling.

 

Zienswijzen verbonden partijen

Het door de gemeenteraad van Dinkelland aangenomen amendement om een zienswijze in te dienen over de begrotingen 2020 van de verbonden partijen komen we verderop in deze perspectiefnota terug.

 

Noaberkracht - cao afspraken, pensioenpremies en nieuw beleid

De bijdrage aan Noaberkracht is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2020 van Noaberkracht. De hogere bijdrage wordt enerzijds veroorzaakt door Cao ontwikkelingen en wijzigingen in pensioenafspraken en anderzijds door vastgesteld nieuw beleid. Het nieuwe beleid kan als volgt worden toegelicht:

  • Duurzaamheid: Voor regie van de ambitie duurzaamheid is éénmalig een extra bedrag nodig van €180.000. Dit bedrag zal van 2019 tot en met 2022 gebruikt worden voor personele inzet van 16 uur per week. Het betreft dus een incidenteel budget voor meerdere jaren. De kosten voor Dinkelland  bedragen € 100.000. Daarnaast zijn vanaf 2020 de structurele kosten van €75.000 opgenomen in de begroting 2020. Dit zijn de kosten voor beleid en uitvoering voor de ambitie duurzaamheid. De bijdrage van Dinkelland  in deze kosten is €32.737
  • Automatisering: In verband met nieuwe wetgeving en wijzigingen in wetgeving is er voor automatisering in 2019 €54.000 extra nodig (de jaren daarna € 44.000). Het extra geld in verband met wetswijziging is vanaf 2020 al structureel opgenomen in de begroting van Noaberkracht en wordt nu doorvertaald naar de gemeente.

 

Amendement over zienswijze

Het door de gemeenteraad van Dinkelland aangenomen amendement om een zienswijze over de begroting 2020 van Noaberkracht in te dienen komt verderop in deze perspectief nota terug.

 

Dividenden

Twence

In de AVA van 8 december 2016 is het tarieven- en dividendbeleid voor de periode 2018-2022 vastgesteld. . In grote lijnen komt dit beleid er op naar dat tenminste 40% van de jaarlijkse winst wordt uitgekeerd in de vorm van dividend. In dien de uitkeringstoets dat toestaat en aan met de banken afgesproken ratio’s kan worden voldaan, zal 50% van het resultaat worden uitgekeerd. Voor het jaar 2018 (uit te keren in 2019) heeft Twence eerder aangegeven een winst te verwachten van  € 8 miljoen en in de jaren daarna ongeveer € 10 miljoen. Voorzichtigheidshalve z zijn wij uitgegaan van een uitkering van 40% wat neerkomt op een bedrag van ongeveer € 4 miljoen aan dividend. Hierop hebben we de begroting aangepast. Inmiddels laat de jaarcijfers over 2018 een resultaat zien van ruim 14 miljoen wat betekent dat ook het uit te keren dividend hoger is dan eerder mocht worden aangenomen. 

 

Bank Nederlandse Gemeenten en Enexis

De jaarrekeningen van 2018 laten een positief resultaat zien waardoor de dividenduitkering hoger is.

 

Kosten huisadvocaat

In 2017 is er een handhavingsverzoek ingediend namens twee bedrijven. Om verschillende redenen is destijds besloten om de zaak buiten de deur te zetten bij onze huisadvocaat. Inmiddels lopen er zes zaken van deze bedrijven. Van besluiten waar nog bezwaar tegen gemaakt kan worden tot beroep bij de rechtbank. Doordat we hier te maken hebben met zeer gevoelige zaken is de verwachting sterk aanwezig dat het verdere traject (beroep/hoger beroep) ook doorlopen gaat worden (of wordt al doorlopen) voor alle procedures die lopen en gaan lopen binnen de gemeente. Daarnaast worden er momenteel nog e-mails verstuurd waarin diverse verzoeken gedaan worden en waarin het ambtelijk apparaat in twijfel getrokken wordt. Dit brengt naast de procedures die lopen veel werk met zich mee. Al met al lopen de kosten behoorlijk op. Hiervoor denken we € 150.000 extra budget nodig te hebben

 

Algemene uitkering

De mei circulaire 2019 is op 31 mei gepubliceerd. De totale doorrekening van deze circulaire nemen we zoals gebruikelijk mee bij het opstellen van de eerstvolgende jaarbegroting (in dit geval de begroting 2020). Wel nemen we in deze perspectiefnota de volgende majeure mutaties mee omdat deze van wezenlijk belang zijn voor onze financiële positie:

  • Extra middelen voor jeugdhulp – verantwoord onder het sociaal domein
  • Afrekening jaar 2018
  • Toevoeging jaarschijf 2023

 

Wat we al eerder zagen aankomen was de onder uitputting bij het rijk over het jaar 2018 en de nadelige doorwerking daarvan via het gemeentefonds naar de algemene uitkering voor de gemeenten. Deze nadelige doorwerking (samen de trap op, samen de trap af) vanuit het jaar 2018 bedraagt € 215 miljoen. Voor de gemeente Dinkelland gaan we uit van een nadelige bijstelling van de algemene uitkering van € 250.000. Dit bedrag onttrekken we aan de algemene reserve.

 

Tot slot komt in deze perspectiefnota 2020 de jaarschijf 2023 voor het eerst in beeld. Deze jaarschijf is gebaseerd op de septembercirculaire 2018.

