Meer
Publicatiedatum: 25-11-2020

Inhoud

Financieel hoofdstuk

Mutaties bestaand beleid (tweede programmajournaal 2020)

Mutaties bestaand beleid (tweede programmajournaal 2020)

In dit financiële hoofdstuk treft u een samenvattend overzicht aan van de verschillende financiële mutaties voor het jaar 2020 op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Meest belangrijke ontwikkeling in dit hoofdstuk is de weergave van de financiële stand van zaken betreffende de corona pandemie.

 

Omschrijving bedragen x €1.000
Corona - basisraming en compensatie Rijk 603
Dividend Twence 87
Plankosten grondexploitaties -95
Omgevingsdienst Twente -217
Dusinksweg 0
Algemene uitkering 338
Onroerende zaakbelasting 49
Gebruiksoppervlakten 0
Eikenprocessierups -28
Sociaal domein -293
BTW 2017 en 2018 408
Inkomstenverlies binnensportaccommodaties en zwembaden -268
Binnensportaccommodaties en sportaccommodaties -150
Energiekosten p.m.
Renovatie zwembad Kuiperberg -7
Overige kleine verschillen 8
   
Totaal mutaties bestaand beleid 435

Corona - basisraming en compensatie Rijk

Inleiding

In perspectiefnota 2021 (inclusief 1e programmajournaal 2020) hebben we aan de hand van de verschillende scenario’s van het Centraal Plan Bureau (CPB) een eerste inschatting gemaakt van de financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland. Daarbij hebben we aangegeven dat we in richtinggevende financiële zin rekening houden met de berekende financiële consequenties volgens scenario 2 van het CPB.

 

Hiervoor hebben we in de perspectiefnota financiële ruimte gereserveerd. In hoeverre deze financiële ruimte ook inderdaad aangewend moet worden zal de komende maanden moeten blijken. Dan wordt namelijk duidelijk(er) wat de exacte gevolgen zijn en welke (aanvullende) compensatie het rijk beschikbaar stelt. We hebben aangegeven dat we u als raad daarvan op de hoogte houden. Zowel in de komende P&C-documenten (2e programmajournaal 2020 en begroting 2021) of indien dat nodig is via afzonderlijke kanalen.

 

We gebruiken dit tweede programmajournaal om een eerste beeld van de stand van zaken weer te geven. Dit doen we in eerste instantie aan de hand van de zogenaamde juni raming 2020 van het CPB. In deze raming geeft het CPB aan de hand van de laatste bekende gegevens en trends een actualisatie van de eerdere scenario’s waar wij onze berekeningen op hebben gebaseerd. Dit leidt tot een minder nadelig beeld dan eerder werd aangenomen en door ons is verwerkt in de perspectiefnota 2021 (inclusief het eerste programmajournaal). Let wel: Het betreft hier dus nog steeds een richtinggevende doorkijk van de mogelijke gevolgen van de corona pandemie en geen “harde raming”. Wel is en blijft deze richtinggevende doorkijk de basis voor de te reserveren financiële ruimte.

 

Vervolgens gaan we aan de hand van werkelijke cijfers en ervaringen over de eerste acht maanden van het jaar 2020 bepalen wat de bekende gevolgen van Corona voor onze gemeentefinanciën zijn. Naast hogere uitgaven en lagere inkomsten betrekken we daar ook de compensatie vanuit het Rijk volgens de (extra) juni circulaire 2020 bij.

Juni raming 2020 Centraal Plan Bureau

Het CPB benoemt in de juni raming 2020 een zogenaamde basisraming die uitgaat van een matig herstel. Dit is een scenario dat in grote lijnen ligt tussen de scenario’s 1 en 2 uit de vorige publicatie van het CPB (maart 2020) ligt. Deze basisraming gaat uit van een economisch herstel vanaf het derde kwartaal 2020, maar onvolledig en een verdubbeling van de werkloosheid die daarna geleidelijk weer afloopt. Al met al geeft deze basis raming een wat minder negatief beeld dan scenario twee uit de vorige raming van het CPB welke we hebben gebruikt bij het opstellen van de perspectiefnota 2020 en waar we onze reservering op hebben gebaseerd. Het college stelt op grond van deze gewijzigde inzichten van het CPB voor om de reservering voor de gevolgen van de corona pandemie aan te passen aan de basisraming van het CPB uit juni 2020. Daarnaast heeft het college uiteraard ook gekeken naar en rekening gehouden met eigen waarnemingen.    

 

Indien we basisraming van het CPB zoals die nu voorligt gebruiken om eenzelfde berekening te maken als bij de perspectiefnota 2021 (inclusief 1e PJ 2020) en hiermee vergelijken dan ontstaat het volgende beeld:

  2020 2021 2022 2023 2024
Scenario 2 CPB maart 2020 - perspectiefnota 2021 -1.216 -773 -301 -301 -301
Basisraming CPB juni 2020 -772 -332 -200 -200 -200
Verschil / verbetering 444 441 101 101 101

 

Het uitgaan van de basisraming uit juni 2020 van het CPB betekent in richtinggevende zin een verbetering van de geschetste saldi uit de perspectiefnota en dus een lager beroep op de algemene reserve. In de perspectiefnota gingen we nog uit van een beroep op de algemene reserve van €2.049.000 opgebouwd uit de tekorten over de jaren 2020, 2021, 2022 en 2023.  De tekorten over deze jaren zijn nu minder wat betekent dat voor een bedrag van €1.087.000 minder hoeft te worden onttrokken aan de algemene reserve. Het voordeel voor het jaar 2024 als gevolg van de basisraming betekent een verbetering van het herziene meerjarige saldo.

 

In dit tweede programmajournaal over het jaar 2020 nemen we de meevaller voor het jaar 2020 mee. De (financiële) gevolgen voor de jaren 2021 tot en met 2024 betrekken we in richtinggevende zin bij het opstellen van de begroting 2021 met daarin ook de meerjarenbegroting over de jaren 2022, 2023 en 2024.

 

Voorgesteld wordt in richtinggevende zin te stemmen met de mogelijke financiële consequenties van de Corona pandemie volgens de basisraming van het CPB van Juni 2020.

Compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid voor gemeenten

Het kabinet heeft vanaf het begin van de Corona pandemie aangegeven dat er compensatie zou komen voor de extra kosten die gemeenten maken en voor het wegvallen van gemeentelijke  inkomsten. Bij brief van 28 mei 2020 is de tweede kamer geïnformeerd over een pakket aan compensatiemaatregelen waartoe het kabinet in overleg met de medeoverheden heeft besloten. In de meicirculaire gemeentefonds van 2020 is het compensatiepakket op hoofdlijnen toegelicht. Er kon toen nog geen informatie worden gegeven over de verdeelwijze van de middelen over de gemeenten. Inmiddels is hierover meer duidelijkheid. De verdeling van het compensatiepakket van 28 mei 2020 vindt plaats via het gemeentefonds, waarbij zoveel mogelijk gebruik is gemaakt van de bestaande verdeelsleutels. Hierover is overleg geweest met de VNG. In de zogenaamde (extra) juni circulaire is, vooruitlopend op de septembercirculaire 2020, informatie over het financiële effect van de maatregelen voor individuele gemeenten opgenomen. Voor de gemeente Dinkelland ziet de compensatie er als volgt uit:

  Totaal Dinkelland
Vergoeding Rijk volgens brief 28 mei 2020 x € miljoen x €1.000
Compensatie toeristenbelasting 1 maart - 1 juni - 3 maand 100 88
Inkomstenderving eigen bijdrage WMO april en mei 18  
Voorschoolse voorziening peuters 16 maart - 7 juni 8 13
BUIG - voorlopig vastgesteld budget september    
Jeugdweg meerkosten en inhaalzorg 34,3 35
WMO meerkosten en inhaalzorg 11,7 17
Noodopvang kinderen ouders met cruciaal beroep maart - juli 23  
Participatie / Sociale werkbedrijven - loonkosten 1 maart - 1 juni 90 109
Lokale culturele voorzieningen medio maart - 1 juni 60 71
     
Totaal 345 333

 

Compensatie toeristen- en parkeerbelasting

Gemeenten worden op dit moment geconfronteerd met dalende inkomsten uit toeristen- en parkeerbelasting als gevolg van de coronamaatregelen. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 te compenseren. Voor de toeristenbelasting is hier een bedrag van € 100 miljoen mee gemoeid. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een compensatie van € 88.000. In de scenarioberekeningen die zijn gebruikt om de mogelijke financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland in beeld te brengen is rekening gehouden met wegvallende inkomsten uit de toeristenbelasting. Deze compensatie merken we daarom aan als dekking.

