Meer
Publicatiedatum: 12-11-2020

Inhoud

Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat de begroting en de jaarrekening ten minste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 ten minste de volgende vijf sub-paragrafen :

  • een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:  

a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

b. wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • een aanduiding van de lokale lastendruk ;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en - in aansluiting daarop - daarbij tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald.  In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2021

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening  2019

Begroting  2020

Begroting 2021

Onroerendezaakbelastingen

6.327 6.493 6.723

Afvalstoffenheffing

1.342 1.336 1.457

Rioolheffingen

3.089 3.109 3.121

Toeristenbelasting*

360 360 360

Forensenbelasting

130 126 128

Precariobelasting

17 17 17

BIZ-belasting (Ootmarsum)

101 100 102

Totaal

11.366 11.541 11.908

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2021 als volgt berekend:

  1. de OZB-tarieven worden zodanig aangepast dat er voor 2021 sprake is van een meeropbrengst  (exclusief areaaluitbreiding) van 2%, Ook  voor de daaropvolgende jaren wordt rekening gehouden met een meeropbrengst van 2% per jaar (eveneens exclusief areaaluitbreiding);
  2. de tarieven afvalstoffenheffing bestaan uit een basistarief vermeerderd met een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer;  Het tarief voor vastrecht is verhoogd met €10. De overige tarieven zijn voor 2021 geen van allen gewijzigd;
  3. uitgangspunt is dat de tarieven van de rioolheffingen kostendekkend zijn. Voor 2021 worden de tarieven niet verhoogd;
  4. de tarieven voor de BIZ-belasting liggen voor de gehele periode van 5 jaar (2017 – 2021) vast en de hoogte van de aanslag is alleen afhankelijk van de WOZ-waarde(ontwikkeling);
  5. de tarieven voor de precariobelasting zijn niet gewijzigd;
  6. de tarieven voor de toeristenbelasting zijn niet gewijzigd;
  7. het tarief voor de forensenbelasting is niet gewijzigd en
  8. de legestarieven zijn kostendekkend. 

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De tarieven worden niet verhoogd c.q. geïndexeerd t.o.v. het belastingjaar 2020.

 

Tarieven forensenbelasting (in €)

2020

2021

Forensenbelasting: vast bedrag per gemeubileerde woning

285

285

Opbrengst forensenbelasting

 2020

 2021

442 aanslagen x € 285

127.000

126.000

Raming (afgerond)

127.000

126.000

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendrukontwikkeling op basis van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen belastingplichtigen  met of zonder eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning wordt uitgegaan van de volgende uitganspunten:

  1. afvalstoffenheffing: het vast recht + gemiddeld 4 ledigingen restafvalcontainer van 240 liter;
  2. rioolheffing: basistarief tot 301 m³ waterverbruik voor de gebruiker.
  3. onroerendezaakbelastingen: een gemiddelde woningwaarde van  € 281.000.

 

Geen eigen woning* (in €)

2020

2021

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

265,60 265,60 0,00 0,0%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

 

88,00

42,40

 

98,00

42,40

 

10,00

0,00

 

11,4%

Totaal

396,00 406,00 10,00 2,5%

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van €281.000.

 

Eigen woning(Gemiddelde woningwaarde: €281.000*) (bedragen in €)

2020

2021

Verschil

In %

OZB*

388,62 396,39 7,77 2,0%

Rioolheffing (tot 300 m3 waterverbruik):

265,60 265,60 0,00 0,0%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

 

88,00

42,40

 

98,00

42,40

 

10,00

0,00

 

11,4%

0,0%

Totaal

784,62 802,39 17,77 2,3%

* Rekening houdend met 2,0% inflatiecorrectie

Kwijtscheldingsbeleid

Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen  kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 

Dinkelland past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:

  • afvalstoffenheffing,
  • rioolheffing en
  • onroerendezaakbelastingen.

 

Een aanvraag wordt getoetst op basis van  inkomen en vermogen. Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige  gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert.

 

 Aantal kwijtscheldingsverzoeken

Rekening  2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Aanvragen: volledige afwijzing

79 55 55

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

6 5 5

Aanvragen:  volledige toewijzing

248 260 250

Totaal

333 320 310

 

 

 

 

Kwijtscheldingsbedragen

2019

2020

2021

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)

90.557 101.000 95.000

Onroerendezaakbelasting (ozb)

Onder de naam ‘Onroerende-zaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en

b. de gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar.