 

75 jaar vrijheid

In 2020 is het 75 jaar geleden dat Nederland is bevrijd van de Duitse overheersing. De landelijke regering in Den Haag en de provincie Overijssel willen dit lustrum groots gaan vieren. Zij organiseren eind 2019 en begin 2020 veel evenementen en festiviteiten die aandacht schenken aan het herdenken van oorlog en aan het vieren van vrijheid. Om ook lokale initiatieven aan te moedigen, stelt de provincie aan alle Overijsselse gemeenten een subsidie beschikbaar van € 10.000. De belangrijkste voorwaarde voor deze subsidie is dat de gemeenten zelf een even groot bedrag beschikbaar stellen. Hierdoor is het belangrijk dat het college van Dinkelland een bedrag van € 10.000 beschikbaar stelt voor het vieren van vrijheid en in het herdenken van oorlog. De hoogte van het daadwerkelijke bedrag hangt uiteindelijk af van de initiatieven van de inwoners van Dinkelland. Zij hebben de mogelijkheid om initiatieven aan te dragen en daarvoor een bijdrage te vragen van de gemeenten.

 

Verhuur Denekamperweg

De huurovereenkomst zonder verlenging van het pand liep af in het najaar van 2019. Op verzoek van de huurder is een nieuwe overeenkomst voor vijf jaar afgesloten. De structurele opbrengsten nemen we op in de begroting.

 

Overige kleine verschillen

Het betreft hier een verzameling van meerdere kleine verschillen.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid (feitelijk het eerste programmajournaal 2019) en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

  res. 2019 2020 2021 2022 2023
Herzien meerjarig saldo uit begroting 2019   -384 32 172 199 199
Onttrekking aan reserve   384        
Mutaties bestaand beleid -250 -878 -879 -950 -1.385 -1.250
Herzien meerjarig saldo inclusief mutaties bestaand beleid -250 -878 -847 -778 -1.186 -1.051

 

Conclusies herzien meerjarig saldo

Zoals uit de tabel over het herziene meerjarige saldo na mutaties valt af te lezen hebben we te maken met een niet sluitend meerjaren perspectief en een incidenteel beroep op de reserves. De stand van onze (belangrijkste) reserves komen verderop in dit hoofdstuk aan de orde. We zoomen nu eerst verder in op de denkrichtingen die wij als college zien om het niet sluitende meerjarenperspectief op te lossen. Hierbij nemen wij als uitgangspunt een structureel sluitende meerjarenbegroting waarbij we een beroep op onze reserves in de eerste jaren op voorhand niet uit (kunnen) sluiten. Het effectueren van een aantal van onze denkrichtingen sorteert namelijk niet direct (financieel) effect maar heeft tijd nodig waardoor een beroep op de reserves in de eerste jaren onoverkomelijk is.

 

 

Voorgesteld wordt in het tekort over het jaar 2019 (het saldo van het eerste programmajournaal 2019) ten bedrage van € 878.000 ten laste te brengen van de algemene reserve.

 

De uitwerking van deze denkrichtingen werken we hierna verder uit. Hierbij dient te worden opgemerkt dat we in deze perspectiefnota spreken over denkrichtingen. Denkrichtingen die na instemming van de gemeenteraad verder worden uitgewerkt en worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2020 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaats vindt.

Denkrichtingen

Denkrichtingen

Het totaal aan denkrichtingen die het college voorlegt ziet er als volg uit:

Totaal denkrichtingen (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Totaal Programma Bestuur & middelen 0 0 131 387 618 827
Totaal Programma Dienstverlening & burgerzaken 0 0 64 64 64 64
Totaal Programma Veiligheid 0 0 0 0 0 0
Totaal Programma  Openbare ruimte & mobiliteit 0 0 221 221 221 221
Totaal Programma Sport & accommodaties 0 0 0 0 0 0
Totaal Programma Cultuur & recreatie 0 0 44 44 44 44
Totaal Programma Sociaal domein 0 0 0 0 0 0
Totaal Maatschappelijk Effecten Plan 0 0 0 0 0 0
Totaal financieel technische maatregelen -1.147 0 232 232 232 232
Totaal denkrichtingen -1.147 0 692 948 1.179 1.388

 

Dit totaal aan denkrichting die we als college zien wordt in het vervolg van deze paragraaf  per programma nader toegelicht.

Programma Bestuur & middelen

Programma Bestuur & middelen (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Noaberkracht 0 0 56 112 168 197
Stelposten voor nieuw beleid - m.i.v. 2021 weer €150.000 per jaar structureel 0 0 0 150 300 450
Afstoten gemeentelijk vastgoed 0 0 50 100 150 180
Amendement A1 - Gemeentelijk vastgoed 0 0 25 25 0 0
Regio Twente 0 0 PM PM PM PM
Totaal Programma Bestuur & middelen 0 0 131 387 618 827

Noaberkracht

Wij hebben in het bestuur van Noaberkracht en met de directie van Noaberkracht overeenstemming bereikt over een aanvullende taakstelling op Noaberkracht die oploopt van € 100.000 in 2020 naar structureel € 350.000 in 2023. Wij menen hiermee op een goede manier invulling te hebben gegeven aan uw unaniem aangenomen amendement waarin u middels een zienswijze aangeeft dat de raad van oordeel is dat ook Noaberkracht een wezenlijke bijdrage dient te leveren om een evenwichtige gemeentelijke meerjarenbegroting te waarborgen. Tevens geeft u aan dat de raad van oordeel is dat Noaberkracht daarbij een taakstelling heeft op te nemen, waarbij afbreuk aan de dienstverlening aan inwoners zoveel mogelijk wordt beperkt. Uiteraard houden we hier bij de nadere uitwerking van deze denkrichting zoveel mogelijk rekening mee. Nadere invulling en concretisering loopt in eerste instantie via de P&C cyclus van Noaberkracht. Zodra de dienstverlening richting de beide gemeenten hierdoor wijzigt komen we daar uiteraard bij u als gemeenteraad op terug.

