Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiën

Opbouw van het hoofdstuk

Opbouw van het hoofdstuk

In dit hoofdstuk laten we de financiële voortgang zien van het begrotingsjaar 2019. Het betreft hier een rapportage op basis van bestaand beleid tot september 2019.

Naast feitelijke geconstateerde afwijkingen of aanvullende besluiten tot en met augustus 2019 maken we ook  een financiële doorkijk naar het eind van het jaar. 

Dit doen we aan de hand van:

  • De verwachte mutaties tot het einde van het jaar, wanneer dit aanleiding geeft tot aanpassing van het budget.
  • Het terugdraaien naar € 0 van de restanten van in de begroting opgenomen stelposten
  • Een actualisatie van de winstnemingen binnen het grondbedrijf
  • Een actualisatie van de geraamde stortingen in en onttrekkingen aan de reserves en voorzieningen

 

Bij het lezen van de teksten moet rekening worden gehouden met het volgende:

  • Alle genoemde bedragen in de tabellen en de teksten zullen worden vermeld in duizendtallen.

 

Dit tweede programmajournaal vindt zijn basis in achtereenvolgens de volgende documenten;

Programmabegroting 2019                 Nadelig saldo jaar 2019    € 384.000

1e programmajournaal 2019               Nadelig saldo jaar 2019    € 878.000

De hiervoor genoemde zijn onttrokken aan respectievelijk de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen en de algemene reserve.

Mutaties bestaand beleid begrotingsjaar 2019

Mutaties bestaand beleid

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaats gevonden. De autonome ontwikkelingen vinden hun oorsprong in de ervaringscijfers over de eerste zes maanden van 2019.

 

Mutaties (bedragen x €1.000) 2019
Hogere algemene uitkering meicirculaire 2019 738
Taakmutaties meicirculaire 2019  
 - Bommenregeling -177
 - Combinatiefuncties/buurtsportcoaches -5
 - Maatschappelijke begeleiding -43
 - Verhoging taalniveau statushouders -31
 - Sportakkoorden -15
 - Aanvulling stelpost looncompensatie -125
   
Nieuwe cao gemeentelijk personeel 76
Pensioenvoorziening wethouders -261
Wmo - Huishoudelijke ondersteuning 110
Wmo - Ondersteuningsbehoeften 83
Wmo - Hulpmiddelen -158
Participatiewet - Bijstand -149
Wsw - Aanvullende bijdrage participatiebudget 94
Leerlingenvervoer -34
Kapitaallasten wegen en infra 26
Kapitaallasten gemeentehuis Weerselo 39
Rente hypotheken ambtenaren -105
Hogere ozb opbrengsten 60
75 jaar vrijheid -9
Kleine verschillen 21
   
Totaal mutaties bestaand beleid 135

 

Hogere algemene uitkering meicirculaire 2019

De verklaring voor de verschillen in de hoogte van de algemene uitkering zit enerzijds in de gewijzigde accressen en anderzijds in een aantal taakmutaties.

1. Accressen

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd.

De definitieve vaststelling van het accres 2018 is € 148 miljoen nadelig op landelijk niveau. De afrekening 2018 vindt plaats in uitkeringsjaar 2019. Met deze tegenvaller hebben we in het eerste programmajournaal 2019 reeds rekening gehouden.

Het geraamde accres 2019 wordt ten opzichte van de septembercirculaire 2018 opwaarts bijgesteld. De lagere realisaties in 2018 zorgen voor een groter “trap op” effect naar 2019. Een deel van dit voordelige acres reserveren we reeds nu voor de kosten van de cao ontwikkeling in het jaar 2019 (zie taakmutatie looncompensatie).