 

Vergelijking van de ozb-tarieven tussen verschillende jaren is daarom niet zinvol. Voor het jaar 2021 stellen wij voor om 2% meeropbrengst te realiseren. Dit betekent, dat de tarieven worden aangepast aan de waardeontwikkeling van zowel woningen als niet-woningen en rekening houdend met een meeropbrengst van 2%. Het uitgangspunt van een jaarlijkse meeropbrengst van 2% per jaar (exclusief areaaluitbreiding) is ook toegepast bij de ozb-ramingen in de meerjarenbegroting.

 

De WOZ-waarde van woningen wordt nu nog bepaald aan de hand van o.a. de bruto-inhoud in m³. Met ingang van het jaar 2022 wordt dit gewijzigd in het aantal m² gebruiksoppervlakte. Dit betekent, dat gemeenten het conversieproces van inhoud naar oppervlakte in 2021 moeten afronden. Ook Dinkelland is – in samenspraak met het taxatiebureau – bezig met de voorbereidingen voor dit proces.

Opbrengsten onroerendezaakbelastingen (in €)

2020*

2021

Woning eigenaar

3.897.000 4.012.000

Niet-woning eigenaar

1.605.000 1.682.000

Niet-woning gebruiker

991.000 1.029.000

Totale ozb-opbrengst (afgerond)

6.493.000 6.723.000

* Oorspronkelijke ramingen begroting 2020.

Afvalstoffenheffing

Deze belasting heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per containerlediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van:

a.  een container met een capaciteit van 240 liter of

b. een container met een capaciteit van 140 liter of

c. een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen.

 

Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking.

 

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2021 betekent dit dat we hete tarief voor het vast recht ten opzichte van 2020 met €10 hebben verhoogd. 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €)

2021

Kosten taakveld(en)

1.448.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

341.000

Netto kosten taakveld

1.107.000

Toe te rekenen kosten

1.107.000

Overhead incl. (omslag)rente

58.000

BTW

316.000

Totale kosten

1.481.000

Opbrengst afvalstoffenheffing

1.457.000

Dekkingspercentage

98,3

 

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2020

2021

Basistarief (vast recht)

88,00 98,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

10,60 10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

6,50 6,50

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een kleine opening

0,85 0,85

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een grote opening

1,80 1,80

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)

2020 2021

Raming opbrengst basistarief (vast recht): 10.601 x € 98

927.000 1.039.000

Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval

415.000 418.000

Totaal (afgerond)

1.342.000 1.457.000

 

Voorziening  afvalstoffenheffing 

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De  stand van deze voorziening afval bedraagt per 1 januari 2021 €647.000.

Rioolheffingen

In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 (GRP) dat eind 2018 is vastgesteld is aangegeven dat de tarieven de komende jaren verhoogd moeten worden met € 5,- per jaar plus de inflatie. Hierbij is uitdrukkelijk aangegeven dat de daadwerkelijk noodzakelijke verhoging afhankelijk is van de toekomstige investeringen als gevolg van de zogenaamde klimaatadaptie. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. De stresstests zijn in het najaar van 2019 uitgevoerd. Inmiddels heeft een eerste doorrekening van de financiële gevolgen van deze stresstests plaatsvonden. De noodzakelijke (extra) investeringen voor Dinkelland € 700.000 per jaar kunnen de eerste jaren worden opgevangen binnen het tarief in samenhang met de reserve riool.  Wel blijven we de tarieven verhogen met de inflatiecorrectie volgens de cijfers van het CBS, zijnde 1,1%.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (in €)

     2021

Kosten taakveld(en)

2.683.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

2.683.000

Toe te rekenen kosten

2.683.000

Overhead incl. (omslag)rente

275.000

BTW

163.000

Totale kosten

3.121.000

Opbrengst rioolheffing

3.121.000

Dekkingspercentage

100,0

 

Tarieven rioolheffingen (in €)

2020

2021

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

265,60 265,60

Meerverbruik per 100 m³ of een deel daarvan

21,30 21,30

Agrarisch bedrijf

308,20 308,20

Opbrengsten rioolheffingen

2020 2021

Waterverbruik tot 301 m³: 

2.995.000 3.007.000

Aantal eenheden waterverbruik > 300 m³:

54.000 54.000

Agrarisch tarief

60.000 60.000

Totale raming rioolheffing (afgerond)

3.109.000 3.121.000

 

De reserve GRP bedraagt €2.000.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2021 €2.808.000.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)

Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bekostiging van activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaar geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degene, die op 1 januari van het betreffende kalenderjaar gebruik maakt van de in de BI-zone gelegen onroerende zaak. Is een onroerende zaak op 1 januari van het betreffende kalenderjaar niet in gebruik, dan wordt de BIZ-belasting geheven van de eigenaar. Degene, die van die zaak het genot heeft op basis van eigendom, bezit of beperkt recht ,wordt aangemerkt als eigenaar. De BIZ geldt alleen nog in Ootmarsum. De BIZ-opbrengsten worden in subsidievorm doorbetaald naar de ‘Stichting BIZ Ootmarsum’. De tarieven, zoals hieronder vermeld, zijn afhankelijk van de WOZ-waarde van een object en gelden voor de gehele looptijd (2017 – 2021) van de belastingverordening.

 

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum (in €)

2020

2021

Bij een  WOZ-waarde van:

 

 

  €100.000 of minder

435 435

 meer dan €100.000 en minder dan €200.001

535 535

 meer dan €200.000  en minder dan €300.001

635 635

 meer dan €300.000 en minder dan  €750.000

735 735

 €750.000 of meer

1.035 1.035

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum

2020 2021

32 aanslagen x €435

17.000 14.000

51 aanslagen x €535

24.000 27.000

30 aanslagen x €635

21.000 19.000

37 aanslagen x €735

28.000 27.000

14 aanslagen x €1.035

15.000 15.000

Raming (afgerond)

105.000 102.000

Precariobelasting

Deze directe belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De raad heeft besloten om de precariobelasting te beperken tot de horecaterrassen. Bij de precariobelasting wordt (tarief-)onderscheid gemaakt tussen enerzijds de binnenstad van Ootmarsum en de overige terrassen in de gemeenten en anderzijds tussen vaste terrassen en tijdelijke terrassen. De tarieven worden niet verhoogd c.q. geïndexeerd t.o.v. het belastingjaar 2020. De tarieven respectievelijk de opbrengsten zijn als volgt.

 

Tarieven precariobelasting (in €)

2020

2021

a. Vaste terrassen

14,15 14,15

- Binnenstad Ootmarsum

11,20 11,20

- Overige delen van de gemeente

   

b. Tijdelijke terrassen

   

- Binnenstad Ootmarsum

4,75 4,75

Opbrengstraming precariobelasting

2020 2021

a. vaste terrassen binnenstad Ootmarsum: 285 m2

4.000 4.000

b. overige vaste terrassen in de gemeente: 985 m2

12.000 11.000

c. tijdelijke terrassen binnenstad Ootmarsum: 335 m2

2.000 2.000

Totale raming precariorechten (afgerond)

18.000 17.000

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatige opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden. De tarieven worden niet verhoogd c.q. geïndexeerd t.o.v. het belastingjaar 2020.

 

Tarieven toeristenbelasting (prijs per persoon per nacht in €)

2020

2021

Hotels, pensions, appartementen, boerderijkamers, etc.

1,60 1,60

Recreatiewoningen respectievelijk niet beroepsmatig verhuurde ruimten 

1,00 1,00

Kampeermiddelen: mobiele kampeeronderkomens en stacaravans

0,60 0,60

Groepsaccommodaties (o.a. kampeerboerderijen)

0,60 0,60

Opbrengst toeristenbelasting (in €)

2020 2021

a. hotels, pensions, appartementen en boerderijkamers: 165.000 x € 1,60

264.000 264.000

b. recreatiewoningen en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten:  54.000 x € 1,00

54.000 54.000

c. mobiele kampeeronderkomens, stacaravans op campings, vaste  standplaatsen en groepsaccommodaties: 70.000 x € 0,60

42.000 42.000

Raming toeristenbelasting (afgerond)

360.000 360.000

*raming op basis van werkelijke aantallen 2018.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Dinkelland toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. 

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan vijf stappen beschreven:

 1. Bewust worden
 2. Identificeren
 3. Analyseren en beoordelen
 4. Beheersen
 5. Vooruitdenken 

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 en aanbevelingen rekenkamerrapport Dinkelland
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico’s met beheersmaatregelen en interne audits

 

Risicobeheersing 2021

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top vijf risico’s met hoge prioriteit. In 2019 is hier een vervolg aangegeven door de risico’s met een ‘gemiddelde’ prioriteit (top zes) inzichtelijk te maken. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top elf risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen moet nog blijken, een stap welke momenteel onderhanden is. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie,  voor 2021 zal opnieuw een fraude-risicoanalyse opgemaakt worden en kunnen we daadwerkelijk oordelen of de beheersing voldoende is ingezet.