 

Stelposten voor nieuw beleid

De meerjarig geraamde structurele stelposten voor nieuw beleid zetten wij volledig in ter dekking van het meerjarige begrotingstekort. Dit heeft wel als consequentie dat er in onze meerjarenbegroting geen (financiële) ruimte meer is voor nieuw beleid. Eventuele noodzakelijke/gewenste ruimte voor nieuw beleid zal dus gevonden moeten worden binnen het bestaande beleid (oud voor nieuw).

 

Afstoten maatschappelijk vastgoed

Het hebben en (aan)houden van maatschappelijk vastgoed willen wij tot het uiterste beperken. Slechts maatschappelijk vastgoed waartoe wij bij wet zijn gehouden dan wel maatschappelijk vastgoed die 1 op 1 verbonden is met de directe gemeentelijke dienstverlening willen wij aanhouden. Dit levert niet alleen lager exploitatielasten voor onze begroting op maar ook de inzet vanuit Noaberkracht (gebouwenbeheer) kan worden beperkt.

 

Amendement A1 – Afstoten gemeentelijk vastgoed

Tijdens de behandeling van de perspectiefnota 2020 in de gemeenteraad is een amendement aangenomen om versterkt in te zetten op het versneld afstoten van gemeentelijk vastgoed. Dit zou moeten leiden tot een extra opbrengst van € 25.000 in de jaren 2020 en 2021.

 

Regio Twente – zienswijze

De (hogere) bijdrage van de gemeente Dinkelland aan de Regio Twente is gebaseerd op de begroting 2020 van de Regio Twente. Deze begroting is door uw raad voorzien van de volgende  zienswijze: “een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegrotingen van de Regio Twente, inhoudende dat niet met de ontwerpbegroting 2020 wordt ingestemd, maar dat de omvang van de begroting 2019 en dus ook de daar aan gekoppelde gemeentelijke bijdrage als het plafond voor de komende jaren moeten worden gezien””. Deze inhoud van deze zienswijze brengen wij in tijdens het eerstvolgende bestuurlijke moment bij de Regio Twente. Of en in hoeverre de overige gemeenten bereid zijn ons te volgen kunnen we op dit moment (nog) niet inschatten. Vandaar ook dat wij (nog) geen bedrag hebben gekoppeld aan deze denkrichting.

 

Programma Dienstverlening & burgerzaken

Programma Dienstverlening & burgerzaken (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Zakelijker inrichten dienstverlening en burgerzaken            
- Maximeren kostendekkendheid leges   0 34 34 34 34
Amendement A2 - Verminderen openingstijden 0 0 30 30 30 30
Totaal Programma Dienstverlening & burgerzaken 0 0 64 64 64 64

Maximeren kostendekkendheid leges burgerzaken

Voor veel producten van het team Burgerzaken moet de burger leges betalen, zoals rijbewijzen, reisdocumenten, Verklaringen omtrent Gedrag (VOG), uittreksels, naturalisatie, huwelijk et cetera. Voor sommige diensten mogen geen leges in rekening gebracht worden. Denk hierbij aan bv. aangifte geboorte, aangifte verhuizing of aangifte overlijden. Daarnaast zijn aan veel producten landelijke maximumtarieven verbonden waaraan ook Dinkelland en Tubbergen zich moeten houden. Denk hierbij aan de leges voor reisdocumenten, rijbewijzen, VOG, et cetera. En tenslotte; de basis voor het heffen van leges is dat de leges kostendekkend moeten zijn. Met andere woorden we mogen geen “winst” maken. Voor een groot deel van de producten zitten we op het maximale (kostendekkende) niveau. De leges voor huwelijksvoltrekkingen, rijbewijzen en reisdocumenten laten echter nog enige ruimte zien. Ons idee is om deze ruimte volledig te benutten wat een extra inkomstenpost betekent van € 34.000.

 

Amendement A2 – verminderen openingstijden

Tijdens de behandeling van de perspectiefnota 2020 in de gemeenteraad is een amendement aangenomen om de denkrichting verminderen openingstijden toe te voegen. Hierbij is als voorwaarde gesteld dat er wel buiten kantooruren een bezoekgelegenheid aan de balies blijft.  Dit zou moeten leiden tot een structurele besparing van € 30.000 vanaf het jaar 2020.

 

Programma Veiligheid

Programma Veiligheid (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Veiligheidregio Twente (VRT)   PM PM PM PM PM
Extensiveren toezicht en handhaving            
- Openbare ruimte laag risico 0 0 0 32 32 32
Amendement A3 - Handhaving openbare ruimte 0 0 0 -32 -32 -32
Totaal Programma Veiligheid 0 0 0 0 0 0

Veiligheids Regio Twente – zienswijze

De (hogere) bijdrage van de gemeente Dinkelland aan de VeiligheidsRegio Twente (VRT) is gebaseerd op de begroting 2020 van de VRT. Deze begroting is door uw raad voorzien van de volgende  zienswijze: “een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegrotingen van de VRT , inhoudende dat niet met de ontwerpbegroting 2020 wordt ingestemd, maar dat de omvang van de begroting 2019 en dus ook de daar aan gekoppelde gemeentelijke bijdrage als het plafond voor de komende jaren moeten worden gezien”” . Deze inhoud van deze zienswijze brengen wij in tijdens het eerstvolgende bestuurlijke moment bij de VRT. Of en in hoeverre de overige gemeenten bereid zijn ons te volgen kunnen we op dit moment (nog) niet inschatten. Vandaar ook dat wij (nog) geen bedrag hebben gekoppeld aan deze denkrichting.