 

2. Taakmutaties

Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd of onttrokken, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Wanneer ze nieuw zijn worden ze eenmalig afzonderlijk benoemd om inzicht te creëren waaraan het rijk meer of minder geld gaat besteden. Maar het uitgangspunt van de gehele algemene uitkering is en blijft dat de middelen vrij aanwendbaar zijn. Binnen de gemeente Dinkelland kennen we de lijn dat voor deze taakmutaties een stelpost wordt opgenomen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Zodra door college en raad wordt ingestemd met het ontwikkelde beleid kan een beroep worden gedaan op deze stelpost(en). Indien er voor wordt gekozen geen beleid te ontwikkelen dan kan de stelpost vrijvallen ten gunste van de algemene middelen of en laste worden gebracht . 

De taakmutaties die in de meicirculaire 2019 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Dinkelland zijn:

- Taakmutatie bommenregeling

Vanaf 2015 kunnen alle gemeenten in geval van opsporing en ruiming van explosieven een bijdrage van 70% in de kosten ontvangen. De gemeente Dinkelland ontvangt op basis van deze regeling in 2019 een bedrag van € 177.000 incidenteel. Met deze ontvangst is reeds rekening gehouden.

- Taakmutatie combinatiefuncties/buurtsportcoaches

Voor de Brede Regeling Combinatiefuncties zijn in 2018 nieuwe bestuurlijke afspraken ondertekend en deze treden in werking vanaf 1 januari 2019. Het nieuwe jaarlijkse beschikbare rijksbudget is structureel € 73,3 miljoen voor gemeenten en wordt in eerste instantie verdeeld op basis van de verdeelmaatstaven “jongeren tot en met 17 jaar” en ‘inwoners” (elk voor 50%). Vervolgens krijgen gemeenten de mogelijkheid om zich op basis van deze verdeling in te schrijven voor een deelnamepercentage.  Voor Dinkelland betekent dit € 5.000 jaarlijks.

- Taakmutatie maatschappelijke begeleiding

Conform artikel 18 van de wet inburgering gaat worden voorzien in de maatschappelijk begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2019 in totaal € 32,607 miljoen incidenteel. De verdeling van de middelen vindt plaats op basis van het aantal inburgeringsplichtigen, die voldoen aan bepaalde eisen. Dinkelland ontvangt hiervoor eenmalig € 43.000 in 2019.

 - Taakmutatie verhoging taalniveau statushouders

In aanloop naar het nieuwe inburgeringsstelsel hebben Rijk en gemeenten bestuurlijke afspraken gemaakt over de versterking van het taalniveau van statushouders die nog onder de huidige Wet inburgering inburgeren. Het kabinet stelt € 40 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de periode 2019/2020, waarvan € 20 miljoen in 2019 en € 20 miljoen in 2020. Met deze extra middelen wordt tevens beoogd dat gemeenten zich oriënteren op de regierol inburgering zodat een soepele overgang naar het nieuwe stelsel wordt bevorderd. De verdeling van de middelen voor het jaar 2019 en 2020 vindt plaats op basis van het aantal inwoners per gemeente in het jaar 2018. Dit betekent € 31.000 voor de jaren 2019 en 2020 voor Dinkelland.

- Taakmutatie sportakkoorden

Voor de totstandkoming van lokale/regionale sportakkoorden wordt aan gemeenten die hiertoe een verzoek hebben ingediend bij de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) een budget van € 15.000 incidenteel per gemeente beschikbaar gesteld voor procesbegeleiders (sportformateurs). Indien er reeds een lokaal/regionaal sportakkoord is gesloten wordt per gemeente een uitvoeringsbudget beschikbaar gesteld. De hoogte van het uitvoeringsbudget is afhankelijk van het inwoneraantal. Dinkelland ontvangt € 15.000 in 2019 voor procesbegeleiders (sportformateurs).