 

Het integraal risicomanagement wordt steeds meer binnen de organisatie gepositioneerd, dit komt tot uitdrukking in de verschillende programma’s, projecten en processen waarbij nu daadwerkelijk oog is voor risicomanagement en met name voor de beheersing van de risico’s. We zijn hierin duidelijk aan het groeien, maar het blijft voor ons als gemeentelijke organisatie een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico's (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel worden de tien risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Risico

Kans

Financieel gevolg

Invloed

Voorlopige risico inschatting decentralisatie

50%

max.€ 800.000

6.49%

Algemene uitkering valt lager uit dan begroot

70%

max.€ 500.000

5.78%

Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie

30%

max.€ 810.000

4.15%

Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijk vastgoed tegen taxatiewaarde

20%

max.€ 1.115.000

3.77%

Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige cao)

50%

max.€ 250.000

3.72%

Leningen waarvoor de gemeente rechtstreeks garant staat zonder tussenkomst van de Wsw

10%

max.€ 2.028.000

2.76%

Als gevolg van het verliezen van bezwaar- en beroepsprocedures inzake ruimtelijke (bestemmings)plannen bestaat de kans op overschrijden van termijnen en budgetten waardoor de gemeente extra kosten moet maken. 40% max. €500.000 3.25%
CORONA - Inkomsten: inbaarheid van gemeentelijke belastingen retributies, WOZ, drinkwater, riool, toeristen & forensen belasting 10% max. €250.000 2,93%
CORONA - Uitvoering noodregeling bijstand ZZP-ers 70% max €250.000 2,92%
CORONA - Hogere uitgaven volksgezondheid en open einde regelingen i.r.t. WMO, jeugdzorg; specifiek acute zorg aan huis eenzamen 10% max €250.000 2,91%


Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico's  kunnen worden gedekt met een bedrag van € 2,7 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). 

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In onderstaande tabel wordt de totale weerstandscapaciteit weergegeven.

Beschikbare weerstandscapaciteit (in €)
Weerstand Capaciteit
  2021
Algemene reserve 3.780.000
Totale weerstandscapaciteit  

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.


 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit = €3.780.000   1.4
benodigde weerstandscapaciteit € 2.700.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Hieronder is de normtabel weergegeven.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse A. Dit duidt op voldoende  weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

Op de basis van het meerjarig verloop van de algemene reserve  ontwikkelt de ratio van de gemeente Dinkelland zich als volgt:

  2021
Ratio 1,4

 

Kengetallen

De ontwikkeling van de volgende kengetallen zijn opgenomen bij de balans van de gemeente: 

  • Netto schuldquote
  • Solvabiliteitsratio
  • Grondexploitatie
  • EMU saldo

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Dinkelland jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kader stellende en controlerende rol. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Dinkelland goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden vijf kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Vaste schulden

37.193 23.835 29.467

B

Netto vlottende schuld

2.834 5.654 5.654

C

Overlopende passiva

1.782 24.429 16.502

D

Financiële vaste activa

7.123 6.267 6.119

E

Uitzettingen < 1 jaar

14.212 17.762 17.762

F

Liquide middelen

485 488 488

G

Overlopende activa

2.248 1.090 1.090

H

Totale baten

72.318 62.313 61.110

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

24,5 45,4 42,8

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Vaste schulden

37.193 23.835 29.467

B

Netto vlottende schuld

2.834 5.654 5.654

C

Overlopende passiva

1.782 24.429 16.502

D

Financiële vaste activa

2.479 2.701 2.798

E

Uitzettingen < 1 jaar

14.212 17.762 17.762

F

Liquide middelen

485 488 488

G

Overlopende activa

2.248 1.090 1.090

H

Totale baten

72.318 62.313 61.110

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

31,0 51,2 48,2

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Eigen vermogen

39.533 30.598 33.536

B

Balanstotaal

87.877 90.888 92.434

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

45,0 33,7 36,3

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

4.476 3.367 1.880

C

Totale baten

72.318 62.313 61.110
 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

6,2 5,4 3,1

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Totale structurele lasten

63.859 57.875 56.302

B

Totale structurele baten

65.709 57.279 56.059

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

0 0 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

0 262 254

E

Totale Baten

72.318 62.313 61.110

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

2,6 -0,5 0,0

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Dinkelland heeft om zijn belastingen te verhogen. De O.Z.B. is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (uitgangspunt COELO-atlas)

364 389

 

397

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

265 266 266

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

141 130 140

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t. n.v.t. n.v.t

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

770 785 803

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

740 n.n.b. n.n.b.