 

Extensiveren toezicht en handhaving

Wij hebben onze inzet op het gebied van toezicht en handhaving kritisch tegen het licht gehouden en daarbij vooral gekeken naar de risico’s van het eventueel extensiveren van onze inzet. Voor de activiteit brandveiligheid en bouwen zien wij gezien de risico’s geen mogelijkheden om te komen tot een verlaging van onze inzet. Op het terrein van de openbare ruimte zien wij een aantal activiteiten waarbij de risico’s van verminderde inzet wat ons betreft aanvaardbaar zijn. Hierbij moet u vooral denken aan verminderde inzet op reclame, parkeren en de algemene zichtbaarheid. In totaliteit gaat het hierbij om 2.435 uur wat voor de gemeente Dinkelland neerkomt op een verminderde inzet van ongeveer 1.400 uur per jaar waarvan wij de helft (dus 700 uur) denken te kunnen besparen.

 

Amendement A3 – handhaving openbare ruimte

Tijdens de behandeling van de perspectiefnota 2020 in de gemeenteraad is een amendement aangenomen om de denkrichting toezicht en handhaving openbare ruimte volledig te schrappen.

 

Programma Openbare ruimte & mobiliteit

Programma Openbare ruimte & mobiliteit (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Verlagen kwaliteitsniveau grijs en groen 0 0 106 106 106 106
Fasering/spreiding planmatig onderhoud grijs en groen 0 0 100 100 100 100
Gladheidsbestrijding - één route minder 0 0 12 12 12 12
Fasering/spreiding planmatig onderhoud tractie            
Onderhoud zandwegen uitbesteden (1 Fte + tractie) 0 0 15 15 15 15
Amendement A4 - Gladheidsbestrijding 0 0 -12 -12 -12 -12
Totaal Programma Openbare ruimte & mobiliteit 0 0 221 221 221 221

Verlagen kwaliteitsniveau

In het Meerjaren onderhoudsplan (MJOP) was als kwaliteit voor de trottoirs niveau B vastgelegd. Door het niveau naar C te brengen kan structureel € 20.000 worden omgebogen. Daarnaast kunnen we de netheid, het onderhoud groen en verharding op de hotspots terugbrengen van niveau B naar C. Dit levert een besparing op van € 86.000 per jaar.

 

Fasering/spreiding planmatig onderhoud grijs

Het geplande meerjarige onderhoud aan onze wegen is opgenomen in het MJOP. De structurele lasten hiervan zijn opgenomen in onze meerjarenbegroting. Van jaar tot jaar wordt het geplande onderhoud conform jet MJOP afgezet tegen de werkelijke technische staat van de betreffende weg. Aan de hand hiervan wordt besloten of en op welke wijze onderhoud wordt uitgevoerd. Door hier nog kritischer mee om te gaan zien wij kans het onderhoudsbudget wegen met €  100.000 structureel te verlagen. Dit betekent een verdere fasering / spreiding van het planmatige onderhoud.  Mochten zich (bijvoorbeeld als gevolg van een strenge winter) calamiteiten voordoen dan hebben we de beschikking over de reserve wegen. In 2023 wordt  het MJOP opnieuw vastgesteld en wordt gekeken worden naar de nieuwe behoefte.

 

Gladheidsbestrijding

Door de strooiroute met één route te verminderen kan een structureel bedrag van € 12.000 worden bespaard.

 

Fasering / spreiding planmatig onderhoud tractie

Ervaringscijfers wijzen uit dat de kwaliteit van het materieel verbetert waardoor de verschillende transportmiddelen langer mee gaan dan werd aangenomen. Dit samen met een goede manier van onderhoud  betekent dat de afschrijvingstermijnen voor tractie kunnen worden verlengd. Dit betekent een lagere last binnen Noaberkracht van € 23.000 en is betrokken bij de totale taakstelling op Noaberkracht.

 

Onderhoud zandwegen uitbesteden

Momenteel wordt het onderhoud van de zandwegen door Noaberkracht in eigen beheer uitgevoerd. De interne kosten bedragen € 85.000. De wegenschaaf wordt niet vervangen. De machinist gaat in 2021 met pensioen. Deze vacature zal dan niet worden ingevuld. De werkzaamheden zullen voor € 50.000 worden uitbesteed. Dit levert voor Dinkelland een meevaller op van € 15.000.

 

Amendement A4 - Gladheidsbestrijding

Tijdens de behandeling van de perspectiefnota 2020 in de gemeenteraad is een amendement aangenomen om de denkrichting gladheidsbestrijding volledig te schrappen.

 

Programma Sport & accommodaties

Programma Sport & accommodaties (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Privatiseren binnensportaccommodaties 0 0 PM PM PM PM
Totaal Programma Openbare ruimte & mobiliteit 0 0 PM PM PM PM

Privatiseren binnensportaccommodaties

Ambities tot privatisering van binnensportaccommodaties worden in samenwerking met de initiatiefnemer onderzocht. De uitgangspunten worden in de nog op te stellen sportnota opgenomen. Eventuele opbrengsten (maar ook incidentele lasten) kunnen we op dit moment nog niet inschatten.