 

Inkomstenderving eigen bijdrage Wmo

De minister van VWS heeft besloten de inning van de eigen bijdrage voor de Wmo (excl. beschermd wonen en opvang) stop te zetten voor de maanden april en mei 2020. Aanleiding hiervoor was het feit dat als gevolg van de coronacrisis een substantieel deel van de zorg en ondersteuning in de Wmo niet (volledig) kon worden geleverd. Vanwege een onevenredige uitvoeringslast voor gemeenten en aanbieders rond het tijdelijk opschorten van de eigen bijdrage is besloten om Wmo-cliënten in genoemde maanden vrij te stellen van de eigen bijdrage. Gemeenten worden gecompenseerd voor de gederfde inkomsten. Hiervoor is een bedrag van € 18 miljoen gereserveerd op de begroting van het Ministerie van VWS. Rijk en gemeenten zijn in overleg over de wijze waarop de middelen ter beschikking worden gesteld. Het voornemen is dit middels een decentralisatie uitkering te doen. Nadere informatie volgt in de septembercirculaire 2020. In de scenarioberekeningen die zijn gebruikt om de mogelijke financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland in beeld te brengen is rekening gehouden met deze inkomstenderving. Deze compensatie merken we daarom aan als dekking.

 

Voorschoolse voorziening Peuters

De decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters is met € 8,3 miljoen verhoogd in verband met de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020 in verband met het coronavirus. Ouders/verzorgers zijn in maart opgeroepen om de rekening voor de opvang te blijven betalen in deze periode. Dit gold ook voor ouders/verzorgers van een kind dat gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen voorschoolse educatie, peuteraanbod en sociaal medische indicatie. Op deze wijze kon het gemeentelijke aanbod rondom kinderopvang in stand worden gehouden. Daarbij is ook gecommuniceerd dat ouders een vergoeding krijgen voor het betalen van de eigen bijdrage in deze periode. Met deze eenmalige ophoging ontvangen gemeenten middelen om de eigen bijdrage van de ouders/verzorgers te vergoeden voor de hiervoor genoemde periode. De verdeling van het toegevoegd bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters voor het jaar 2020. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland € 13.000. In de scenarioberekeningen die zijn gebruikt om de mogelijke financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland in beeld te brengen is rekening gehouden met deze kosten. Deze compensatie merken we daarom aan als dekking.

 

Inhaalzorg en meerkosten jeugdwet en WMO 2015

Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Het Rijk heeft, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten gedaan om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Deze afspraak is verlengd naar 1 juli 2020. Het Rijk heeft tegelijkertijd met gemeenten afspraken gemaakt over compensatie van de directe meerkosten die voortkomen uit de coronamaatregelen en het volgen van de RlVM-richtlijnen. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten in gesprek over de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. Hierbij wordt ook rekening gehouden met wat onder de gebruikelijke omzet kan worden gerealiseerd. De nadere uitwerking van deze afspraken leidt voor nu tot een voorschot op de compensatie voor gemeenten van € 144 miljoen voor de meerkosten en inhaalzorg. In de komende periode werken Rijk en VNG samen om van deze inschatting van de kosten tot inzicht en definitieve afspraken te komen. Op 23 juni 2020 is bekend gemaakt dat de eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk ten aanzien van het vergoeden van de meerkosten Wmo en Jeugd zijn verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2020. Van het totaalbedrag van € 144 miljoen uit het compensatiepakket van 28 mei 2020 is een bedrag van € 46 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering, te weten € 34,3 miljoen aan het cluster Jeugd (onderdeel Jeugdhulp; betreft inhaalzorg) en € 11,7 miljoen aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning (onderdeel Wmo 2015 begeleiding; betreft inhaalzorg). De overige € 98 miljoen betreft een voorschot voor meerkosten. Dit is toegevoegd aan de decentralisatie uitkering Maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. In de scenarioberekeningen die zijn gebruikt om de mogelijke financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland in beeld te brengen is rekening gehouden met de kosten inhaalzorg jeugd en WMO. Deze compensatie merken we daarom aan als dekking.

 

Noodopvang ouders cruciaal beroep

Het kabinet heeft besloten om voor kinderen van wie een of beide ouders werken in een cruciaal beroep of vitale sector, noodopvang te organiseren. Gemeenten coördineren de noodopvang, in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen Zij moeten zorgen voor voldoende aanbod voor kinderen in de leeftijd van 0 tot circa 12 jaar. Deze opvang is zonder extra kosten voor ouders. Het kabinet heeft besloten € 23 miljoen beschikbaar te stellen voor gemeenten voor de periode medio maart tot 1 juli. De (gratis) noodopvang gedurende werkdagen overdag is geëindigd op 8 juni. Noodopvang voor avond, nacht en weekenden blijft nog wel (gratis) beschikbaar voor ouders, waarvan een of beide ouders werken in de zorg. Deze vorm van noodopvang is in ieder geval beschikbaar tot 1 juli. Eind juni wordt besloten of dit gecontinueerd moet worden. Rijk en gemeenten zijn in overleg over de wijze waarop de middelen ter beschikking worden gesteld. Nadere informatie volgt in de septembercirculaire 2020.Eerste geluiden wijzen uit dat het naar verwachting gaat om een vast bedrag per gemeente van € 10.000 vermeerderd met een bedrag van € 9,03 per kind onder de twaalf jaar. In de scenarioberekeningen die zijn gebruikt om de mogelijke financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland in beeld te brengen is rekening gehouden met deze kosten. Deze compensatie merken we daarom aan als dekking.

 

Participatie (sociale werkbedrijven)

Als gevolg van het coronavirus zijn de Sociale Werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers die werkzaam zijn voor een Sociale Werkbedrijf worden gefinancierd. Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze financieringsbron staat onder druk omdat gemeenten financiële gevolgen hebben van de coronacrisis. Het kabinet heeft daarom besloten de integratie-uitkering Participatie, onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw), te verhogen met € 90 miljoen voor de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 ter compensatie van een deel van de loonkosten. Eventuele verlenging van deze compensatie vergt nieuwe besluitvorming.

 

De verdeling van het toegevoegde bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in het verdeelmodel voor de integratie-uitkering Participatie, onderdeel Wsw. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland € 109.000. In de scenarioberekeningen die zijn gebruikt om de mogelijke financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland in beeld te brengen is geen rekening gehouden met deze extra kosten. In de scenarioberekening is namelijk uitgegaan van een budgettair neutrale verwerking. De hoogte van deze compensatie voegen we daarom voorzichtigheidshalve toe aan de gereserveerde ruimte. Dus een verhoging van de gereserveerde ruimte met als dekking de compensatie van het rijk. In de loop van dit jaar hopen we meer duidelijkheid te krijgen in hoeverre deze gereserveerde ruimte moet worden aangewend. 