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

104 n.n.b. n.n.b.

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021

Netto schuldquote

24,51 45,4 42,8

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

31,0 51,2 48,2

Solvabiliteit

45,0 33,7 36,3

Grondexploitatie

6,2 5,4 3,1

Structurele exploitatieruimte

2,6 -0,5 0,0

Belastingcapaciteit

104 n.n.b. n.n.b.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. 

 

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2017 voor de kapitaalgoederen: 

Beheerplannen Vaststelling door raad in jaar Looptijd Financiële vertaling in begroting Uitgesteld onderhoud
Wegen* 2016 n.v.t. ja nee
Riolering 2018 2024 ja nee
Groen 2020 n.v.t. ja nee
Gebouwen MOP 2016 n.v.t. ja nee

 * kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect 'wegen'

Kaders en cijfers

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de 'Financiële verordening gemeente Dinkelland (2017)'.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: waarin opgenomen de gemeentelijke taak als 'goed wegbeheerder' om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en 'groot' onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting. 

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten van de riolering dekken we via de rioolheffing. 

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, staan in het algemeen als incidentele investeringen opgenomen in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

Voor gebouwen stelt de raad de kosten van het groot onderhoud uit de reserve 'Onderhoud gebouwen' beschikbaar. 

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel 'beleid en beheer' gaan we hier nader op in. 

 

In het GRP 2018-2024 zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

 

Voor het beheer van gebouwen is een meerjarenonderhoudsprogramma (MOP) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven. 

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kerncijfers vermeld.

 

Aspect

Binnen de kom

Buiten de kom

Wegen

Weglengte totaal

124 km

445 km

 

Oppervlakte elementenverharding

83,8 ha

3,0 ha

 

Oppervlakte asfaltverharding

29,3 ha

128,6 ha

 

Oppervlakte betonverharding

0,4 ha

5,9 ha

 

Oppervlakte overige

1,5 ha

40,9 ha

 

Aantal bruggen

33 st

59 st

 

Aantal duikers

3 st

1.147 st

Riolering

Gemengde hoofdriolering

102 km

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

54 km

 

Kolken

9.550

 

Pompunits drukriolering buitengebied

1.215

 

Drukriool buitengebied

436 km

 

Rioolgemalen

50

 

Persleidingen

25 km

 

IT riolen

9km

 

Wadi’s

42

 

Bergbezinkbassins

10

 

Externe overstorten

44

Groen

Beplantingsoppervlakte (natuurlijk)

26 ha

10,8 ha

 

Beplantingsoppervlakte (in cultuur)

14,8 ha

0,4 ha

 

Oppervlakte gazon

37 ha

0,7 ha

 

Aantal bomen

9.324 st

19.836 st

Gebouwen

Schoolgebouwen

14 locaties

 

Sportaccommodaties (8 gebouwen)

12.216 m²

 

Maatschappelijke/culturele doeleinden

6.000 m²

 

Monumentale gebouwen

1.700 m²

 

Eigen bedrijfsvoering

17.480 m²

 

Overige gebouwen

13.410 m²

 

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit.

 

Voor het beheer van de wegen en het groen maken we gebruik van de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van CROW. In de catalogus is met foto's aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, enz.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen of delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd.

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte en we kunnen hierdoor optimaal met kosten omgaan.

 

Voor een aantal gebouwen is de gemeente Dinkelland verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks (klein) en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Daar waar sprake is van leegstand, draagt de gemeente als eigenaar weer de verantwoordelijkheid voor ook het klein onderhoud. Voor de schoolgebouwen heeft de stichting Katholiek Onderwijs Noordoost-Twente (KONOT) en in een enkel geval stichting Consent, de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling Noaberkracht.

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)kwaliteitscatalogus openbare ruimte van de CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald.

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.

 

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 is het meerjarenonderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

 

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in de tabel.

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

 

 

 

Scenario 3B: Alles C met hotspots/centra C
en m.i.v. 2020 voetpaden ook C

Gewenste kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

C

C

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

C

C

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

C

C

C

C

Overige

C

C

C

C

C

 

C

C

 

Het meerjarenonderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. In de begroting 2020 wordt voorgesteld om hier het basisniveau “C” te gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken wordt een onderhouds- en vervangingsprogramma opgesteld.

 

Openbare verlichting

Aan de hand van het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’, met daarin uitgangspunten en keuzes voor het beleid, ontwikkelen we plannen voor vervanging en nieuwe plaatsing van openbare verlichting. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol. Ook met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling houden we rekening.