 

Programma Cultuur & recreatie

Programma Cultuur & recreatie (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Heroverwegen/heralloceren subsidies            
- Subsidies molens en kerken 0 0 70 70 70 70
Regio Twente - Openlucht recreatie 0 PM PM PM PM PM
Amendement A5 - Molens en kerken 0 0 -26 -26 -26 -26
Totaal Programma Cultuur & recreatie 0 0 44 44 44 44

Heroverwegen/heralloceren subsidies molens en kerken

Momenteel hebben wij de beschikking over een jaarlijks bedrag van € 70.000 ten behoeve van subsidies en bijdragen betreffende molens en kerken. Het gaat hierbij vooral om kosten van onderhoud en restauratie en voor een deel ook exploitatie. Wij willen de heroverwegingsmogelijkheden en de gevolgen daarvan onderzoeken. Wij kijken hierbij nadrukkelijk ook naar incidentele dekkingsmogelijkheden .

 

Bijdrage Regio Twente

Zie toelichting onder het programma Bestuur & middelen.

 

Amendement A5 – Molens en kerken

Tijdens de behandeling van de perspectiefnota 2020 in de gemeenteraad is een amendement aangenomen om de denkrichting molens en kerken zodanig aan te passen dat de structurele subsidies aan de molens overeind blijven.  Verlaging van de denkrichting met een structureel bedrag van  € 26.000.

 

Programma Sociaal domein

Programma Sociaal domein (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Transformatieplan Sociaal domein - verwerkt 0 0 0 0 0 0
Totaal Programma Sociaal domein 0 0 0 0 0 0

Transformatieplan

Zoals in het begin van dit hoofdstuk reeds is aangegeven zijn de oplopende opbrengsten van het interventieplan sociaal domein verwerkt in het herziene meerjarige saldo. Deze opbrengsten lopen op van een bedrag van € 126.000 in 2019 naar een structureel bedrag van € 582.000 in 2022. Wij zijn van mening dat het behalen van deze opbrengsten een stevige  opgave is vandaar dat we bij het benoemen van aanvullende denkrichtingen het sociaal domein in eerste instantie buiten beschouwing hebben gelaten.

 

Maatschappelijk Effecten Plan (MEP)

 

Maatschappelijk Effecten Plan (MEP) (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Ombuiging/heroverweging/fasering 0 0 0 0 0 0
Totaal MEP 0 0 0 0 0 0

Ombuiging/heroverweging /fasering maatschappelijk effecten Plan

Bij de voorgestelde denkrichtingen heeft het college ook gekeken naar de ambities zoals gesteld in het coalitieakkoord. Het college heeft overwogen of ambities (of onderdelen van ambities) kunnen worden uitgesteld of heroverwogen. Het college heeft daarbij geconstateerd dat elke bezuiniging op dit gebied direct merkbaar is voor de samenleving. Aangezien het college de taakstelling kan bereiken met andere maatregelen heeft het college er voor gekozen om de ambities in tact te laten. Het college realiseert zich echter wel dat deze opvatting bij een eventuele volgende bezuinigingsronde niet in stand kan blijven. Bij aanvullende bezuinigingsmaatregelen zal ook het ambitiesniveau van de gemeente afgeschaald moeten worden met merkbare gevolgen voor onze inwoners en de samenleving.

 

Financieel technische maatregelen

Financieel technische maatregelen (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Agenda voor Twente -393 0 131 131 131 131
Inzet reserves als dekkingsmiddel -754 0 101 101 101 101
Totaal financieel technische maatregelen -1.147 0 232 232 232 232

Agenda voor Twente

Op 4 juli 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het nieuwe investeringsprogramma agenda voor Twente. De dekking van de gemeentelijke bijdrage is opgenomen in de begroting 2018 en ziet er als volgt uit. De gevraagde bijdragen voor het in stand houden van de bestaande basisinfrastructuur (€ 3,50) en voor een aanjaagfunctie (€ 1,50) is structureel  opgenomen  in onze (meerjaren) begroting. Dit betekent een structureel benodigd budget van € 131.000.

 

Het bedrag voor ambities (€ 2,50) vermeerderd met een bedrag voor projecten (€ 5) hebben we voor een periode van vijf jaar afgedekt middels een beroep op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Dit betekent een reservering van € 800.000. Om structurele ruimte binnen in onze meerjarenbegroting te creëren overwegen wij om de € 5 per inwoner af te dekken voor de (resterende) duur van het investeringsprogramma. Dat betekent dat incidentele ruimte moet worden gezocht van waaruit de komende 3 jaar (vanaf 2020) de gemeentelijke bijdrage kan worden bekostigd. Dus een extra onttrekking aan de reserves van € 318.000 (drie jaar lang € 106.000) waardoor structureel ruimte op onze begroting ontstaat.

 

Inzetten reserves als dekkingsmiddel

In zowel de begroting 2019 als ook in het tweede programmajournaal 2018 hebben wij aangegeven mogelijkheden te zien om structurele begrotingsruimte te creëren door inzet van incidentele middelen (reserves). Deze mogelijkheden willen wij in deze perspectiefnota als denkrichting aan u voorleggen.