 

Lokale culturele voorzieningen

De medeoverheden zijn verantwoordelijk voor twee derde van alle subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind: openbare bibliotheken, muziekscholen, centra voor de kunsten, musea, monumenten, schouwburgen, concertzalen, vlakke vloer theaters, poppodia, filmhuizen, beeldende kunstinstellingen, amateurkunst, cultuureducatie en festivals. Voor het landelijke gesubsidieerde aanbod zijn de lokale podia essentieel als speelplekken. Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020. Dit met het oog op borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen nu onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het bedrag is toegevoegd aan het cluster Cultuur en ontspanning van de algemene uitkering.  Voor de gemeente Dinkelland betreft het een bedrag van € 71.000. In de scenarioberekeningen die zijn gebruikt om de mogelijke financiële gevolgen van de Corona pandemie voor de gemeente Dinkelland in beeld te brengen is voor een klein deel (€ 6.000) rekening gehouden met deze extra kosten. Het resterende deel van deze compensatie (€ 65.000) voegen we daarom voorzichtigheidshalve toe aan de gereserveerde ruimte. Dus een verhoging van de gereserveerde ruimte met als dekking de compensatie van het rijk. In de loop van dit jaar hopen we meer duidelijkheid te krijgen in hoeverre deze gereserveerde ruimte moet worden aangewend. 

 

Overige

Naast de hiervoor aangegeven compensaties heeft het kabinet via de kamerbrief van 28 mei 2020 en de junicirculaire 2020 ook nog maatregelen bekend gemaakt die niet gelden voor de gemeente Dinkelland.

 

Het betreft hier achtereenvolgens de volgende onderwerpen en bedragen:

  • Maatschappelijke opvang €91 miljoen via centrumgemeenten
  • Vrouwenopvang €7 miljoen via centrumgemeenten
  • Ondersteuning sportverenigingen –€110 miljoen aan te vragen via specifieke uitkering
  • Compensatie parkeerbelasting €125 miljoen via betreffende gemeenten
  • Steunfonds lokale informatievoorziening €24 miljoen – via stimuleringsfonds voor de journalistiek
  • Openbaar vervoer €1,5 miljard via ministerie van Infrastructuur en waterstaat

 

Budgettaire verwerking compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid voor gemeenten

Door het compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid voor gemeenten in te zetten zoals hiervoor is aangegeven en toegelicht ontstaat de volgende dekking:

In te zetten dekking compensatiepakket Rijksoverheid 2020
- Toeristenbelasting 88
- Inkomstenderving eigen bijdrage WMO  
- Voorschoolse voorziening peuters 13
- Jeugdwet meerkosten en inhaalzorg 35
- WMO meerkosten en inhaalzorg 17
- Noodopvang kinderen ouders met cruciaal beroep  
- Participatie / Sociale werkbedrijven - loonkosten  
- Lokale culturele voorzieningen 6
Totaal in te zetten dekking 159

 

Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte dekking via het compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid voor gemeenten ontstaat het volgende beeld:

  2020 2021 2022 2023 2024
Scenario 2 CPB maart 2020 - perspectiefnota 2021 -1.216 -773 -301 -301 -301
Basisraming CPB juni 2020 -772 -332 -200 -200 -200
In te zetten dekking compensatiepakket 159 - - - -
Verschil / verbetering 603 441 101 101 101

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven inzet van het compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid voor gemeenten ter dekking van de reeds gereserveerde ruimte op grond van de basisraming van het CPB uit juni 2020.

 

Voorgesteld wordt de meevaller over het jaar 2020 ten bedrage van € 603.000 te verwerken in dit tweede programmajournaal 2020 en de mogelijke meerjarige gevolgen te betrekken bij het opstellen van de begroting 2021 met daarin ook de meerjarenbegroting over de jaren 2022, 2023 en 2024.

 

Een deel van het compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid gemeenten wordt, zoals aangegeven en toegelicht, toegevoegd aan de gereserveerde ruimte. Het betreft hier de volgende twee posten:

Toe te voegen aan gereserveerde ruimte 2020
- Participatie / Sociale werkbedrijven - loonkosten 109
- Lokale culturele voorzieningen 65
Totaal toe te voegen aan gereserveerde ruimte 174

 

Rekening houdend met deze extra toevoeging aan de gereserveerde ruimte vanuit het compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid voor gemeenten ontstaat het volgende beeld voor wat betreft de gereserveerde ruimte voor het jaar 2020:

Gereserveerde ruimte volgens de basisraming van het CPB van juni 2020 €772.000
Toe te voegen vanuit het compensatiepakket coronacrisis €174.000
Totaal €946.000

 

Voorgesteld wordt in te stemmen om € 174.000 vanuit het compensatiepakket coronacrisis toe te voegen aan de gereserveerde ruimte op grond van de basisraming van het CPB uit juni 2020.

Toelichtingen mutaties bestaand beleid

Toelichtingen

Dividend Twence

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Twence heeft de dividenduitkering over het jaar 2019 vastgesteld. Dit betekent voor de gemeente Dinkelland een incidentele meevaller € 87.000.

 

Plankosten grondexploitaties

Binnen het grondbedrijf was een post Toekomstige plannen gereserveerd. De verwachting was dat een deel van deze toekomstige plannen in 2021 zou leiden tot daadwerkelijke grondbedrijf complexen ten laste waarvan de gemaakte voorbereidingskosten geboekt zouden kunnen worden.  Deze verwachting is niet geheel uitgekomen waardoor de gemaakte voorbereidingskosten niet ten laste van de grondbedrijf  complexen maar ten laste van de algemene middelen komen.

 

Omgevingsdienst Twente (ODT)

Vanaf 1 januari 2019 draagt de Omgevingsdienst Twente (ODT) zorg voor de uitvoering van milieutaken voor zover deze betrekking hebben op taken die behoren tot de zogenoemde variant 4. Bij de start van de omgevingsdienst is afgesproken dat de inbreng van middelen bij de dienst wordt gebaseerd op de werkelijk beschikbare formatie (peiljaar 2017).

 

De eerste jaren werkt de ODT met een zogenoemde inputfinanciering. Hierbij wordt de jaarlijkse bijdrage bepaald aan de hand van de ingebrachte formatie. Vervolgens wordt op basis van een jaarplan inzicht gegeven in de verwachtte uitvraag voor dat jaar. Deze jaarplanning wordt doorgerekend op basis van het verwachtte aantal producten en de indicatieve normuren (Twentse norm). De afrekening vindt achteraf plaats op basis van werkelijk bestede uren door de ODT. Voor Noaberkracht betekent dit dat de berekende benodigde formatie jaarlijks meer bedraagt dan er aan formatie beschikbaar is gesteld.

 

Uit de Q2 rapportage van de ODT blijkt dat voor 2020 reeds 80% van de ingebrachte uren zijn gebruikt. Er zijn voor 2020 onvoldoende middelen beschikbaar om alle werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Hierbij is uitgegaan van de huidige inzet, de werkvoorraad die nog bij de ODT ligt en de verwachting van een verdere uitvraag over 2020.

 

De ODT heeft een prognose gemaakt welke producten zij over 2020 nog verwachten te kunnen leveren (mits er voldoende middelen beschikbaar worden gesteld). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat voor toezicht circa 2/3 van de geplande controles kan worden uitgevoerd. Op basis van deze prognose wordt verwacht dat de benodigde uren voor 2020 moet worden bijgesteld naar 13.974 uren. De oorspronkelijke planning gaat uit van 11.892 benodigde uren terwijl in werkelijkheid 9.269 uren beschikbaar zijn.

 

Dit betekent dat het verschil tussen de ingebrachte middelen en de verwachte inzet voor 2020 op basis van de indicatieve uren toeneemt van 2.623 naar 4.705 uur. Dit tekort komt overeen met een bedrag van circa 385.000 euro. Op basis van de verdeelsleutel gaat het om een bedrag van circa 217.000 voor Dinkelland.