 

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjarenonderhoudsbestek met in totaal zes gemeenten. In totaal worden ca. 5.800 lichtpunten onderhouden.

 

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2018-2024) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering wordt bepaald met een analyse van video-inspecties, waarbij we inspectiecatalogus NEN3399 gebruiken. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhoud)inspecties monitort een hoofdpost dagelijks de rioolsysteem. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks nemen we een steekproef voor de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenste niveau. Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequentie nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

In 2020 is het Kwaliteitsplan Openbaar Groen (KOG) vastgesteld. In dat KOG is onder meer opgenomen dat er meer aandacht komt voor biodiversiteit. Bij vervanging zal nadrukkelijker worden gekeken naar de mate van beheerbaarheid van de toegepaste soorten. Inrichtingsplannen worden zoveel mogelijk in samenspraak met buurt opgesteld.

 

Gebouwen

Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjarenonderhoudsplanning (MOP). Deze MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van een pand op kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6). De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van vier jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de reserve voor het groot onderhoud op peil gebracht Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak). Bij de onderhoudswerkzaamheden wordt waar mogelijk rekening gehouden met het verduurzamen van het gebouw.

 

Onderhoudsplannen

Voor de te onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren, worden vooral bij wegen aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperkt.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

De beleidsnota onderhoud kapitaalgoederen is wat betreft de arealen wegen en kunstwerken in 2016 vastgesteld. De ontwikkelingen op deze arealen worden permanent gemonitord en waar mogelijk door vertaald naar het geplande onderhoud.

 

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk door vertaald op het geplande onderhoud. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 hebben de KONOT en stichting Consent de verantwoording voor alle onderhoud van hun schoolgebouwen

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Er komt een nieuwe landelijke richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. De CROW-CUR Aanbeveling 124:2019 voor ‘Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden’ is onlangs gepresenteerd. De berekeningsnormen voor gemeentelijke kunstwerken worden hiermee in bepaalde situaties verlicht. In 2020 is een nieuwe inspectieronde gestart die mede input zal zijn voor de herberekening van de gemeentelijke kunstwerken.

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2016 is het meerjarenonderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben is besloten om de algehele kwaliteit van het wegenareaal op niveau C te onderhouden. De vastgestelde kwaliteitsniveaus zijn geïmplementeerd in ons beheersysteem. Het ingrijpmoment voor onderhoud is in overeenstemming met het vastgestelde onderhoudsniveau Veiligheid voor de weggebruiker staat voorop. Het budget is toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden.

 

Bruggen

In 2016 is het meerjarenonderhoudsprogramma vastgesteld. Het jaarlijks budget is verhoogd en toegevoegd aan de onderhoudsreserve. In 2020 is gestart met een actualisatie van het in kaart brengen van de kwaliteit van de bruggen. Alle kunstwerken worden in dat kader opnieuw geïnspecteerd. Op basis van die uitkomsten en i.c.m. de nieuwe constructie richtlijnen voor kunstwerken zal een uitvoeringsprogramma voor onderhoud en vervanging worden uitgevoerd.

 

Rioleringen

In financieel opzicht zijn de kosten van het rioleringsonderhoud en de rioolvervangingen gedekt via het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). En voldoet het rioolsysteem aan alle in het GRP gestelde eisen voor kwaliteit en kwantiteit.

 

Groen

De schouw/inspectie van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal zoveel mogelijk worden vervangen. In het KOG is dit expliciet meegenomen.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Door afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk dat structurele onderhoudsgelden worden aangevuld met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjarenonderhoudsprogramma of jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. 

 

Bruggen

In 2016 hebben we het 'Meerjarenonderhoudsprogramma' vastgesteld. Besloten is daarbij om door middel van een nader onderzoek de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten structureel € 50.000 toe te voegen aan het budget. Op basis van de resultaten van de aangekondigde inspectie en monitoring wordt in 2021 bezien in hoeverre deze verhoging toereikend is.

 

Rioleringen

In gemeente Dinkelland wordt gekozen voor meerjarig afschrijven. Afgelopen jaren is, conform het GRP 2013 - 2018 gewerkt met direct afboeken (ideaalcomplex).
In overleg met de accountant wordt dat in strijd geacht met de BBV regels en om die reden niet meer toegepast. Dit destijds nieuwe beleid is daarom losgelaten in het nu geldende GRP 2019-2024. Er wordt nu gewerkt volgens onderstaande principes:
  • Investeringen zoals rioolvervanging, pompkelders en andere betonwerken worden geactiveerd en afgeschreven over 40 jaar.
  • Investeringen met kortere levensduurverwachting zoals relingen, pompen en elektronica worden geactiveerd en afgeschreven over 15 jaar.