 

Creëren structurele begrotingsruimte (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Lagere onderhoudskosten door afwaardering voormalig gemeentehuis Weerselo -426 0 58 58 58 58
Vervroegd aflossen lening SVn -118 0 13 13 13 13
Reserveren tien jarige verplichting Openluchtmuseum Ootmarsum -210 0 30 30 30 30
Totaal creëren structurele begrotingsruimte -754 0 101 101 101 101

Sloop en herontwikkeling voormalig gemeentehuis

Reeds eerder is aangegeven dat het gesloopte deel van het voormalig gemeentehuis in Weerselo moet worden afgewaardeerd. Een incidentele kostenpost die in structurele zin begrotingsruimte oplevert voor een bedrag van € 58.000.

 

Aflossing lening basisschool “de Meander” te Ootmarsum

Eind 2002 heeft Stichting Konot, ten behoeve van de bouw van de Brede School in Ootmarsum, een lening afgesloten bij de Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). De gemeente Dinkelland heeft destijds een dotatie gedaan aan dit fonds en hierdoor is er een lening verstrekt aan Stichting Konot. Stichting Konot betaalt rente en aflossing. Deze rente en aflossing wordt vervolgens bij de gemeente gedeclareerd. Bij volledige aflossing, ontvangt de gemeente Dinkelland haar eerste dotatie terug, waardoor e.e.a. voor de gemeente budgettair neutraal verloopt.

 

Nu vraagt Stichting Konot om vervroegde aflossing van de lening, omdat het hier ‘rondpompen’ van gelden betreft. Wij willen hierin meegaan en stellen voor om het bedrag aan aflossing voor de resterende periode van 9 jaar (€ 118.000) in één keer betaalbaar te stellen aan Konot, zodat zij de lening kunnen aflossen bij SVn. De jaarlijkse last van € 13.000 komt hiermee te vervallen.

 

Reserveren 10 jarige verplichting openluchtmuseum Ootmarsum

In de begroting 219 hebben we aangegeven dat de gemeente Dinkelland op basis van het vonnis van de rechtbank gehouden is tot betaling van een exploitatievergoeding van € 30.000 per jaar gedurende een periode van 10 jaren. De vergoeding over 2017 en 2018 inclusief wettelijke rente en proceskosten komt ten laste van de jaarschijf 2018. Met ingang van 2019 t/m 2026 een structurele last van €30.000 die structureel is opgenomen in onze meerjarenbegroting. Voor de looptijd die resteert kan een reserve worden gevormd van waaruit de jaarlijkse bijdrage wordt gedekt.

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte denkrichtingen en het college opdracht te geven deze denkrichtingen nader uit te werken en te betrekken bij het opstellen van de begroting 2020 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaatsvindt.

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid en denkrichtingen

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid en denkrichtingen

Rekening houdend met de opbrengst van de denkrichtingen zoals we die als college zien en hebben toegelicht ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

Herzien meerjarig saldo (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Herzien meerjarig saldo uit begroting 2019   -384 32 172 199 199
Onttrekking aan reserve   384 0 0 0 0
Mutaties bestaand beleid -250 -878 -879 -950 -1.385 -1.250
Herzien meerjarig saldo inclusief mutaties bestaand beleid   -878 -847 -778 -1.186 -1.051
Totaal denkrichtingen -1.147 0 692 948 1.179 1.388
Herzien meerjarig saldo na totaal denkrichtingen - voorstel college -1.397 0 -155 170 -7 377

Zoals uit de tabel valt af te lezen zorgen de denkrichtingen die het college ziet er voor dat de meerjarenbegroting op termijn sluit. Voor de jaren 2019 en 2020 moet echter een beroep worden gedaan op de reserves. Wat dit, samen met een aantal andere voorstellen uit deze perspectiefnota,  doet met onze reserves lichten we in de laatste paragraaf van dit hoofdstuk toe. Aangezien de mutaties uit het jaar 2019 en ook het beroep op de reserves feitelijk behoren tot het eerste programmajournaal 2019 nemen we hierover nu een besluit.

 

Het feit dat we met de kennis van nu rekening moeten houden met een onttrekking aan onze reserves voor de jaren 2019 en 2020 wil uitdrukkelijk niet zeggen dat we geen verdere actie ondernemen om ook deze jaren sluitend te krijgen. In het tweede programmajournaal 2019 en bij de begroting 2020 komen we indien nodig en mogelijk met nadere voorstellen. De term indien nodig slaat niet alleen op de thans bekende tekorten maar slaat ook op de risico’s en onzekerheden  binnen  het sociaal domein maar ook op de afhankelijkheid van het Rijk waar het gaat om de algemene uitkering. Al met al een herzien meerjarig perspectief dat sluit maar ook zijn kwetsbaarheden en afhankelijkheden kent.   

Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van onze beschikbare algemene incidentele middelen. Hierbij is rekening  gehouden met de voorstellen zoals die eerder in dit hoofdstuk zijn gedaan. Voor een totaal overzicht van al onze reserves (en voorzieningen) verwijzen wij u naar het overzicht reserves en voorzieningen dat als bijlage bij deze perspectiefnota is opgenomen. In dit totale overzicht zijn ook de reserves (en voorzieningen) opgenomen die op grond van eerdere besluitvorming door uw raad al van een bestemming zijn voorzien

Programmamiddelen

We beginnen echter met de zogenaamde programmagelden (project- en procesgelden) voor de verschillende uitdagingen.

 

Project en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van  €1,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging duurzaamheid. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €225.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019, de gezamenlijke inspanningen op het gebied van duurzaamheid in NOT verband en de besluitvorming uit de begroting 2019 (uitvoering MEP) resteert nog een bedrag van €26.000 aan incidenteel procesgeld duurzaamheid wat de komende jaren zal worden ingezet als werkbudget.