 

Cao ontwikkelingen en looncompensatie

Op 28 juni 2019 heeft de VNG samen met de vakbonden een principe overeenkomst bereikt. Op 12 september 2019 besluit het Bestuur van de VNG of de VNG het akkoord bekrachtigt. Het akkoord wordt definitief na bekrachtiging door de VNG en de vakbonden.  In deze principe overeenkomst staande volgende afspraken voor 2019:

  • Per 1 oktober 2019 stijgen de salarissen met 3,25%
  • Medewerkers die op 28 juni 2019 in dienst zijn, ontvangen in oktober 2019 een eenmalige uitkering van € 750 bruto (naar rato dienstverband).
  • De tegemoetkoming in ziektekosten is voortaan op alle medewerkers van toepassing en niet meer alleen voor mensen met een bepaalde ziektekostenverzekering.

De totale kosten van deze cao ontwikkeling bedragen voor het jaar 2019 ongeveer € 425.000. In de begroting van Noaberkracht is voor een deel rekening gehouden met deze loonontwikkeling. Daarnaast hebben we binnen de gemeentebegroting een extra stelpost (zie mei circulaire 2019) opgenomen voor de te verwachten hogere kosten als gevolg van cao ontwikkelingen voor het jaar 2019. Rekening houden met de aanwezige dekking binnen Noaberkracht en de inzet van de opgenomen stelpost is sprake van een incidenteel voordeel van € 76.000 op de begroting van de gemeente Dinkelland.

 

Pensioenvoorziening en wachtgelden wethouders

De voorziening pensioenaanspraken wethouders moeten we van jaar tot jaar in overeenstemming brengen met de meest actuele situatie. Naast een kleine aanpassing als gevolg van fluctuaties van de rekenrente moeten we voor het jaar 2019 ook rekening houden met (toekomstige) wachtgeldverplichtingen van voormalige wethouders.

 

Wmo - Huishoudelijke ondersteuning

In de begroting van 2019 is rekening gehouden met 581 cliënten en een instroom door de wijziging van de eigen bijdrage naar het abonnementstarief van 130 cliënten in 2019 (60% van het totaal aantal cliënten dat we terug verwachten). In het eerste half jaar van 2019 zijn ca. 25 extra indicaties afgegeven. Dit betreffen vooral indicaties voor de basismodule huishoudelijke ondersteuning. Als deze instroom zich doorzet, zullen er in 2019 ca. 50 extra indicaties worden afgegeven. Wij zijn er vanuit gegaan dat er een toename zou zijn op huishoudelijke ondersteuning als gevolg van de wijziging eigen bijdrage. Deze toename is er ook, maar deze is dus minder dan verwacht. De doorvertaling van de instroom van het aantal cliënten levert een financieel voordeel op voor van € 236.000. Dit voordeel is structureel.

Een groot gedeelte van dit voordeel is behaald middels de inzet op keukentafelgesprekken om cliënten inzicht te geven in de eigen mogelijkheden binnen de huishoudelijke ondersteuning, zonder afbreuk te doen aan de regelgeving. Hierdoor is de beoogde besparing van het transformatieplan van €126.000 in 2019 behaald. Deze besparing kent een structurele doorwerking.

 

Wmo - Ondersteuiningsbehoeften

Het jaar 2019 is een overgangssituatie waarbij herindicaties plaatsvinden van de “oude” producten naar de nieuwe ondersteuningsbehoeften. In de nulsituatie van 2019 is rekening gehouden met 146 indicaties individuele begeleiding en 143 indicaties groepsbegeleiding. Het eerste half jaar van 2019 laat zien dat de ontwikkeling van zowel het aantal indicaties individuele begeleiding als het aantal indicaties groepsbegeleiding iets lager is dan de nulsituatie. Dit levert een voordeel op van € 83.000. Er is het eerste half jaar geen sprake van extra instroom door de wijziging in het abonnementstarief Wmo.

 

Wmo - Hulpmiddelen

Ten opzichte van 1-1-2019 is de ontwikkeling in de aantallen uitstaande hulpmiddelen die onder de huurconstructie vallen stabiel. Er is in het eerste half jaar van 2019 geen instroom waargenomen als gevolg van de wijziging van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo naar het niet-inkomensafhankelijke abonnementstarief van maximaal € 17,50 per vier weken. Het merendeel van de uitstaande hulpmiddelen zijn handbewogen rolstoelen en scootmobielen.