 

Dusinksweg

De herinrichting van de Dusinksweg is in 2018 uitgevoerd. In 2019 hebben de laatste afrondende werkzaamheden plaats gevonden en zijn nog enkele kleinere aanpassingen gedaan. Eind 2019 is de subsidie richting provincie verantwoord, waarop in december 2019 de vaststellingsbeschikking van de provincie is ontvangen. In april 2019 hebben wij de Raad mondeling geïnformeerd over het verwachte overschot op het krediet. Met name doordat de provinciale subsidie nog niet was meegerekend (€ 525.000) en door een aanbestedingsvoordeel (€ 368.0000) hebben we een voordeel van € 893.000 kunnen aframen en is toegevoegd aan de reserve RIBAM. Het krediet kan nog niet volledig worden afgesloten, omdat er nog kosten voor het onderhoudscontract voor het groen worden verwacht en omdat er nog een onderzoek loopt naar de verkeersbewegingen van het vrachtverkeer over en rondom de Dusinksweg. De herziene stand van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen betrekken we bij het opstellen van de begroting 2021.

 

Algemene uitkering

De algemene uitkering komt voor het jaar 2020 volgens de meicirculaire 2020 ongeveer € 537.000 hoger uit dan geraamd. Deze hogere inkomsten zijn een gevolg van hogere accressen (ontwikkeling van de rijksuitgaven), incidentele compensatie BTW Compensatiefonds (BCF) en mutaties in eenheden en gewichten (aantal inwoners, aantal bijstandsontvangers, etc.

 

Het saldo van de hogere algemene uitkering is geen pure “winst”. We dienen rekening te houden met de taakmutaties die benoemd zijn door het rijk. Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd of onttrokken, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Wanneer ze nieuw zijn worden ze eenmalig afzonderlijk benoemd om inzicht te creëren waaraan het rijk meer of minder geld gaat besteden. Maar het uitgangspunt van de gehele algemene uitkering is en blijft dat de middelen vrij aanwendbaar zijn. Binnen de gemeente Dinkelland kennen we de lijn dat voor deze taakmutaties een stelpost wordt opgenomen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Zodra door college en raad wordt ingestemd met het ontwikkelde beleid kan een beroep worden gedaan op deze stelpost(en). Indien ervoor wordt gekozen geen beleid te ontwikkelen dan kan de stelpost vrijvallen ten gunste van de algemene middelen of en laste worden gebracht.

 

In de meicirculaire 2020 zijn een vijftal taakmutaties opgenomen:

Taakmutatie Inburgering

Per 1 juli 2021 treedt de Wet Inburgering in werking. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW. Het bedrag dat gemeenten in 2020 ontvangen betreft de incidentele bijdrage in de invoeringskosten en wordt over gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. De verdeling van de integratie-uitkering zal naar verwachting in de decembercirculaire 2020 worden bijgesteld, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet- westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn.

 

Taakmutatie suppletie-regeling bommenregeling

Vanaf 2015 kunnen alle gemeenten in geval van opsporing en ruiming van explosieven een bijdrage van 70% in de kosten ontvangen. De gemeente Dinkelland ontvangt op basis van deze regeling in 2020 een bedrag van € 19.490 incidenteel.

 

Taakmutatie maatschappelijke begeleiding statushouders

Conform artikel 18 van de Wet inburgering wordt voorzien in de maatschappelijke begeleiding van inburgering plichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Een gemeente ontvangt € 2.370 per inburgering plichtige asielmigrant. De gemeente Dinkelland ontvangt in 2020 € 18.960 voor acht asielmigranten incidenteel.

 

Taakmutatie Participatie

De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2020. De Wsw-verdeling vanaf 2020 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2019 en de blijfkansen voor de jaren 2020 en verder.

 

Taakmutatie Voogdij/18+

De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Daarmee wordt – ondanks de beperking van gegevens die twee jaar teruggaan - zo goed mogelijk aangesloten bij de actuele kostenverschillen tussen gemeenten. In de nieuwe bedragen per gemeente is rekening gehouden met de loon- en prijsbijstelling 2020.

 

Samenvatting

De hogere inkomst uit de algemene uitkering laat, rekening houdend met het ramen van stelposten voor de toegelichte taakmutaties het volgende beeld zien:

Hogere inkomst algemene uitkering €538.000
Te ramen stelposten op grond van taakmutaties:  
- Inburgering €52.000
- Suppletieregeling bommenregeling €19.000
- Maatschappelijke begeleiding statushouders €19.000
- Participatie €69.000
- Voogdij/18+ €41.000
  €200.000
Budgettair voordeel 2020 €338.000

 

OZB

De werkelijke inkomsten onroerendezaakbelasting zijn in 2020 hoger dan begroot. De inkomst woningen eigenaren wordt daarom verhoogd met €25.000. De inkomst niet-woningen eigenaren met €15.000 en de inkomst niet-woningen gebruikers met €8.000. In totaal betekent dit een voordeel voor Dinkelland van €48.000.

 

Gebruiksoppervlakten

Alle gemeenten zijn wettelijk verplicht om uiterlijk met ingang van het jaar 2022 de waardering van de woningen in het kader van de Wet WOZ uit te voeren op basis van de gebruiksoppervlakte. Deze gebruiksoppervlakte moet nauwkeurig zijn bepaald en moet gedetailleerd genoeg zijn om de taxaties op te kunnen baseren. De gebruiksoppervlakte, die wordt geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) voldoet niet aan de door de Waarderingskamer gestelde eisen. Er is dan ook een verbeterslag noodzakelijk. Deze verbeterslag is bij Noaberkracht projectmatig opgepakt. Nu we enkele maanden aan de slag zijn hebben we beter zicht op de benodigde capaciteit en de bijbehorende budget. Daarbij blijkt dat er €40.000 aan extra budget nodig is om de werkzaamheden tijdig uit te voeren. De gemeente Dinkelland wordt dan ook gevraagd om, volgens de verdeelsleutel, een extra bijdrage te leveren van €22.540, te dekken uit de reserve incidenteel algemeen beschikbare middelen.

 

Eikenprocessierups

Op provinciaal niveau is er begin 2020 een gezamenlijk plan van aanpak voor de bestrijding van de EPR opgesteld. De wijze waarop de gemeente Dinkelland omgaat met haar aanpak van de bestrijding van de EPR past in dat plan van aanpak. Doordat er breder is ingestoken op de bestrijding zowel binnen de bebouwde kom als ook op locaties (maatwerk) buiten de bebouwde kom is er sprake van een overschrijding van het beschikbare budget.

 

Sociaal Domein Dinkelland

Onderstaand de mutaties sociaal domein met een toelichting. De mutaties zijn het gevolg van autonome ontwikkelingen of corona-gerelateerd.

 

Sociaal domein 2020

(bedragen x € 1.000)

Leerlingenvervoer

42

Kinderopvang

10

ROZ – uitvoeringskosten

10

Bijstand

-114

Bbz

20

Bbz – afrekening 2019

77

Participatie en re-integratie

95

Hulpmiddelen/trapliften/woningaanpassingen

-130

Regiotaxi

27

Huishoudelijke ondersteuning

120

Vervoer dagbesteding

73

Abonnementstarief

-20

Wmo ondersteuning individueel

-45

Wmo ondersteuning groep

154

Jeugdzorg

-619

Kleine verschillen

7

Uitvoeringsplan

0

Totaal mutaties

-293

waarvan corona-gerelateerd

59

 

Leerlingenvervoer (€42.000 voordeel)

Als gevolg van het coronavirus heeft in de maanden maart t/m mei nauwelijks leerlingenvervoer plaatsgevonden aangezien de scholen gesloten zijn geweest. Met de vervoerder is een compensatieregeling getroffen (bevoorschotting vervoerder). Op basis van de doorrekening van de kosten voor de maanden januari t/m juni en de te verwachten kosten over de periode juli t/m december is er een incidenteel voordeel in 2020 van ca. € 42.000. Dit heeft geheel betrekking op de corona-periode. Op dit moment is er in de prognose voorzichtigheidshalve rekening mee gehouden dat het volledige voorschot een last voor de gemeente Dinkelland is, na afloop van de corona-periode wordt berekend of (een gedeelte van) het voorschot door de vervoerder terugbetaald dient te worden op basis van gemaakte kosten.