 

Van de beschikbare projectgelden duurzaamheid ten bedrage van €1.375.000 is in de begroting 2019 middels de voorstellen uit het MEP een bedrag van €84.700 ingezet voor de volgende projecten:

  • bestaande woningbouw wijkgericht gasloos maken: € 34.200;
  • energiemonitoring: €10.000;
  • opstellen van een Duurzaam MOP gebouwen: €17.000;
  • stimulering verduurzaming scholen: €10.000;
  • samen met Losser, Oldenzaal en Tubbergen invulling geven aan grootschalige energietransitie: €3.500, en
  • inkoop duurzame energie voor onze gebouwen: €10.000.

 

Het hierna resterende bedrag voor projectgelden duurzaamheid van €1,29 miljoen kan in de loop van de planperiode van het MEP worden ingezet voor concrete projecten. De €1 miljoen die in het koersdocument (met als basis het coalitieakkoord) voor energietransitie beschikbaar is gesteld tellen we hierbij op zodat het totale resterende bedrag uitkomt op een bedrag van € 2,29 miljoen. Inmiddels zijn we weer wat verder met idee- en planvorming zodat we het volgende bestedingsplan aan u kunnen voorleggen:

2019 (bedragen in €)   €124.500
Gezamenlijke inkoop duurzame energie €2.000  
Zonnepanelen gemeentehuis Denekamp €55.000  
Energieke regio Noordoost Twente €7.500  
Stimuleringsregeling collectieve initiatieven €60.000  
Meerjarig bestedingsplan   €280.000
Samenwerking energietransitie Noordoost Twente (drie jaar) €150.000  
Energieloket (drie jaar) €120.000  
Quick wins, proceskosten, werkbudget €10.000  
Totaal bestedingsplan duurzaamheid   €404.500

Hierna resteert dus nog een bedrag van € 1.911.500 aan programmagelden duurzaamheid (project- en procesgeld) € 2.290.000 +/+ € 26.000 -/- € 404.500. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat subsidie wordt ontvangen op het aanleggen van de zonnepanelen op het gemeentehuis.

Voorgesteld wordt in te stemmen met het bestedingsplan voor de programmagelden duurzaamheid en de begroting daar op aan te passen.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van € 1 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging maatschappelijk vastgoed. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van € 225.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 en de besluitvorming uit de begroting 2019  (uitvoering van het MEP) resteert nog een bedrag aan procesgeld van € 105.000. Van dit bedrag is in 2018 inmiddels een bedrag van € 26.000  besteed en bestemd. Dit betekent dat nog ongeveer € 79.000 resteert aan procesgeld maatschappelijk vastgoed. 

 

Voor projectgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie is een bedrag van €775.000 beschikbaar. Inmiddels hebben wij de volgende drie initiatieven/zaken die ten laste van de projectgelden kunnen worden gebracht:

Cofinanciering subsidie verbouwing Kulturhus de Cocer €75.000
Subsidieloket (t/m 2021) €8.000
Sloop clubgebouw en kleedkamers oude SDC terrein €23.000
Totaal €106.000

Hierna resteert dus nog een bedrag van ongeveer € 748.000 aan programmagelden maatschappelijk vastgoed (project- en procesgeld)  € 79.000 +/+ 775.000 -/- € 106.000.

Voorgesteld wordt in te stemmen met het bestedingsplan voor de programmagelden maatschappelijk vastgoed en de begroting daar op aan te passen.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van €1,8 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging inbreiding. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €200.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 en de besluitvorming uit de begroting 2019 resteert nog een vrij in te zetten deel van het procesgeld inbreiding van €106.000. Hiervan is inmiddels een bedrag van € 12.000 ingezet voor doorontwikkeling landelijke informatievoorziening vastgoed.

Voor projectgelden inbreiding voor uitbreiding is een bedrag van €1.600.000 beschikbaar. Inmiddels willen wij de volgende initiatieven / zaken ten laste van deze projectgelden brengen:

  • Stimuleringsregeling binnenstedelijke herontwikkelingen € 500.000

 

Hiermee rekening houdend resteert nog een bedrag van € 1.194.000  aan programmagelden (proces- en projectgeld) inbreiding voor uitbreiding.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met het bestedingsplan voor de programmagelden inbreiding voor uitbreiding en de begroting daar op aan te passen.

Weerstandsvermogen en reserves

Weerstandsvermogen (algemene reserve en reserve grondbedrijf)

In de begroting 2019 is de ratio weerstandscapaciteit evenals voorgaande jaren vastgesteld op 1,4. Deze ratio komt overeen met een benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit van € 5.320.000.

 

De werkelijke stand van het beschikbare weerstandsvermogen (de beide algemene reserves) bedraagt per 1 januari 2019 € 5.605.000. Hierop moet echter nog wel het nadelige saldo van het jaar 2019 ten bedrage van € 878.000 zoals dat blijkt uit het eerste programmajournaal 2019 in mindering worden gebracht en ook de lagere te verwachten algemene uitkering als gevolg van de onder uitputting bij het Rijk ten bedrage van € 250.000. Hiermee rekening houdend komt de herziene stand van het beschikbare weerstandsvermogen op een bedrag van € 4.477.000. Deze herziene stand ligt onder de vastgestelde norm van 1,4 wat betekent dat een aanvulling dient plaats te vinden van €  843.000. Wij stellen voor deze aanvulling ten laste te brengen van de reserve incidenteel beschikbare algemene  middelen.