Met betrekking tot het budget zijn er twee ontwikkelingen:

  • In het eerste half jaar van 2019 hebben we nog facturen ontvangen die betrekking hadden op 2018. De leverancier heeft nu aangegeven bij te zijn met factureren.
  • De kosten met betrekking tot verstrekkingen van trapliften, woonvoorzieningen en woningaanpassingen zijn hoger dan begroot. In het eerste half jaar van 2019 zijn in totaal acht trapliften verstrekt. Daarnaast betreft de overschrijding ook kosten voor het onderhoud, de verzekering en reparatie van de trapliften en een dure woonvoorziening.

Deze twee ontwikkelingen zorgen voor een nadeel van € 158.000 in 2019, waarvan € 90.000 incidenteel i.v.m. de eenmalige woonvoorziening.

Daarnaast is in het interventieplan sociaal domein rekening gehouden met een kostenbesparing in de uitvoering bij de overgang van de koopconstructie naar de huurconstructie, omdat gebruik gemaakt kan worden van het iWmo berichtenverkeer. Hierdoor komen uitvoerende werkzaamheden nu bij de leveranciers te liggen en niet bij het Team Ondersteuning en Zorg. Dit zou voor 2019 een besparing opleveren van € 10.000 binnen Noaberkracht, echter zijn de leveranciers nog niet zo ver dat ze al zijn aangesloten op het iWmo berichtenverkeer, waardoor deze besparing in 2019 niet wordt gerealiseerd via deze interventie. De verwachting is dat de leveranciers eind 2019 zijn aangesloten op het iWmo berichtenverkeer.

 

Bijstand

We zijn voor het jaar 2019 uitgegaan van een gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden van 200 (WWB + IOAW/Z) met een gemiddelde uitkering van € 14.200 per jaar.

Op dit moment is het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden iets hoger (204). Dit wordt veroorzaakt doordat we het jaar begonnen zijn met een hoger aantal uitkeringsgerechtigden (vooral WWB) ten opzichte van eind 2018. Gedurende het eerst half jaar is er weer een daling in de aantallen WWB te zien. We verwachten dat deze daling verder wordt voortgezet en dat we hiermee het gemiddelde van 200 gaan bereiken.

De gemiddelde uitkering is afhankelijk van de gezinssamenstelling van de uitkeringsgerechtigden, deze zal in 2019 hoger zijn dan € 14.200. We gaan op basis van de cijfers 2018 en de eerste vijf maanden van 2019 uit van ca. € 14.900.

Daarnaast zorgt de uitstroom in het aantal uitkeringsgerechtigden WWB aan de andere kant voor een instroom in de garantiebanen waarbij loonkostensubsidie wordt verstrekt uit de gebundelde uitkering (BUIG). De verwachting is dat deze kosten ca. € 19.000 hoger uitvallen dan begroot. In totaal zorgt dit voor een nadeel van € 149.000 in 2019. De verwachting is voor 2019 een tekort op de gebundelde uitkering van ca. € 160.000 (5%). Met dit verwachte tekort komen we niet in aanmerking voor het aanvragen van een vangnetuitkering.

 

Sociale werkvoorziening - aanvullende bijdrage participatiebudget

De tweede kwartaalrapportage 2019 van de Stichting Participatie Dinkelland (SPD) is ontvangen. Het resultaat over het eerste half jaar ligt € 175.000 boven begroot. De jaarprognose toont de verwachting dat het exploitatietekort zo’n € 180.000 onder begroot zal blijven.

Een groot gedeelte hiervan wordt veroorzaakt doordat de gemeente Dinkelland structureel een extra bijdrage uit het participatiebudget heeft gedaan met ingang van 2019. Deze bijdrage is benodigd omdat op basis van de meicirculaire 2018 is gebleken dat de SPD qua aantal medewerkers (uitgedrukt in arbeidsjaren) een lagere uitstroom kent ten opzichte van de verwachting van het rijk, waardoor er niet voldoende rijksbijdrage wordt ontvangen om de salarissen van het SW-personeel te betalen.