  

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de bebouwen staat de reserve “planmatig onderhoud gebouwen” ter beschikking.  De afgelopen jaren is gebleken dat de controle op nut en noodzaak geleid heeft tot besparingen op de geplande financiële uitgaven. Met het oog op nieuwe ontwikkelingen en voorgenomen afstoten van vastgoed is er de laatste jaren terughoudend onderhoud gepleegd.

Alleen de aangewende middelen worden verrekend met de onderhoudsreserve.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij 1 jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

 

Een kasgeldlimiet van €5,4 miljoen betekent dat Dinkelland in 2021 tot een bedrag van €5,4 miljoen met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren.

 

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2021

  63,5

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

5,4

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

 

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2021

 63,5

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

    12,7

Renterisico (volume renteherzieningen en aflossingen)

                     3,9

Ruimte

                     8,8

In 2021 is er voldoende ruimte binnen de norm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2021:

 

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2021

 33,3

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                         0

Af:

reguliere aflossingen

                       3,8

 

vervroegde aflossingen

                         0

Eindstand per 31 december 2021

 29,5

 

Algemene ontwikkelingen

Geldleningen

In 2021 zullen geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2021 zijn € 3,8 miljoen en de rentelasten € 611 duizend. 

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Dinkelland heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. De rente voor langlopende geldleningen is op dit moment  0,19% (looptijd 15 jaar).

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment  negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

 

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie. Dit levert niets op, het rentepercentage is op dit moment 0.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen in onderstaande tabel opgenomen:

  EMU saldo Jaarrekening   2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting  2023 Begroting    2024
1 Exploitatie saldo voor bestemming 2.750 1.937 -1.498 -913 -441 -236
2 Mutatie (im)materiële vaste activa 6.402 254 3.192 2.949 -684 -739
3 Mutatie voorzieningen -945 47 903 136 172 188
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 2.530 2.685 -1.487 -928 -1.404 72
5 Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
  EMU saldo -5.237 -954 -2.300 -2.798 1.819 619

 

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Algemeen
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

 

Op 26 februari 2019 heeft uw raad het Beleidskader verbonden partijen 2019 vastgesteld. In dit beleidskader zijn de volgende punten verder uitgewerkt:
1. Afwegingskader deelname verbonden partijen
2. Bestuurlijke rollen (eigenaar en opdrachtgever)
3. Toezicht op verbonden partijen
4. Informatievoorziening aan de raad

 

Door het vaststellen van het Beleidskader verbonden partijen 2019 beschikt de gemeente over een afwegingskader voor toekomstige besluitvorming over toe- en uittreden bij verbonden partijen. Daarnaast geeft dit beleidskader aan hoe de gemeente grip op verbonden partijen wil vormgeven en welke rollen de gemeente daarbij heeft.

 

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten – het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

 

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor het derde keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo, Hengelo en Enschede.

 

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

 

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

De verbonden partijen, waarbij de gemeente Dinkelland betrokken is, worden hieronder beschreven.

Doelstellingen

Grondbeleid

Grondbeleid

Algemeen

Tot 1 september 2020 zijn 12 woningbouwkavels verkocht van de geprognosticeerde 18 stuks. Daarnaast zijn verkoopovereenkomsten gesloten voor 18 kavels. Dit betekent dat ruim meer dan de helft van de geprognosticeerde kavels zijn verkocht en dat we daarmee verwachten om in 2020 ongeveer 18 kavels te kunnen verkopen.

 

Uiteindelijk zal de voorraad bouwkavels sneller verkocht zijn dan enkele jaren geleden werd verwacht. Door deze grondverkopen neemt de boekwaarde van het grondbedrijf af en heeft dit positieve gevolgen voor het risicoprofiel.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 12 juli 2016 een nieuwe Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Dinkelland bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Dinkelland tot 2020 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

 

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. De nota grondbeleid is een belangrijk kader waarmee sturing kan worden gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2021 en verder

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld. Bij de vaststelling van de jaarrekening over 2019 zijn daarnaast de geactualiseerde grondexploitaties vastgesteld. Hierin zijn per jaarschijf de te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht. Per complex is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld en de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2020 opgenomen. De fasering van de te verwachten opbrengsten is in lijn gebracht met het vastgestelde woningbouwprogramma, de te verwachten marktomstandigheden en de grondprijzen van 2020.