 

Voorgesteld wordt de ratio voor het weerstandsvermogen blijvend  vast te stellen op 1,4 wat betekent dat een bedrag van € 843.000 wordt onttrokken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen en toegevoegd aan de algemene reserve.

Reserve Riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van € 2 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Aangegeven is dat deze reservering wordt betrokken bij het opstellen van het nieuwe Gemeentelijke Riolerings Plan (behandeling gemeenteraad november 2018. Tijdens deze behandeling is heel nadrukkelijk de link gelegd met de zogenaamde “stress tests” die eind 2019 worden uitgevoerd. De uitkomsten van deze “stress tests” moeten een beeld geven van de noodzakelijke investeringen aan het rioolstelstel. Op dat moment ontstaat ook een beeld van de noodzakelijke hoogte van deze reserve.

 

Extra weerstandsvermogen Sociaal domein

Binnen de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen hebben is op grond van eerdere besluitvorming rekening gehouden met een extra bedrag aan weerstandsvermogen van € 1,0 miljoen voor het sociaal domein. Het tekort van € 723.000 op het sociaal domein over het jaar 2018 zoals dat bleek uit het tweede programmajournaal 2018 is hier  op in mindering gebracht. Daarnaast heeft er via het zelfde tweede programmajournaal 2018 een aanvulling plaatsgevonden van € 173.000. Dit betekent dat er per 1 januari 2019 nog een bedrag als extra weerstandsvermogen resteert van € 450.000 waarmee we bij het berekenen van de vrije ruimte binnen de reserve incidenteel beschikbare middelen rekening moeten houden.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

Rekening houdend met de besluitvorming uit de begroting 2019 (en dan met name het MEP) resteerde er een bedrag in deze reserve van € 3.705.000. Rekening houdend met een aantal mutaties op basis van bestaand beleid en de voorstellen uit deze perspectiefnota (incl. eerste programmajournaal 2019) ontstaat het volgende beeld:

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (bedragen x €1.000) 3.705
Mutaties en aanvullingen  
- Amendement reserve WMO 5.000
- Saldo jaarstukken 2018 173
- Correcties jaarstukken o.b.v. werkelijkheid -43
- Correctie septembercirculaire 2018 524
- Amendement toiletvoorziening -5
- Amendement ozb verenigingen -70
- Motie GRP -56
- Resultaat tweede programmajournaal 2018 -1.618
Herziene stand 7.610
Aanvulling weerstandsvermogen -843
Reserveren extra weerstandsvermogen sociaal domein -450
Herziene stand 6.317
   
Voorstellen perspectiefnota  
- Agenda van Twente -393
- Creëren structurele begrotingsruimte -754
- Saldo jaar 2020 -155
- Saldo jaar 2021 170
- Saldo jaar 2022 -7
- Saldo jaar 2023 337
Totaal voorstellen perspectiefnota -802
Herziene stand 5.515

Voor wat betreft deze reserve wordt een doorkijk gegeven van de mogelijke gevolgen van de in deze perspectiefnota aangegeven denkrichtingen. Zowel voor wat betreft de financieel technische maatregel als voor wat betreft de meerjarige saldi. Het betreft hier uitdrukkelijk een indicatieve benadering.

Totaal overzicht beschikbare algemene incidentele middelen

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van onze beschikbare algemene incidentele middelen. Hierbij is rekening  gehouden met de voorstellen zoals die eerder in dit hoofdstuk zijn gedaan.

Beschikbare algemene incidentele middelen (in miljoenen €)
Weerstandscapaciteit ratio 1,4 (algemene reserve en reserve grondbedrijf) 5,32
Extra weerstandsvermogen sociaal domein 0,45
Reserve riool 2,00
Project- en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie) 1,91
Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie 0,75
Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding 1,19
Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 5,52
Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen 17,14

Aanwezige weerstandscapaciteit

Uitgaande van de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,4 houden we een aanwezige weerstandscapaciteit aan van € 5,32 miljoen. Deze aanwezige weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve en de reserve grondexploitatie.

 

Extra weerstandsvermogen Sociaal domein

In navolging van de financiële tussenrapportage 2018-2021 en de begroting 2019 wordt voorgesteld het resterende bedrag aan extra weerstandscapaciteit aan te houden van € 0,45 miljoen voor de onzekerheden en risico’s binnen het Sociaal Domein. De onderbouwing hiervan is opgenomen in deze perspectiefnota 2020.

 

Reserve riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van € 2 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Zoals in het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan is aangegeven wordt deze reservering betrokken bij de uitkomsten van de zogenaamde “stress tests”.

 

Project en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

Zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven resteert er een bedrag van € 1,91 miljoen aan projectgeld duurzaamheid (inclusief energietransitie). Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MEP worden ingezet voor concrete projecten.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie.

Zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,75 miljoen aan projectgeld en procesgeld maatschappelijk vastgoed. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MEP worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding.

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van € 1,19 miljoen aan projectgeld en procesgeld inbreiding voor uitbreiding. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MEP worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM)

Voor wat betreft deze reserve wordt een doorkijk gegeven van de mogelijke gevolgen van de in deze perspectiefnota aangegeven denkrichtingen. Zowel voor wat betreft de financieel technische maatregelen als voor wat betreft de meerjarige saldi. Het betreft hier uitdrukkelijk een indicatieve benadering.