Eind mei 2019 is de meicirculaire 2019 gepubliceerd. Hierin heeft het rijk de verwachte uitstroom naar beneden bijgesteld, waardoor het verschil in arbeidsjaren voor 2019 bijna nihil is geworden. Daarnaast heeft het rijk de bijdrage per arbeidsjaar naar boven bijgesteld. Dit effect is neutraal voor de begroting van Dinkelland. Dit betekent wel dat er nauwelijks nog een beroep moet worden gedaan op het participatiebudget van de gemeente. Een gedeelte van deze middelen wordt ingezet ter dekking van de re-integratiekosten binnen het participatiebudget. Per saldo levert deze bijstelling de gemeente Dinkelland een voordeel op in 2019 van € 94.000.

 

Leerlingenvervoer

De verwachte kosten voor het leerlingenvervoer zijn ca. € 34.000 hoger dan begroot. Dit heeft vooral te maken met een grote groep leerlingen die of individueel vervoerd moeten worden of naar het taalonderwijs gaan (Regenboog school). Ook de plaatsingen op zorgboerderijen zijn hoger dan andere jaren. 

 

Kapitaallasten wegen en kunstwerken infra

Een aantal werkzaamheden op het gebied van onderhoud en vervanging wegen en kunstwerken zijn niet (geheel) uitgevoerd in 2019. Dit betekent dat de beschikbare kredieten niet (geheel) zijn aangewend in 2019 en dat dus ook de afschrijvingslasten en rentelasten lager uitpakken dan geraamd. Dit levert een incidenteel voordeel op in 2019

  

Kapitaallasten gemeentehuis Weerselo

Een deel van het voormalige gemeentehuis in Weerselo is gesloopt en ook afgeboekt. Dit heeft lagere kapitaallasten en overige exploitatielasten tot gevolg.

 

Rente hypotheken ambtenaren

De afgelopen jaren hebben er veel (extra) aflossingen van hypotheken aan ambtelijk personeel plaatsgevonden. Hierdoor daalt de hypotheekschuld en dus ook de jaarlijks te betalen rente.

 

Hogere ozb opbrengsten

Deze hogere opbrengst is een gevolg van een meer dan normale/gemiddelde areaaluitbreiding (meer nieuwbouw en verbouw van objecten). Wellicht door de aantrekkende economie. Ook heeft er een intensieve controle op leegstand van niet-woningen plaats gevonden. Al met al heeft dit geleid tot een hogere opbrengst in 2019 dan geraamd.

 

(tijdelijk) Extra geld voor de viering van 75 jaar vrijheid
In het eerste programmajournaal is een incidenteel bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld voor de viering van 75 jaar vrijheid. Deze 10.000 euro is bedoeld voor subsidies aan initiatieven van de inwoners uit de gemeente.
 
De subsidieregeling van de gemeente Dinkelland is inmiddels gesloten en er zijn interessante initiatieven binnengekomen. Om de initiatiefnemers de mogelijkheid te geven om zo snel mogelijk met hun plannen aan de slag te gaan, en hun de garantie te geven dat ze het geld daadwerkelijk krijgen, is het van belang dat de gemeente in 2019 de initiatiefnemers al voorziet van het benodigde geld. Het gaat volgens het huidige voorstel van de projectgroep 75 jaar vrijheid om een bedrag van € 19.000 euro. Dit betekent dat we op grond van huidige inzichten een extra bedrag van € 9.000 nodig denken te hebben. Wellicht kunnen we een deel van deze te verwachten kosten dekken door een beroep te doen op de beschikbare subsidies via de provincie Overijssel en het vFonds.
 