 

Kinderopvang (€10.000 voordeel)

Dit betreffen de kosten voor de inspecties van de kinderopvangcentra. De inspecties worden uitgevoerd door de GGD Twente. De totale inspectiekosten zullen voor beide gemeente lager zijn dan de raming in 2020. Een scenario over hoe de inspecties de rest van het jaar eruit komen te zien, wordt nog uitgewerkt door de GGD. Hier ontvangen we binnenkort bericht over. Op dit moment wordt ingeschat dat de uitgaven incidenteel ca. € 10.000 lager zullen zijn dan de raming als gevolg van de coronacrisis. Echter, de inspecties zullen hoogstwaarschijnlijk in 2020 worden ingehaald, waardoor in 2020 de kosten mogelijk hoger zijn dan de raming.

 

Beleid en uitvoering Inkomensregelingen (€10.000 voordeel)

De kosten voor de reguliere dienstverlening van het ROZ Hengelo zullen incidenteel lager uitvallen in 2020 dan begroot, als gevolg van de coronacrisis heeft het ROZ veel capaciteit nodig gehad voor de uitvoering van de Tozo regelingen (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Op dit moment wordt ingeschat dat de uitgaven voor de reguliere dienstverlening incidenteel ca. € 10.000 lager zijn dan de raming als gevolg van de coronacrisis. De extra dienstverlening met betrekking tot de Tozo regelingen wordt door het ROZ apart in beeld gebracht en door de gemeente Dinkelland verantwoord in de SiSa bijlage bij de jaarstukken 2020. De gemeente Dinkelland heeft van het Rijk een specifieke uitkering ontvangen voor de verstrekkingen en extra uitvoeringskosten van de Tozo regelingen.

 

Bijstandsuitkeringen (€114.000 nadeel)

WWB, IOAW en IOAZ

De raming van het aantal bijstandsuitkeringen 2020 is gebaseerd op gemiddeld 195 uitkeringen en een uitkeringslast van ca. € 14.500 per uitkering op basis van de cijfers over het jaar 2019. Het verloop van de aantallen van het jaar 2017 t/m mei 2020 is als volgt:

 

In de grafiek is een duidelijke afname te zien in het aantal bijstandsklanten sinds het jaar 2017, ook in het begin van 2020 wordt een afname waargenomen ten opzichte van eind 2019. Indien de dalende lijn zich zou hebben voortgezet zou het voordeel op de huidige raming naar verwachting ca. €103.000 zijn geweest.

 

Echter, in de maand mei 2020 is voor het eerst een toename te zien in het aantal uitkeringen t.o.v. het begin van het jaar als gevolg van de coronacrisis. Het gemiddeld aantal uitkeringen is echter nog ruim onder de raming van 195. Op basis van de meest recente informatie over het aantal WW-uitkeringen in de gemeente Dinkelland is de verwachting dat van de verstrekte WW-uitkeringen vanaf 16 maart 2020 (100 uitkeringen in totaal, waarvan 24 jongeren tot 25 jaar) ca. 15% in de bijstand terecht zal komen na het eindigen van de WW-uitkering. Dit zou een toename van het uitkering bestand van 15 uitkeringen betekenen ten opzichte van de maand maart. Voorzichtigheidshalve gaan we ervan uit dat deze nieuwe instroom niet voor het einde van het jaar zal uitstromen. De bovenstaande aannames leiden tot een nadeel van €138.000 het jaar 2020 met betrekking tot WWB, IOAW en IOAZ als gevolg van de coronacrisis. Ten opzichte van de verwachting zonder de corona crisis betekent dit een incidenteel nadeel van €35.000 in 2020.

 

Bbz starters en gevestigden

Met ingang van 1 januari 2020 vallen ook de gevestigde ondernemers die een bijstandsaanvraag doen om te voorzien in hun levensonderhoud onder de gebundelde uitkering (BUIG). De cijfers over de eerste vijf maanden van 2020 laten op dit moment een voordeel zien van ca. € 17.000. Wat betreft de startende ondernemers die bijstand ontvangen is het aantal gelijk aan het aantal vorig jaar op dit moment (<5 ondernemers), wat betreft de gevestigde ondernemers is het aantal op dit moment lager dan vorig jaar.

 

Loonkostensubsidies

In de eerste vijf maanden van 2020 zien we een forse stijging in de uitgaven met betrekking tot de loonkostensubsidies garantiebanen. Dit leidt tot een nadeel van € 73.000 in het jaar 2020. De loonkostensubsidie is in het leven geroepen voor mensen met een arbeidsbeperking ter vervanging van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) die in 2015 is gesloten. De doelgroep die voorheen in de Wsw terecht zou zijn gekomen, stroomt nu in de Participatiewet met een loonkostensubsidie.

 

Gebundelde uitkering (BUIG)

In mei zijn de nader voorlopige budgetten 2020 met betrekking tot de BUIG bekend gemaakt. In deze bijstelling zijn de realisaties over het jaar 2019 en de conjuncturele situatie van vlak voor de coronacrisis (CEP en CPB) verwerkt. De bijstelling van mei 2020 leiden tot een structureel nadeel van ca. € 92.000 in 2020, € 106.000 in 2021, € 111.000 in 2022, € 110.000 in 2023 en € 94.000 in 2024. De gevolgen van de coronacrisis zijn niet in de nader voorlopige budgetten verwerkt. De belangrijkste verandering is de bijstelling van het macrobudget in verband met de lagere macro-uitgaven over 2019 (zowel in het aantal uitkeringen als in de uitkeringslast per uitkering) en gunstigere werkloosheidsramingen van CPB (ramingen van vóór de coronacrisis).

 

Eind september ontvangt de gemeente Dinkelland van het Rijk bericht over de definitieve budgetten 2020. Bij het vaststellen van deze definitieve budgetten, zal rekening worden gehouden met de dan actuele conjuncturele situatie. Wat deze toezegging precies betekent is op dit moment niet duidelijk. Daarom worden de nader voorlopige budgetten 2020 vooralsnog niet verwerkt in het (meerjarig) saldo van de gemeente Dinkelland, maar worden de bekendmakingen in september 2020 afgewacht. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou kunnen vasthouden aan de normale procedure en de definitieve budgetten eind september vaststellen op basis van de te zijner tijd actuele realisaties en de dan actuele CPB-werkloosheidsramingen. Het is nog maar de vraag hoeveel onzekerheid deze CPB-ramingen op dat moment nog zullen bevatten.

 

Besluit bijstandverlening zelfstandigen (€ 20.000 voordeel)

In de eerste vijf maanden van 2020 zijn geen (niet corona-gerelateerde) bedrijfskredieten verstrekt aan ondernemers in financiële problemen. Vooralsnog wordt de raming niet aangepast, gezien de onzekerheid omtrent de gevolgen van de coronacrisis. De aflossingen die worden gedaan op eerder verstrekte bedrijfskredieten is hoger dan de raming, dit levert een voordeel op van € 20.000 in 2020.