 

Bouwgrondverkopen

Woningbouw

Voor 2021 verwachten we 23 woningbouwkavels te verkopen. In de reeds lopende plannen zijn nog 27 bouwkavels beschikbaar (18 stuks in optie en 9 stuks vrij beschikbaar). We verwachten dat eind 2021 een aantal nieuwe uitgiftes kunnen gaan starten; o.a. Hopmanstraat (6 stuks), Brookhuis NW vlek (31 stuks), voormalige gemeentewerf plan Commanderie (7 stuks) en vierde veld DSVD in het plan Deurninger es (11 stuks)

 

Bedrijventerreinen

We verwachten dat de laatste kavels in het plan Sombeek en Echelpoel in 2020 uiterlijk in 2021 zijn verkocht. De interesse voor kavels op De Mors blijft achter; voor 2021 verwachten we één kavel te kunnen verkopen. In totaal verwachten we 1,3 hectare bedrijfsgrond te verkopen.

 

Financiële situatie

Doordat in de diverse woningbouwplannen bouwkavels worden verkocht, blijven de bijbehorende grondexploitaties inkomsten genereren. Dit heeft een positief effect op de boekwaarde. Deze zal geleidelijk verder gaan afnemen. Een uitzondering hierop vormen de bedrijventerreinen, deze blijven mede gelet op de huidige marktomstandigheden nog kwetsbaar voor eventuele verliezen. Alle risico’s van de grondexploitatie zijn meegenomen in het risicoprofiel. Wij verwijzen u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Actuele ontwikkelingen

Woningbouwverkopen

Ondanks de situatie rondom het Corona virus en de gevolgen daarvan, blijft de vraag naar woningbouwkavels onverminderd groot. Dit betekent dat we in een aantal kernen uitverkocht zullen zijn. In 2020 zijn een aantal nieuwe plannen opgepakt (Deurninger es, Brookhuis, Spikkert en Hopmanstraat) waarmee we verwachten om in 2021 nieuwe kavels uit te kunnen geven. Naar verwachting zal het plan Saasveld De Lenne eind 2021 of begin 2022 op de markt komen. Voor Denekamp Oost is de verwachting dat de eerste kavels in 2022 beschikbaar komen.

 

 

Bedrijventerreinen

Naar verwachting zal de geactualiseerde bedrijventerreinenvisie in 2021 ter vaststelling worden aangeboden. Aan de hand van de resultaten zullen we afwegingen kunnen maken omtrent het te voeren grondbeleid.

 

Actieve marktbenadering

Dit doen we met onze nieuwe en succesvolle website Kavels in Dinkelland en de woonbeurs. En we blijven open staan voor nieuwe ontwikkelingen op en uit de markt. Te denken valt aan collectief particulier opdrachtgeverschap, projectmatige bouw, sociale woningbouw, duurzaam bouwen etc. Doel hierbij blijft het streven naar het halen van de geprognosticeerde aantallen kavelverkopen.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2021 van Noaberkracht is door beide gemeenteraden vastgesteld. Noaberkracht ondersteunt Dinkelland en Tubbergen in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft een focus op resultaat (de goede dingen goed doen). Daarom is het belangrijk dat Noaberkracht een wendbare organisatie blijft, die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving.

 

Rechtsmatigheidsverantwoording

Door een komende wetswijziging zal het college naar waarschijnlijkheid vanaf boekjaar 2021 zelf een rechtmatigheidsverantwoording afgeven in de jaarrekening. Op dit moment verstrekt externe accountant Eshuis een controleverklaring met een oordeel inzake de getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening van de gemeente. De externe accountant Eshuis geeft vanaf boekjaar 2021 een controleverklaring af met alleen nog een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording door het college die in de jaarrekening 2021 wordt opgenomen.

 

In januari 2020 heeft de commissie BBV een modelmededeling van de rechtmatigheidsverantwoording plus een toelichting op haar site gepubliceerd. De commissie Bedrijfsvoering Auditing Decentrale Overheden (BADO) heeft in maart 2020 een notitie uitgebracht die meer invulling geeft aan de praktische uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording. Inmiddels zijn intern de voorbereidingen gestart zodat het college in 2021 in staat is om een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarrekening. Ook is er op 5 oktober 2020 over dit onderwerp een presentatie verzorgd aan de auditcommissie van de raad.