We gaan er namelijk vanuit dat de provincie en het vFonds elk ook maximaal 5.000 euro bij zullen dragen in de vorm van subsidies aan de gemeente Dinkelland. Hierbij loopt de gemeente Dinkelland echter tegen twee problemen aan:
  1. De provincie en het vFonds stellen eisen aan initiatieven die de gemeente Dinkelland niet heeft gesteld in haar subsidieregeling. Hierdoor is het uiteindelijk niet 100% zeker dat de gemeente Dinkelland kan rekenen op de volledige subsidie van de provincie en het vFonds.
  2. Het duurt erg lang voordat de provincie in het vFonds een reactie sturen over het uitkeren van hun subsidies. De eerste groep gemeenten heeft in juni hun aanvraag ingediend, maar heeft tot op heden nog geen reactie gekregen op hun aanvraag.

 

Kleine verschillen

Het betreft hier het saldo van meerdere kleine verschillen

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid en het positieve resultaat van €135.000 toe te voegen aan de algemene reserve .

Reserves en voorzieningen

Reserves en voorzieningen

In het jaar 2019 treden een aantal mutatie op die niet het saldo van onze begroting raken omdat ze lopen via de reserves en dus wel gevolgen hebben voor de stand van onze reserves. Deze mutaties lichten we hier kort toe. De gevolgen van deze mutaties voor de stand van de betreffende reserves betrekken we bij het opstellen van de begroting 2020.

 

Grondbedrijf

De winstneming in het op de gezamenlijke grondbedrijfcomplexen stellen we bij van € 456.000 naar € 515.000. Deze bijstelling wordt naast een aanpassing van de plankosten voor het grootste deel veroorzaakt door wat versnelling in de uitgifte. Deze bijstelling betekent een hogere geraamde storting in de algemene reserve van € 59.000.  De gevolgen hiervan voor de stand van de algemene reserve betrekken we bij het opstellen van de begroting 2020.

 

Financiële afwikkeling inzake JALO

Deze kosten kunnen ten laste worden gebracht van het bedrijventerreincomplex de Mors (Ootmarsum). In de jaarverantwoordingen 2017 en 2018 hebben we namelijk een bedrag gereserveerd vooruitlopend op de uitspraak van de rechter. Om de hoogte van een eventuele schade te bepalen heeft de rechtbank deskundigen aangewezen. Deze deskundigen hebben een rapport opgeleverd dat door ons als uitgangspunt is gebruikt om een mogelijk te betalen schadebedrag (inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente) te bepalen. Voor dit totale schadebedrag hebben wij in de jaren 2017 en 2018 een verliesvoorziening gecreëerd binnen het bedrijventerrein de Mors.

Beide partijen hebben de mogelijkheid in hoger beroep te gaan tegen dit vonnis. Op basis van de overwegingen in het vonnis wordt geadviseerd een streep te zetten onder deze zaak en niet in hoger beroep te gaan. Het risico op een hoger schadebedrag is in hoger beroep zeker aanwezig. Gezien de looptijd van deze zaak (langslepend conflict) wordt het tijd het boek te sluiten. Inmiddels heeft ook JALO laten doorschemeren niet in hoger beroep te willen gaan. De definitieve financiële afwikkeling in het bedrijventerreincomplex de Mors volgt, conform voorzichtigheidsprincipe van BBV, nadat de periode van hoger beroep (half oktober 2019) is afgerond en daarbij geen van beide partijen in hoger beroep is gegaan.

 

Vrijval vanuit Maatschappelijk Effecten Plan

Zoals in de inleiding is aangegeven hebben we in 2019 een aantal inspanningen uitgevoerd binnen de reguliere capaciteit voor ambities (A uren) daar waar we dachten extra inzet (A+ uren) nodig te hebben. Het betreft hier de volgende inspanningen:

  • Basisinventarisatie huidige stand van zaken:beleidsinstrumenten maatschappelijk veiligheid             € 10.000           reserve incidenteel
  • Samenwerking provincie Overijssel                                              asbestvrije daken                                                        €   7.500           reserve incidenteel

                                                                                                                                                                                                              Totaal               € 17.500