 

Tozo-regelingen

Voor de verstrekkingen op basis van de Tozo-regelingen en de extra uitvoeringskosten door het ROZ is van het Rijk een specifieke uitkering ontvangen van ruim € 4,7 miljoen. Deze € 4,7 miljoen wordt zowel aan de inkomstenkant geraamd als ontvangst van het Rijk en aan de uitgavenkant opgenomen als budget voor de verstrekkingen en extra dienstverlening van het ROZ. Verantwoording vindt plaats via de SiSa bijlage bij de jaarstukken 2020. Op basis van deze verantwoording wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld ter hoogte van 100% van de gemaakte kosten. Voor de vergoeding van de uitvoeringskosten geldt een vast bedrag per besluit op een aanvraag.

 

De Tozo 1 regeling had betrekking op de maanden maart t/m mei 2020. Er zijn in totaal 556 aanvragen geweest uit de gemeente Dinkelland. De infographic van het ROZ met betrekking tot de Tozo 1 regeling is als bijlage toegevoegd aan het tweede programmajournaal.

 

Afrekening 2019 (€ 77.000 voordeel)

Op basis van het Beeld van de Uitvoering 2019 heeft een voorlopige afrekening met het ministerie plaatsgevonden met betrekking tot de uitvoering van de Bbz in 2019. 75% van de lasten van de gemeente Dinkelland wordt door het ministerie vergoedt. De vergoeding wordt verrekend met het in 2019 ontvangen voorschot. Voor de gemeente Dinkelland zorgt dit voor een incidenteel voordeel van ca. € 77.000 in 2020.

 

Participatie en re-integratie (€ 95.000 voordeel)

In het eerste half jaar van 2020 zijn de re-integratiekosten lager dan begroot. De verwachting op basis van de huidige cijfers is een incidenteel voordeel van ca. € 95.000 in 2020. Dit komt met name door de coronacrisis, hierdoor zijn vanaf maart geen nieuwe trajecten ingezet. Eind juni is dit weer langzamerhand weer opgestart. Daarnaast worden meer mensen die eerder in een traject werden geplaatst nu in veel gevallen doorgezet naar de arbeidsmarktcoach voor de laatste intensieve coaching.

 

Hulpmiddelen (€ 130.000 nadeel)

Voor wat betreft de hulpmiddelen kennen we enerzijds de huurconstructie en anderzijds verstrekkingen in eigendom van (eenvoudige) woonvoorzieningen, woningaanpassingen en trapliften (inclusief onderhoud en reparatie). Daarnaast hebben inwoners ook de mogelijkheid een pgb aan te vragen voor het aanschaffen van een hulpmiddel.

 

De prognose voor het jaar 2020 op basis van de eerste vijf maanden laat een overschrijding zien van € 125.000 op het totaalbudget hulpmiddelen (zowel huur als eigendom/pgb). Onderstaand een specificatie van de overschrijding:

  • Rolstoelvoorzieningen: vrijwel geen wijziging in het aantal rolstoelen in de huurconstructie, wel een wijziging van handbewogen rolstoelen naar elektrische rolstoelen c.q. rolstoelen met duwondersteuning (ca. € 10.000 nadeel) en een nadeel van ca. € 9.000 in verband met pgb-verstrekkingen.
  • Vervoersvoorzieningen: er is geen stijging waarneembaar in het aantal vervoersvoorzieningen in de huurconstructie, wel een verschuiving van voorzieningen zonder trapondersteuning naar voorzieningen met trapondersteuning. Daarnaast zorgen verstrekkingen in eigendom/pgb-verstrekkingen, onderhoudskosten en financiële tegemoetkomingen vervoer voor een nadeel van ca. € 28.000.
  • Woonvoorzieningen: er is geen stijging waarneembaar in het aantal woonvoorzieningen in de huurconstructie. De kosten van de verstrekkingen in eigendom blijven achter bij de raming, dit levert een voordeel op van ca. 15.000.
  • Trapliften: een nadeel van ca. € 58.000 in verband met een steeds hoger aantal jaarlijkse verstrekkingen. Dit heeft te maken met de wens om inwoners langer thuis te laten wonen. De verstrekkingen zien we oplopen van 5 per jaar in 2015 tot 21 in 2019. In 2020 zijn in het eerste half jaar 16 trapliften verstrekt.
  • Woningaanpassingen: een nadeel van ca. € 40.000 in verband met een aantal (duurdere) woningaanpassingen in het jaar 2020.

 

Regiotaxi (€ 27.000 voordeel)

Als gevolg van het coronavirus is in de maanden maart t/m juni vrijwel niet gereden met de regiotaxi. Met de vervoerder is een compensatieregeling getroffen (bevoorschotting vervoerder). Op basis van de doorrekening van de kosten voor de maanden januari t/m juni en de te verwachten kosten over de periode juli t/m december is er een incidenteel voordeel in 2020 van ca. € 27.000. Hiervan heeft € 13.000 betrekking op de periode januari t/m juni en € 14.000 heeft betrekking op de periode juli t/m december, omdat de verwachting is dat inwoners ook in deze periode nog minder gebruik zullen maken van de regiotaxi als voor de coronacrisis. Op dit moment is er in de prognose voorzichtigheidshalve rekening mee gehouden dat het volledige voorschot een last voor de gemeente Dinkelland is, na afloop van de corona-periode wordt berekend of (een gedeelte van) het voorschot door de vervoerder terugbetaald dient te worden op basis van gemaakte kosten.

 

Huishoudelijke ondersteuning (€ 120.000 voordeel)

In het eerste half jaar van 2020 zijn per saldo ca. 25 unieke cliënten ingestroomd, dit betreft vrijwel alleen instroom in de basismodule. Deze instroom heeft grotendeels in het eerste kwartaal plaatsgevonden, mogelijk is het coronavirus een oorzaak voor lagere instroom het tweede kwartaal. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen, aangezien we ook in 2019 een wisselend beeld hebben gezien in de toename van het aantal unieke cliënten per kwartaal. Voor het jaar 2020 is rekening gehouden met een instroom van 40 cliënten als gevolg van de wijziging van het abonnementstarief Wmo. Er wordt vanuit gegaan dat deze instroom ook plaats gaat vinden, echter is deze instroom later dan waar op begrotingsbasis rekening mee is gehouden. Dit levert een voordeel op van ca. € 120.000.

 

Vervoer dagbesteding (€ 73.000 voordeel)

Ook voor het vervoer van en naar de dagbesteding is een regeling getroffen met de vervoerder. Als gevolg van het coronavirus is in de maanden maart t/m juni minder gereden van en naar de dagbesteding, aangezien deze locaties veelal gesloten waren vanaf half maart tot eind april. In mei is het vervoer weer opgestart. Op basis van de doorrekening van de kosten voor de maanden januari t/m juni en de te verwachten kosten over de periode juli t/m december is er een incidenteel voordeel in 2020 van ca. € 73.000. Hiervan heeft € 38.000 betrekking op de periode januari t/m juni en € 35.000 heeft betrekking op de periode juli t/m december. In het laatste half jaar van 2019 is een afname gezien in de maandelijkse vervoerskosten, deze afname is ook in de eerste twee maanden van 2020 waargenomen en wordt daarmee ook in de periode juli t/m december verwacht. Op dit moment is er in de prognose voorzichtigheidshalve rekening mee gehouden dat het volledige voorschot een last voor de gemeente Dinkelland is, na afloop van de corona-periode wordt berekend of (een gedeelte van) het voorschot door de vervoerder terugbetaald dient te worden op basis van gemaakte kosten.

 

Abonnementstarief Wmo (€ 20.000 nadeel)

Als gevolg van vertraging in de implementatie van het nieuwe systeem voor gegevensuitwisseling tussen gemeenten en het CAK, is voor de maanden januari t/m maart 2020 nog geen eigen bijdrage geïnd voor inwoners uit de gemeente Dinkelland. Daarnaast heeft de minister van VWS besloten om voor de maanden april en mei 2020 geen eigen bijdrage te innen in verband met de gevolgen van corona op de ondersteuning. Hierdoor ontstaat er een nadeel voor de gemeente Dinkelland van ca. € 20.000. De gemeenten ontvangen hiervoor een compensatie van het Rijk. Met ingang van juni 2020 wordt de eigen bijdrage geïnd, dit geldt ook met terugwerkende kracht voor de periode januari t/m maart 2020.

 

Wmo ondersteuning individueel (€ 45.000 nadeel)

Het aantal indicaties individuele ondersteuning ligt in het eerste half jaar van 2020 (153 indicaties) gemiddeld iets hoger dan in 2019 (149 indicaties). Dit zorgt voor een nadeel van ca. € 45.000. In de prognose is (nog) geen rekening gehouden met het mogelijke boeggolf effect van inhaalzorg als gevolg van corona.

 

Wmo ondersteuning groep (€ 154.000 voordeel)

Het aantal indicaties groepsondersteuning ligt in het eerste half jaar van 2020 (113 indicaties) gemiddeld lager dan in 2019 (132 indicaties). Dit zorgt voor een voordeel van ca. € 154.000. In de prognose is (nog) geen rekening gehouden met het mogelijke boeggolf effect van inhaalzorg als gevolg van corona.

 

Jeugdzorg (€ 619.000 nadeel)

Een prognose van de jeugdzorguitgaven 2020 leidt tot een nadeel van € 619.000. Dit nadeel wordt enerzijds veroorzaakt door declaraties over 2018 en 2019 waar in de nog te betalen post 2019 geen rekening mee is gehouden. Dit zijn o.a. indicaties die met terugwerkende kracht zijn afgegeven en facturen die op basis van het woonplaatsbeginsel ten laste van de gemeente Dinkelland zouden moeten komen maar door een andere gemeente zijn betaald.

 

Anderzijds wordt dit nadeel veroorzaakt door de geprognotiseerde uitgaven voor het jaar 2020. In het jaar 2020 zijn op volgende onderdelen mutaties te zien ten opzichte van 2019:

  1. We zien een stijging in het aantal afgegeven indicaties ondersteuningsbehoefte 3 (OB3). Dit zorgt voor een toename in de kosten ten opzichte van 2019. 45% van de indicaties OB3 wordt afgegeven door een gecertificeerde instelling (GI).
  2. Tevens zien we een stijging in het aantal gezinshuisindicaties. De verblijfslocatie hoeft daarmee niet binnen de gemeente Dinkelland te liggen. Zolang het gezag bij ouders/verzorgers, woonachtig in de gemeente Dinkelland, ligt, komen de kosten voor rekening van onze gemeente. 
  3. Ook zien we dat het aantal cliënten dat in de gezinshuizen binnen de gemeente Dinkelland verblijft de afgelopen jaren is toegenomen. Indien het gezag niet meer bij de ouders/verzorgers ligt, is de gemeente waar de jeugdige verblijft, verantwoordelijk voor de kosten. Dit blijft zo totdat het nieuwe woonplaatsbeginsel wordt ingevoerd (1 januari 2022).
  4. Ten slotte zien we een stijging in het aantal indicaties Dakje3[1]. 75% van de indicaties Dakje3 wordt afgegeven door een gecertificeerde instelling (GI). We zien bij de afgegeven indicaties Dakje3 veelal een combinatie met ondersteuningsbehoefte 3 (OB3).

 

Over het algemeen valt op dat een klein aantal cliënten zorgt voor een groot aandeel van de totale kosten. Hierin zien we dat er bij een van de aanbieders een verschuiving plaats vindt van een beschikbaarheidsvoorziening naar een dakje in combinatie met ondersteuningsbehoeften.

 

(Financiële) Stand van zaken uitvoeringsplan sociaal domein

Het verloop van de beoogde besparing (begroting 2019) en de behaalde besparing (2019 en 2020) is als volgt:

(bedragen x €1.000) 2019 2020 2021 2022
Beoogde besparing begroting 2019 126 412 557 582
Behaalde besparing 2019 (PJ1) -126 -126 -126 -126
Resterende beoogde besparing 2020 0 286 431 456
Behaalde besparing 2020 (PJ1) 0 -175 -100 -100
Resterende beoogde besparing 2020 0 111 311 356

 

Deze resterende beoogde besparing is taakstellend ingeboekt in onze (meerjaren)begroting. Het mogelijk niet behalen van de taakstelling betekent dus direct een financiële tegenvaller.

 

Btw

De eenmalige ontvangst van € 408.000  houdt verband met teruggave btw. Dit bedrag heeft betrekking op de door ons ingediende bezwaarschriften over de jaren 2012 t/m 2016 en de jaren 2017 en 2018.

 

Toelichting op bezwaarschriften.

De bezwaarschriften hebben grotendeels betrekking op terugvordering van de btw op algemene kosten zoals salariskosten en kosten van Noaberkracht. Voor de teruggave van btw op algemene kosten wordt jaarlijks, na afloop van het jaar het zogenaamde mengpercentage berekend. Begin 2020 hebben we met de Belastingdienst overeenstemming bereikt over de systematiek van de berekening van het mengpercentage. Dit percentage bestaat uit drie onderdelen. Percentage van de btw dat verrekend wordt via het Btw Compensatiefonds, percentage van de btw dat verrekend wordt via ondernemersaangifte en percentage van de btw dat niet teruggevorderd kan worden en dus kostenverhogend is.  In de afgelopen jaren is er sprake van minder kostenverhogende btw. Dit heeft een gunstig effect op het mengpercentage. Daardoor kan een groter deel van de betaalde btw op algemene kosten teruggevorderd worden. 

 

Toelichting op bedragen.

In juli 2020 zijn de beschikkingen van de Belastingdienst ontvangen op de bezwaarschriften 2012 t/m 2016. In totaal is inclusief belastingrente een bedrag ontvangen van € 1.022.000. In de gemeenterekening 2019 hadden wij al een bedrag opgenomen van € 894.000. Het restant van

€ 128.000 wordt ten gunste van het boekjaar 2020 gebracht. 

 

Eind augustus hebben wij de bezwaarschriften voor de jaren 2017 en 2018 ingediend. Exclusief de belastingrente komen deze bezwaarschriften neer op een te verwachten teruggave van € 280.000.

 

Naast het bovenstaande spelen op dit moment nog de volgende zaken met de Belastingdienst:

 

Bezwaar met betrekking 2019.

Naar aanleiding van de ontvangst van de beschikking 2019 btw-compensatiefonds hebben wij een pro forma bezwaarschrift ingediend. Dit bezwaarschrift wordt door ons in najaar 2020 nader onderbouwd en vervolgens gaan wij hierover in overleg met de Belastingdienst. Wij hopen bij de jaarrekening 2020 de uitkomsten te vermelden.

    

2020 en volgende jaren

Zoals hiervoor is aangegeven, heeft de teruggave van de btw grotendeels betrekking op het mengpercentage dat van toepassing is op de algemene kosten. Met ingang van 2021 verwerken we de met de Belastingdienst overeengekomen systematiek direct in de begroting. Het financiële effect hiervan wordt dus integraal vertaald in de begroting 2021 en verder. Voor het jaar 2020 is nog het oude systematiek c.q. oud mengpercentage toegepast. Na afloop van 2020 zullen wij daarom ook het verschil tussen het oude en nieuwe systematiek in beeld brengen en aan de orde stellen bij de Belastingdienst  

 

Inkomstenverlies Binnensportaccommodaties en zwembaden

De inkomsten uit verhuur van de binnensportaccommodaties en de bezoeken aan de zwembaden zijn voor 2020 begroot op afgerond € 750.000. Door de corona zijn de binnensportaccommodaties en de zwembaden van half maart tot en met eind mei gesloten geweest en daarna weer beperkt opengegaan. Als gevolg hiervan wordt de inkomstenderving uit de binnensportaccommodaties over 2020 geraamd op € 268.000.

 

Optimaliseringsbedrijfsvoering /verzelfstandiging binnensportaccommodaties en zwembaden.

Optimaliseringsbedrijfsvoering /verzelfstandiging binnensportaccommodaties en zwembaden.
Wij doen onderzoek naar de verzelfstandiging van de binnensportaccommodaties en zwembaden, die vallen onder het beheer van Dorper Esch. Op 26 september 2019 is de gemeenteraad hierover per raadsbrief geïnformeerd. Bij de uitwerking van de voorgenomen verzelfstandiging hebben wij gesteld om ook de samenwerking met andere partijen in Noord-Oost Twente te willen verkennen. Als onderdeel van dit proces, het verzelfstandigen en de mogelijke regionale samenwerking, moeten wij eerst de huidige bedrijfsvoering verder optimaliseren. Dit doen wij met als uitgangspunt om eerst orde op zaken stellen, zodat wij het traject van samenwerking constructief en onbelemmerd in kunnen gaan. Dit proces van optimalisering en verzelfstandiging vraagt specifieke kennis en ervaring. Het inhuren van externe expertise in de vorm van een kwartiermaker is noodzakelijk. Ook omdat daarnaast de personele continuïteit binnen de bedrijfsleiding -vanwege aankomend pensioen- niet is geborgd. De kosten voor deze externe expertise hebben wij in 2020 geraamd op € 150.000. In het najaar zullen wij in de raadscommissie een toelichting geven op de stand van zaken en bevindingen waarbij ingegaan zal worden op:

  • Optimalisering van de huidige exploitatie en het beheer van de accommodaties die vallen onder Dorper Esch;
  • Inventariseren van de relevante beheervormen met de bijbehorende voor- en nadelen;
  • De te kiezen variant voor verzelfstandiging uitgewerkt aan de hand van:
    o Mogelijkheden voor overdracht exploitatie en beheer, eventueel uitgebreid met overdracht van eigendom
    o Personele inzet ten aanzien van efficiency m.b.t. de accommodaties
    o Ondernemerschap, profilering, productaanbod en het organisatorische en financiële kader
    o Toekomstperspectief op regionale samenwerking

 

Energiekosten

Omdat de geboekte uitgaven niet in de pas lopen met de begrote bedragen, doen wij nader onderzoek. Daarbij kijken we of de nota’s wel op het juiste verbruik zijn afgestemd. Hierin speelt mee dat wij in 2020 zijn gewisseld van leverancier en wij ons afvragen of de overgang van de oude naar de nieuwe goed is verlopen. In afwachting van de uitkomsten ramen wij de extra kosten vooralsnog p.m.

 

Renovatie zwembad Kuiperberg.

Bij raadsbesluit van oktober 2019 heeft uw raad een krediet beschikbaar gesteld van:

  • € 227.000 voor een facelift van de gebouwen en terreinen
  • € 69.000 voor aanschaf van diverse speelvoorzieningen

 

Daarnaast is een extra bedrag beschikbaar gesteld voor € 218.000 voor groot onderhoud voor de periode 2020 t/m 2024, waardoor in totaal een bedrag van € 643.000 exclusief btw beschikbaar is voor groot onderhoud voor de periode 2020 t/m 2024. Inmiddels zijn de werkzaamheden afgerond waardoor het zwembad weer minimaal 15 jaar toekomstbestendig is.

 

Voor wat betreft de kosten merken wij het volgende op. Voor wat betreft het groot onderhoud blijven wij binnen het budget van € 643.000 voor de periode 2020 t/m 2024. Het totaalbedrag voor groot onderhoud van € 643.000 is in de begroting verdeeld over verschillende jaarschijven; voor 2020 was een bedrag begroot van € 354.000. Het restant van € 289.000 heeft betrekking op de jaarschijven 2021 t/m 2024. Vanuit praktisch oogpunt hebben wij echter bij de renovatie een aantal van de in 2021 en volgende jaren geplande werkzaamheden direct bij de renovatie uitgevoerd.  Dit betreft onder meer de vervanging van het complete het rioolstelsel inclusief de benodigde grondwerk waarmee een bedrag gemoeid was van € 137.000 exclusief btw. Daardoor is er op de jaarschijf 2020 een tekort, maar dit tekort wordt gedekt doordat de benodigde bedragen voor jaarschijven 2021 en verder weer lager zullen uitvallen. Een en ander verloopt via de onttrekking aan de reserve groot onderhoud en heeft dus geen budgettaire consequenties.

 

De werkelijke investeringskosten kosten voor de facelift van de gebouwen en terreinen zijn eveneens binnen het krediet van € 227.000 gebleven.

 

In het krediet voor aanschaf van diverse speelvoorzieningen van € 69.000 is rekening gehouden met een bijdrage van de stichting vrienden van de Kuiperberg van € 20.000. Dit bedrag moest opgebracht worden middels sponsoring en bijdragen van het bedrijfsleven. Mede door het corona effect is de werkelijke bijdrage € 7.000 lager uitgevallen, waardoor het krediet met € 7.000 verhoogd moet worden.

 

Overige kleine verschillen

Het betreft hier verschillende kleine verschillen

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid uit dit tweede programmajournaal 2020 en deze te verwerken in het boekjaar 2020.

Conclusies budgettaire consequenties

Conclusies budgettaire consequenties tweede programmajournaal 2020

Uit de toelichtingen op verschillende mutaties uit dit tweede programmajournaal over 2020 blijkt dat de gevolgen van de Corona pandemie op meerdere plekken invloed heeft.  Zowel in positieve als in negatieve zin. In totaliteit is er in dit tweede programmajournaal rekening gehouden met een negatief financieel effect van de corona pandemie van € 227.000. Dit bedrag kan in grote lijnen als volgt worden gespecificeerd:

Inkomstenverlies binnensportaccommodaties en zwembaden €277.000 N
Lagere kosten vervoer €93.000 V
Hogere kosten bijstand €138.000 N
Lagere kosten re-integratie €95.000 V

 

Voor deze meerkosten als gevolg van de corona pandemie hebben we financiële ruimte gereserveerd (zie hiervoor het eerste deel van dit financiële hoofdstuk). Dit betekent dat we de meerkosten betreffende corona ten bedrage van € 227.000 niet ten laste van het resultaat van het tweede programmajournaal 2020 maar ten laste van de reeds gereserveerde ruimte laten komen.

 

Voorgesteld wordt de meerkosten betreffende Corona uit dit tweede programmajournaal 2020 ten bedrage van € 227.000 ten laste van de reeds gereserveerde ruimte Corona te brengen.

 

Rekening houden met deze aangegeven dekking resteert voor het jaar 2020 nog een bedrag van € 719.000 om de mogelijke gevolgen van Corona op te vangen. Specificatie:

Gereserveerde ruimte volgens de basisraming van het CPB van juni 2020 €772.000
Toe te voegen vanuit het compensatiepakket coronacrisis €174.000
Dekking meerkosten volgens tweede programmajournaal 2020 - €227.000
Restant €719.000


Uitgaande van deze aangegeven dekking van de zogenaamde “corona meerkosten” ontstaat het volgende beeld van het saldo van het tweede programmajournaal 2020:

Totaal mutaties bestaand beleid

435

waarvan Corona - ten laste van reeds gereserveerde ruimte

-227

Totaal mutaties bestaand beleid zonder Corona

662

 

Conform bestaand beleid wordt dit voordelige saldo toegevoegd aan de algemene reserve.

 

Voorgesteld wordt het voordelige saldo van het tweede programmajournaal 2020 ten bedrage van € 662.000 te storten in de algemene reserve.